
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag



De zangeres werd op 4 augustus 1941 in Chicago geboren als Rosemarie Timotea Aurro.
Haar muzikale reis begon kleinschalig en intiem, zingend tussen de tafels van het Italiaanse restaurant van haar ouders in Hollywood.
Haar grote doorbraak volgde in 1961 met haar allereerste single, ‘Hurt’.
Dat nummer was geschreven door Jimmy Crane en Al Jacobs en werd al in 1954 voor het eerst opgenomen door Roy Hamilton.
Timi Yuro zong het echter met zoveel rauwe passie dat het debuut meteen doorstootte naar de vierde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
In de loop van de jaren zestig reeg ze de successen aaneen met nummers als ‘I Apologize’ en het door Phil Spector geproduceerde ‘What’s A Matter Baby’, een song die velen onder ons zich wellicht ook nog herinneren van de succesvolle cover door Ellen Foley in 1979.
Daarna volgde een stillere periode. Ze koos voor haar gezin en kreeg bovendien zware tegenslagen te verwerken, waaronder een operatie wegens keelkanker.
Toch bleek haar muziek allerminst vergeten. In 1981 beleefde ‘Hurt’ een enorme heropleving in Vlaanderen en Nederland, waar het opnieuw uitgroeide tot een gigantische hit.
Het warme onthaal bij ons deed haar besluiten om speciaal voor de Vlaamse en Nederlandse markt nog twee gloednieuwe albums op te nemen.
Haar latere leven werd jammer genoeg opnieuw overschaduwd door zware gezondheidsproblemen. Begin jaren negentig stelden artsen longkanker bij haar vast.
Op 30 maart 2004 overleed Timi Yuro op 63-jarige leeftijd thuis in haar slaap ten gevolge van een hersentumor. Haar as werd, geheel volgens haar eigen wens, uitgestrooid over het graf van haar ouders in Cicero.









In 1981 verscheen de romantische komedie Arthur in de Amerikaanse bioscopen, een film die uitgroeide tot een van de meest geliefde en succesvolle producties van dat filmjaar.
Geregisseerd en geschreven door Steve Gordon vertelt de film het verhaal van Arthur Bach, een steenrijke, charmante maar zwaar alcoholverslaafde erfgenaam uit New York die zorgeloos door het leven feest.
Zijn familie stelt hem echter voor een hard ultimatum: hij moet trouwen met Susan Johnson, een vrouw uit een welgestelde familie van wie hij niet houdt, of hij verliest zijn gigantische erfenis van zevenhonderdvijftig miljoen dollar.
De situatie raakt verstrikt wanneer Arthur kort daarna Linda Marolla ontmoet, een vrolijke, nuchtere serveerster uit Queens die hij betrapt op winkeldiefstal.
Tussen de twee ontstaat een oprechte vonk, waardoor Arthur voor het eerst in zijn leven een wezenlijke keuze moet maken tussen zijn gigantische rijkdom en ware liefde.
Aan zijn zijde staat Hobson, zijn scherpzinnige, gereserveerde maar diep loyale butler, die als een vaderfiguur fungeert en hem met droge humor door zijn chaotische leven loodst.
De rolbezetting vormde de absolute spil van het succes. Dudley Moore leverde een onvergetelijke, sympathieke en kwetsbare vertolking af van het titelpersonage, waarmee hij een nominatie voor de Oscar voor Beste Mannelijke Hoofdrol in de wacht sleepte.
Liza Minnelli zorgde voor een warm en aards tegenwicht als Linda, terwijl Sir John Gielgud als butler Hobson de show stal met zijn vlijmscherpe timing en verfijnde Britse distantie.
Gielgud werd voor zijn rol bekroond met de Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol.
Naast het acteerwerk werd de film beroemd om zijn soundtrack.
De herkenbare titelsong, ‘Arthur’s Theme (Best That You Can Do’, geschreven en gezongen door Christopher Cross in samenwerking met onder meer Burt Bacharach, werd een wereldwijde hit en won de Oscar voor Beste Originele Nummer.
Arthur bracht wereldwijd meer dan vijfennegentig miljoen dollar op en bewees dat een verhaal over een rijke drinkebroer dankzij warmte, scherpe dialogen en emotionele diepgang kon transformeren tot een tijdloze klassieker over volwassen worden en kiezen voor wat er werkelijk toe doet.




Ik vroeg aan AI om de tekst van het artikel leesbaarder te maken, en ik kreeg er gratis Mick Jagger in bikini bij. Het is maar dat u weet dat dit niet mijn idee was.


Gisteren nog vandaag
Jan Puimège werd ontdekt in een uitzending van het BRT-programma Ontdek de ster in 1975, in de Koningin Elisabethzaal te Antwerpen, waarbij een vriend hem had ingeschreven.
In 1976 won hij de Grote Prijs Will Ferdy.
Puimèges liedjes hadden een zachte, poëtische inslag en werden met heldere articulatie gezongen.
Soms bevatten ze ook milde maatschappijkritiek.
Na amper zeven jaar carrière overleed hij op 22 mei 1982, op 26-jarige leeftijd, onverwacht aan een hartaanval toen hij in bad zat, vlak voordat zijn derde album op de markt kwam.
Diverse collega’s organiseerden een postume hulde aan Puimège op het album Jan Puimège (1983).
Onder anderen Wim De Craene, Will Ferdy, Zjef Vanuytsel en Ed Kooyman brachten op het album enkele van Puimèges nieuwe liedjes ten gehore die hijzelf nooit meer had kunnen opnemen.
Er is ook een prijs vernoemd naar de zanger: de Prijs Jan Puimège, die door onder meer Mira en De Nihilisten gewonnen is.
In de gemeente Wommelgem bij Antwerpen bracht Jan Puimège een groot deel van zijn jeugd door.
Hier werd als aandenken aan de zanger een culturele kring opgericht onder de naam Kulturele Kring Jan Puimège.
Folkmuzikant en -zanger Dirk Van Esbroeck was een neef van Puimège.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag








Doordat Meat Loaf zijn stem kwijt was door een combinatie van drugs, oververmoeidheid en een intensieve tournee, duurde het tot september 1981 voordat zijn tweede studioalbum Dead Ringer verscheen.
Net als bij het debuutalbum Bat out of Hell uit 1977 zijn alle nummers van het album geschreven door Jim Steinman.
Het album werd geproduceerd door Meat Loaf en Stephan Galfas, samen met Jimmy Iovine en Jim Steinman, met uitzondering van drie nummers.
Ondanks de bewuste poging om het album te voorzien van hetzelfde succesvolle recept als het debuut, viel het resultaat artistiek gezien tegen, en dat lag vooral aan de stem van Meat Loaf.
Als je eerst naar Bat out of Hell luistert en daarna naar Dead Ringer, dan lijkt het wel of je naar een compleet andere zanger zit te luisteren.
Van dit album kwamen vier singles uit: ‘Dead Ringer For Love’ (waaraan zangeres Cher haar muzikale medewerking verleende, hoewel zij vreemd genoeg niet op de hoes van de single vermeld stond), ‘I’m Gonna Love Her For Both Of Us’, ‘Read ‘Em And Weep’ en ‘Peel Out’.
Voor de videoclip van ‘Dead Ringer For Love’, waarin Meat Loaf samen met Cher te zien is, werd de regie verzorgd door Allan F. Nicholls.
Bij de release werd het album gemengd tot teleurstellend ontvangen door critici, die vonden dat het de ongekende genialiteit en de kenmerkende productie van Todd Rundgren miste die het debuutalbum zo sterk maakten.
Commercieel deed het album het in Groot-Brittannië uitstekend, waar het de eerste plaats in de hitlijsten bereikte, maar in de rest van Europa en Noord-Amerika waren zowel de singles als het album grotendeels een commerciële flop.
Jim Steinman bekende jaren later dat hij ook niet tevreden was over het album, en dit kwam opnieuw vooral door de vocale beperkingen en de stemproblemen van Meat Loaf destijds.
Het zou dan ook jaren duren voor een nieuwe samenwerking tussen beide heren, tot we in 1993 eindelijk een waardig vervolg kregen op Bat out of Hell, dat dan ook toepasselijk de titel Bat out of Hell 2 meekreeg.

Conny Vandenbos, geboren in Den Haag als Jacoba Adriana Hollestelle, groeide uit tot een van de meest geliefde en herkenbare stemmen van de Nederlandse lichte muziek en het chanson.
Ze kwam uit een muzikaal gezin en begon al op jonge leeftijd met zingen.
Haar artiestennaam Vandenbos ontleende ze aan haar eerste echtgenoot, Wim van den Bos; hoewel dat huwelijk na enkele jaren strandde, bleef ze die naam haar hele loopbaan trouw, aaneengeschreven als één geheel.
Haar landelijke doorbraak volgde in het begin van de jaren zestig, onder meer door haar deelname aan het Knokke-festival in 1964 en haar optreden namens Nederland op het Eurovisiesongfestival in 1965 met het ingetogen ’t Is genoeg’.
In de jaren zeventig beleefde ze het absolute hoogtepunt van haar populariteit. Met haar warme stemgeluid, feilloze dictie en het talent om een verhaal echt voelbaar te maken, scoorde ze grote klassiekers zoals ‘Ik ben gelukkig zonder jou’, ‘Een roosje, m’n roosje’ en ‘Sjakie van de hoek’.
Ze wist als geen ander het evenwicht te bewaren tussen luisterliedjes met diepgang en toegankelijke, verhalende popmuziek.
Naast haar zangcarrière was ze bovendien een gewaardeerde radiopresentatrice voor onder meer de KRO en Radio Noordzee Internationaal, waar ze met veel liefde het Nederlandstalige luisterlied en collega-artiesten onder de aandacht bracht.
Midden in die succesvolle jaren zeventig, in 1976, verscheen de single ‘Ome Arie’.

Het lied is een liefdevol en nostalgisch portret van een voormalige kermisatleet, Mister Martokari, ooit de sterkste man ter wereld. Zonder enige kapsones of bombarie woont hij nu in de buurt, waar zijn stoep een toevluchtsoord is voor alle kinderen uit de wijk.
Voor hen vertoont de ouder wordende acrobaat nog altijd zijn spierkracht door staven ijzer met blote handen te buigen, terwijl er limonade en een trommel snoep klaarstaan.
Wanneer een kind in de penarie zit, verdwijnen de zorgen bij hem als sneeuw voor de zon, waardoor de geuzennaam Ome Arie veel meer warmte en respect draagt dan een formeel meneer.
Het nummer roept op een vertederende manier de sfeer op van vroeger, toen zo’n goedhartige buurman het verschil maakte.
Met het kinderkoor van de Plesman-school uit Badhoevedorp op de achtergrond en een zwierig arrangement wist Conny Vandenbos deze vertederende kinderheld perfect tot leven te wekken.
‘Ome Arie’ is een bewerking van een Amerikaans origineel, getiteld ‘Jacob Brown’, geschreven en opgenomen door singer-songwriter Jud Strunk voor diens album Daisy a Day uit 1973.
Strunk was in de Verenigde Staten niet alleen actief als muzikant, maar genoot tevens bekendheid als humorist en verhalenverteller in het populaire televisieprogramma Rowan & Martin’s Laugh-In, waar zijn scherpe en rake karakteriseringen van markante dorpsfiguren een vaste plek kregen.
Het was niet de eerste keer dat Conny Vandenbos succes oogstte met zijn repertoire; ook haar hits ‘Een roosje m’n roosje’ en ‘Sjakie van de hoek’ vonden hun oorsprong in het werk van Strunk.
Het tragische lot van de Amerikaanse singer-songwriter werpt een melancholische schaduw over dit repertoire.
Op 5 oktober 1981 kwam Jud Strunk op 45-jarige leeftijd om het leven bij een vliegtuigongeluk.
Als fervent skiliefhebber en gediplomeerd piloot steeg hij die bewuste dag met zijn vintage, open-cockpit gevechtsvliegtuigje, een Fairchild PT-19, op vanaf een vliegveld in Carrabassett Valley in de staat Maine.
Vermoedelijk kreeg hij direct na de start een zware hartaanval, waarna het toestel neerstortte in de omliggende bossen; noch Strunk noch zijn passagier overleefde de crash.

De Nederlandse tekst voor ‘Ome Arie’ werd geschreven door Herman Pieter de Boer, terwijl Pieter Natte tekende voor het arrangement en Eric Boom de productie verzorgde.
Op de B-kant van het singletje prijkte het nummer ‘Moeder en Dochter’.
Het nummer opende in 1976 haar succesvolle studioalbum ‘Zo wil ik leven’, dat doordrong tot de top tien van de Nederlandse LP Top 50.
Aan het album werkten tal van gerenommeerde vakmensen mee.
Zo zijn als backing vocals Gerard Stellaard en Titia Dekker te horen, waarbij Stellaard bovendien tekende voor de arrangementen van de nummers ‘Ik Blijf Je Vrouw’ en ‘Toch Dichtbij’.
Ook arrangeur Dick Bakker verleende zijn muzikale medewerking aan het album.
In datzelfde jaar ontving Conny Vandenbos een Gouden Harp voor haar gehele oeuvre en verdiensten voor de Nederlandse muziek, gevolgd door een Edison voor het album ‘Zo wil ik leven’.
Ook als single deed het lied het bijzonder goed in het najaar van 1976. ‘Ome Arie’ kwam op 18 september 1976 binnen in de Nederlandse Top 40, verbleef er zeven weken en bereikte de elfde plaats, terwijl het in de Nationale Hitparade klom naar positie 16.
In Vlaanderen wist de single eveneens de hitlijsten te halen en bereikte het nummer de achtentwintigste plaats in de BRT Top 30.
Op 7 april 2002 overleed Conny Vandenbos op 65-jarige leeftijd in Amsterdam aan de gevolgen van longkanker, kort nadat de ziekte bij haar was vastgesteld.
Haar muzikale nalatenschap bleef echter springlevend, net als de herinnering aan de muzikale familie waaruit ze stamde.
Haar broer Peter Hollestelle bouwde immers eveneens een mooie carrière op in de muziekwereld.
Hij zong in diverse beat- en popformaties, werkte veelvuldig als sessiezanger en vormde eind jaren zeventig samen met Jody Pijper het duo Cashmere.
Met hun single ‘Love’s What You Want’, een bewerking van Leo Sayers’ nummer ‘Easy to Love’, scoorden zij in 1979 een grote hit.
Zo lieten broer en zus ieder op hun eigen manier een blijvende herinnering achter in het collectieve muziekgeheugen.
