Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.
Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.
Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.
Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.
Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.
Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.
Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.
In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.
Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.
Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.
Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.
Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.
Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.
Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.
De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.
45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)
Gisteren nog vandaag
Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.
De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.
Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.
Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.
Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.
Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.
Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.
De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.
In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.
Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.
Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).
Gisteren nog vandaag
Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.
De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.
Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.
Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.
I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.
Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.
Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.
De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.
Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.
Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.
Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.
De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.
De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.
Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.
In 1946 werd het haar allereerste grote hit.
In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.
De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.
Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.
Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.
Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.
Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.
Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.
Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.
Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.
De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.
Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.
De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.
Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.
Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.
Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.
Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.
Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.
De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.
Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.
Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.
De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.
De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.
In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.
Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.
De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.
Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.
Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.
Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.
Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.
Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.
Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.
Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.
De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.
Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.
Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.
Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.
Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.
Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.
Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.
Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.
Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.
Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.
Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.
Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.
Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.
In 1965 stapte Ringo Starr in het huwelijksbootje met Maureen Cox, met wie hij drie kinderen kreeg: Zak, Jason en Lee. Hoewel hun huwelijk in 1975 strandde, vond de drummer opnieuw het geluk bij Barbara Bach.
De twee ontmoetten elkaar op de set van de film Caveman en trouwden op 27 april 1981. Inmiddels is de familie flink uitgebreid met zeven kleinkinderen en sinds augustus 2016 zelfs een achterkleinkind.
Muzikaal talent zit overduidelijk in de genen, want zijn oudste zoon Zak Starkey is sinds 1996 de vaste drummer van The Who en speelde voorheen ook bij Oasis.
Een bijzonder hoogtepunt in Ringo’s leven was 29 december 2017, de dag waarop hij door koningin Elizabeth tot ridder werd geslagen.
Zijn echtgenote Barbara Bach heeft zelf ook een indrukwekkend pad afgelegd.
De in Queens geboren Bach verliet op zestienjarige leeftijd voortijdig de schoolbanken om een modellencarrière na te jagen, wat haar een jaar later al de status van internationaal topmodel opleverde.
Nadat ze op achttienjarige leeftijd trouwde met Augusto Gregorini, verhuisde ze naar Italië en kreeg daar twee kinderen.
Tijdens haar verblijf in Europa pikte ze haar eerste filmrollen op, maar na haar scheiding in 1975 keerde ze terug naar de Verenigde Staten.
Haar grote doorbraak volgde in 1977 als de iconische Russische agente Anya Amasova in de James Bond-film The Spy Who Loved Me, een rol die haar wereldberoemd maakte.
Tegenwoordig richt Bach haar energie vooral op liefdadigheidswerk en geniet ze met Starr van hun leven in diverse woningen, verspreid over locaties als Monte Carlo en Beverly Hills.
Meer dan een halve eeuw na het uiteenvallen van The Beatles zorgen de inmiddels 85-jarige Ringo Starr en de 83-jarige Paul McCartney voor een grote verrassing.
Hoewel de twee altijd goede vrienden bleven en incidenteel op elkaars nummers meespeelden, hielden ze hun solocarrières jarenlang strikt gescheiden.
Daar komt nu verandering in met een unieke samenwerking in de vorm van een duet. Het nummer, getiteld ‘Home to u’s, staat op het achttiende studioalbum van McCartney, The boys of Dungeon Lane, dat eind mei verschijnt.
De titel van het door Andrew Watt geproduceerde album verwijst naar een straat in de Liverpoolse wijk Speke, waar de wortels van McCartney liggen.
De weg naar dit duet verliep overigens niet zonder slag of stoot.
Het project kwam moeizaam op gang door een reeks misverstanden.
In eerste instantie had Ringo al drumpartijen opgenomen zonder dat er een concreet lied lag, maar omdat Paul er lange tijd niets mee deed, raakte Ringo geïrriteerd door het gebrek aan vaart.
Pas toen Paul zich realiseerde hoe sterk het drumwerk was, schreef hij er een tekst omheen over hun gezamenlijke jeugd.
De communicatie haperde opnieuw toen Ringo een e-mail over de zangpartijen verkeerd interpreteerde en alleen het refrein inzong, waardoor Paul dacht dat zijn oude bandgenoot het nummer niet zag zitten.
Gelukkig werden deze misverstanden uiteindelijk uit de wereld geholpen, met een bijzondere muzikale reünie als resultaat.
Het Belgische pop- en rockarchief kent vele bijzondere verhalen, maar de ontstaansgeschiedenis van The Bowling Balls is zonder twijfel de meest opmerkelijke.
De groep werd namelijk opgericht om een stripfiguur tot leven te wekken.
Oorspronkelijk werden ze bedacht door Frédéric Jannin en Thierry Culliford, de zoon van Smurfen-bedenker Peyo, voor een grap in Le Trombone Illustré.
Dit was een rebelse bijlage bij het weekblad Robbedoes waarin de strip Germain et nous verscheen.
In die strip luisterden verveelde jongeren de hele dag naar platen van een fictief bandje genaamd The Bowling Balls.
De makers besloten dit grapje door te trekken naar de werkelijkheid.
De fictieve bandleden gaven plotseling echte interviews en er ontstond een plan om een flexidisc bij het tijdschrift te voegen.
De bezetting bestond uit Frédéric Jannin als Averell Ball op toetsen en Bert Bertrand als zanger Billy Ball. Bertrand was een bekende punkjournalist en de zoon van Yvan Delporte; volgens de legende was hij ook de man die de naam Plastic Bertrand bedacht.
Het kwartet werd gecompleteerd door Thierry Culliford als Elton Ball en Christian Lanckvrind als Fernand Ball.
Hoewel Robbedoes uiteindelijk geen budget had voor de release, zag platenlabel EMI wel brood in het project.
Op 1 april 1979 verscheen hun debuutsingle God Save the Night Fever.
Die datum was symbolisch, want de buitenwereld twijfelde voortdurend of de groep wel echt bestond. T
he Bowling Balls specialiseerden zich in nonsensicale teksten en humoristische playbackoptredens waarbij ze hun eigen amateurisme cultiveerden.
Jannin vatte die periode later treffend samen door te zeggen dat het een tijd was waarin iedereen maar wat deed, en aangezien zij ook maar iemand waren, deden zij dus ook maar wat. Toch lieten ze met nummers als ‘You Don’t Know’ en hun cover van ‘When You Walk in the Room’ een blijvende indruk achter.
Het einde van de band kwam even plotseling als het begin.
Kort na het verschijnen van hun enige album kondigde Bert Bertrand aan dat hij naar Bora-Bora zou vertrekken.
De overige leden dachten dat het een grap was, maar Bertrand vertrok daadwerkelijk en keerde nooit meer terug.
Hij maakte een einde aan zijn leven in New York, vlak nadat hij Lou Reed had geïnterviewd.
Van de overgebleven leden bleef Frédéric Jannin de bekendste als striptekenaar, radio- en televisiepersoonlijkheid en muzikant.
Zo scoorde hij in 1990 nog een grote hit met het project Zinno.
In de jaren negentig volgde een bescheiden revival van The Bowling Balls met een verzamel-cd en een documentaire op Canal+.
Critici stelden toen vast dat de muziek, ondanks de parodiërende insteek, technisch verrassend goed in elkaar stak.
De nummers bleken achteraf gezien prima stand te houden naast het werk van synthpopgrootheden als OMD of Erasure (Diverse bronnen, Dirk Houbrechts en Joepie, maart 1981)
Hoewel de brief op 11 januari 1981 in grote internationale kranten zoals de Sunday Times en de New York Times verscheen, duurde het in de pre-digitale periode vaak weken of zelfs maanden voordat dergelijke persoonlijke documenten volledig vertaald de Europese tijdschriften bereikten.
In die tijd waren muziekmagazines zoals Muziek Expres de belangrijkste bron voor fans in Vlaanderen en Nederland om diepgang te vinden bij het wereldnieuws.
De vertraging tot maart 1981 zorgde ervoor dat de boodschap van Yoko Ono hier pas echt landde op het moment dat de eerste schok van de aanslag in december langzaam plaatsmaakte voor een periode van verwerking en nagedachtenis.
In de brief bedankt Yoko Ono iedereen voor de brieven, telegrammen en gedachten die van overal ter wereld zijn gekomen.
Het was een grote troost, want zij en John geloofden in een vriendschap die verder gaat dan ras, kleur of geloof.
De berichten kwamen werkelijk overal vandaan, zelfs uit gevangenissen, en dat was hartverwarmend.
Ook bedankt ze voor de donaties aan de Spirit Foundation, waar inmiddels al 100.000 dollar was opgehaald.
Omdat zij en John de stichting altijd zelf beheerden en alle kosten uit eigen zak betaalden, beloofde ze dat al het geld rechtstreeks naar mensen zou gaan die het hard nodig hebben.
De stichting zou niet meewerken aan commerciële activiteiten of merchandising.
Yoko begrijpt de bezorgdheid over mensen die geld proberen te verdienen aan de naam van John, maar ze vraagt mensen om zich niet schuldig te voelen als ze op kleine schaal iets ondernemen ter nagedachtenis aan hem.
John had een groot gevoel voor humor en zou volgens haar zeggen: whatever gets you through your life.
Hij had liever dat mensen positief over hem dachten en iets goeds deden met dat geld voor hun kinderen of geliefden, dan dat ze zouden verdrinken in schuldgevoelens.
Wat overblijft, mocht gegeven worden aan wie het nodig heeft. Alleen van grote ondernemingen die hem wilden exploiteren, vroeg ze om contact met haar op te nemen.
Ze deelt in de brief haar boosheid over zijn dood en haar spijt dat ze hem niet kon beschermen.
De enige echte wraak die we volgens haar kunnen nemen, is de wereld veranderen in een plek van liefde en vertrouwen, precies zoals John dat voor ogen had.
We moeten laten zien dat we een wereld van vrede kunnen scheppen voor onze kinderen.
Ze schrijft dat geweld in het hart huist en niet in wapens, en dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de wereld die we toestaan.
Toen John viel, voelde het als een oorlog waarin de vijand onzichtbaar was. Yoko wilde daarna alles weten en zien, elke brief en elk bericht.
Ze zag ook de foto van zijn overlijden, waarop hij er vredig uitzag, maar ze vond de foto waarop hij een handtekening zette voor de man die hem later zou verraden veel moeilijker om te zien.
John had haast die middag en hoefde die handtekening niet te zetten, maar hij deed het toch.
Toen ze die foto later goed bekeek, zag ze hoe hij voorovergebogen stond te schrijven.
Het was een vreemde houding, en ze realiseerde zich dat hij op dat moment tekende bij de poort van de hemel.
John en Yoko voelden zich één geest in twee lichamen.
De laatste vijf jaar werkte zij beneden in het kantoor en hij boven in hun appartement.
Ze schrijft dat ze op dat moment nog steeds beneden was, terwijl hij in het hemelse boven verbleef.
Deze advertentie werd geplaatst in plaats van het geven van interviews of persoonlijke optredens, waar op dat moment veel vraag naar was.
Ze vroeg om tijd voor zichzelf en eindigde met de iconische woorden: Remember, there’s nothing you can do that can’t be done. Imagine. Love, Jan. 11, ’81 New York City (Muziek Expres maart 1981).
Muziek Expres was tussen 1956 en 1989 een toonaangevend Nederlands muziektijdschrift dat de opkomende tienercultuur perfect aanvoelde.
Het blad was een creatie van uitgever en impresario Paul Acket, die niet alleen deze populaire gids voor de jeugd bedacht, maar ook wereldsterren zoals The Rolling Stones en Miles Davis naar Nederland haalde.
In de jaren zestig groeide het tijdschrift uit tot het belangrijkste medium voor jongeren, vol posters, hitlijsten en exclusieve reportages over internationale popidolen.
Het succes was zelfs zo groot dat er een Duitstalige editie op de markt kwam.
Gedurende de jaren breidde Acket zijn invloed uit door andere bladen zoals Tuney Tunes over te nemen, maar in 1974 besloot hij Muziek Expres en het tijdschrift Popfoto te verkopen aan het concern VNU.
Met de miljoenen die deze verkoop opleverde, financierde hij zijn grote droom: het North Sea Jazz Festival.
De eerste editie hiervan vond in 1976 plaats in Den Haag.
Hoewel Muziek Expres na de overname nog vijftien jaar bleef bestaan, liep de oplage langzaam terug tot het blad in 1989 definitief van de markt verdween.
Paul Acket overleed in 1992 op 69-jarige leeftijd in Den Haag.
Tot kort voor zijn dood bleef hij nauw betrokken bij het jazzfestival dat hij zelf had opgezet.
Met zijn overlijden kwam er een einde aan een tijdperk voor de Nederlandse muziekwereld, waarin hij als visionair een onuitwisbare stempel had gedrukt op de nationale pop- en jazzcultuur.
Syreeta Wright werd geboren in 1946 in Pittsburgh en begon al op vierjarige leeftijd met zingen.
Haar jeugd werd getekend door het verlies van haar vader, Lordian Wright, die sneuvelde in de Koreaanse Oorlog.
Samen met haar zus Kim werd ze opgevoed door haar moeder Essie en haar grootmoeder.
Het gezin verhuisde regelmatig tussen Detroit en South Carolina, om zich uiteindelijk definitief in Detroit te vestigen toen Syreeta naar de middelbare school ging.
Hoewel ze droomde van een carrière in het ballet, zorgden financiële problemen ervoor dat ze haar focus verlegde naar de muziek.
Na bij verschillende zanggroepen te hebben gezongen, vond ze in 1965 een baan als receptioniste bij Motown. Binnen een jaar klom ze op tot secretaresse van Mickey Stevenson.
Mickey Stevenson was een cruciale figuur binnen Motown als de allereerste A&R-directeur van het label.
Hij was verantwoordelijk voor het vormen van de artistieke richting en stelde de beroemde studioband de Funk Brothers samen.
Stevenson schreef en produceerde talloze hits, waaronder Dancing in the Street, en hielp bij het opzetten van de carrières van grote namen als Marvin Gaye en Martha Reeves.
Voor Syreeta was het werken als zijn secretaresse, net zoals Martha Reeves dat voor haar had gedaan, een directe ingang in de creatieve kern van het bedrijf.
Haar zangtalent bleef niet onopgemerkt; Edward Holland van het beroemde schrijversteam Holland-Dozier-Holland hoorde haar zingen en zette haar in voor demo’s van nummers voor de Supremes.
In deze periode bij Motown in Detroit ontmoette ze Stevie Wonder. De twee vonden elkaar in een diepe artistieke harmonie en stapten op 14 september 1970 in het huwelijksbootje.
Syreeta bood hem niet alleen vocale steun, maar ook zakelijk en muzikaal advies, terwijl hij haar hielp haar talent aan de wereld te tonen.
Hoewel ze in 1972 na een huwelijk van achttien maanden als vrienden uit elkaar gingen, bleef hun professionele band ijzersterk.
Samen met Stevie Wonder schreef Syreeta mee aan grote successen zoals Signed, Sealed, Delivered (I’m Yours) en If You Really Love Me, beide grote hits voor Stevie zelf.
Ook It’s A Shame, een hit voor de Spinners, kwam van hun hand. Stevie produceerde haar eerste twee soloalbums en schreef mee aan nummers als Your Kiss Is Sweet, Spinnin’ And Spinnin’ en Harmour Love.
Ondanks deze successen kende hun huwelijk een moeizame dynamiek door de verwachting dat zij zich zou schikken in de rol van traditionele huisvrouw, wat botste met haar eigen ambities.
Midden jaren zeventig woonde ze korte tijd in Ethiopië, waar ze werkte als lerares in transcendente meditatie.
Syreeta trouwde in totaal drie keer en kreeg vier kinderen.
Na haar huwelijk met Stevie Wonder trouwde ze met bassist Curtis Robertson Jr., met wie ze twee kinderen kreeg: Jamal en Hodari.
Dit huwelijk eindigde in 1982 in een scheiding.
Haar muzikale carrière bleef echter bloeien, met als absoluut hoogtepunt het duet With You I’m Born Again met Billy Preston uit 1980, dat internationaal grote successen behaalde in de hitlijsten.
In totaal nam ze zes soloalbums op bij Motown en bracht ze duetalbums uit met Billy Preston en G.C. Cameron.
In 1983 verscheen haar laatste album, waarna ze de showbusiness verliet om zich volledig op haar gezin te richten in Los Angeles. Syreeta Wright overleed op 6 juni 2004 op 58-jarige leeftijd aan hartfalen, een gevolg van de behandelingen tegen borst- en botkanker.