Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het transportvliegtuig was onderweg vanuit Italië, waar het militaire muziekkorps had deelgenomen aan een festival. Vlak voor de landing raakte het toestel onverwacht in moeilijkheden door een botsing met een zwerm vogels.
De piloten probeerden op lage hoogte nog een doorstart te maken, maar deze mislukte, waarna de Hercules met een enorme klap op de grond neerstortte.
Hoewel bijna alle inzittenden de zware initiële impact overleefden, brak er na de crash vrijwel direct een felle brand uit.
Vanaf dat moment stapelden de fatale misverstanden en fouten zich in een snel tempo op.
De toegesnelde brandweerlieden probeerden aanvankelijk uitsluitend het vuur te bestrijden en deden weinig moeite om de deuren van het toestel te openen.
Pas later bleek dat de brandweer op dat moment nog niet wist dat er mensen vastzaten in het vrachtruim.
Ook de verkeersleiding was er bij het uitbreken van de brand totaal niet van op de hoogte dat het toestel naast de bemanning een voltallig fanfarekorps vervoerde.
De opgesloten militairen in het transportvliegtuig probeerden intussen wanhopig en tevergeefs de nooduitgangen te forceren.
De meesten kwamen uiteindelijk op tragische wijze door verstikking om het leven.
Slechts zeven inzittenden wisten het verschrikkelijke ongeluk te overleven.
De conclusies van het latere onderzoek naar de oorzaak en afhandeling van de ramp waren ronduit schokkend.
Het Crisisonderzoeksteam van de Leidse Universiteit stelde later dat jaar vast dat zowel de top van de Koninklijke Luchtmacht als de autoriteiten in Eindhoven in grote mate medeverantwoordelijk waren voor de enorme omvang van deze tragedie.
De autoriteiten waren volgens het onderzoeksteam nalatig door een slordig management en faalden bij het naleven van het vastgestelde rampenbestrijdingsplan. Zo had de bewuste zwerm vogels verjaagd moeten zijn nog voordat het toestel aan zijn landing begon.
De persoon die hiervoor verantwoordelijk was, ging er echter ten onrechte van uit dat de Hercules pas veel later op de avond zou arriveren.
Daarnaast wees het onderzoek ook op cruciale beoordelingsfouten van de Belgische bemanning.
In de cockpit werd verkeerd ingegrepen toen er onverwacht vogels in een van de motoren terechtkwamen.
De piloten maakten vervolgens een doorstart met een veel te lage snelheid, waardoor ze de volledige controle over het zware toestel verloren.
Volgens de onderzoekers was de piloot niet op zijn taak berekend in deze complexe noodsituatie en had de boordcommandant naar verhouding weinig ervaring.
Op vijftien juli tweeduizendzestien, precies twintig jaar na het drama, werd bij het stadhuis van Eindhoven een openbaar monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers onthuld.
Dit gedenkteken is voor iedereen vrij toegankelijk, in duidelijke tegenstelling tot het allereerste monument dat op de afgesloten vliegbasis Eindhoven staat en uitsluitend toegankelijk is voor de nabestaanden.
Dit ging samen met verschillende demonstraties om de veertigste verjaardag van de annexatie van Congo bij België en de twintigste verjaardag van de Vereniging van Koloniale Veteranen te vieren.
Op het Square de Meeus (voorheen Square de l’Industrie, en is een plein en park in de Leopoldswijk in Brussel.) werd de buste van generaal Storms, oprichter van Pala en architect van de slavernijcampagne, op zijn basis teruggeplaatst.
De vorige buste van deze man werden tijdens de oorlog door de Duitsers verwijderd om te gebruiken als grondstop voor de oorlogsindustrie.
Toen kreeg die man nog steeds lof voor zijn strijd tegen de slavernij en beschreef men hem in de Belgische pers als de bevrijder van de Congolese bevolking. Dit gezien zijn jacht op plaatselijke slavendrijvers.
Generaal Storms was een Belgische militair die vooral bekend is om zijn rol in de kolonisatie van Congo.
Hij werd geboren in 1840 in Antwerpen en trad in 1859 toe tot het Belgische leger.
Hij nam deel aan verschillende veldtochten in Europa en Afrika, waaronder de Frans-Duitse Oorlog, de Mahdi-opstand in Soedan en de Congolese verovering van Leopold II.
Generaal Storms en Lusinga Lwangombe waren dan ook twee belangrijke figuren in de koloniale geschiedenis van Congo.
Storms was een Belgische militair die in 1884 de opdracht kreeg om het gebied rond het Tanganyikameer te veroveren en te pacificeren.
Lusinga werd rond 1840 geboren in Buluba, het land ten noordoosten van Lubanda, bewoond door de oostelijke Luba.
Op een gegeven moment schijnt Lusinga Unyanyembe, bij Tabora in het huidige Tanzania, te hebben bezocht, waar hij zich bewust werd van de waarde die aan slaven en ivoor werd gehecht.
Hij bewapende zich en was de eerste die vuurwapens gebruikte in de streek ten westen van het Tanganyikameer.
Met deze superieure bewapening versloeg hij al snel de stamhoofden van de regio Kaap Tembwe, een belangrijk punt in de handelsoversteek van het Tanganyikameer, en vestigde zich daar in een versterkt dorp.
Nadat hij de plaatselijke bevolking door slavenarbeid had uitgedund, en onder druk van andere slavendrijvers, verhuisde hij naar een nieuwe basis op twee dagen lopen van Lubanda in het Mugandja-gebergte, aan de oevers van de Muswe, een zijrivier van de Lufuko.
Aan het eind van zijn leven had Lusinga zestig vrouwen.
Deze leverden nuttige arbeidskrachten voor landbouwwerkzaamheden, waardoor Lusinga zijn rijkdom nog verder zag toenemen.
Hij stond ook bekend om zijn verzet tegen de Europese indringers.
De confrontatie tussen Storms en Lusinga vond plaats op 4 december 1884, toen Storms met een kleine troepenmacht de heuvel bestormde waar Lusinga zijn versterkte dorp had gebouwd.
Na een kort gevecht werd Lusinga gedood en onthoofd door Storms, die zijn schedel als trofee meenam naar Europa. Toen hij terugkeerde, gaf hem aan de antropoloog Émile Houzé, die een verhandeling over het onderwerp schreef waarin hij de “degeneratie” in de schedel zag.
De schedel wordt nog steeds bewaard in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren.
Storms liet ook het dorp platbranden en nam veel vrouwen en kinderen gevangen.
Deze gewelddadige actie maakte een einde aan de onafhankelijkheid van de Tabwa en opende de weg voor de Belgische kolonisatie van het gebied.
Hij stond bekend als een meedogenloze en ambitieuze leider, die geen genade toonde voor de inheemse bevolking.
Hij was verantwoordelijk voor talrijke wreedheden, zoals het afhakken van handen, het verbranden van dorpen en het uitbuiten van dwangarbeiders.
Hij werd door sommigen beschouwd als een held en door anderen als een schurk.
In 1895 keerde hij terug naar België, waar hij werd bevorderd tot luitenant-generaal en lid werd van de Senaat. Hij overleed in 1918 in Brussel.
Zijn standbeeld staat sinds 1923 in het Meeûssquare in Elsene, maar is al jaren het onderwerp van controverse en protesten.
Sommigen willen het standbeeld verwijderen of aanpassen, omdat het een symbool is van het koloniale verleden en het lijden van de Congolezen.
Anderen willen het standbeeld behouden of beschermen, omdat het een deel is van de Belgische geschiedenis en cultuur.
Sinds hij in 2018 burgemeester van Elsene werd, maakte Christophe Doulkeridis (Ecolo) duidelijk dat hij het beeld, een kopie van het marmeren origineel uit 1906 van Marnix D’Haveloose, wilde verwijderen.
De plannen raakten in een stroomversnelling door de Black Lives Matter-protesten.
“Het zou een vergissing zijn om alles te verwijderen, maar het zou ook een vergissing zijn om niets te verwijderen,” aldus de burgemeester. “Hier hebben we ervoor gekozen om de buste te verwijderen van iemand die bekendstond voor zijn barbaarsheid, iemand die hoofden afhakte.
De buste hoort niet meer thuis op het voetstuk waarop ze werd geplaatst,” aldus Doulkeridis.
“De opfrissing van het geheugen gebeurt op verschillende bevoegdheidsniveaus, zowel federaal als gewestelijk.
Ook onze gemeente Elsene neemt haar verantwoordelijkheid op in deze zaak en voert op initiatief van burgemeester Christos Doulkeridis dit laakbaar historisch personage af,” zegt Romain De Reusme, PS-fractieleider in het schepencollege.
Al in 2020 diende de gemeente een aanvraag van stedenbouwkundige vergunning in om de buste van luitenant-generaal Storms en de sokkel op de Meeûssquare af te breken.
Daarvoor moest onder andere een volledige historische analyse gemaakt worden van de square om de oorspronkelijke samenstelling te bepalen.
Gezien de originele buste in 1943 werd gestolen door de Duitsers en vervangen door een marmeren kopie, behoort de buste niet tot het oorspronkelijk beschermd geheel.
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en het Museum van Elsene hebben aangeboden om het standbeeld te ontvangen en in zijn historische context te plaatsen.
In afwachting van een beslissing zal het door de gemeente in bewaring worden gehouden.
Wat betreft Lusinga Lwangombe, die krijgt nu alle positieve aandacht en heeft in de emblematische Grote Rotonde in het vernieuwde Afrikamuseum, een beeld gekregen in 2020, ontworpen door de Congolese kunstenaar Aimé Mpane dat de schedel van chef Lusinga voorstelt.
Deze postkaarten stuurde hij naar zijn ouders, mijn grootouders dus.
Gisteren nog vandaag
Vogelsang was oorspronkelijk een opleidingskamp voor de Duitse nazi-elite.
De bouw begon in 1934 en de meeste paviljoenen waren klaar bij het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Het is nauwelijks geweten, maar dit kamp is één van de best bewaarde overblijfselen van de nazi-architectuur.
Gisteren nog vandaag
Vogelsang was gelegen buiten de bebouwde wereld en alles moest aangevoerd worden.
Er was personeel die voor de maaltijden en het onderhoud zorgde. Deze mensen leefden in een gebouw aan de zijkant van het kamp (met toen een heel mooi zicht op de omgeving).
Gisteren nog vandaag
Tijdens de periode van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland werd dit gebouw gebruikt door de officieren die zo een beetje afzondering konden hebben.
Nagenoeg alle gebouwen van Vogelsang zijn in hun oorspronkelijke staat bewaard, dus nazi-gebouwen met Franstalige en Nederlandstalige borden.
Gisteren nog vandaag
Het hele gebied is tegenwoordig een natuurgebied met fiets- en voetpaden.
Het terrein voor de bezoekers heeft een oppervlakte van ongeveer 45 ha.
Er is een museum in één van de gebouwen over Vogelsang ten tijde van nazi-Duitsland, maar ook geschiedenis over de Koude Oorlog en de Belgische strijdkrachten in Duitsland.
Ook bevat het museum een tentoonstelling over het Eifelgebergte.
Je kan daar ook eten in een gastronomisch restaurant.
Willy De Graeve op legerkamp in het dorpje Rhoden (am Fallstein) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Willy De Graeve op legerkamp in het dorpje Rhoden (am Fallstein) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Willy De Graeve op legerkamp in het dorpje Rhoden (am Fallstein) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Willy De Graeve op legerkamp in het dorpje Rhoden (am Fallstein) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt.