Van kasteelpracht naar cel: het societyschandaal rond de broers Parisis

De zaak Parisis barstte in oktober 1986 in alle hevigheid los, toen het zakenimperium van de zogeheten golden boys definitief instortte en Gent werd opgeschrikt door een groot societyschandaal.

Jarenlang stonden de broers Etienne en Antoine Parisis bekend als de Ewings en de Carringtons van Wondelgem.

De blauwe vlag met de witte letter P boven een wereldbol gold als het ultieme symbool van hun succes.

Dag en nacht, in de winter en in de zomer, spoot de fontein op hun kasteeldomein en gaven zij met open handen geld uit.

Aan die schijnbare weelde kwam abrupt een einde met de aanhouding van beide broers, waarna het hele kaartenhuis in elkaar zakte.

In Gent merkte men destijds al schamper op dat het normaal gezien pas de derde generatie is die een familiebedrijf ten gronde richt, terwijl de clan Parisis dat al in de tweede generatie voor elkaar had gekregen.

Waar de familie ooit een onberispelijke reputatie genoot, was dat aanzien door vader Roger opgebouwd.

Hij was gemeentesecretaris van de oude stempel, eerst in Lovendegem en nadien in Wondelgem.

Als trouwe CVP-er en man van gezag deed hij inwoners graag een gunst, waarbij de begunstigden uit dankbaarheid hun verzekeringen bij hem onderbrachten.

De zaken floreerden dermate dat zijn echtgenote, mevrouw Gabriëls, in Wondelgem een agentschap van het Gemeentekrediet opende.

Klachten over Rogers zakelijke handelen waren er nooit geweest; hij combineerde zijn uiteenlopende functies steeds met een voorbeeldige toewijding.

Hij kampte weliswaar met een wankele gezondheid en moest zware heelkundige ingrepen doorstaan, maar bleef een opvliegende patriarch die onvoorwaardelijk voor zijn twee zonen door het vuur ging en gezinsconflicten angstvallig voor de buitenwereld afschermde.

De twee broers, Etienne geboren in augustus 1945 en Antoine in november 1947, verschilden vanaf hun jeugd als dag en nacht. Etienne gold als de bedachtzame, stille en introverte werker die zich in zijn schoolboeken verdiepte, terwijl moeders oogappel Antoine een extraverte sportieveling was die hield van voetbal en basketbal.

Kennissen beschreven Etienne als een ijzige, berekenende sfinx die men nooit echt kon peilen.

Hoewel hij beweerde leverproblemen te hebben en verschillende ontwenningskuren had gevolgd, hield hij het tijdens zakenlunches op Hof Ten Dries steevast bij rauwe groenten en wortelsap, terwijl zijn gasten zich tegoed deden aan champagne en uitgelezen wijnen.

Antoine daarentegen was een joviale levensgenieter die graag verbleef in toprestaurants en exclusieve clubs, maar evengoed pinten dronk in een volkscafé.

Hij won moeiteloos het vertrouwen van investeerders, maar veranderde na enkele glazen drank in een dominante figuur die graag pronkte met zijn geld, zijn horloge en de kledij van zijn vrouw.

Geen van beiden studeerde na het middelbaar onderwijs in Gent verder.

Hun ouders hadden een toekomst voor hen uitgestippeld waarvoor geen hogere diploma’s nodig waren: voor elke zoon een kantoor van het Gemeentekrediet en een degelijke echtgenote.

Het oorspronkelijke plan was dat zij zouden trouwen met twee zussen die in Zaïre waren geboren, Francine en Arlette.

Toen Arlette haar verloving met Antoine na drie jaar verbrak, werd haar dat nooit vergeven.

Toen Etienne haar later alsnog in de zaak opnam als gevolmachtigde en haar Brusselse vriend, een ervaren verzekeringsman, het beheer van de portefeuille toevertrouwde, greep vader Roger in.

Terwijl Etienne op zakenreis was in Amerika, zette hij Arlette op straat, en haar vriend raakte in opspraak nadat hij onderweg naar Nederland met een geldtransport betrokken raakte bij een verkeersongeval.

Zo herstelde de patriarch de orde binnen de clan.

Antoine trouwde vervolgens met Rose-Marie Brysse, bijgenaamd Roosje, een knappe vrouw uit een streng katholiek gezin en dochter van Albert Brysse, oud-leraar aan het Sint-Barbaracollege en gids bij het Lam Gods.

Zij kregen twee zoontjes, terwijl het huwelijk van Etienne en Francine kinderloos bleef.

In Wondelgem stond Rose-Marie bekend als uitermate afstandelijk en neerkijkend op het gewone volk.

Zij weigerde met een Volkswagen Golf te rijden zoals haar schoonzus en eiste met succes een BMW.

Antoine vestigde zich met zijn gezin in een luxe villa aan de Woestijnegoedlaan, die hij met een knipoog naar de televisieserie Dallas op de deurklopper Southfork had gedoopt.

Etienne en Francine woonden daarentegen sober op de tweede verdieping boven het bankkantoor, terwijl vader en moeder Parisis tot hun verhuizing naar Sint-Amandsberg in januari 1986 op de eerste verdieping bleven wonen.

Francine had het er zwaar onder het voortdurende toezicht van haar schoonmoeder en mocht haar eigen familie nauwelijks ontvangen.

Een poging van haar ouders om in het holst van de nacht te bemiddelen, ontaardde in een handgemeen waarbij haar tachtigjarige vader tegen de stoep werd gewerkt en haar moeder een zenuwinzinking kreeg die haar aan één oog blind maakte.

Het plan om twee aparte agentschappen te openen mislukte eveneens.

Het kantoor dat Antoine aan de Muidebrug runde, ging roemloos ten onder, waarna de broers samen het agentschap in Wondelgem gingen uitbaten.

Dat groeide uit tot een van de succesvolste vestigingen van het Gemeentekrediet in België.

Desondanks zette de instelling hen in 1977 aan de deur wegens een ernstige beroepsfout, omdat Etienne zich niet had beperkt tot veilige spaarboekjes en kasbons, maar zich had gewaagd aan goudhandel en internationale speculaties.

De familie bleef wel boven het kantoor wonen en er ontstond een slepend proces over de afdracht van patronale lasten, waarbij Etienne kort voor zijn arrestatie nog verklaarde dat hem 500.000 euro was geboden om een minnelijke schikking te treffen.

Etienne behaalde aanvankelijk grote winsten door spaarders massaal aan te raden Amerikaanse dollars te kopen, een munt die van 0,69 euro snel het dubbele waard zou worden.

In hun vroegere ouderlijke woonst aan de Evergemsesteenweg startten de broers een discreet zakenkantoor.

Etienne raakte volledig bezeten door de markten, volgde de beursberichten dag en nacht via een financieel persagentschap en nam zelfs een wisselagent van een Luxemburgse bank in dienst.

Ondanks dure adviezen van een gerenommeerd advocatenkantoor verloor hij langzaam de controle.

Tegelijkertijd wierp Antoine zich met verve op de public relations van het kantoor door middel van royale etentjes en banketten in het Casino van Middelkerke, waarbij hij steeds tegen Etienne zei dat hij op die bijeenkomsten nieuwe beleggers wist binnen te halen.

Met het oog op verdere expansie kocht Antoine het domein Hof Ten Dries in de Winkelstraat van verzekeringsbaas Roeland van Veirdeghem.

Het plan om er een restaurant en twee villa’s te bouwen, stuitte op bezwaren van Stedebouw, omdat het om een groenzone ging.

Enkel de hovenierswoning mocht worden gerestaureerd, maar de broers lieten het pand direct slopen en vervingen het door een riante woning in neo-oude stijl voor Etienne.

Het kasteel zelf werd voor 2.500 euro per dag tot in de puntjes gerestaureerd met paleisachtige allure.

Bulldozers vellen het omliggende bos en oude beuken om plaats te maken voor imitatie-Griekse zuilen, dennenbomen, strakgetrokken vijveroevers en graszoden die kant-en-klaar uit Nederland werden aangevoerd.

Zelfs de goudvissen, eenden en zwanen werden uit de vijver gehaald en vervangen door nieuwe exemplaren.

Antoine liet topkoks overkomen voor exclusieve diners, maar het restaurant sloot al na zes maanden wegens een gebrek aan klandizie.

Hof Ten Dries bleef wel het decor voor grandioze ontvangsten met Rolls-Royces, videobewaking, waakhonden en een fontein die zelfs bij vorst met warm water bleef spuiten.

In het seizoen 1981-1982 stapten de broers in de sportwereld.

Antoine werd voorzitter en sponsor van basketbalclub Hellas Gent, waar hij met overdadige champagne-ontvangsten en grootse plannen voor spanningen zorgde met clubmanager Carlos Sierens.

Na twee seizoenen en een investering van ongeveer 50.000 euro vertrok Antoine met slaande deuren toen zich een andere geldschieter aandiende, waarbij de club achterbleef met onbetaalde btw en loonvoorheffingen.

Ook deden geruchten de ronde over zwart geld en vermeende spelerscontracten in het kader van het gerechtelijk optreden van onderzoeksrechter Bellemans.

Antoine toonde later belangstelling voor de voorzittersstoel bij voetbalclub AA Gent, maar verder dan informele contacten en gesprekken over een loge kwam het niet.

Wel organiseerden de broers dure promotie-evenementen met artiesten zoals Will Tura, die ook meereisde op promotionele vluchten naar de Verenigde Staten voor investeerders, en sponsorden zij met wisselend succes de automobielclub Duindistel.

Voor de cliënten zetten de broers grote investeringsprojecten op in de Amerikaanse stad Dallas, waar dankzij een economische groei woningen werden gebouwd.

Dit liep via de in Panama gevestigde vennootschap Dalfo, waarbij vermogens via Zwitserse banken konden worden weggesluisd.

Beleggers kregen contracten voorgelegd waarin hen na negen maanden terugbetaling van het startkapitaal en periodieke winstuitkeringen werden beloofd.

Daarnaast richtte het kantoor een eigen reisbureau en een informatica-adviesbureau op.

Etienne bleef reizen naar de Verenigde Staten en het Verre Oosten maken en bleef geloven in de degelijkheid van de Texaanse operaties, al vermoedde zijn omgeving later dat hij daar zelf was opgelicht.

Antoine koos daarentegen voor luxueuze gezinsvakanties in Frankrijk en de Verenigde Staten.

Ondertussen etaleerde Rose-Marie de weelde van de familie in de modewereld.

Na een matig succesvolle kledingzaak in de Bennesteeg kocht Antoine voor haar het historische hoekpand Delaet in de Henegouwenstraat.

Een grondige verbouwing ter waarde van 7.500.000 euro leidde tot de opening van Parisis International in 1983, gevierd met een reusachtig stadsfeest.

De winkel bood peperdure haute couture en exclusieve juwelen aan die de draagkracht van de Gentse markt ver overstegen, met creaties zoals een blouse met gouden pailletten van 2.900 euro en bontmantels ter waarde van 10.000 euro, terwijl een bezoeker al schertsend opmerkte dat vier muntsnoepjes van de toonbank vast 300 euro zouden kosten.

De exploitatie kostte handenvol geld en kende een maandelijks elektriciteitsverbruik van 11.155 euro.

Toen de broers in 1985 automobielclub Duindistel sponsorden voor 5000 euro en de tweede schijf van 5000 euro in maart 1986 uitbleef, verdween de naam Parisis van de wagens.

Toen leveranciers van de modezaak niet meer betaald werden en er protest werd aangetekend tegen onbetaalde wissels, greep Etienne in en dwong hij haar tot een uitverkoop, waarna het pand medio 1985 aan een ander bedrijf werd verhuurd en de juwelierszaak in juli 1986 definitief sloot.

Vanaf juni 1986 werd duidelijk dat het imperium ten onder ging, mede aangewakkerd door aanhoudingen in andere financiële fraudedossiers elders in Vlaanderen.

Bezorgde beleggers eisten bedragen tot wel 250.000 euro ineens terug en veroorzaakten een stormloop op het kantoor.

Terwijl een gedupeerder vertelde dat hij 12.500 euro aan spaargeld had toevertrouwd tegen negen procent rente, en dat zijn dochter, vrouw en vriendin er elk 5000 euro hadden staan, zocht Etienne wanhopig naar een uitweg en overwoog hij zelfs zelfmoord.

Antoine daarentegen zag de toekomst veel minder somber in.

Pas nadat hij op één dag zowel een zware BMW als een Mercedes in de prak had gereden, vertrok hij overspannen op vakantie naar Oostenrijk.

Bij zijn terugkeer werd hij op de luchthaven van Zaventem gearresteerd, daags nadat Etienne met amper 4 euro op zak op het kasteel was opgepakt.

Onderzoeksrechter Eric Beaucourt ondervroeg Etienne over de verdwenen tegoeden, maar kreeg geen antwoord.

Etienne dacht dat zijn klantenbestand veilig was, omdat hij de namen van zijn klanten in het computersysteem net voor de politie-inval had gewist en vervangen door een anonieme vermelding aan toonder, in de hoop dat de speurders nooit zouden achterhalen wie er achter de rekeningen zat.

Financiële speurders slaagden er echter in de code te kraken, waardoor 1939 namen met een gezamenlijk belegd vermogen van 70 miljoen euro zichtbaar werden, nog zonder de projecten in Texas mee te rekenen.

Geheime bedieningsknoppen onder de bureaus, die bedoeld waren om alarm te slaan of het volledige systeem te wissen, bleken tijdens de inval niet te functioneren.

Hoewel er geruchten gingen over betrokkenheid van vooraanstaande kringen en politici, verklaarde het parket dat er geen politieke mandatarissen op de lijsten stonden.

De uiteindelijke val werd ingeluid door een klacht met burgerlijke partijstelling vanuit een plaatselijke houthandel, waar een schoonzoon 50.000 euro uit de bedrijfskas had gehaald om bij Parisis in te leggen.

Toen de man zijn geld wegens liquiditeitsproblemen niet onmiddellijk kon recupereren, stapte de familie naar het gerecht.

Drie dagen later volgde het faillissement van het zakenkantoor.

In een ultieme overlevingspoging hadden de broers nog geprobeerd een kantoorhouder van het Gemeentekrediet in Ledeberg aan te trekken om een nieuwe vennootschap te openen en verspreidden zij huis-aan-huis een infoblad waarin zij spaarders opriepen tot kalmte en zelfbeheersing.

Het mocht niet meer baten, waarna tientallen gedupeerde spaarders zich met hun bezwarende stukken bij het gerecht meldden.

De Nederlandse voetbalcoach Han Grijzenhout (foto, december 1974)

Kan een afbeelding zijn van 1 persoon en tekst

Grijzenhout had een sterke band met Gent. Hij was twee periodes trainer van KAA Gent en woonde ook in de stad.

Grijzenhout was een bekende Nederlandse voetbalcoach die vooral succesvol was in België.

Hij begon zijn carrière als assistent-trainer van Rinus Michels bij Ajax Amsterdam (1965-1971) en Stefan Kovacs (1971-1972).

Na zijn tijd bij Ajax was hij hoofdtrainer bij verschillende Belgische clubs, waaronder:

  • Cercle Brugge (1972-1977, 1978-1979, 1982-1983, 1988-1991)
  • KSC Lokeren (1977-1978)
  • Club Brugge (1979-1980)
  • KAA Gent (1980-1981, 1984-1986)
  • KV Oostende (1981-1982)
  • Waterschei THOR (1983-1984)
  • KV Kortrijk (1987-1988)
  • KSC Eendracht Aalst (1991-1992)
  • KFC Tielen (1992-1993)
  • KSK Roeselare (1993-1995)

Grijzenhout stond bekend om zijn aanvallende speelstijl en zijn vermogen om jonge spelers te ontwikkelen.

Han Grijzenhout overleed op 18 december 2020 in Gent op 87-jarige leeftijd.

35 jaar geleden, te gast bij sportdirecteur Berten De Kimpe

Berten De Kimpe, ook bekend als Albert De Kimpe, werd geboren op 30 januari 1920.

Zijn vader, Adolphe De Kimpe had in Astene, een grote fabriek, waar de bekende Groene Leeuw fietsen werden gemaakt.

De Kimpe. Groene Leeuw leverde niet alleen racefietsen, maar ook heren- en damesfietsen.

Als jonge gast van 7 jaar was ging hij met mijn vader naar de koersen.

Zijn vader was namelijk eigenaar van de Belgische wielerploeg de Groene Leeuw die bestond van 1945 tot 1969.

Berten De Kimpe studeerde aan het college in Sint-Amandsberg.

Als tiener combineerde hij het fietsen met het voetbal.

Hij won 12 wielerwedstrijden en over zijn laatste fietswedstrijd, namelijk de Omloop der Beide Vlaanderen voor jongeren.

Zei hij het volgende in een interview in de Story: Ik ontsnapte met twee andere renners, we bouwden een voorsprong van 4 minuten op. Met nog 1 kilometer te rijden schoof ik weg in een strook zand, dag, overwinning. Een derde plaats interesseerde me niet, dus reed ik meteen naar mijn kleedhokje.

Mijn vader was daar zo boos om, dat hij een hamer greep en mijn fiets aan stukken sloeg. Het is een schande dat je die derde plaats liet liggen!

’s Anderdaags had hij er al spijt van. Je krijgt een nieuwe fiets, zei hij, maar ik wees het aanbod af. Ik koos definitief voor voetballen. Daar voelde ik op dat moment veel meer voor.

Ook als voetballer gooide Berten De Kimpe hoge ogen.

Hij was amper 16 jaar, toen hij debuteerde in het fanion-elftal van eersteklasser Gantoise (AA Gent).

Van Gantoise werd hij getransfereerd naar Cercle Brugge. In 1943 kwam er een dramatisch einde aan zijn voetballoopbaan.

In datzelfde interview in de Story zei hij daar het volgende over: in 16 wedstrijden had ik 19 keer gescoord. Tegen Racing Brussel maakte ik zelfs 3 doelpunten op 20 minuten. Het waren zijn allerlaatste goals, want ik geraakte onherstelbaar aan mijn knie gekwetst. Mijn been stond paraplu, de meniscus had zware averij opgelopen.

Een operatie in Engeland had mijn carrière mogelijk nog kunnen redden, maar door de oorlogsomstandigheden kwam daar niets van terecht.

Als sportdirecteur bij Wiel’s-Groene Leeuw leidde hij tal van renners naar grootse prestaties.

Gezien één van de cosponsors, de Belgische brouwer Wielemans-Ceuppens, die zijn biermerk Wiel’s wou promoten, kreeg de ploeg deze nieuwe naam.

Een aantal grote namen fietsten voor deze wielerploeg, zoals Erik De Vlaeminck, Walter Godefroot, Arthur Decabooter, Stan Ockers, Benoni Beheyt, Rik Van Looy en Sylvère Maes droegen het groene shirt.

Andere namen waren Alfons Sweeck, André Messelis, Armand Desmet, Daniel Denys, Eddy Pauwels, Fernando Manzaneque, Firmin Van Kerrebroeck, Frans De Mulder, Freddy Decloedt, Gerard Van De Steene, Germain Derycke, Gilbert Desmet, Gustaaf De Smet, Hans Junkermann, Jean-Baptiste Claes, Jozef Timmerman, Karl-Heinz Kunde, Lucien Mathys, Martin Van Den Bossche, Michel Remue, Noël Foré, Walter Boucquet en Willy Van den Eynde.

Ook in het veldrijden was de ploeg actief en dankzij Eric De Vlaeminck wonnen ze de allereerste Belgische wereldtitel in het veld.

Een hoogtepunt was zeker de Ronde van Spanje 1960 waar Wiel’s-Groene Leeuwde winnaar en tweede van het eindklassement leverde, respectievelijk Frans De Mulder (met vier ritwinsten) en Armand Desmet.

Een derde ploegmaat, Arthur Decabooter, eindigde ook nog in de top 10 en won dat jaar ook de blauwe trui van het puntenklassement en twee ritwinsten.

Het team deed vier maal mee met de Ronde van Frankrijk (1962, 1963, 1964, 1965) en behaalde daar in die vier jaar zes ritoverwinningen.

In de Vuelta behaalde Groene Leeuw uit zes deelnames (1960, 1961, 1962, 1965, 1966, 1969) 10 ritwinsten.

Ook een herinnering van iedereen blijft de ontknoping van het WK op de weg in Ronse in 1963.

Toen trok zijn Groene Leeuw-renner Gilbert De Smet uit Lichtervelde de spurt aan voor de gedoodverfde favoriet Rik Van Looy. Maar een andere Groene Leeuw, Benoni Beheydt, spurtte iedereen voorbij en won.

Toen de wielerploeg eindigde eind 1969, stapte Berten’De Kimpe over naar de nieuwe wielerploeg met Watneys als hoofdsponsor.

Daar kreeg Jef Braeckevelt in 1970 dankzij Berten De Kimpe een job aangeboden als ploegleider.

Deze ploeg met wisselende sponsors en bijhorende ploegnamen zou tot 1978 blijven bestaan.

Al die tijd werkte Braeckevelt in de schaduw van De Kimpe.

In zijn privé-leven heeft Berten onnoemelijk veel tegenslagen gekend.

In 1943 trouwde hij met Margriet, maar het koppel bleef helaas kinderloos en daar vertelde hij het volgende over: wij verloren vier kinderen, alle vier werden te vroeg geboren, na zes maanden zwangerschap.

De dokters deden hun best om ze in leven te houden, maar het mocht niet baten.

In 1977 kreeg hij een verkeersongeval in Sint-Martens Latem met een dodelijke afloop.

In het interview in de Story zei hij het volgende daarover: ik reed in een auto met aanhangwagen. Opeens hoorde ik een klap. Ik voelde dat er iets gebeurd was. Ik stapte uit om te kijken en kreeg een enorme schok, want er lag een kindje dood op de weg!

Dat kind was al spelend op de loop gegaan voor een kameraadje en het was tussen de auto en de aanhangwagen gesukkeld.

Ik ben daar toen zo hard van geschrokken dat mijn hart in één keer zes maal groter werd. Jawel, je hoort het goed, zes keer groter dan normaal, enkel en alleen door het schrikken. Ik werd met een shock afgevoerd.

Een half jaar heb ik toen thuis in een verduisterde kamer gelegen.

Tijdens een darmoperatie in 1977 verloor hij veel bloed verloor en de dokters zagen geen uitweg meer

Ze hadden hem al opgegeven, maar toch overleefde hij de operatie, maar duurde zijn herstel bijna 2 jaar.

Einde 1978 kreeg hij een voorstel om terug sportdirecteur te worden.

Om terug te scoren met onder meer Claude Criquielion.

Berten De Kimpe kwam te overlijden in maart 1999 op 79-jarige leeftijd.

In 2016 besliste het stadsbestuur van Deinze om als eerbetoon Berten De Kimpe een straat te noemen naar hem.(Diverse bronnen, Story 3 mei 1988, Jan de Smet en Patrick Feyaerts en hun boek De wielerploeg die de Keizer uitdaagde en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

De Nederlandse voetballer Gerard Bergholtz die we beter kennen onder zijn bijnaam Pummy mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen.

Gerard Bergholtz was een aanvaller die zijn professionele voetbalcarrière begon bij het Nederlandse MVV, in 1957.

Na vier seizoenen maakte Bergholtz de overstap naar Feyenoord.

Ook daar bleef hij vier seizoenen en speelde hij 102 competitiewedstrijden.

In 1962 en 1965 werd hij landskampioen met Feyenoord.

In 1965 trok de Nederlander naar België en ging er bij RSC Anderlecht spelen.

Daar werd hij landskampioen in 1966, 1967 en 1968. In zijn laatste seizoen bij Anderlecht speelde hij maar 4 competitiewedstrijden en dus trok hij dat jaar naar een andere Brusselse club, nl. Racing White AC.

Bij Racing White bleef hij drie seizoenen, want in 1973 veranderde deze club in RWDM. Voor die club speelde hij nog één seizoen.

In 1974 trok Bergholtz naar de Belgische Tweede Klasse, waar hij voor RAEC Mons ging spelen.

In 1976 zette Bergholtz een punt achter zijn carrière als voetballer.

Bergholtz speelde ook 12 keer voor de nationale ploeg van Nederland.

Na zijn carrière als voetballer ging Bergholtz aan de slag als trainer van enkele kleine Belgische clubs zoals Lanaken en Bilzen.

Later volgden Sint-Truidense VV, Patro Eisden, KFC Diest en AA Gent.

De Nederlandse voetballer Gerard Bergholtz met de bijnaam Pummy mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen
De Nederlandse voetballer Gerard Bergholtz met de bijnaam Pummy mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen