Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
David Soul, geboren als David Richard Solberg en voornamelijk bekend van zijn rol als Ken ‘Hutch’ Hutchinson in de televisieserie “Starsky & Hutch”, had een veelzijdige carrière.
Hij begon zijn loopbaan in de jaren zestig als zanger en bracht onder verschillende namen singles uit.
De grote doorbraak als acteur volgde in 1976 met “Starsky & Hutch”, waarin hij ook enkele van zijn eigen nummers zong.
Dit leidde tot aanzienlijk muzikaal succes, met name in het Verenigd Koninkrijk waar hij vier top 10-hits scoorde, waaronder de nummer 1-hit “Don’t Give Up on Us” in 1977.
Na het einde van de serie in 1979 zette Soul zijn acteercarrière voort met rollen in diverse films en televisieproducties, zoals “Salem’s Lot”, “Magnum Force” en “The Fifth Musketeer”.
Hoewel hij ook muziek bleef maken, evenaarde hij zijn eerdere successen niet. In 2004 maakte hij een cameo als de originele Hutch in de filmversie van “Starsky & Hutch” en in 2017 bracht hij het verzamelalbum “Gold” uit.
Op persoonlijk vlak is David Soul vijf keer getrouwd geweest en kreeg hij zes kinderen.
Sinds zijn scheiding van actrice Julia Nickson in 1997 woonde hij in Londen.
Zijn laatste huwelijk was in 2010 met pr-manager Helen Snell.
David Soul overleed in Londen op 4 januari 2024 op 80-jarige leeftijd
Op 13 december 1972 ging “Musikladen” van start, met optredens van onder meer Lyndsey de Paul en Slade. Uschi Nerke en Manfred Sexauer presenteerden de show, die al snel een groot succes werd in West-Duitsland.
De slogan “Optreden in ‘Musikladen’ betekent een hit” bleek waar, want al snel volgden grote namen als Roxy Music, Abba, Suzi Quatro, The Doobie Brothers, Randy Newman, Van Morrison en The Kinks.
Vanaf het midden van de jaren zeventig verschoof de focus van het programma naar een meer commerciële aanpak.
Dit opende de deuren voor vele Nederlandse artiesten, waaronder George Baker Selection, Pussycat, BZN en Long Tall Ernie & The Shakers, waardoor ook in Vlaanderen de interesse in “Musikladen” toenam.
De opkomst van disco bracht Europese artiesten als Boney M., Baccara, Eruption, La Belle Epoque en Amanda Lear naar de show.
In mei 1977 werd de kenmerkende begintune van “Musikladen” geïntroduceerd, gebaseerd op “A Touch of Velvet – A String of Brass” van The Mood Mosaic.
Tijdens deze tune toonden gogo-danseressen de gastenlijst op grote borden.
Deze danseressen kregen een steeds prominentere rol in het programma, zowel als achtergronddecoratie tijdens liveoptredens als in speciale danssegmenten.
Soms was hun optreden meer dan wat de toenmalige norm toeliet, met als bekendste voorbeeld de hit “Let’s All Chant” van de Michael Zager Band.
In een terugblik in 2012 merkte mediawebsite Wunschliste op dat het een “klein televisiewonder” was dat deze danseressen destijds door de censuur kwamen.
De toenmalige seksuele vrijheid speelde hier ongetwijfeld een rol in. Anderen waren verbaasd dat dit op de “serieuze” zender ARD te zien was, bekend van het journalistieke “Tagesschau”.
De afnemende populariteit van disco, de verschillende presentatiewisseling en de opkomst van MTV betekenden het einde voor “Musikladen”.
In november 1984 viel het doek definitief. Voor veel vijftigplussers bleef het programma echter een dierbare herinnering.
Deze video werd uitgezonden op 28 maart 1975, op Nederland 2.
Telly Savalas, geboren als Aristotle Savalas, had zijn eerste filmrollen in de jaren vijftig te danken aan zijn vermogen om met een geloofwaardig Europees accent te spreken, een gevolg van zijn afkomst als zoon van Griekse immigranten.
Daarvoor werkte hij als regisseur van nieuwsuitzendingen bij televisiezender ABC.
In 1962 leverde een bijrol als sadistische medegevangene in “Birdman of Alcatraz”, naast Burt Lancaster, hem een Oscarnominatie op voor beste mannelijke bijrol.
Drie jaar later vroeg regisseur George Stevens hem om zijn hoofd kaal te scheren voor de rol van Pontius Pilatus in “The Greatest Story Ever Told”.
De televisieserie “Kojak” werd in 1978 stopgezet na een campagne tegen geweld op de Amerikaanse televisie.
De politieman Kojak keerde echter in 1984 en 1985 terug in twee televisiefilms.
Zijn broer, George Savalas (1924-1985), was ook acteur en speelde detective Stavros in “Kojak”.
Hoewel Savalas na het einde van de serie nog andere rollen vertolkte, bleef hij vooral bekend door zijn rol als Kojak.
Hij accepteerde dit naar eigen zeggen zonder problemen: “Voor ‘Kojak’ had ik al zestig films gemaakt met de grootste namen in de filmindustrie, maar voor het publiek bleef ik ‘die-hoe-heet-hij-ook-alweer’.
Kojak heeft me de erkenning gegeven die ik verdiende.”
Telly Savalas overleed op 22 januari 1994 aan blaas- en prostaatkanker, een dag na zijn 72e verjaardag (Joepie 26 maart 1975)
Het is 1739 en Dick Turpin, een beruchte struikrover, keert terug naar Engeland na drie jaar dienst in het Britse leger in het buitenland.
Hij ontdekt dat zijn ouders door de rijke landeigenaar Sir John Glutton uit hun huis zijn gezet en van honger zijn omgekomen.
Samen met zijn kompaan Swiftnick zweert Turpin wraak. Ze besluiten Glutton en andere rijken te beroven. De buit die ze verzamelen, delen ze vaak met de armen, waardoor ze razend populair worden bij het volk.
Helaas kunnen ze niet lang van hun populariteit genieten, want kapitein Spiker en zijn mannen zetten een genadeloze achtervolging in.
Deze reeks is gebaseerd op het leven van de historische Richard Turpin, beter bekend als Dick Turpin.
Hij was een Engelse crimineel die leefde van 21 september 1705 tot 7 april 1739. Turpin was betrokken bij stroperij, inbraak, gewapende overvallen en moord, maar is vooral bekend als struikrover.
Hij werd uiteindelijk veroordeeld voor paardendiefstal en in York ter dood gebracht.
Deborah Shelton, geboren op 21 november 1948 in Washington D.C., is een Amerikaanse actrice en voormalig schoonheidskoningin, die bij het grote publiek vooral bekendheid geniet als Mandy Winger uit de iconische soapserie Dallas.
Haar jeugd bracht ze door in Norfolk, Virginia en ze omschrijft zichzelf als een “echte losbol” die vroeger niets liever deed dan voetballen.
In 1970 begon haar opmerkelijke reis naar de schijnwerpers, want nadat de oorspronkelijke winnares, Betsy Ulrich, haar titel als Miss Virginia USA opgaf vanwege haar huwelijk, werd Shelton gekroond tot de nieuwe Miss Virginia USA.
Dit succes opende de deur naar de nationale Miss USA verkiezingen in Miami, waar ze prompt de felbegeerde titel in de wacht sleepte.
Alsof dat nog niet genoeg was, behaalde ze ook nog eens de eervolle tweede plaats in de Miss Universe verkiezing, eveneens in Miami, vlak achter de Puerto Ricaanse schone Marisol Malaret.
Een indrukwekkende prestatie, te meer omdat haar voorgangster als Miss USA, Wendy Dascomb, óók uit Virginia kwam. Hiermee won de staat voor het eerst twee jaar op rij de nationale titel, een unicum in de geschiedenis van de missverkiezingen.
Na haar triomfen in de missverkiezingen richtte Shelton haar pijlen op Hollywood en dit met een gedurfde fotoshoot voor het magazine Playboy in maart 1974.
Daarmee zorgde ze voor de nodige publiciteit, en al snel bemachtigde ze gastrollen in populaire televisieseries als Fantasy Island, The A-Team, T.J. Hooker, Riptide en The Love Boat.
In 1984 speelde ze een rol in de thriller Body Double, geregisseerd door Brian De Palma. Ze noemt haar rol in de serie The Yellow Rose als de rol die uiteindelijk de deuren opende naar grotere projecten.
Haar grote doorbraak kwam echter met de rol van Mandy Winger, de verleidelijke minnares van J.R. Ewing, in de wereldberoemde soapserie Dallas.
Van 1984 tot 1987 vertolkte ze de rol met verve, en Mandy groeide uit tot een geliefd personage onder de miljoenen kijkers.
De chemie tussen Shelton en Larry Hagman, die J.R. speelde, spatte van het scherm en gaf een extra dimensie aan de complexe intriges binnen de Ewing-familie.
In 2013 maakte ze een gedenkwaardige comeback als Mandy voor de begrafenis van J.R. in de vernieuwde Dallas-serie.
Ook na haar Dallas-avontuur bleef Shelton acteren, zo was ze te zien in films als Blind Vision (1992) en Plughead Rewired: Circuit Man II (1994).
In 1971, kort na het doorgeven van haar Miss USA-titel, trouwde ze met Vici Castro, een Cubaanse vluchteling.
Ze kregen samen een zoon, Christopher, maar het huwelijk strandde binnen vijf jaar.
In 1977 stapte ze in het huwelijksbootje met de Joods-Israëlische muziekproducent Shuki Levy, bekend van het duo Shuki & Aviva en de muziek voor talloze tekenfilmseries.
Samen kregen ze een dochter, Tamara.
Shelton schreef ook enkel nummers met haar man, zoals het nummer “Magdelena”, die verscheen op een album van Demis Roussos en “Sad” voor Andy Williams.
Het huwelijk eindigde ook met Levi, maar ze bleven wel vrienden.
Na een verloving met componist en muziekproducer Ron Carpenter bleef ze ongehuwd.
Vandaag, op haar zesenzeventigste, geniet ze van haar pensioen.
Lauren Tewes, geboren als Cynthia Lauren Tewes op 26 oktober 1953, groeide op in een arbeidersgezin en ontdekte al vroeg haar passie voor acteren.
Na haar verhuizing naar Californië, blonk ze uit in drama op de middelbare school en won ze driemaal de prijs voor Beste Actrice.
Haar talent en doorzettingsvermogen leidden haar naar de Pacific Conservatory Theatre, waar ze haar podiumdebuut maakte.
Tewes’ grote doorbraak kwam met haar rol als Julie McCoy in de televisieserie ‘The Love Boat’, waarmee ze internationale bekendheid verwierf.
Ondanks haar succes, kende Tewes ook persoonlijke uitdagingen, waaronder een strijd tegen verslaving die haar carrière tijdelijk ontspoorde.
Ze verloor haar huis, haar eerste echtgenoot en haar baan door haar cocaïneverslaving en leed het tragische verlies van haar pasgeboren baby enkele jaren later.
Tewes herpakte zich echter en vond, hernieuwde voldoening in het regionale theater, waar ze zichzelf opnieuw uitvond als acteur en regisseur.
Tegenwoordig blijft ze actief in de theatergemeenschap van Seattle.(diverse bronnen en Joepie 16 december 1979)