50 jaar geleden: van vergeten ragtime-opera tot Top 40-hit: het succes van ‘Aunt Dinah Has Blown The Horn’

Gunther Schuller was een Amerikaanse componist, dirigent, hoornist en jazzhistoricus die er zijn levenswerk van maakte om klassieke muziek en jazz met elkaar te verbinden.

Als grondlegger van de term Third Stream bracht hij beide werelden op een vanzelfsprekende manier samen.

Zijn fascinatie voor de vroege Amerikaanse muziekgeschiedenis leidde in de jaren zeventig tot een herontdekking van Scott Joplin, met als een van de absolute hoogtepunten de heropvoering en plaatopname van diens vergeten ragtime-opera Treemonisha.

Scott Joplin voltooide Treemonisha rond 1911, maar kreeg het werk tijdens zijn leven nooit volwaardig geënsceneerd te zien.

Pas decennia later, in de jaren zeventig, zorgde de heropleving van de ragtime ervoor dat het stuk opnieuw onder de aandacht kwam.

Gunther Schuller maakte een nieuwe, kleurrijke orkestratie die recht deed aan Joplins originele pianopartituur en leidde in 1975 een gerespecteerde en invloedrijke opname met het Houston Grand Opera-orkest en -koor, uitgebracht door Deutsche Grammophon.

‘Aunt Dinah Has Blown The Horn’ vormt het feestelijke en ritmische slotstuk van de tweede akte van Treemonisha.

Het nummer brengt het koor en het orkest samen in een aanstekelijke viering vol ragtime-ritmes, syncopen en gospelachtige vraag-en-antwoordstructuren.

Binnen het orkestarrangement liet Schuller de blazers en het slagwerk sprankelen, waardoor de vrolijke ontlading van het koor nog meer kracht kreeg.

Het nummer bereikte de vijfde plaats in de Nederlandse Top 40.

Bij ons in Vlaanderen was de single niet te bespeuren in de hitlijsten.

Desondanks geldt de uitvoering onder leiding van Gunther Schuller tot op de dag van vandaag als een historische mijlpaal. Schuller bewees met deze opname niet alleen zijn meesterschap als arrangeur en dirigent, maar bezorgde Scott Joplin ook postuum de erkenning als baanbrekend operacomponist.

Het nummer blijft een treffend voorbeeld van de manier waarop vroege Afro-Amerikaanse muziektradities en klassieke opera naadloos in elkaar kunnen overlopen.

De herfst van 1976 en de vergeten soul van The Individuals

In het midden van de jaren zeventig wemelde het in de Amerikaanse muziekscene van de vocale groepen die de brug sloegen tussen warme, harmonieuze soul, opzwepende funk en de opkomende discotrend.

Een van de formaties die in die periode een blijvende indruk achterliet bij verzamelaars was het zangtrio The Individuals, gevormd door Bobby Wilkes, Earl Singleton en Michael Dowden.

Een jaar eerder, in 1975, leerden we deze groep al kennen via hun single ‘Gotta Make A Move’, een nummer dat trouwens ook op hun debuutalbum en helaas ook op het enige album van deze groep staat.

In de herfst van 1976 bracht de groep via het label P.I.P. Records, een divisie van Pickwick International, het album Together (We Can Make Something Happen) uit.

De gelijknamige titelsong werd geschreven door zanger Earl Singleton samen met Janet Moffett.

Voor de studio-opnames trok het trio naar de befaamde P.S. Recording Studios van technicus Paul Serrano.

Onder leiding van producers Don Leon en Eddie Thomas, en met muzikale arrangementen van Richard Mack en Tom Washington, ontstond een verfijnde productie vol hechte zanglijnen.

Eddie Thomas, voluit geboren als Edward Lewis Thomas, was een Amerikaanse doowop- en soulzanger, songwriter en producer uit Illinois.

Hij was onder meer manager van The Roosters en The Impressions, eigenaar van het Thomas/Thomas Records-sublabel van Satellite Records en later medeoprichter van Curtom.

Curtom was een platenfirma die hij oprichtte in de jaren 60 met zijn vriend Curtis Mayfield.

Hij werd ook vooral bekend als co-auteur van het nummer ‘Cigarettes And Coffee’, dat hij samen met Jerry Butler schreef.

Eddie Thomas kwam te overlijden op 26 juli 2021.

Het titelnummer van hun debuutalbum van The Individuals verscheen datzelfde najaar ook op single, met op de B-kant het gewaardeerde nummer ‘Never Too Late’.

Waar de singleversie ruim drieënhalve minuut duurde, liet de bijna zeven minuten durende albumversie de muzikale kwaliteiten van het trio nog uitgebreider horen.

Ondanks de sterke bezetting en professionele omkadering bleef een groot commercieel succes destijds uit.

De single bereikte dan ook niet de hitparades en ook in Europa bleef het werk indertijd onopgemerkt.

Toch raakte het nummer nooit helemaal vergeten. Jaren na de oorspronkelijke release werd ‘Together (We Can Make Something Happen)’ herontdekt door dj’s en soulfanaten, waardoor zowel het vinylalbum als de zeldzame single vandaag de dag gekoesterde verzamelobjecten zijn binnen de modern soul- en discosound.

Van de oorspronkelijke groepsleden zijn inmiddels twee zangers heengegaan: Michael Dowden kwam te overlijden in 2005 en Earl Singleton overleed op 11 april 2011, maar hun gezamenlijke muzikale erfenis leeft voort bij een trouwe schare soulliefhebbers.

55 jaar geleden maakte de Britse band The Sweet haar debuut met de single Funny Funny.

De wortels van de groep lagen al in 1968, toen drummer Mick Tucker en zanger Brian Connolly samen optraden als Wainwright’s Gentlemen.

De echte kentering volgde in 1970. Toen bundelden de heren de krachten met het gouden schrijversduo Nicky Chinn en Mike Chapman, de hitsmeden achter namen als Mud, Suzi Quatro, Smokie en Racey. In datzelfde jaar verving Andy Scott leadgitarist Mick Stewart.

Na een aarzelende aanloop met vier nummers die de hitparades links lieten liggen, bleek Funny Funny het startschot van een gigantische zegetocht.

Plots reeg de band de klassiekers vlot aan elkaar, met meezingers zoals Co-Co, Poppa Joe, Little Willy, Wig Wam Bam, Blockbuster, Teenage Rampage en Hell Raiser.

In 1974 gooiden de groepsleden het roer om. Ze namen afscheid van Chinn en Chapman om te kiezen voor een serieuzere muzikale richting.

De grote vloedgolf aan hits nam daarna stilaan af, maar begin 1978 pakten ze nog uit met een laatste wereldhit: Love is like Oxygen.

Qua stijl bleef de groep trouwens voortdurend evolueren.

Wat begon als melodieuze hardrock, verschoof eind jaren zeventig naar symfonische rock en mondde in de jaren tachtig uit in toegankelijke poprock.

De doorbraak met Funny Funny, met You’re Not Wrong For Loving Me op de B-kant, sloeg destijds ook bij ons meteen aan.

Op 8 mei 1971 prijkte het nummer helemaal bovenaan de BRT Top 30, net zoals het ook in de Nederlandse Top 40 naar de absolute nummer één doorstootte.

Vandaag 50 jaar geleden: gemeenteraadsverkiezingen met Marva, Danny Fabry en John Horton op de lijsten

Bij de historische Belgische gemeenteraadsverkiezingen van 10 oktober 1976 trokken de Belgen voor het eerst naar de stembus binnen het kader van de grote gemeentefusies.

Doordat dorpen plots werden samengevoegd tot veel grotere gehelen, moesten politieke partijen op zoek naar manieren om kiezers over de oude dorpsgrenzen heen aan te spreken.

Het bleek het startschot voor een opmerkelijke trend: de massale inzet van bekende gezichten, artiesten en sporthelden als stemmentrekkers, naast een grondige hertekening van het politieke landschap.

In de Vlaamse showbizz deden vooral zangers van zich spreken. Marva zette haar immense faam in voor de CVP in Blankenberge en werd met een karrenvracht aan voorkeurstemmen rechtstreeks verkozen in de gemeenteraad, waar ze ook effectief zetelde.

Ook Danny Fabry scoorde sterk in zijn thuisbasis Scherpenheuvel-Zichem en sleepte vlot een zetel in de wacht.

Voor collega John Horton liep het minder gunstig af: ondanks flink wat media-aandacht wist hij onvoldoende voorkeurstemmen te verzilveren voor een effectief mandaat.

Naast de zangers doken er nog andere bekende koppen op de stembiljetten op. Wielerlegende Rik Van Looy, de Keizer van Herentals, trok de CVP-lijst in zijn thuisstad en werd met groot overwicht verkozen.

In Antwerpen verzilverde revuester en actrice Yvonne Verbeeck haar theaterpopulariteit in een zitje voor de liberale PVV.

In het Meetjesland bezorgde de sportfaam van wielerbroers Roger en Eric De Vlaeminck de lokale lijsten de nodige rugwind, en auteur Ward Ruyslinck wist zijn culturele aanzien in Pulle en Zandhoven om te zetten in electorale steun.

Politiek gezien was de christendemocratische CVP (vandaag cd&v) de absolute triomfator in Vlaanderen. Dankzij haar diep verankerde katholieke achterban plukte de partij optimaal de vruchten van de fusies op het platteland en in kleinere steden, wat haar in liefst 127 gemeenten een volstrekte meerderheid opleverde.

De socialistische BSP (het huidige Vooruit) wist vooral in industriële kernen en havensteden overeind te blijven met acht absolute meerderheden.

De liberale PVV (het latere Open Vld, vandaag Anders) moest het stellen met slechts drie meerderheden, terwijl de Volksunie op veel plaatsen uitgroeide tot de derde of vierde partij.

Buiten Vlaanderen tekende zich een heel ander beeld af: in Brussel piekte het Franstalige FDF (vandaag DéFI) te midden van de felle taalstrijd met vijf absolute meerderheden, terwijl in Wallonië de socialisten van de PSB (de huidige Waalse PS) en de christendemocraten van de PSC (het huidige Les Engagés) de lakens uitdeelden.

Zo bewezen de verkiezingen van 1976 niet alleen de macht van een geoliede partijmachine, maar luidden ze ook definitief het tijdperk in van de bekende Vlaming in het stemhokje.

Vandaag 50 jaar geleden, tien jaar Ann Christy op de planken gevierd in Roosdaal

Op 8 oktober 1976 vierde Ann Christy haar tienjarig artiestenjubileum met een groot feest in dancing Roosdaal in Roosdaal.

Tien jaar daarvoor begon ze als verlegen schoenenverkoopster haar muzikale loopbaan, toen ze voor het eerst het podium betrad als zangeres bij het orkest The Adam’s.

In het decennium dat volgde, legde ze een lange en soms moeilijke weg af, waarbij ze zowel in binnen- als buitenland haar grote talent liet zien.

Ze werkte zich stap voor stap naar de top van de Vlaamse muziekwereld.

Ze stond erom bekend heel kieskeurig te zijn bij het kiezen van nieuw repertoire, vaak tot verbazing van haar platenproducenten.

Daarnaast was ze perfectionistisch ingesteld bij elk optreden en zette ze zich altijd met enorme werklust en toewijding in.

Over haar eerste tien jaar in het vak vertelde ze destijds dat de planken een harde leerschool waren geweest, maar tegelijk een geweldige ervaring.

Ze voelde zich gelukkig dat ze haar passie had kunnen blijven uitoefenen.

Vooral de warme steun van het Vlaamse publiek na de teleurstelling op het Eurovisiesongfestival deed haar veel deugd en gaf haar de moed om door te gaan.

Haar tienjarige jubileum vierde ze die avond in het gezelschap van haar bewonderaars en collega-artiesten, want ook John Terra, Dream Express en Connie Neefs waren te gast om het feest mee op te luisteren.