30 jaar geleden, de vrijwillige collocatie van de Gentse kunstenaar Dees De Bruyne (Humo 2 mei 1991)

30 jaar geleden, de vrijwillige collocatie van de Gentse kunstenaar Dees De Bruyne (Humo 2 mei 1991)
30 jaar geleden, de vrijwillige collocatie van de Gentse kunstenaar Dees De Bruyne (Humo 2 mei 1991)
30 jaar geleden, de vrijwillige collocatie van de Gentse kunstenaar Dees De Bruyne (Humo 2 mei 1991)
30 jaar geleden, de vrijwillige collocatie van de Gentse kunstenaar Dees De Bruyne (Humo 2 mei 1991)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours

Jean Lurçat was een Franse kunstenaar die geboren is in 1892 te Bruyères en die overleden is in 1966 te Saint-Paul-de-Vence.

Hij staat vooral bekend om zijn rol in de heropleving van het hedendaagse tapijt.

In Angers gelegen in het westen van Frankrijk in het departement Maine-et-Loire, (ongeveer 300 km ten zuidwesten van Parijs) is er het Jean-Lurçat Museum voor moderne wandtapijten (musée Jean-Lurçat et de la tapisserie contemporaine) en ondergebracht op een historisch middeleeuwse locatie, namelijk het voormalige ziekenhuis Saint-Jean.

In de grote ziekenzaal, een prachtig voorbeeld van de Angevijns gotische stijl, is sinds 1968 de beroemde “Chant du Monde” ondergebracht.

Een kunstwerk van de beroemde schilder, keramist en wandtapijtmaker Jean Lurçat. “Chant du Monde”, een moderne repliek van de beroemde middeleeuwse wandkleed Apocalypse, is tussen 1957 en 1966 geweven in Aubusson en bestaat uit tien wandpanelen, met een totaal oppervlak van 500 m²!

Dit monumentale en spectaculaire kunstwerk van Jean Lurçat is het grootste moderne geheel van wandtapijten.

Deze textiel-symfonie gaat over de toekomst van de mensheid, en biedt een symbolische- en humanistische visie op de 20ste eeuw.(Diverse bronnen, Wikipedia, foto’s Paris Match 29 april 1961 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours
Kasteel Saint-Laurent-les-Tours, waar ook zijn atelier was en nu een museum is
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Jean Lurçat in zijn kasteel in de gemeente Saint-Laurent-les-Tours
Jean Lurçat à Angers

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden.

Albert Servaes werd in april 1883 geboren in Gent.

Servaes werkte aanvankelijk als handelsreiziger.

Hij volgde in de jaren 1901 en 1902 avondlessen aan de Academie voor Beeldende Kunst (Gent)In 1905 trok hij naar Sint-Martens-Latem waar hij zich in een houten keet vestigde.

In Latem leerde Servaes een aantal kunstenaars kennen zoals Gustave Van de Woestyne en George Minne.

Hun religieussymbolistisch oeuvre inspireerde Servaes, maar tegelijk ging hij op zoek naar een eigen beeldtaal die brak met het werk van deze eerste Latemse kunstenaarsgroep.

Een zeer donker kleurenpalet en een expressieve verftoets werden zijn handelsmerk.

Met zijn werk beïnvloedde Servaes onder meer kunstenaars zoals Constant Permeke en Albert Saverys.

De expressieve stijl die Servaes vanaf 1910 ontwikkelde, kwam tot een hoogtepunt in de reeksen die hij in de periode 1918-1922 maakte rond het Passieverhaal en de Kruisweg van Christus.

Ook al werd dit werk verworpen door de Rooms-Katholieke Kerk, het bevestigde zijn reputatie van moderne kunstenaar die religieuze thema’s herinterpreteert, net als tijdgenoten Emil Nolde in Duitsland en Georges Rouault in Frankrijk.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1917 gaf hij opdracht aan architect August Desmet om op de plaats van een 18de-eeuws boerderijtje een woonhuis en atelier te bouwen.

In het ontwerp inspireerde architect A. Desmet in samenspraak met Servaes zich op romaanse kloosterarchitectuur en de traditionele hoevebouw.

Het Torenhuis, naam van het pand draagt het jaaranker 1917, maar werd pas na het einde van de oorlog, in 1919, voltooid.

In 1982 verkocht Piet Servaes, zoon van de schilder het pand.

Na de verkoop van het huis werd de atelierwoning omgebouwd tot hotel.

Vanwege sympathieën die hij openlijk koesterde voor de Duitse cultuurpolitiek tijdens het nationaalsocialisme.

Uit angst voor juridische vervolging, verliet hij in 1944 ons land en vestigde zich in 1945 te Lüzern en verwierf hij in 1961 de Zwitserse nationaliteit

In 2005 was hij ook een van de kansmakers op de titel De Grootste Belg, maar haalde de uiteindelijke nominatielijst niet en strandde op nr. 71 van diegenen die net buiten de nominatielijst vielen.

Servaes is de overgrootvader van Valerie De Booser. (Diverse bronnen, Museum Dhondt-Dhaenens, De Post 30 april 1961 en Wikipedia)

Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden
Vandaag is het ook 55 jaar geleden dat de Gentse kunstenaar Albert Servaes is overleden

60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse kunstschilder Jo Voskuil.

Jo Voskuil was onderwijzer in Breda, als schilder was hij autodidact.

In de jaren 20 vertrok hij naar Bergen aan Zee waar hij zich volledig aan de kunst wijdde.

Hij was communist en maakte veel politieke affiches en boekomslagen, zoals die van de Nieuwe Geïllustreerde Wereldgeschiedenis (1929-1932) onder redactie van Jan Romein. Van zijn affiches werden Arbeiders leest De Tribune (uit de jaren 20) en De Olympiade onder dictatuur bekend.

Hij maakte ze voor de expositie die hij samen met de fotograaf Cas Oorthuys in 1936 organiseerde om ten tijde van de Berlijnse genazificeerde Olympiade het werkelijke Duitsland te laten zien.

Samen met Oorthuys vormde hij van 1932 tot 1935 het reclamebureau OV 20 (Oorthuys-Vos 20) en ontwierp daar ook boekbanden.

Voskuil was lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging ‘De Onafhankelijken’, maar zegde zijn lidmaatschap op toen de vereniging zich eind 1941/begin 1942 aansloot bij de Nederlandsche Kultuurkamer.

Voskuil vond aansluiting bij het illegale blad De Vrije Kunstenaar rond beeldhouwer en verzetsman Gerrit van der Veen.

De clown was een van Voskuils favoriete onderwerpen, zoals zijn Clown met masker (1933, Breda’s Museum).

Hij maakte ook een portret van Wim Ibo.

Voskuil trouwde op 5 mei 1938 met de Duitse operettezangeres, toneelspeelster en cabaretière Dora Paulsen. Zij kregen geen kinderen.

Na haar overlijden in 1970 hertrouwde hij op 21 januari 1972 met de operazangeres Ruth Horna.

Jo Voskuil overleed niet lang daarna.

60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse kunstschilder Jo Voskuil
60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse kunstschilder Jo Voskuil
60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse kunstschilder Jo Voskuil
60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse kunstschilder Jo Voskuil
60 jaar geleden, te gast bij de Nederlandse kunstschilder Jo Voskuil

50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek

Paul Snoek wordt gerekend tot de Vijfenvijftigers, een groep experimentele dichters van voornamelijk Vlaamse origine gegroepeerd rond Gard Sivik, zoals Gust Gils en Hugues C. Pernath, die allen zijn gaan publiceren voor 1955.

Deze generatie dichters vormde een reactie op de voornamelijk Nederlandse Vijftigers, waaronder Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hans Andreus en Hugo Claus.

Paul Snoek weigerde trouwens ingedeeld te worden bij de Nederlandse Vijftigers.

Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten.

Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften.

Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.

Paul Snoek schilderde ook en stelde zijn werken tentoon. Het KaZ in Oostende bezit een viertal schilderijen van hem, onder andere “Little Venus” en “Angry Jupiter”.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 21 maart 1971)

50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)
50 jaar geleden, ten huize van de dichter Paul Snoek (De Post april 1971)

D Vlaamse kunstschilder Lucien Van Den Driessche in de Post van 15 maart 1981

Kunstenaar Lucien Van Den Driessche (Deinze, 1926 – Jette, 1991) was de zoon van René Van Den Driessche, eveneens een kunstschilder uit Deinze.

Lucien was een autodidact die aanvankelijk schilderde onder invloed van de Latemse School (Saverys, De Smet, Permeke).

Hij begon in ’59 met materieschilderijen.

Gisteren nog vandaag

40 jaar geleden, kunstschilder Lucien Van Den Driessche in de Post van 15 maart 1981

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, tentoonstelling schilderijen van Toon Hermans in het Brabantse Haren (De Post 7 maart 1951).

50 jaar geleden, tentoonstelling schilderijen van Toon Hermans in het Brabantse Haren (De Post 7 maart 1951).
50 jaar geleden, tentoonstelling schilderijen van Toon Hermans in het Brabantse Haren (De Post 7 maart 1951).
50 jaar geleden, tentoonstelling schilderijen van Toon Hermans in het Brabantse Haren (De Post 7 maart 1951).
50 jaar geleden, tentoonstelling schilderijen van Toon Hermans in het Brabantse Haren (De Post 7 maart 1951).

40 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Marc Mendelson.

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Marc Mendelson
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Marc Mendelson

Marc Mendelson is schilder, aquarellist, zeefdrukker en beeldhouwer.

Zijn Britse ouders vestigen zich in 1922 in Antwerpen.

Debuteert met het magisch realisme en evolueert (vanaf 1948) naar abstracte materieschilderkunst en, na 1966, naar een persoonlijke neofiguratieve kunst.

Hij volgt een opleiding aan het Hoger Instituut te Antwerpen (1934 -39, G. van de Woestyne en I. Opsomer) en debuteert in 1942 in Antwerpen.

Zijn kunst wordt door de Duitsers als ‘entartete Kunst’ beschouwd en hij wordt tijdens een tentoonstelling in 1943 in Brussel gearresteerd.

Neemt deel aan de tentoonstellingen van Apport (1944 – 1948).

Vestigt zich in 1944 in Brussel. Mendelson is medestichter en ontwerper van het logo van La Jeune Peinture Belge (1945) en deelnemer aan de tentoonstellingen van deze vereniging.

Medeoprichter van Espace (1952). Ondervoorzitter van Les Amis de l’Art en organisator van evenementen rond moderne kunst.

Hij is de maker van de muurschilderingen in het Casino van Oostende (1952).

Hij werkt als leraar zeefdruk aan Ter Kameren (1951 – 1980) en is lid van de Koninklijke Academie (1965).

Hij vervaardigt muraal paneel Happy Metro to you in het metrostation Park in Brussel (1974).

Zijn werk is in talrijke musea vertegenwoordigd, o.m. in Antwerpen, Brussel, Elsene, Gent, Stockholm, New York (Guggenheim) en Pittsburgh (Carnegie).

50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Marc Mendelson
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Marc Mendelson
50 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse kunstschilder Marc Mendelson

40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)

40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)
40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)
40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)
40 jaar geleden, de Gentse schilder Jean Verame spuit de woestijn blauw (De Post 7 februari 1981)

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse stripauteur, kunstschilder en illustrator Jan Bosschaert.

Op 16-jarige leeftijd verscheen er al een publicatie van Bosschaert in het stripblad Robbedoes. Vervolgens studeerde hij Vrije Grafiek aan het Sint-Lucasinstituut in Brussel.

Zijn eerste stripverhaal Icarus kwam uit in 1981. In 1983 verscheen Pest in ’t Paleis, een persiflage op de Belgische politiek, naar een scenario van Humo-journalist Guido Van Meir.

In 1998 tekende hij voor Urbanus het eerste album van een nieuwe stripreeks: De Geverniste Vernepelingskes.

In 2012 stopte hij tijdelijk met de reeks om zich meer bezig te houden met andere projecten.

Ander bekend werk van Bosschaert zijn de reeksen Sam en Jaguar.

Naast zijn stripverhalen is Jan Bosschaert bekend als kunstschilder en als illustrator. Dit laatste doet hij eerst en vooral voor de VRT, nadien voor een grote hoeveelheid uitgeverijen (onder andere Averbode, Uitgeverij Lannoo …), tijdschriften (Panorama) en schrijvers (onder anderen Marc de Bel, Katie Velghe). Ook enkele platenhoezen (onder anderen voor Pitti Polak, Plastic Bertrand, The Paranoiacs) en affiches (Saint-Amour) van zijn hand zijn verschenen.

Ter gelegenheid van 70 jaar Suske en Wiske tekende hij het stripverhaal De verwoede verzamelaar geschreven door Jan Verheyen.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 11 januari 1991)

30 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse stripauteur, kunstschilder en illustrator Jan Bosschaert.

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters.

Jef Wauters werd in 1927 geboren te Mariakerke als zoon van een Gents schoenenfabrikant.

Na zijn studies aan het Gentse Sint-Lievenscollege lokte een opendeurdag hem naar het Gentse Sint-Lucasinstituut.

Hij volgde er de lessen sierkunst, tekenen en schilderen bij Gerard Hermans en Maurice Tilley.

Later kreeg hij Jules De Sutter als leraar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent.

Jef Wauters zou van 1949 tot 1959 zelf doceren aan het Hoger Instituut Sint-Lucas te Gent, waar hij die eerste stappen naar de kunstwereld had gezet.

Jef Wauters was de schilder van Venetië, een stad waar hij zich jaarlijks herbronde.

De schetsen die hij daar maakte vormden zijn archief voor mysterieuze olieverven met kleurrijke figuren en beelden van het architecturale erfgoed van Venetië.

Daarnaast was Wauters bekend als schilder van ontroerende, expressieve kinderkopjes, verveelde strenge rechters, statige bisschoppen, fleurige boeketten, swingende jazzmusici en van de schoonheid van zijn lievelingsbloem, de iris.

Hij ligt begraven op het kerkhof van het Vlaamse kunstenaarsdorp Deurle, een deelgemeente van Sint-Martens-Latem.

Zijn oeuvre bevindt zich thans in binnen- en buitenlandse musea en in privéverzamelingen.(Diverse bronnen, De Post 25 december 1960 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters

60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)

Robertson werd geboren op 7 september 1860, op een boerderij in Greenwich, New York, in een familie van 10 kinderen.

In 1887, op de leeftijd van 27, trouwde ze met boerenknecht Thomas Salmon Moses en het echtpaar vestigde zich op een boerderij in Virginia, alwaar ze bijna twee decennia bleven wonen.

Gedurende deze tijd baarde Robertson 10 kinderen, van wie vijf stierven in de kinderjaren.

60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)

In 1905 keerde het echtpaar terug naar New York en vestigde zich in Eagle Bridge, niet ver van haar geboorteplaats.

In 1927 stierf haar echtgenoot Thomas. Robertson bleef de boerderij draaiende houden, samen met de hulp van haar jongste zoon.

In 1936 ging ze noodgedwongen met pensioen, na diagnoses van artritis en andere ouderdomskwalen.

60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)

Grandma Moses werd op de leeftijd van 78 jaar ontdekt als kunstschilderes.

Zij had haar hele leven geld verdiend als handwerkster.

Toen zij als gevolg van artritis noodgedwongen moest stoppen, heeft ze het roer omgegooid en begon ze rond haar zeventigste levensjaar met schilderen.

60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)

Gedurende de daarop volgende 30 jaar maakte ze 1500 schilderijen, vooral over haar leven op de boerderij.

Haar werk is tentoongesteld in galeries in New York en op diverse locaties in Europa en Japan.

Haar kunstwerken werden zo populair dat ze veel gebruikt zijn op de kaarten van Hallmark.

Ze overleed in 1961 op 101-jarige leeftijd.(Diverse bronnen, De Post december 1960 en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)
60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)
60 jaar geleden, te gast bij de Amerikaanse kunstenares Grandma Moses (echte naam Anna Mary Robertson Moses)