Vandaag, 100 jaar geleden, te gast op het kerstfeest voor de Russische kinderen in de kolonie van Geldenaken.

De Russische kinderen die in België aankwamen, waren het slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie.

Ze hadden hun familie, hun thuis en hun land verloren.

Gisteren nog vandaag

Ze werden opgevangen door verschillende organisaties die hen een veilige haven wilden bieden.

Een van die organisaties was de Belgische Rode Kruis, die een centrum oprichtte in Wulveringem, een dorpje in de Westhoek.

Daar konden de kinderen naar school gaan en een normaal leven leiden.

Maar het centrum kende ook moeilijkheden.

Gisteren nog vandaaag

Sommige kinderen waren getraumatiseerd of onaangepast door hun ervaringen in Warschau, waar ze op straat hadden moeten overleven.

Sommige eigenaars van de grond waar het centrum stond, waren niet blij met de komst van de vluchtelingen.

Ze vreesden voor hun eigendom en hun rust.

Daarom werd het centrum verplaatst naar een kasteel in Geldenaken dat eigendom was van notaris Fernand Charlot.

Gisteren nog vandaag

Hij stelde zijn kasteel ter beschikking van de Russische kinderhulp, die onder leiding stond van koningin Elisabeth.

Het kasteel L’Ardoisière werd omgevormd tot een school en een internaat voor zo’n 160 Russische kinderen, die begeleid werden door tien Russische leerkrachten.

De kinderen kregen les in het Frans, maar mochten ook hun eigen taal en cultuur behouden.

Daar bleven de kinderen tot augustus 1924,.

Daarna werden de meeste kinderen herenigd met hun familieleden, die verspreid waren over Europa of Amerika.

Gisteren nog vandaag

Er waren ook andere initiatieven om de Russische kinderen te helpen.

In Gent was er een klein weeshuis dat door een Russische vrouw werd geleid.

In Namen was er een groter weeshuis dat door een andere Russische vrouw werd opgericht, met kinderen die uit Constantinopel waren geëvacueerd.

Ook het Russische jezuïetencollege St.-Georges, dat uit dezelfde stad kwam, vond onderdak in Namen, bij de Belgische jezuïeten.

En in Leuven kwamen er Russische studenten aan, die door de universiteit werden gehuisvest.

Maar niet iedereen was even gastvrij voor de Russen.

Zowel in ons land, als in de rest van Europa en Amerika, klaagde veel mensen over de nieuwe migranten en spraken van een “Russische invasie”.

Hoe herkenbaar met de dag van vandaag of zoals we zeggen de geschiedenis blijft zich herhalen.

De Orthodox Katholieke Kerk gebruikt de Juliaanse kalender, die veertien dagen achterloopt op de Gregoriaanse. Daarom valt Kerstmis voor hen op 7 januari. (Ons Land 19 januari 1924).

100 jaar geleden, overzichtstentoonstelling van de Vlaamse kunstschilder Albijn Van den Abeele in de kunstgalarij, Brabantdam in Gent.

Albijn Van den Abeele (1835-1918) was een veelzijdig man die zich zowel als schrijver, politicus en kunstschilder liet gelden.

Hij wordt beschouwd als de stamvader van de Latemse school, een groep kunstenaars die zich in de late 19e en vroege 20e eeuw in Sint-Martens-Latem vestigden en zich lieten inspireren door de natuur en het landleven.

Van den Abeele was zelf geboren en getogen in Sint-Martens-Latem, waar hij ook burgemeester, schepen en gemeentesecretaris was.

Hij schreef verschillende dorpsromans en een geschiedenis van zijn geboorteplaats.

Pas op veertigjarige leeftijd begon hij te schilderen, vooral bosgezichten en landschappen in een fijnzinnig kleurenpalet.

Zijn huis in de Latemstraat was een ontmoetingsplaats voor andere kunstenaars, zoals Xavier de Cock, Emile Claus, George Minne, Valerius de Saedeleer en de broers Gustave en Karel van de Woestyne.

Hij oefende een grote invloed uit op de eerste generatie van de Latemse school, die zich kenmerkte door een realistische en romantische stijl.

Van den Abeele overleed op 16 november 1918 en werd begraven op het kerkhof van Sint-Martens-Latem, waar ook zijn vriend George Minne rust (Ons Land 12 januari 1924).