De opera zag voor het eerst het levenslicht in de Opéra-Comique te Parijs op 2 februari 1900.
Het leven van Gustave Charpentier (1860-1956) leest als een sprookje.
Geboren als zoon van een arme bakker in Dieuze, een klein stadje in Lotharingen, kon hij enkel dankzij financiële steun van de gemeente zijn muzikale talenten ontwikkelen.
Deze steun was cruciaal, want het stelde hem in staat om te studeren aan het prestigieuze Parijse conservatorium.
Daar kreeg hij les van onder andere Jules Massenet, de productiefste en artistiek zowel als commercieel succesrijkste Franse operacomponist van zijn tijd, de periode tussen 1870/71 en de Eerste Wereldoorlog, die we ook wel kennen als de belle époque van de Derde Franse Republiek.
Het is interessant om te weten dat Charpentier in zijn vroege jaren Massenets assistent was.

Zijn talent bleef niet onopgemerkt, want in 1887 won hij de prestigieuze Prix de Rome met zijn cantate-scène lyrique Didon.
Deze prijs, een beurs voor kunstenaars, stelde hem in staat om vier jaar in Rome te studeren en te werken in de beroemde Villa Medici.
Het hoogtepunt in zijn carrière was ongetwijfeld de première van zijn opera Louise in 1900.
Deze opera, een “roman musical” (muzikale roman) in vier bedrijven en vijf tonelen, was meteen een overweldigend succes, zowel in Frankrijk als in de rest van de wereld.
De opera, die het verhaal vertelt van een jonge Parijse naaister die verliefd wordt op een kunstenaar, viel in de smaak vanwege het realistische en sociale karakter, dat destijds als vernieuwend werd beschouwd.

De aria “Depuis le jour”, gezongen door Louise, is nog steeds een van de meest geliefde sopraanaria’s.
Leopold III, koning der Belgen, was een grote bewonderaar van het werk.
Het succes van Louise kon Charpentier helaas niet herhalen met zijn latere werk.
Zijn vervolgopera, Julien, ou La vie du poète (1913), een lyrisch drama dat wordt beschouwd als het symbolische en filosofische vervolg op Louise, bleef ver achter bij de verwachtingen.
Het werk wordt als moeilijk en minder toegankelijk ervaren.
Na Julien componeerde Charpentier nog maar weinig.
Sommigen beweren dat dit kwam door een gebrek aan inspiratie, anderen dat hij teleurgesteld was in de muzikale wereld.
In de latere jaren van zijn leven wijdde Charpentier zich aan liefdadigheid.

Hij was de oprichter van het Conservatoire populaire Mimi Pinson, een gratis muziekschool voor jonge meisjes uit de arbeidersklasse.
Hij wilde hen de kansen geven die hij zelf had gekregen.
Mimi Pinson was een figuur uit die tijd, de heldin uit de roman Scènes de la bohème van Henri Murger en een personage in opera’s van zowel Giacomo Puccini als Ruggero Leoncavallo.
Zij symboliseerde de vrije en onafhankelijke jonge vrouw uit de Parijse arbeidersklasse.
Gustave Charpentier stierf op 18 februari 1956 op de respectabele leeftijd van zesennegentig jaar.
Hij ligt begraven op de begraafplaats van Père-Lachaise in Parijs, naast andere grootheden uit de Franse cultuur (foto’s uit De Post van 12 maart 1950)




