Vandaag, op 6 mei, staan we stil bij het overlijden van de Britse zanger en componist Mike Hazlewood, die op deze dag precies vijfentwintig jaar geleden overleed.

Mike Hazlewood maakte in de jaren zestig en zeventig deel uit van The Family Dogg, de groep die we vooral kennen van de hit Sympathy onder de naam Steve Rowland & The Family Dogg.

Binnen deze formatie kruiste zijn pad dat van Albert Hammond, wat het startpunt vormde voor een uiterst succesvolle en nauwe samenwerking.

Als schrijversduo bleken zij een gouden combinatie voor de popmuziek en ze penden talloze klassiekers neer, waaronder It Never Rains In Southern California, The Free Electric Band en het bejubelde The Air That I Breathe.

Ook hits als Little Arrows en Freedom Come Freedom Go kwamen uit hun koker.

Een aanzienlijk deel van hun succes was verbonden aan de Ierse zanger Joe Dolan.

Voor hem schreven Hazlewood en Hammond in 1969 de internationale hit ‘Make Me an Island’, gevolgd door de singles ‘Teresa’ en ‘You’re Such a Good Looking Woman’.

Dat laatste nummer groeide uit tot het lijflied van Dolan en voerde zelfs twee keer de Ierse hitlijsten aan: eerst in 1970 en later opnieuw in 1997, toen hij een nieuwe versie opnam met Dustin the Turkey.

Daarnaast schreef Hazlewood het nummer ‘Southern Lady,’ dat werd vertolkt door Rita Coolidge.

Na zijn jarenlange successen in de hitlijsten richtte Hazlewood zich eind jaren tachtig op de theaterwereld.

Hij verwierf de rechten van de roman Mr. Pye van Mervyn Peake en bewerkte het boek in samenwerking met de Amerikaans-Britse componist Howard Lee Sloan tot een muziektheatervoorstelling.

Een opmerkelijk hoofdstuk in zijn carrière is de onverwachte link met de Britse band Radiohead.

Hazlewood en Hammond worden namelijk officieel vermeld als medeauteurs van de wereldhit ‘Creep’ uit 1992.

Dit was het resultaat van een rechtszaak wegens plagiaat, omdat Radiohead de akkoordprogressie en de melodie van de brug uit ‘The Air That I Breathe’ had overgenomen.

Het leven van de getalenteerde tekstschrijver kwam abrupt tot een einde in 2001.

Tijdens een vakantie in het Italiaanse Florence werd Mike Hazlewood getroffen door een hartaanval.

Hij werd slechts 59 jaar oud.

Vandaag is het ook al 22 jaar geleden dat de Franse zanger Gilbert Bécaud is overleden.

Zijn muzikale carrière begon na de bevrijding toen hij naar Parijs ging en begon te werken als pianist in diverse nachtclubs.

Al vlug wordt hij opgemerkt en wordt de begeleider van de zanger Jacques Pills, de echtgenoot van Edith Piaf.

Gisteren nog vandaag

Zij moedigt hem aan zelf de microfoon ter hand te nemen en brengt hem in contact met tekstschrijvers Louis Amade en Pierre Delanoë.(schoonbroer van Frank Gérald).

Het succes laat niet lang op zich wachten.

Na enkele optredens in trendy Parijse nachtclubs is Gilbert Bécaud in 1954 de hoofdact in de Olympia.

Gisteren nog vandaag

De vonk slaat over en het publiek breekt zowat de zaal af, wat hem de bijnaam ‘monsieur 100.000 volts’ oplevert.

Bécaud zal nog een dertigtal keer terugkeren naar de Olympia en ontwikkelt er een speciale band mee.

In 1997 mag hij de zaal na renovatie heropenen.

Zijn hits aan het eind van de jaren vijftig waren onder andere “La corrida” (1956), “Le jour où la pluie viendra” (1957) en “C’est merveilleux l’amour” (1958).

Zijn eerste hit in de Engelstalige wereld was met Jane Morgans vertaling van “Le jour où la pluie viendra” (The Day the Rains Came).

Gisteren nog vandaag

Op het toppunt van zijn roem geeft Bécaud 250 optredens per jaar, binnen Frankrijk en ver daarbuiten.

In 1966 prijkt zijn naam drie weken op Broadway.

Zijn “Et Maintenant” scheert in een Engelse versie “What now my Love” hoge toppen aan de andere kant van de oceaan, in een vertolking van Jane Morgan, Shirley Bassey, Frank Sinatra en Johnny Mathis.

Hij ontving in 1974 de prestigieuze onderscheiding van het Legioen van Eer voor zijn bijdrage aan de Franse cultuur.

Gisteren nog vandaag: Gilbert Bécaud met zijn zoon Gaya Bécaud en Marlene Dietrich (november 1962)

Hij werkte samen met bekende artiesten als Pierre Grosz en Neil Diamond en creëerde ook de Broadwaymusical “Madame Roza” met Julian More.

Hij schreef meer dan 400 liedjes en had minstens 20 hits.

Zijn laatste album, uitgebracht in 1999, bevatte enkele intieme nummers waarin hij zijn naderende dood door kanker onder ogen zag.

Gisteren nog vandaag

Gilbert Bécaud, stierf op 18 december 2001 op zijn woonboot in Parijs.

Hij ligt begraven op de prestigieuze begraafplaats Père-Lachaise, waar veel beroemdheden hun laatste rustplaats hebben.

Ondanks zijn ziekte bleef Bécaud muziek maken tot het einde van zijn leven.

Zijn zoon Gaya bracht in 2002 een postume cd uit met enkele van zijn laatste opnames.

Zijn stem klinkt soms zwakker, maar zijn passie blijft onverminderd.

Gisteren nog vandaag

Tjens Couter even gek als hun naam

Paul Decoutere, beter bekend als Paul Couter, werd bij toeval geboren in Izegem toen zijn moeder daar op familiebezoek was, maar was in hart en nieren een jongen van de kust.

Hij groeide op in het horecaleven; zijn ouders baatten een café uit in Knokke.

Na hun echtscheiding verhuisde hij met zijn moeder en stiefvader naar Zeebrugge.

De muziek zat er al vroeg in, want vanaf zijn negende speelde hij gitaar.

Het was aan die kust dat hij een muzikale zielsverwant vond in de Oostendenaar Arno Hintjens.

In 1972 legden ze de basis voor hun latere carrière met de band Freckleface.

Met Couter op gitaar, Arno op zang, Paul Vandecasteele op bas en Eddy Storm (later Jean Lamoot) op drums, werd de kiem gelegd voor een jarenlange samenwerking.

Hoewel Freckleface hetzelfde jaar nog werd opgedoekt, gingen de leden naadloos over in de formatie Tjens Couter, een samentrekking van de achternamen van de twee frontmannen.

In 1980 transformeerde de groep tot T.C. Matic, de band die later klassiekers als O la la la en Putain putain zou maken.

Voor Paul Couter was dit echter het eindpunt van de samenwerking.

Het nieuwe geluid lag hem niet, en al na enkele maanden verliet hij de band om plaats te maken voor Jean-Marie Aerts.

Couter koos daarna zijn eigen, grillige pad. Hij trok een tijd naar Parijs als straatmuzikant, richtte met Ferre Baelen de band Partisan op en baatte diverse cafés uit in Zeebrugge.

In de jaren tachtig verlegde hij zijn terrein naar Gent.

Daar drukte hij een blijvende stempel op het nachtleven door, samen met Jo van Groeningen, aan de wieg te staan van het iconische muziekcafé Charlatan.

Tot aan zijn dood bleef Paul Couter actief als muzikant, vooral in de Gentse scene.

Hij bracht nog verscheidene cd’s uit in eigen beheer, ver weg van het commerciële circuit.

Zijn zwanenzang volgde in maart 2021. Terwijl hij op de palliatieve afdeling van het AZ Sint-Lucas verbleef wegens terminale kanker, bracht hij nog een laatste album uit.

Hij overleed in het ziekenhuis op 27 april 2021 op 72-jarige leeftijd.