Jeane Manson: 50 jaar na de doorbraak met haar wereldhit Avant De Nous Dire Adieu.

Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.

Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.

Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.

In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.

Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.

Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.

Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.

In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.

Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.

Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.

Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.

De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.

De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.

In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.

Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.

Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.

Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.

Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.

In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.

Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.

Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.

Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.

De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.

Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.

Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.

Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.

De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.

Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.

In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.

Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.

Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.

Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.

Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.

De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.

Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.

Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.

Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.

Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.

Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.

In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.

Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat Lucien Van Impe de Ronde van Frankrijk won.

In 1976 vocht hij in de bergen een felle strijd uit met Joop Zoetemelk.

Hoewel Zoetemelk de rit op Alpe d’Huez op zijn naam schreef, stelde Van Impe zijn eindzege definitief veilig in de Pyreneeën op de flanken van de Pla d’Adet.

Het was sowieso een memorabele editie voor de Belgische renners, die destijds enorm schitterden.

Freddy Maertens bleek onstuitbaar en verzamelde maar liefst acht ritzeges.

Hij won de proloog in Saint-Jean-de-Monts, de eerste etappe naar Angers en de derde etappe in Le Touquet-Paris-Plage.

Later voegde hij daar nog de zevende etappe naar Mulhouse, beide delen van de achttiende etappe naar Langon en Lacanau-Océan, de eenentwintigste etappe naar Versailles en het eerste deel van de slotrit in Parijs aan toe.

Ook andere landgenoten droegen bij aan het Belgische succes. Willy Teirlinck won de dertiende etappe naar Saint-Gaudens,

Lucien Van Impe pakte zelf de veertiende etappe naar Saint-Lary-Soulan, Michel Pollentier zegevierde in de zestiende etappe naar Fleurance en Ferdinand Bracke won een dag later de rit naar Auch.

Ook Nederland presteerde dat jaar buitengewoon goed.

Hennie Kuiper opende de Nederlandse successen in de vierde etappe met aankomst in Bornem.

Joop Zoetemelk toonde zijn klasse in het hooggebergte en won drie zware ritten: de negende etappe naar L’Alpe d’Huez, de tiende etappe naar Montgenèvre en de twintigste etappe naar de Puy de Dôme.

Tot slot pikte Gerben Karstens zijn ritten mee door het derde deel van de achttiende etappe in Bordeaux te winnen, om vervolgens ook het tweede deel van de slotrit in Parijs op zijn naam te schrijven.

De Nederlandse TI-Raleigh-equipe won de 5e etappe, deel A: de ploegentijdrit van Leuven naar Leuven.

Gisteren nog vandaag

In de zomer van 1976 deelde Elton John in de Joepie heel wat persoonlijke weetjes, die een fascinerende mix vormden van waargebeurde feiten, lichte overdrijvingen en zijn typische droge humor.

Hij had toen een heel duidelijke droomwens: hij wilde ooit Elvis Presley persoonlijk ontmoeten.

Opvallend genoeg is dat vlak voor de publicatie van dit lijstje ook echt gelukt.

Op 27 juni 1976 woonde Elton samen met zijn moeder een concert van The King bij in Maryland en werd hij na de show backstage uitgenodigd.

Het werd echter een trieste ervaring, want Elvis was toen al fysiek enorm afgetakeld.

Elton vertelde later in interviews dat de ontmoeting hem diep raakte en dat hij huilde, omdat hij besefte dat het niet lang meer goed zou gaan met zijn grote idool.

Ondanks dat verdrietige moment had zijn eigen sterrenstatus hem toen al ver gebracht, want een paar jaar eerder was hij als speciale gast uitgenodigd voor een diner bij prinses Margaret.

Op muzikaal vlak zong hij destijds liever dan dat hij nummers schreef, en hij was volop bezig met het nemen van gitaarlessen.

Hoewel hij zelf geen noten kon lezen, koesterde hij grote ambities.

Zo wilde hij dolgraag een duo-album vol liefdesliedjes opnemen met Kiki Dee. Dat klopte overigens helemaal met de realiteit, want die wens resulteerde exact in die periode in de gigantische wereldhit ‘Don’t Go Breaking My Heart’.

Verder wilde hij zich graag verdiepen in de countrymuziek, beweerde hij de grootste platenverzameling ter wereld te bezitten en luisterde hij naar klassieke muziek om te kalmeren als hij zenuwachtig was.

Zijn favoriete componist in die tijd was Randy Newman.

Elton had een uitgesproken levensstijl met opmerkelijke voorkeuren en afkeren.

Hij had een hekel aan vliegen en reisde veel liever met de trein, deels door zijn hoogtevrees.

Hij had een bloedhekel aan scheerapparaten en verafschuwde alles wat met plastic en namaak te maken had.

In plaats van zich in het nachtleven te storten of feestjes af te schuimen, ging hij liever vroeg naar bed, steevast aan de rechterkant, om er vroeg weer uit te komen.

Hij rookte niet en begon elke ochtend met het slikken van vitaminen.

Daarnaast was hij dol op de zon, kookte hij ontzettend graag en was hij een echte zoetekauw met een zwak voor chocolade en vruchtensap.

Urenlange telefoongesprekken voeren was een favoriete bezigheid.

Als hij een dochter zou krijgen, vond hij Umbrella de mooiste meisjesnaam, al klinkt dat veeleer als een typisch plagerijtje tijdens een interview.

Dat geldt wellicht ook voor zijn bewering dat hij erg bijgelovig was en exact 96 boeken over de Tweede Wereldoorlog had, al was hij wel een enorme filmliefhebber met Katharine Hepburn als favoriete actrice.

Het geld dat hij verdiende, spendeerde hij het liefst aan kunstwerken.

Ook had hij de luxueuze gewoonte om alles in het dubbel te kopen voor zijn verschillende peperdure huizen, een extreem koopgedrag dat destijds beroemd en berucht was.

In zijn Engelse stulpje had hij in elke kamer een kleurentelevisie staan.

Mensen verraste hij het liefst met honden als geschenk.

Zijn eigen vrienden waren erg belangrijk voor hem.

Tot een paar maanden voor juli 1976 woonde hij op nog geen honderd meter van zijn beste vriend Alice Cooper, totdat diens woning afbrandde, een hechte vriendschap die doorheen de jaren goed gedocumenteerd bleef.

Acteur Steve McQueen was dan weer een van Eltons grootste fans.

De zanger, die al op negentienjarige leeftijd het ouderlijk huis had verlaten, zat destijds vol veranderingen.

Hij had net een haartransplantatie achter de rug om zijn beginnende kaalheid te bestrijden en had even overwogen om onder een andere naam te gaan optreden.

Omdat hij niets geschikts bedacht, liet hij dat plan uiteindelijk varen.

Al deze feitjes en aangedikte details samen gaven uiteindelijk een verrassend sfeervol beeld van de flamboyante popster die hij in dat decennium was.

David Jason, door pech achtervolgd

In juli 1976 was de Engelse acteur David Jason bij het Nederlandse publiek vooral bekend van de komedieserie Tsjongejonge, wat de nogal vrije AVRO-vertaling was van de Britse reeks A sharp intake of breath.

Elke vrijdagavond zagen de kijkers hem in de rol van Peter Barnes, een man die werkelijk altijd pech had en het ongeluk leek aan te trekken.

Wat velen toen echter niet wisten, was dat deze rol de acteur op het lijf geschreven was.

Ook in zijn dagelijks leven werd de acteur constant door het noodlot achtervolgd.

Hoewel Jason oorspronkelijk een opleiding tot elektricien had gevolgd voordat hij definitief voor het acteren koos, kon je hem halverwege de jaren zeventig allesbehalve een handige klusjesman noemen.

Hij had naar eigen zeggen twee linkerhanden, maar steevast als hij na zijn werk thuiskwam, begon hij aan een of ander project dat gegarandeerd finaal fout afliep.

Het absolute dieptepunt van zijn doe-het-zelf-drang speelde zich af rond een schattig boerderijtje dat hij als weekendhuisje had gekocht.

Hij wist dat er wat opknapwerk nodig was en had een strak schema opgesteld om in een maand of drie de kamers en de keuken stuk voor stuk aan te pakken.

Ironisch genoeg, gezien zijn eerdere beroepskeuze, liep het mis bij de elektriciteit. De bedrading was compleet verrot.

Hij dacht de klus wel even te klaren en draaide er zijn hand niet voor om, maar nadat hij de oude draden had verwijderd, overzag hij het geheel totaal niet meer en zag hij er geen begin en geen eind meer aan.

Dit leidde ertoe dat hij en zijn vrouw twee weekenden lang bij kaarslicht moesten zitten.

Toen hij op een avond met een kaars in zijn hand naar de zolder liep, werd deze plotseling gedoofd door een regendruppel.

De volgende dag inspecteerde hij het dak en ontdekte dat ook dit volledig verrot was.

Zonder aarzelen haalde hij een ladder, zette deze tegen het strodak en klom naar boven.

Halverwege zat een flink gat in het stro.

Toen hij er voorzichtig omheen probeerde te stappen, verloor hij zijn evenwicht en viel dwars door het verrotte dakgebinte heen.

Hij belandde beneden op de deel, met diverse gebroken botten als gevolg.

Dit ongeval kostte hem bijna zijn leven en zorgde ervoor dat de acteur de hele zomer, maar liefst zes maanden lang, in het ziekenhuis moest doorbrengen.

Hij kon wel janken toen hij daar lag.

Gedurende die tijd tussen de witte lakens kreeg hij van alle kanten te horen dat hij voortaan van de klusjes moest afblijven en het aan echte doe-het-zelvers moest overlaten.

Jason nam zich in het ziekenhuis stellig voor om die uitstekende raad op te volgen.

Helaas bleek dit voornemen niet vol te houden.

Daags na zijn thuiskomst verviel hij alweer in dezelfde fout.

Hij zag dat het gras rond het huisje veel te hoog stond, rende in een onbewaakt ogenblik naar de garage en haalde de grasmaaier.

Zodra hij begon te maaien, sloeg het kreng plotseling om tot vlak voor zijn tenen.

Hij kon nog maar net op tijd wegspringen om te voorkomen dat hij zijn tenen van zijn voeten maaide.

Een jaar na deze reeks pijnlijke gebeurtenissen, in de zomer van 1976, verbleven Jason en zijn vrouw nog steeds regelmatig in hun weekendhuisje.

Hij verveelde zich daar naar eigen zeggen geen moment.

Ze lazen veel en wandelden graag, maar ondanks alle tegenslagen bekende de acteur dat hij altijd wel weer op zoek ging naar een nieuw klusje als hij even niets te doen had.

Gelukkig voor hem zou het tij in zijn latere leven keren, voornamelijk op professioneel vlak

Sir David Jason werd op 2 februari 1940 geboren als David John White in Edmonton, Londen.

Omdat er al een acteur actief was onder de naam David White, koos hij een nieuwe artiestennaam, geïnspireerd op zijn voorliefde voor de film Jason and the Argonauts.

Hoewel hij na zijn schooltijd dus oorspronkelijk die opleiding tot elektricien volgde, bleef de acteerwereld aan hem trekken.

In de loop van de jaren zestig zette hij zijn eerste stappen in het theater, waarna hij langzaam maar zeker de overstap maakte naar televisie en begon te bouwen aan een carrière die decennia zou omspannen.

Zijn vroege televisiewerk bestond vooral uit komische bijrollen en veel stemmenwerk, waaronder populaire animatieseries voor kinderen zoals Danger Mouse en The Wind in the Willows.

In de jaren zeventig en tachtig kreeg hij steeds grotere kansen.

Een bekende vroege rol was die van de onhandige Granville in de comedyserie Open All Hours.

Ver na de gevaarlijke klusavonturen uit de jaren zeventig kwam zijn absolute doorbraak bij het grote publiek in 1981 met de rol van de ambitieuze, vlotte marktkramer Derek Trotter, beter bekend als Del Boy, in Only Fools and Horses.

Deze serie liep met enorme kijkcijfers door tot het begin van de eenentwintigste eeuw en verankerde hem definitief in het Britse culturele geheugen als een onmiskenbaar komisch talent.

Naast de pure komedie toonde Jason in de jaren negentig aan dat hij ook in andere genres bijzonder sterk voor de dag kwam.

In The Darling Buds of May speelde hij de rol van de kleurrijke Pop Larkin, een succesvolle en nostalgische serie die tevens de doorbraak van actrice Catherine Zeta-Jones betekende.

Niet veel later verraste hij vriend en vijand door de rol aan te nemen van de norse, onconventionele maar briljante inspecteur Jack Frost in de misdaadserie A Touch of Frost.

Deze reeks liep van 1992 tot 2010 en toonde miljoenen kijkers een veel serieuzere en gelaagde kant van zijn acteerkunsten.

Voor zijn aanzienlijke bijdrage aan de Britse televisie werd hij in 2005 geridderd door koningin Elizabeth, waarna hij zich definitief Sir David Jason mocht noemen.

In de meer recente jaren heeft hij zijn herinneringen gedeeld via verschillende succesvolle autobiografische boeken en is hij blijven acteren, onder andere in Still Open All Hours, een vervolg op zijn eerdere succes.

Hij blijft een van de meest gerespecteerde en geliefde figuren binnen de Britse entertainmentindustrie, met een oeuvre dat meerdere generaties televisiekijkers aan de buis wist te kluisteren.

Zijn privéleven kende overigens ook veel bewogen momenten.

Zo was hij maar liefst achttien jaar samen met de Welshe actrice Myfanwy Talog, totdat zij in 1995 overleed aan borstkanker.

Uiteindelijk vond hij nieuw geluk bij televisieproducente Gill Hinchcliffe.

Met haar kreeg hij in 2001 op 61-jarige leeftijd zijn eerste dochter, waarna het koppel in 2005 in het huwelijksbootje stapte.

In 2023 ontdekte de inmiddels hoogbejaarde acteur bovendien tot zijn grote verrassing dat hij nog een oudere, tot dan toe onbekende dochter had uit een korte relatie in 1970, wat zijn opmerkelijke levensverhaal alleen maar verder verrijkte.

Tegenwoordig leidt David Jason al vele jaren een rustig en teruggetrokken leven in het dorpje Ellesborough in het graafschap Buckinghamshire in Zuid-Engeland.

Hij woont daar samen met zijn vrouw Gill Hinchcliffe en hun dochter Sophie Mae.

Ondanks deze rustige thuisbasis is de nu 86-jarige acteur nog altijd actief in de entertainmentwereld.

Hij is regelmatig te zien in speciale tv-documentaires en jubileumuitzendingen van zijn klassieke series, waaronder een speciaal eerbetoon voor het vijftigjarig bestaan van Open All Hours.

Daarnaast treedt hij op in het theater met zijn eigen liveshow An Evening with Sir David Jason, waarin hij met veel plezier verhalen en anekdotes ophaalt uit zijn lange carrière.

Verder maakt hij nog altijd programma’s en treedt hij op als gastheer in verschillende documentaires en talkshows op de Britse televisie.

50 jaar geleden, Archie Bunker wordt opa

All in the Family is een van de meest invloedrijke Amerikaanse komedieseries uit de televisiegeschiedenis en werd oorspronkelijk uitgezonden van januari 1971 tot 1979.

De reeks, bedacht, geschreven en geproduceerd door de legendarische televisieproducent Norman Lear, was gebaseerd op de Britse sitcom ‘Till Death Us Do Part’.

Het verhaal volgde de ups en downs in het leven van een werkende-klassefamilie in Queens, New York, met een onverdraagzame man als patriarch.

De pater familias, Archie Bunker, gespeeld door Carroll O’Connor, werd al snel een ongekend populair personage.

Archie was een havenarbeider die een taxi bestuurde voor extra inkomsten, en zijn persoonlijkheid was specifiek bedoeld als een satirische weergave van onzinnige intolerantie.

Hij was onbehouwen, vaak bevooroordeeld en ronduit conservatief, wat voortdurend botste met de vooruitstrevende idealen van zijn liberale schoonzoon Michael Stivic, die hij steevast Meathead of gehaktbal noemde.

Naast hen stonden de zachtaardige, maar ietwat naïeve echtgenote Edith, gespeeld door Jean Stapleton, en hun feministische dochter Gloria, vertolkt door Sally Struthers.

Wat de baanbrekende sitcom zo uitzonderlijk maakte, was dat het de eerste show op televisie was die de dringende sociale kwesties van die tijd, waaronder racisme, seksisme, vrouwenrechten, homoseksualiteit, religie en de oorlog in Vietnam, openlijk aan de orde stelde en niet uit de weg ging.

Voor de komst van deze reeks waren komedies vooral luchtige, vrolijke familieprogramma’s waarin zelden of nooit controversiële thema’s werden aangesneden.

De impact op het publiek was destijds gigantisch, want de show behield de eerste plek in de Nielsen-ratings gedurende vijf van de negen jaar dat de serie liep.

In juli 1976 was Archie Bunker een ware sensatie in Amerika.

Om tijdens de reclameblokken van All in the Family een spotje van dertig seconden uit te zenden, moest een adverteerder destijds maar liefst 125.000 dollar neertellen.

Dit fabelachtige bedrag toonde de enorme populariteit van het programma aan, dat toen al twee jaar onafgebroken de lijst van best bekeken Amerikaanse televisieprogramma’s aanvoerde.

De verwachting was bovendien dat de kijkcijfers nog verder zouden stijgen, want de producenten hadden besloten om van Archie een grootvader te maken.

Wat het scenario betrof, was het een zeer logische stap om Gloria een kind te laten krijgen.

Zij en Mike liepen al enkele jaren als getrouwd stel mee in de serie, dus een mini-gehaktbal op de proppen laten komen was een natuurlijke toevoeging.

De gezinsuitbreiding bestond uit zoon Joseph, die na een spontane zwangerschap van Gloria ter wereld kwam.

Het idee alleen al van de stugge Midas Bunker met een baby in zijn armen, of van Archie die de kleine Joey een schone luier moest omdoen, sprak enorm tot de verbeelding.

De zoektocht naar een geschikte kleinzoon had echter heel wat voeten in de aarde.

Voor dergelijke televisieopnamen was altijd een tweeling nodig, zodat de een voor de ander kon invallen.

Hoewel er in Amerika genoeg tweelingen werden geboren en ouders vaak zeer bereidwillig waren om hun kinderen tegen een fikse spaarcent uit te lenen, golden er in Californië, waar de studio-opnamen plaatsvonden, destijds strenge wetten op kinderarbeid.

In tegenstelling tot vroeger, toen men niet zo nauwkeurig keek, mochten kleine kinderen in 1976 hooguit drie uur per dag in de studio aanwezig zijn.

Voor oudere, leerplichtige kinderen moest de filmmaatschappij zelfs verplicht onderwijs en eigen docenten op de set regelen, soms compleet met heuse schoolklassen in de studio’s.

Bovendien verdienden de ouders zelf niet meer direct aan deze kinderarbeid; het geld moest op een speciale rekening worden gestort die het kind pas bij meerderjarigheid kon opnemen.

Voor baby’s was de wetgeving in die tijd nog veel strenger.

Zij mochten om de twee uur maximaal twintig minuten op de set verschijnen, en dat mocht niet eens aan één stuk door.

Daarbij was de constante aanwezigheid van een verpleegster en een sociaal werkster verplicht.

De rol van de kersverse kleinzoon werd uiteindelijk ingevuld door Justin en Jason, een eeneiige tweeling van de familie Dräger uit Los Angeles, die zelfs in hun geschreeuw elkaars gelijken waren.

De producenten hadden precies op het juiste moment baby’s nodig en deze twee jongens, die maximaal drie weken oud mochten zijn, bleken perfect.

Moeder Dräger voelde er aanvankelijk weinig voor om haar kinderen na amper drie weken voor een paar maanden af te staan, hoe aanlokkelijk het financiële aanbod ook was.

Pas toen ze hoorde hoe uitstekend er voor haar kleintjes gezorgd zou worden, gaf ze haar toestemming en was ze samen met haar man vaak bij de opnamen aanwezig.

Haar man, een zakelijk ingestelde autohandelaar, merkte destijds gekscherend op dat niet alle ouders hun kinderen al zo jong aan het werk zagen.

Hij speelde toen al met de gedachte dat het perspectieven bood voor andere series en een aardige cent zou opleveren als de tweeling het goed zou doen op de buis.

De nieuwe verhaallijn bracht achter de schermen behoorlijk wat teweeg.

Het kostte zowel de technische ploeg als de acteurs veel moeite om aan de situatie te wennen. Omdat Carroll O’Connor erom bekendstond niet de makkelijkste te zijn, verliepen de opnamen van All in the Family doorgaans al niet heel vlot, maar met de komst van de tweeling liep alles aanvankelijk compleet uit de hand.

Hoewel de filmmaatschappij voor een keurig ingerichte kinderkamer had gezorgd, lieten de baby’s al snel merken dat ze een eigen willetje hadden.

Het gekrijs op momenten dat het script er niet om vroeg, gooide meermaals roet in het eten, tot groot ongenoegen van Archie, die uiteraard geen Bunker zou zijn als hij daar niets over te zeggen had.

Na de eerste draaidagen verzuchtte O’Connor dan ook dat, als hij dit allemaal had geweten, hij die Stivic nooit met zijn dochter had laten trouwen.

Vooral het verwisselen van luiers leverde grote problemen op.

O’Connor was als de dood toen hij dit voor het eerst bij Joey moest doen, vrezend dat hij de kleine zou prikken in zijn buik.

Ook Rob Reiner en Sally Struthers deelden die angst.

Zij hadden weliswaar uitgebreid geoefend op een pop, maar die lag tenminste stil, terwijl het echte kind zich tijdens de opnamen steeds bewoog.

Tot grote verbazing van zowel het studiopersoneel als de andere acteurs bleek O’Connor achter de schermen echter ontzettend lief en aardig met de kleintjes om te gaan.

Vader Dräger vond All in the Family altijd al een goede serie die met de komst van de baby’s alleen maar beter werd, en gaf toe dat hij Archie nog nooit zo gelukzalig had zien lachen als op de momenten dat hij een kleintje in zijn armen had 

Naast de grote maatschappelijke rol en de perikelen op de set, zijn er nog talloze andere fascinerende weetjes over de productie te vertellen.

Wist je bijvoorbeeld dat All in the Family de allereerste Amerikaanse televisieserie was waarin het geluid van een doortrekkend toilet te horen was?

Dat was in die tijd een ongekende breuk met de preutse regels over wat er wel en niet op de beeldbuis gehoord mocht worden.

Ook opvallend is de uiterst herkenbare intromuziek, ‘Those Were the Days’, die niet door een gladjes geproduceerd orkest werd ingezongen, maar gewoon op de set door hoofdrolspelers Carroll O’Connor en Jean Stapleton zelf werd vertolkt vanachter een piano.

Het succes van de Bunkers was bovendien zo overweldigend dat de reeks maar liefst zeven spin-offs voortbracht, waaronder de zeer bekende en succesvolle series The Jeffersons en Maude.

Zelfs nadat de originele reeks officieel stopte, liep het verhaal nog enkele jaren door onder de titel Archie Bunker’s Place.

Tot op de dag van vandaag wordt de invloed van dit televisiekapitaal nog steeds gevoeld, simpelweg omdat ‘All in the Family’ voorgoed de deuren opende voor diepgaand realisme en scherpe maatschappijkritiek binnen het doordeweekse televisiegenre.

Na het einde van de oorspronkelijke reeks in 1979 gingen de wegen van de acteurs uiteen.

Carroll O’Connor bleef het personage Archie Bunker nog tot 1983 spelen in het vervolg Archie Bunker’s Place.

Daarna kende hij een groot succes als politiechef Bill Gillespie in de politieserie ‘In the Heat of the Night’, een rol die hij van 1988 tot 1995 met veel overtuiging vertolkte.

Hij bleef nog vele jaren trouw aan het acteervak.

In 2001 overleed hij op zesenzeventigjarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval.

Jean Stapleton, die de rol van Edith speelde, wilde voorkomen dat ze voor de rest van haar leven met één personage werd vereenzelvigd en verliet Archie Bunker’s Place al in het eerste seizoen.

Ze bouwde vervolgens een lange en zeer gerespecteerde carrière op in het theater en speelde daarnaast mee in diverse bekende films en televisieseries, waaronder de romantische komedie ‘You’ve Got Mail’ in 1998.

Zij stierf in 2013 op negentigjarige leeftijd.

Rob Reiner, de acteur achter schoonzoon Michael Stivic, maakte een bijzonder succesvolle overstap naar de regisseursstoel en groeide uit tot een van de meest invloedrijke filmregisseurs in Hollywood.

Hij regisseerde onvergetelijke klassiekers zoals Stand by Me, The Princess Bride, When Harry Met Sally en A Few Good Men. Vandaag de dag is hij nog steeds actief in de filmindustrie als producent en regisseur, en laat hij zich bovendien nadrukkelijk horen in het Amerikaanse publieke en politieke debat.

Sally Struthers, die de rol van dochter Gloria speelde, kreeg begin jaren tachtig haar eigen, zij het kortlopende, serie genaamd Gloria en bleef daarna gestaag acteren.

Een hele nieuwe generatie televisiekijkers sloot haar in de vroege jaren tweeduizend in de armen als de excentrieke en luidruchtige Babette Dell in de populaire serie Gilmore Girls.

Momenteel is ze nog steeds een bezige bij en reist ze vol passie door de Verenigde Staten om op te treden in diverse regionale theaterproducties.

De eeneiige tweeling Justin en Jason Dräger ten slotte, die als baby de kleine Joey speelden, zijn na hun tijd op de set van All in the Family volledig buiten de schijnwerpers getreden.

Zij hebben later een normaal leven opgebouwd en hebben geen verdere carrière in de acteerwereld nagestreefd.

In juni 1976 dacht iedereen nog dat Bohemian Rhapsody van Queen dé single van het jaar zou worden, maar plotseling dook er een ernstige concurrent op voor die felbegeerde titel.

De single “Music” van John Miles beloofde namelijk een internationale knaller te worden, waarmee Engeland er in één klap een nieuw fenomeen bij had.

Zeker na het uitbrengen van zijn prachtige debuutalbum Rebel, met daarop ook de eerdere single Highfly, werd de muzikant door velen meteen in hetzelfde rijtje geplaatst als idolen zoals Leo Sayer en David Essex.

In tegenstelling tot die twee langharige krullenbollen, die er destijds zeer modieus bij liepen, presenteerde John Miles zich op foto’s, op televisie en op zijn platenhoezen liever met een ouderwetse vetkuif.

In reclamecampagnes werd hij dan ook volop gelanceerd als een soort zingende James Dean.

Toen hem werd gevraagd of een flinke portie muzikaal talent alleen niet voldoende was, legde hij lachend uit dat dit imago hem juist heel snel naar de top had gebracht.

Vroeger had hij net zo’n grote bos krullen als Leo Sayer en David Essex, alleen nog een stuk langer, maar hij wilde simpelweg anders zijn.

Het besluit om zich bij zijn televisieoptreden als James Dean te stylen, bleek een gouden greep. Binnen twee weken schreven de kranten volop over de vergelijking, en dat is daarna altijd zo gebleven.

Niet alleen de hoesfoto, die zo weggeslopen leek uit Deans bekende film ‘Giant’, deed aan de legendarische filmheld denken; ook de titeltrack van de elpee Rebel verwees naar hem.

John Miles gaf toe dat hij altijd al een enorme bewondering voor de acteur had gehad.

Hij had talloze boeken en biografieën over hem gelezen en al zijn films intensief bekeken. Op basis daarvan concludeerde hij dat James Dean feitelijk helemaal geen rebel was, een standpunt dat hij destijds ook letterlijk bezong in het titelnummer van zijn eerste plaat.

Hoewel hij dacht nooit te worden zoals zijn idool, vond hij de constante vergelijking door het publiek absoluut niet erg.

De zanger, die destijds werd begeleid door Alan Parsons, de bekende producer van onder andere Pilot en Cockney Rebel, maakte zich weinig illusies over de vluchtigheid van populariteit.

Toch zorgden zijn verfijnde composities, met de toenmalige hit ‘Music’ voorop, er destijds al voor dat hij in één moeite door tussen de allergrootste artiesten werd geplaatst.

Op jonge leeftijd leerde John Miles al piano en gitaar spelen en op zijn achttiende speelde hij in de groep The Influence, met gitarist Vic Malcolm en drummer Paul Thompson, die vanaf 1971 de drummer bij Roxy Music werd.

In 1976 produceerde Alan Parsons zijn eerste album, Rebel.

De rockballade Music werd een wereldhit en leidde tot een Amerikaanse tournee met Elton John.

Nadat zijn eigen carrière later vastliep, werkte John Miles vervolgens als studiomuzikant voor andere artiesten.

Hij werd vooral bekend als de vaste gitarist van Tina Turner, met wie hij vanaf 1987 toerde. Bij het Alan Parsons Project zong hij een aantal nummers, waaronder La Sagrada Familia in 1987, en in 1992 begeleidde hij Joe Cocker.

John Miles werd daarnaast door grote artiesten als Jethro Tull, Fleetwood Mac, Tom Petty, Stevie Wonder en Jimmy Page van Led Zeppelin mee op tournee gevraagd.

In 1985 was John Miles al aanwezig bij de allereerste editie van Night of the Proms in Antwerpen.

Sindsdien was hij als zanger en als leider van de Electric Band een vast onderdeel van Night of the Proms, met uitzondering van 2008, toen hij op tournee was met Tina Turner en tijdelijk werd vervangen door Midge Ure.

Miles is een muzikale uitdaging nooit uit de weg gegaan, wat zorgde voor onvergetelijke muzikale momenten, waaronder zijn duetten met Andrea Bocelli, Michael McDonald, Sharon den Adel, Anastacia, Zucchero, Emily Bear, Lara Fabian, Milow en Ronan Keating.

Daarnaast verzorgde hij schitterende covers van hits van Queen, Led Zeppelin, ELO, Miley Cyrus, Avicii en Van Halen.

John Miles overleed op 5 december 2021 op 72-jarige leeftijd na een kort ziekbed door kanker in zijn woonplaats Newcastle.

Naast zijn vrouw Eileen, met wie hij 49 jaar getrouwd was, liet hij een zoon, een dochter en twee kleinkinderen na.

John Miles, ik ben geen James Dean, ik lijk er alleen maar op (Joepie 6 juni 1976)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 50 jaar geleden: huwelijk van Carl Gustaf van Zweden met Silvia Sommerlath

Tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München leerden ze elkaar kennen.

Na de dood van koning Gustaaf VI Adolf op 14 september 1973 werd Carl Gustaf koning.

Op 12 maart 1976 werd de verloving van Carl Gustaf en Silvia bekendgemaakt. Ongeveer drie maanden later, op 19 juni 1976, trouwden ze in de Storkyrkan, de domkerk van Stockholm.

Koningin Silvia is de enige dochter van de Duitse zakenman Walther Sommerlath en de Braziliaanse Alice Soares de Toledo. Haar vader was directeur van de Braziliaanse afdeling van het Zweedse bedrijf Böhler-Uddeholm.

Silvia werd tijdens de Tweede Wereldoorlog geboren in Heidelberg (Duitsland).

In 1947 verhuisde de familie naar Brazilië en Silvia groeide op in São Paulo.

In 1957 keerde de familie terug naar Duitsland. Silvia heeft drie nationaliteiten: Duits, Braziliaans en Zweeds.

Voor haar huwelijk werkte Silvia op het Argentijnse consulaat in München, was een gastvrouw gedurende de Olympische Spelen en was dienstdoend hoofd van Protocol voor de Winterspelen in Innsbruck, Oostenrijk.

Silvia is gediplomeerd tolk-vertaler. Ze spreekt zes talen: Zweeds, Duits, Portugees, Frans, Spaans en Engels. Silvia is ook grotendeels vloeiend in gebarentaal.

Hoewel Carl Gustaf altijd al een zwak had voor mooie vrouwen, werd hij pas in 2010 het middelpunt van een pittig schandaal.

Het boek ‘Carl XVI Gustaf: Den motvillige monarken’ (koning met tegenzin) beschreef hoe hij ‘genoot van getortel in ranzige nachtclubs van duistere onderwereldfiguren’.

Daar bleef het niet bij; hij was ook nog betrokken bij ‘wilde, van alcohol doordrenkte orgieën en naakte jacuzzifeestjes met modellen’.

Dat had niemand gezocht achter de wat streng ogende brillendrager.

Uit de kast rolden vervolgens een paar koninklijke minnaressen, onder wie Camilla Henemark, een Zweeds-Nigeriaans zingend model dat eind jaren negentig een affaire van een jaar met de koning had gehad.

‘De koning was zo verliefd als een tiener,’ zo valt in het boek te lezen. De koningin wist ervan, maar stond machteloos.’

Dat gold uiteindelijk ook voor Camilla Henemark, bekend van de groep Army of Lovers en hun hits ‘Obsession’ en ‘Crucified’, op wie de relatie een enorme wissel trok.

“Het was een aanhoudend feest met veel geld en champagne,” zei ze. “Maar aan het einde werd ik afstandelijk en dronk ik aanhoudend.”

Ik zakte dieper en dieper weg in een depressie en haatte de wereld.” Van haar lover had ze toen niets meer te verwachten.

Tijdens het schandaal bleek ook dat een Servische gangster, Mille Markovic, feestjes voor de koning en zijn vrienden organiseerde in een ondergrondse club onder het Nationale Politiedepartement (!).

Volgens Mille was het de normaalste zaak van de wereld dat meisjes “hun kleren uitgooiden en bij de mannen op schoot kropen”.

’s Avonds kregen de vrouwen kamers toegewezen met op de deur bordjes wie met wie naar bed zou gaan. “Ik heb bewijs,” zei Markovic. “De hele wereld kan het zien.”, “Dit is niet fake, maar echt.”, “Ik kan alles bewijzen.”

Alle sensatie ten spijt bleven de Zweden vrij onverstoorbaar achter hun koning staan: dat hij vreemd was gegaan, daar konden ze best mee leven en vonden ze een privézaak.

Met belastinggeld betaalde bodyguards meenemen naar stripclubs en daarover liegen, bleek echter wel een pijnpuntje voor het volk.

Vandaag, 50 jaar geleden, was Charles Aznavour te zien met het nummer Mes Emmerdes in het muziekprogramma TopPop.

Het nummer is door hemzelf geschreven en staat op zijn album Voilà que tu reviens.

Naast dit nummer bevat datzelfde album ook bekende hits zoals ‘Par Gourmandise’ en ‘Ils sont tombés’.

Er doen hardnekkige geruchten de ronde dat de tekst van het nummer verwijst naar de moeizame relatie van de zanger met de Franse fiscus.

Nadat hij naar Zwitserland verhuisde, werd hij in 1972 beschuldigd van fiscale fraude.

Dit juridische getouwtrek leidde in 1979 tot een boete van drie miljoen Franse frank (FRF), wat neerkomt op ongeveer 450.000 euro, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar.

Pas na de uiteindelijke betaling in 1980 werd de rechtsvervolging officieel gestaakt.

De titel ‘Mes Emmerdes’ draagt een interessante dubbele lading die perfect aansluit bij dit verhaal.

In het Frans wordt het woord emmerdes vaak gebruikt om te verwijzen naar dagelijkse beslommeringen en kleine ergernissen waarover de zanger in de tekst zingt.

Tegelijkertijd heeft de term een veel plattere, volkse bijbetekenis die verwijst naar diepe narigheid of stront aan de knikker.

Met deze titel wist Aznavour op een ironische en melancholische manier zowel de onschuldige kopzorgen van vroeger als zijn zware juridische strijd met de overheid te vatten.

Hoewel ‘Mes Emmerdes’ in Wallonië een groot succes was met een vierde plaats in de hitlijsten, bleef het succes in Vlaanderen opvallend genoeg beperkt tot een notering in de tipparade.

In Nederland wist het nummer door te dringen tot de vijfentwintigste positie in de Top 40.