Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat de Amerikaanse zangeres Sarah Dash van de meidengroep Labelle overleed.

Dash werd geboren in 1945 en richtte begin jaren 60 samen met Patti LaBelle, Nona Hendryx en Cindy Birdsong the Bluebelles op.

Als kwartet scoorden ze in die beginperiode een bescheiden hit in de Verenigde Staten met “I Sold My Heart to the Junkman”.

Eind jaren 60 vertrok Birdsong naar The Supremes, bekend van iconische nummers als “You Can’t Hurry Love” en “Stop! In the Name of Love”.

Na haar vertrek gingen LaBelle, Hendryx en Dash verder als trio onder de naam Labelle, waarmee ze gestaag bouwden aan hun R&B-carrière.

De grote internationale doorbraak volgde in 1975 met de monsterhit “Lady Marmalade (Voulez-vous coucher avec moi ce soir?)”, afkomstig van het succesvolle album “Nightbirds”.

Het nummer werd geschreven door Kenny Nolan en Bob Crewe, die samen ook verantwoordelijk waren voor “My Eyes Adored You”.

Crewe geniet daarnaast grote bekendheid als medecomponist van de wereldhit “Can’t Take My Eyes Off You”.

De productie van “Lady Marmalade” lag in de vakkundige handen van Allen Toussaint.

Ook bij ons deed het nummer het fantastisch: het bereikte de derde plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en klom naar de tweede plaats in de Nederlandse Top 40.

De twee albums die snel na “Nightbirds” verschenen, wisten dat gigantische succes niet te evenaren en braken minder potten.

Pas in 2008 brachten de dames met “Back to Now” weer een gezamenlijk album uit.

Tussendoor timmerde Sarah Dash aan een sololoopbaan met vier eigen albums en leende ze haar herkenbare stem aan projecten van onder anderen Nile Rodgers, Keith Richards en The Rolling Stones.

Buiten de muziek zette ze zich met hart en ziel in voor verschillende goede doelen, waaronder een campagne om de coronavaccinatiegraad in de Verenigde Staten op te krikken.

De zaterdag voor haar overlijden stond Dash nog zij aan zij met Patti LaBelle op de planken.

Na haar heengaan bracht LaBelle een warm eerbetoon op Instagram: “Sarah Dash was een ontzettend getalenteerde, mooie en liefdevolle ziel die mijn leven en het leven van vele anderen geraakt heeft.

Haar geest en wat ze de wereld gegeven heeft, blijft voortleven.”

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden, dat de Amerikaanse actrice en zangeres Jane Powell is overleden.

Jane Powell verwierf vooral grote bekendheid door haar rollen in de musicals van Metro-Goldwyn-Mayer tijdens de jaren veertig en vijftig.

Dankzij haar heldere sopraanstem en haar imago als het charmante buurmeisje schitterde ze in diverse films, televisieproducties en theaterstukken.

Haar meest memorabele optredens vonden plaats in klassiekers zoals ‘A Date with Judy’, ‘Royal Wedding’, ‘Seven Brides for Seven Brothers’ en ‘Hit the Deck’.

In deze producties bracht ze iconische nummers ten gehore die haar status als ster bevestigden, zoals het vrolijke ‘It’s a Most Unusual Day’, het romantische ‘Too Late Now’ en het energieke ‘Wonderful, Wonderful Day’.

Hoewel haar filmcarrière na verloop van tijd naar de achtergrond verschoof, bleef ze volop actief in de entertainmentwereld.

Zo was ze regelmatig te zien op het toneel en vertolkte ze gastrollen in populaire televisieseries zoals ‘The Love Boat’ en ‘Growing Pains’.

Haar veelzijdigheid bleek ook uit haar podiumwerk, waarbij ze haar zangtalent bleef inzetten in diverse theaterproducties.

In haar persoonlijke leven trad ze vijf keer in het huwelijk.

Uit haar eerste huwelijk met Geary Steffen werden twee kinderen geboren, en met haar tweede echtgenoot Patrick Nerney kreeg ze haar derde kind.

Haar laatste huwelijk was met Dickie Moore, met wie ze samenbleef tot aan zijn overlijden in 2015.

Jane Powell stierf uiteindelijk op 16 september 2021 op 92-jarige leeftijd een natuurlijke dood in haar woning in Wilton, Connecticut.

Het is vandaag precies vijf jaar geleden dat Maria Mendiola van het Spaanse succesduo Baccara overleed.

Samen met Mayté Mateos vormde zij in de hoogtijdagen van de disco een van de meest herkenbare acts van Europa.

De twee ontmoetten elkaar oorspronkelijk als danseressen bij het ballet van de Spaanse televisie.

Gedreven door de droom om de muziekwereld te veroveren, zegden ze hun baan op en begonnen ze als duo op te treden in hotel Tres Islas op Fuerteventura.

Daar werden ze opgemerkt door componist en talentscout Leon Deane, die hen overhaalde om hun kans te wagen in Duitsland.

Binnen een maand tekenden ze een contract bij platenmaatschappij RCA, waar Deane samen met producer en componist Rolf Soja het creatieve werk op zich nam.

Soja had zijn sporen al ruimschoots verdiend en werkte eerder samen met artiesten als Nana Mouskouri, Mireille Mathieu en Claude François.

Het succes liet niet lang op zich wachten. Amper een week na hun aankomst in de studio was de eerste single opgenomen.

Slechts acht weken na het verschijnen van ‘Yes Sir, I Can Boogie’ stond heel Europa op zijn kop.

Van die debuutsingle gingen wereldwijd meer dan zestien miljoen exemplaren over de toonbank.

Ook de opvolger, ‘Sorry, I’m A Lady’, schoot moeiteloos door naar de hoogste regionen van de hitlijsten, waardoor Baccara het muzikale jaar 1977 op indrukwekkende wijze naar zijn hand zette.

In 1978 vertegenwoordigde het duo Luxemburg op het Eurovisiesongfestival met ‘Parlez-vous français?’, waar ze op een zevende plaats eindigden.

Hoewel ‘The Devil Sent You To Lorado’ daarna nog behoorlijk scoorde, begon de verkoop daarna geleidelijk terug te lopen.

Rond 1980 zorgden interne spanningen voor een breuk.

Maria was allerminst te spreken over haar eigen zangpartijen en de werkwijze van Rolf Soja, wat er zelfs toe leidde dat de platenfirma de single ‘Sleepy-Time-Toy’ uit de handel haalde.

Een poging om het tij te keren met de Britse producers Bruce Baxter en Graham Sacher, bekend van hun werk voor Tony Christie, liep op niets uit.

Zowel het nieuwe album als de single sloeg niet aan, waarna het duo in 1981 besloot definitief uit elkaar te gaan en hun geluk solo te beproeven.

Toen het solosucces voor Mayté Mateos uitbleef, richtte zij in 1983 samen met Jane Comerford de formatie New Baccara op.

Nummers als ‘Fantasy Boy’ en ‘Call Me Up’ boekten echter slechts bescheiden resultaten.

Na een jaar maakte Comerford plaats voor Gina T.

Aangezien de oorspronkelijke hits geliefd bleven bij het publiek, besloot ook Maria Mendiola in 1985 weer met het vertrouwde repertoire op te treden, bijgestaan door Marissa Perez.

Vier decennia na de gloriedagen volgde er in 2020 nog een opmerkelijk hoofdstuk.

Nadat het Schotse nationale voetbalelftal zich na jaren weer wist te kwalificeren voor het EK, vierden de spelers feest in de kleedkamer op de klanken van ‘Yes Sir, I Can Boogie’.

De beelden gingen viraal op sociale media en het nummer bestormde opnieuw de Britse hitlijsten.

Aan het tijdperk kwam een definitief einde toen Maria Mendiola op 11 september 2021 op 69-jarige leeftijd overleed in Madrid.

Het is vandaag precies vijf jaar geleden dat de voorverkoop van Drie meiskes uit Gent van start ging.

In dit boek van Petra Rosseau volgen we drie vriendinnen die elkaar dertig jaar geleden leerden kennen op de parking van de Gamma tijdens een concert van De Kreuners.

Die ontmoeting veranderde hun leven voorgoed.

Het resultaat is een hartverwarmend en persoonlijk verhaal vol muziek, backstageverhalen, koude nachten en bovenal een onverwoestbare vriendschap.

De lezer krijgt een unieke inkijk in een stukje belpopgeschiedenis, rijkelijk geïllustreerd met foto’s die destijds werden genomen met hun eerste eenvoudige fototoestellen.

De reacties op het boek zijn lovend.

Zo noemt Rick Tubbax het een bijzonder goed geschreven en meeslepend relaas dat hij in één ruk heeft uitgelezen.

Hij genoot van de rake typeringen en de humor in het verhaal.

Zelfs Walter Grootaers merkte op dat zelfs Ben Crabbé het boek kan waarderen.

Dit succes is te danken aan de unieke dynamiek tussen de drie hoofdrolspelers.

Christelle de Bosschere is de sociale spil van de groep.

Dankzij haar durf en haar uitgebreide netwerk kregen de vriendinnen vaak toegang tot de backstage en kwamen samenwerkingen met namen als Jean Blaute en Rick de Leeuw tot stand.

Natacha van Meenen vormt het creatieve brein.

Hoewel ze inmiddels in Ierland woont en een deel van haar eigen archief verloor, wist zij met haar oog voor vormgeving van alle oude foto’s en herinneringen een prachtig geheel te maken.

Petra Rosseau is de drijvende kracht en organisator.

Met haar scherpe geheugen en haar vlotte pen fungeerde zij als de schrijver die alle avonturen op papier kreeg.

Wanneer hoofd, hart en handen op deze manier samenkomen, ontstaat er iets bijzonders.

Drie meiskes uit Gent is daarvan het levende bewijs: een ode aan vriendschap die garant staat voor urenlang leesplezier.

In juni 1976 dacht iedereen nog dat Bohemian Rhapsody van Queen dé single van het jaar zou worden, maar plotseling dook er een ernstige concurrent op voor die felbegeerde titel.

De single “Music” van John Miles beloofde namelijk een internationale knaller te worden, waarmee Engeland er in één klap een nieuw fenomeen bij had.

Zeker na het uitbrengen van zijn prachtige debuutalbum Rebel, met daarop ook de eerdere single Highfly, werd de muzikant door velen meteen in hetzelfde rijtje geplaatst als idolen zoals Leo Sayer en David Essex.

In tegenstelling tot die twee langharige krullenbollen, die er destijds zeer modieus bij liepen, presenteerde John Miles zich op foto’s, op televisie en op zijn platenhoezen liever met een ouderwetse vetkuif.

In reclamecampagnes werd hij dan ook volop gelanceerd als een soort zingende James Dean.

Toen hem werd gevraagd of een flinke portie muzikaal talent alleen niet voldoende was, legde hij lachend uit dat dit imago hem juist heel snel naar de top had gebracht.

Vroeger had hij net zo’n grote bos krullen als Leo Sayer en David Essex, alleen nog een stuk langer, maar hij wilde simpelweg anders zijn.

Het besluit om zich bij zijn televisieoptreden als James Dean te stylen, bleek een gouden greep. Binnen twee weken schreven de kranten volop over de vergelijking, en dat is daarna altijd zo gebleven.

Niet alleen de hoesfoto, die zo weggeslopen leek uit Deans bekende film ‘Giant’, deed aan de legendarische filmheld denken; ook de titeltrack van de elpee Rebel verwees naar hem.

John Miles gaf toe dat hij altijd al een enorme bewondering voor de acteur had gehad.

Hij had talloze boeken en biografieën over hem gelezen en al zijn films intensief bekeken. Op basis daarvan concludeerde hij dat James Dean feitelijk helemaal geen rebel was, een standpunt dat hij destijds ook letterlijk bezong in het titelnummer van zijn eerste plaat.

Hoewel hij dacht nooit te worden zoals zijn idool, vond hij de constante vergelijking door het publiek absoluut niet erg.

De zanger, die destijds werd begeleid door Alan Parsons, de bekende producer van onder andere Pilot en Cockney Rebel, maakte zich weinig illusies over de vluchtigheid van populariteit.

Toch zorgden zijn verfijnde composities, met de toenmalige hit ‘Music’ voorop, er destijds al voor dat hij in één moeite door tussen de allergrootste artiesten werd geplaatst.

Op jonge leeftijd leerde John Miles al piano en gitaar spelen en op zijn achttiende speelde hij in de groep The Influence, met gitarist Vic Malcolm en drummer Paul Thompson, die vanaf 1971 de drummer bij Roxy Music werd.

In 1976 produceerde Alan Parsons zijn eerste album, Rebel.

De rockballade Music werd een wereldhit en leidde tot een Amerikaanse tournee met Elton John.

Nadat zijn eigen carrière later vastliep, werkte John Miles vervolgens als studiomuzikant voor andere artiesten.

Hij werd vooral bekend als de vaste gitarist van Tina Turner, met wie hij vanaf 1987 toerde. Bij het Alan Parsons Project zong hij een aantal nummers, waaronder La Sagrada Familia in 1987, en in 1992 begeleidde hij Joe Cocker.

John Miles werd daarnaast door grote artiesten als Jethro Tull, Fleetwood Mac, Tom Petty, Stevie Wonder en Jimmy Page van Led Zeppelin mee op tournee gevraagd.

In 1985 was John Miles al aanwezig bij de allereerste editie van Night of the Proms in Antwerpen.

Sindsdien was hij als zanger en als leider van de Electric Band een vast onderdeel van Night of the Proms, met uitzondering van 2008, toen hij op tournee was met Tina Turner en tijdelijk werd vervangen door Midge Ure.

Miles is een muzikale uitdaging nooit uit de weg gegaan, wat zorgde voor onvergetelijke muzikale momenten, waaronder zijn duetten met Andrea Bocelli, Michael McDonald, Sharon den Adel, Anastacia, Zucchero, Emily Bear, Lara Fabian, Milow en Ronan Keating.

Daarnaast verzorgde hij schitterende covers van hits van Queen, Led Zeppelin, ELO, Miley Cyrus, Avicii en Van Halen.

John Miles overleed op 5 december 2021 op 72-jarige leeftijd na een kort ziekbed door kanker in zijn woonplaats Newcastle.

Naast zijn vrouw Eileen, met wie hij 49 jaar getrouwd was, liet hij een zoon, een dochter en twee kleinkinderen na.

John Miles, ik ben geen James Dean, ik lijk er alleen maar op (Joepie 6 juni 1976)

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, Boney M in de Joepie van 27 november 1978.

Het nummer Rasputin werd uitgebracht op 28 augustus 1978 als de tweede single van hun derde studioalbum “Nightflight to Venus”.

Het nummer is geschreven producer Frank Farian, samen met George Reyam en Fred Jay.

Het nummer diende als een muzikale weergave van de historische figuur Grigori Rasputin, die nauw verbonden was met tsaar Nicolaas II en uiteindelijk een gruwelijk einde tegemoet ging.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een tweede plaats in de Brt Top 30 en in Nederland goed voor een achtste plaats in de Top 40.

Dankzij de remix van producer Kevin Christie, beter bekend onder zijn artiestennaam Majestic bereikte het nummer terug de hitparade in 2021.

In Vlaanderen weer goed voor een tweede plaats in de Ultra Top 50 en een vijfde plaats in de Nederlandse Top 40.