Deze week 40 jaar geleden: André van Duin kreeg zijn eigen stripverhaal

Begon striptekenaar Toon van Driel toen aan een opvallend nieuw project voor het Veronica-blad.

Nadat de komische avonturen van Guust Flater jarenlang de voorlaatste pagina van het tijdschrift hadden gesierd, nam hij het stokje over van de legendarische Franquin.

Samen met André van Duin wilde hij dan ook het publiek aan het lachen krijgen.

De toen 41-jarige tekenaar, die vooral bekendheid genoot met F.C. Knudde, wilde graag voortborduren op het type van de sympathieke schlemiel, zoals Guust.

In Van Duin vond hij de ideale opvolger: televisiekijkend Nederland kende André al als de ultieme brokkenpiloot bij wie vrijwel alles in het honderd liep.

Toen Van Driel op het idee kwam om een strip rond de komiek te bouwen, maakte hij eerst een paar schetsen en legde die aan hem voor.

Van Duin, zelf een groot stripliefhebber, reageerde meteen enthousiast.

In de verhalen speelde André de hoofdrol, steevast vergezeld door zijn twee honden: de bassethond Wibo en de Engelse bulldog Gorp.

Net als op televisie wisselde het personage voortdurend van baan en belandde hij wekelijks in de gekste situaties.

Op papier kon Van Driel veel verder gaan dan een televisieprogramma toeliet.

Zonder torenhoge productiekosten stuurde hij André net zo makkelijk naar het Amazonegebied in Zuid-Amerika voor een spannend avontuur, iets wat voor een tv-uitzending onbetaalbaar zou zijn geweest.

In een aflevering nam André pianoles op een muziekschool, waar elke student zijn eigen instrument moest meebrengen.

De lezer zag hem vervolgens door de straten sjouwen met een loodzware vleugel op de schouders.

Eenmaal aangekomen bleek dat op de begane grond slechts blokfluitles werd gegeven, en André met zijn instrument naar de derde verdieping de trap op moest lopen.

Aan iedere aflevering besteedden Van Driel en zijn vrouw samen zo’n vijfentwintig uur, want het visuele plaatje moest perfect kloppen.

Terwijl hij de verhalen bedacht en uittekende, nam zijn vrouw het nauwkeurige inkleurwerk voor haar rekening.

Naast deze serie leverde hij toen ook dagelijks vier tekeningen aan voor het Algemeen Dagblad en tekende hij wekelijks een strip voor Panorama.

De allereerste aflevering van de André van Duin-strip, die zich afspeelde in de duinen, verscheen in week 39 van 1986.

De populaire reeks zou vervolgens ongeveer vijf jaar lang in het Veronica-blad te zien zijn, tot eind september 1991.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Archie, de man van staal: de mechanische held uit Lion en Sjors

Archie, de man van staal, is een van de meest iconische personages uit de Britse stripgeschiedenis.

De reeks debuteerde in 1952 in het Britse striptijdschrift Lion onder de oorspronkelijke titel Robot Archie.

Het personage werd bedacht door schrijver Robot Archie en visueel tot leven gewekt door tekenaar Ted Kearon.

Later namen ook andere tekenaars zoals Bert Vandeput het roer over.

In Nederland en Vlaanderen werd de serie razend populair toen de verhalen werden vertaald en gepubliceerd in stripbladen zoals Sjors.

Het personage Archie is een indrukwekkende, mechanische robot die werd gebouwd door de ingenieuze professor C.R. Ritchie.

Aanvankelijk had Archie geen spraakvermogen en werd hij bestuurd via een zender, maar in latere avonturen kreeg hij meer autonomie, een eigen wil en zelfs een dosis humor.

Archie werd gekenmerkt door zijn enorme fysieke kracht, kogelvrije bepantsering en amfibische capaciteiten, waardoor hij zich ook onder water kon voortbewegen.

Ondanks zijn zware stalen constructie kon hij verrassend snel bewegen en beschikte hij over een herkenbare, ietwat logge elegantie.

Samen met zijn vaste metgezellen, Ted Ritchie, de jonge neef van de professor, en diens vriend Ken Dale, reisde Archie de wereld rond.

Hun expedities brachten hen naar exotische oorden, vergeten beschavingen, diepe oceanen en zelfs het heelal.

De verhalen combineerden sciencefiction en klassieke avonturenstrips, waarbij het trio het opnam tegen dinosaurussen, kwaadaardige geleerden, monsters en buitenaardse invasies.

Archie fungeerde steevast als de trouwe redder in nood wanneer Ted en Ken in gevaarlijke situaties belandden.

In latere decennia verdween het stijve, optimistische avonturengenre van de jaren vijftig en zestig naar de achtergrond, maar Archie bleef een cultstatus behouden.

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig dook het personage opnieuw op in meer volwassen en satirische stripreeksen, zoals Zenith van Grant Morrison en later in Albion, een miniserie van Wildstorm onder toezicht van Alan Moore.

In deze moderne verhalen werd Archie vaak met een nostalgische en licht ironische benadering geherinterpreteerd, als een verwijzing naar de gouden eeuw van de Britse avonturenstrip.

Tot op de dag van vandaag blijft de man van staal een dierbaar jeugdsentiment voor generaties striplezers.

70 jaar geleden, de strip De avonturen van Chloophyl, geen salami voor Philomeen en van de Belgisch striptekenaar Raymond Macherot

Raymond Macherot, geboren op 11 november 1924 in het Belgische Verviers, was een grootmeester in de stripwereld.

Na zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Luik begon hij zijn carrière met het illustreren van reclames en korte verhalen voor tijdschriften als Le Moustique en Spirou.

Maar zijn echte doorbraak kwam in 1953, toen hij voor het legendarische stripblad Kuifje ging werken.

In 1954 schiep Macherot zijn onsterfelijke held: Chlorophyl, een dappere muis die in een prachtige dierenwereld leeft.

Deze reeks was revolutionair. Niet alleen door de realistische tekenstijl, maar ook door de sterke verhalen met een duidelijke boodschap, vaak over ecologische thema’s.

Denk maar aan klassiekers als Chlorophyl tegen de zwarte ratten, een verhaal over een totalitaire rattenmaatschappij.

In 1965 verraste Macherot de stripwereld opnieuw, ditmaal in het weekblad Spirou, met Snoesje (in het Frans Sibylline).

Deze reeks draaide om een avontuurlijke muizenvrouw en haar verloofde Taboem, en was een stuk humoristischer dan Chlorophyl.

Samen streden ze tegen de sluwe rat Anathème.

Naast deze twee iconische reeksen, waagde hij zich ook aan  Kolonel Clifton, een Britse geheim agent, en creëerde hij de luie kat Pantoffel en de ondeugende jonge muis Mouche.

Hij was een meester in het tekenen van dieren, waarbij hij menselijke trekjes gaf zonder het karikaturale te benaderen.

Eind jaren 70 keerde hij terug naar Kuifje, en in de jaren 80 en ’90 richtte hij zich steeds meer op het schrijven van romans, voornamelijk thrillers met, jawel, een ecologische ondertoon.

Titels als Le loup a faim en La mort dans les yeux tonen zijn blijvende passie voor de natuur.

Macherot was getrouwd met Arlette Piérard, en samen kregen ze drie kinderen.

Hij stond bekend als een bescheiden en gereserveerd man, die zijn werk en zijn liefde voor de natuur voor zich liet spreken.

Hij trok zich terug op het eiland Corsica, waar hij bleef tekenen en schrijven tot aan zijn dood.

Op 26 september 2008 overleed Raymond Macherot op 83-jarige leeftijd in Vencimont, een natuurlijke dood.

Hij liet een indrukwekkend oeuvre na, bekroond met prestigieuze prijzen zoals de Prix Saint-Michel en de Grand Prix du festival d’Angoulême.

Zijn invloed op de klare lijn was onmiskenbaar, en zijn geboortestad Verviers eerde hem met een prachtige stripmuur.

Zijn impact was zo groot, dat Vencimont, waar hij overleed, werd omgedoopt naar “Vencimont-sur-Chlorophylle” met een straatnaam ter nagedachtenis.

60 jaar geleden, de Nederlandse triptekenaar Jan Steen met zijn strip Rik en het Zwarte complot (Taptoe december 1964)

Jan Steen werd geboren op 27 mei 1933 in Schagen en hij groeide op in Noord-Holland.

Steen begon zijn carrière als reclametekenaar.

In de jaren 60 begon hij met het tekenen van strips en hij werkte voor verschillende tijdschriften, waaronder Pep, Taptoe, Eppo en Polletje Pluim.

Hij is vooral bekend om zijn humoristische strips en hij tekende onder andere de series De Wortels, Polletje Pluim, Flip Flink en Barelli.

Polletje Pluim was zijn bekendste creatie, een grappig jongetje met een grote bos haar.

Deze strip verscheen in het weekblad Pep.

Gisteren nog vandaag

Yogi beer (Taptoe, december 1964)

Wie heeft deze strips ook nog gelezen?

Yogi Beer werd bedacht door William Hanna en Joseph Barbera, de oprichters van Hanna-Barbera Productions.

Ed Benedict was de belangrijkste ontwerper van Yogi Beer en vele andere Hanna-Barbera-personages.

Hij was verantwoordelijk voor de kenmerkende stijl van deze tekenfilms.

Hij verscheen voor het eerst in 1958 als bijfiguur in The Huckleberry Hound Show.

Yogi’s populariteit groeide snel, waardoor hij in 1961 zijn eigen show kreeg, The Yogi Bear Show.

Het personage is geïnspireerd op Art Carney’s personage Ed Norton uit de sitcom The Honeymooners. Zowel Yogi’s stem als zijn manier van doen zijn ontleend aan Norton.

Yogi woont in Jellystone Park, een fictief nationaal park, waar hij constant probeert picknickmanden te stelen van nietsvermoedende bezoekers, tot groot ongenoegen van parkwachter Ranger Smith.

Yogi staat bekend om zijn grappige uitspraken zoals “Hééé, Boo Boo!” en “Ik ben slimmer dan de gemiddelde beer!”.

Naast de tekenfilmserie verscheen Yogi Beer ook in verschillende stripreeksen:

De eerste Yogi Beer strips werden uitgegeven door Gold Key Comics tussen 1962 en 1970.

Charlton Comics nam het over en publiceerde strips van 1970 tot 1977.

Zelfs Marvel Comics heeft in 1977 negen Yogi Beer strips uitgegeven.

Ed Benedict kwam te overlijden in 2006 op 94-jarige leeftijd.

Yogi Beer was het eerste Hanna-Barbera-personage dat een eigen spin-off serie kreeg.

In 2010 kwam er een live-action/CGI-film uit met Yogi Beer, waarin Dan Aykroyd de stem van Yogi insprak.