50 jaar geleden, Cynthia Clay bij Teach In?

Cynthia Clay, de artiestennaam van de Nederlandse Inneke Wouters, was oorspronkelijk werkzaam als lerares lichamelijke opvoeding, maar koesterde altijd de droom om door te breken in de muziekwereld.

Haar carrière kreeg vorm toen ze een platencontract tekende bij het Belgische label International Pelgrims Group.

Dit gebeurde onder begeleiding van producer Roland Uyttendaele, die nauwe banden had met zowel het Nederlandse Dureco als de Belgische platenfirma Fonior.

Hoewel ze debuteerde met het nummer ‘I Can Hear Music’, was het de opvolger uit 1975 die haar definitief op de kaart zette. ‘Lonely Without You’ groeide uit tot een onvervalste Vlaamse klassieker die tot op de dag van vandaag zeer geliefd is.

Opmerkelijk genoeg was het nummer oorspronkelijk bedoeld voor de Amerikaanse zangeres Bertice Reading.

Omdat zij echter een te hoge gage vroeg, gingen de producenten op zoek naar een alternatief en kwamen ze bij Clay terecht.

Volgens journalist en muziekkenner Jan Delvaux heeft het nummer een bijzondere impact gehad op de luisteraars; hij grapt regelmatig dat er op de tonen van deze hit heel wat kinderen zijn verwekt (Joepie 25 april 1976).

Ontdek de spannende uitslag van de allereerste Joepie-superpoppoll uit 1976!

In de eerste superpoll van 1976 van het tijdschrift Joepie brachten 4.736 lezers hun stem uit om hun favoriete artiesten en platen van dat moment te kiezen.

In de categorie voor beste zanger wist Willy Sommers de eerste plaats te veroveren met 21 procent van de stemmen, gevolgd door Will Tura met 17 procent en Joe Harris met 15 procent.

Verderop in de lijst staan namen als Jimmy Frey, Johan Verminnen en Wim De Craene. Urbanus Van Anus sluit de top negen af met 2 procent.

Bij de zangeressen voert Marva de lijst aan met 22 procent. De top drie wordt hier aangevuld door Cindy met 19 procent en Ann Christy met 17 procent.

Andere populaire zangeressen in de lijst zijn onder meer Truus, Mieke en Ingriani.

Onder de diverse artiesten die de tiende plaats delen, worden namen genoemd zoals Micha Marah en Sofie.

In de categorie voor groepen komt Octopus als winnaar uit de bus met 22 procent van de stemmen.

Dream Express volgt op de tweede plek met 17 procent en De Strangers maken de top drie compleet met 16 procent.

Ook groepen als The Garnets, Two Man Sound en Trinity waren geliefd bij het publiek.

Wat de singles betreft, was ‘Voor hem, voor haar, voor mij’ van Will Tura het meest populair met 16,5 procent.

Dream Express staat tweede met het nummer ‘Dream Express’ en Willy Sommers bezet de derde plaats met ‘Ben je vanavond ook alleen’.

Andere opvallende nummers in deze lijst zijn ‘Rode rozen in de sneeuw’ van Marva en ‘Tim’ van Wim De Craene.

Ten slotte bij de elpees staat de verzamelplaat Joepie’s Flying Toppers op de eerste plaats met 21 procent.

Willy Sommers volgt met het album Alleen op de tweede plek met 17,5 procent en Dream Express staat op drie met Dreaming.

Het jubileumalbum 20 jaar Strangers en het album ‘In De Weide’ van Urbanus wisten beide ook een aanzienlijk deel van de stemmen te behalen.

Luk Appermont voert de lijst van televisiepresentatoren aan met 24 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door Mike Verdrengh en Zaki.

Bij de radioprogramma’s is de BRT Top 30 de duidelijke favoriet, terwijl Jo met de Banjo de populairste radio-dj wordt genoemd.

Op televisiegebied is het programma Slalom de grote winnaar, net voor Rad der Fortuin en Muzieksien.

In de muziekcategorieën zien we een sterke nationale en internationale mix. Wim De Craene wordt door de lezers gezien als de belangrijkste showbelofte.

Bij de zangeressen staat Tina Charles op de eerste plaats met 25 procent, terwijl de Britse zanger Dave de lijst van buitenlandse zangers aanvoert, gevolgd door Elvis Presley en Rod Stewart.

De populaire groep Mud domineert de categorie groepen met 31 procent, waarbij zij Queen en de Rubettes achter zich laten.

De hitlijsten weerspiegelen de opkomst van klassiekers die we vandaag de dag nog steeds kennen.

Bohemian Rhapsody van Queen wordt verkozen tot de beste single, en hun album A Night at the Opera voert de lijst van beste elpees aan.

Andere hooggeklasseerde singles uit die periode zijn ‘Love Hurts’ van Nazareth en ‘Paloma Blanca’ van de George Baker Selection.

Het overzicht toont aan dat zowel de Vlaamse kleinkunst als de internationale glamrock en pop in 1976 een prominente plek innamen in de harten van het publiek.

In de categorie voor beste tv-programma eindigt Toppop op de eerste plaats met 22 procent van de stemmen, gevolgd door André van Duin en Top of the Pops.

Bij de presentatoren voert Ad Visser de lijst aan, terwijl Stan Haag wordt verkozen tot de favoriete radio-dj boven Joost de Draayer en Peter van Dam.

De lezers van het blad hebben Mi Amigo uitgeroepen tot het beste radiostation met 32 procent van de stemmen, terwijl de Nederlandse NOS met een overweldigende 68 procent de ranglijst voor tv-stations domineert.

Op het gebied van muziek en showbizz wordt de Mi Amigo Top 50 beschouwd als de beste hitlijst.

De groep Nazareth wordt gezien als de grote showbelofte van het jaar, nipt gevolgd door Hello en Slik.

Opvallend is dat namen zoals Bruce Springsteen en Barry Manilow destijds ook al een plek in deze lijst wisten te veroveren.

Voor ontspanning op het scherm keken de jongeren het liefst naar De onzichtbare man, die als beste tv-feuilleton uit de bus kwam, voor de Hammond Brothers en De man van zes miljoen.

In de filmwereld blijven de grote iconen populair. Paul Newman wint de titel van beste filmacteur, met Terence Hill en Robert Redford als naaste achtervolgers.

Bij de actrices staat Linda Blair op nummer één, gevolgd door Angie Dickinson en Romy Schneider.

De sportwereld wordt in 1976 aangevoerd door Eddy Merckx, die met 21 procent verkozen is tot beste sportman boven Roger De Vlaeminck en Bjorn Borg.

Bij de vrouwelijke atleten gaat de hoogste eer naar Carine Verbauwen, die Diane De Leeuw en Sheila Young achter zich laat.

50 jaar geleden, Pierre Rapsat over zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival in Den Haag.

Hoewel hij vereerd was dat hij België mocht vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival op 3 april 1976 in Den Haag met het nummer ‘Judy et Cie’, stak hij zijn teleurstelling over de gang van zaken in eigen land niet onder stoelen of banken.

Rapsat merkte op dat de beleving van het festival in Wallonië aanzienlijk minder intens was dan in Vlaanderen, wat onder meer bleek uit de sobere manier waarop de RTBF de selectie organiseerde.

De kandidaten werden op verschillende tijdstippen gefilmd zonder publiek, waardoor de kijkers en de jury de artiesten nooit live aan het werk hadden gezien.

De zanger omschreef het proces als een nogal afstandelijke ervaring waarbij hij zelf als een gewone toeschouwer voor de televisie zat te wachten op het oordeel.

Ondanks deze kritiek zag Rapsat het festival als een unieke kans op internationale promotie, zeker omdat zijn eerdere albums ondanks goede recensies commercieel weinig succesvol waren.

Hij benaderde de wedstrijd dan ook met een zakelijke nuchterheid en hoopte vooral dat het een springplank zou zijn voor zijn verdere carrière.

Hij vergeleek zijn situatie met die van de Nederlandse inzending Sandra Reemer, die volgens hem direct na haar selectie volop de ruimte kreeg in diverse televisieprogramma’s en binnen een week een hit scoorde.

Volgens Rapsat moesten Belgische artiesten veel harder vechten voor een plek op het kleine scherm en ontbrak het in België vaak aan de nodige professionele omkadering en steun om internationaal echt door te kunnen breken.

Uiteindelijk behaalde Pierre Rapsat op het festival de achtste plaats op een totaal van 18 deelnemers.

In Wallonië bereikte het nummer de zevende plaats in de hitparade, terwijl hij in Vlaanderen met zijn nummer de zestiende plaats in de BRT Top 30 behaalde.

In Nederland bereikte de single de eenendertigste plaats in de Top 40.

De muzikale wortels van Rapsat lagen in Verviers, de stad waarheen hij met zijn familie verhuisde toen hij tien jaar oud was en waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.

Na in verschillende bands gespeeld te hebben, startte hij in 1973 zijn solocarrière.

Enkele jaren na zijn Eurovisie-avontuur vertegenwoordigde hij België in 1979 opnieuw op een internationaal podium, ditmaal op het Intervisiesongfestival in Sopot, waar hij als tiende eindigde van dertien deelnemers.

In 1982 scoorde hij een radiohit met het nummer ‘Passagers de la nuit’.

Zijn grote artistieke triomf volgde in 2001 met het album Dazibao, dat zowel in België als Frankrijk zeer lovend werd onthaald.

Het bleek een van zijn laatste grote wapenfeiten, want in 2002 overleed hij op 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

Zijn impact op de Belgische cultuur bleef groot; in 2005 eindigde hij op de 51ste plaats in de Waalse verkiezing van De Grootste Belg.

Deze week, vijftig jaar geleden, maakte de single All by Myself van Eric Carmen zijn debuut in de BRT Top 30.

Hoewel Carmen het nummer zelf schreef, baseerde hij de herkenbare melodie direct op het Adagio sostenuto uit het tweede pianoconcert van Sergej Rachmaninov.

De aanduiding Adagio sostenuto staat voor een zeer traag en gedragen tempo, wat de melancholische sfeer van het nummer verklaart.

De Russische componist schreef dit meesterwerk tussen 1900 en 1901, vlak nadat hij uit een diepe depressie was gekropen.

Die sombere periode was het gevolg van de vernietigende kritieken op zijn eerste symfonie, waardoor hij drie jaar lang geen noot meer op papier kreeg.

Hulp kwam er in de persoon van Nikolaj Dahl, een Moskouse neuroloog en psychiater die gespecialiseerd was in hypnotherapie.

Dahl was zelf een verdienstelijk amateurmusicus en speelde altviool, waardoor hij een sterke band met Rachmaninov kon opbouwen.

Van januari tot april 1900 behandelde hij de componist dagelijks.

Terwijl Rachmaninov in een halfslaap verkeerde, herhaalde Dahl voortdurend positieve suggesties als een drieluik: je zult je concert schrijven, je zult met groot gemak werken en het concert zal van uitmuntende kwaliteit zijn.

Deze aanpak bleek de sleutel tot zijn herstel, en uit dankbaarheid droeg de componist het volledige tweede pianoconcert officieel aan zijn arts op.

Toen Eric Carmen het nummer in 1975 uitbracht, verkeerde hij in de veronderstelling dat de muziek wereldwijd vrij van rechten was.

In de Verenigde Staten was dat destijds ook het geval, omdat de bescherming daar verliep na 75 jaar vanaf de publicatiedatum in 1901.

In Europa gold echter de regel dat auteursrechten tot zeventig jaar na het overlijden van de componist van kracht bleven.

Omdat Rachmaninov in 1943 was overleden, was zijn werk hier nog tot 2013 beschermd.

Na contact met de erfgenamen werd er een regeling getroffen waarbij Carmen twaalf procent van de royalty’s aan de familie afdroeg.

In de Vlaamse hitlijsten schopte de single het destijds tot een twaalfde positie, terwijl deze in de Nederlandse Top 40 een zevende plaats wist te veroveren.

Twintig jaar na de oorspronkelijke release bracht Céline Dion een succesvolle cover uit.

Tegen die tijd was de juridische situatie volledig opgehelderd, waardoor de verdeling van de royalty’s tussen Carmen en de erfgenamen van Rachmaninov automatisch werd toegepast op haar versie.

Haar uitvoering behaalde de veertiende plek in de Vlaamse Ultratop 50 en bleef in de Nederlandse Top 40 steken op nummer twintig.

Een opvallend detail is dat de muziek van Rachmaninov vaker de weg naar de popmuziek vond, aangezien ook Frank Sinatra in 1946 voor zijn hit Full Moon and Empty Arms uit hetzelfde pianoconcert putte.

50 jaar geleden, zingende seksbom Elkie Brooks.

In maart 1976 werd zangeres Elkie Brooks omschreven als een zingende seksbom die met haar opvallende verschijning en strakke jeans menig jongerenhart sneller deed kloppen.

Voor de echte popkenner was zij destijds geen onbekende, omdat velen zich haar vurige stem bij de Britse groep Vinegar Joe nog wel konden herinneren.

In die periode maakte zij echter naam als de blanke furie van de rock met haar eerste solo-album Rich Man’s Woman uit 1975,

uitgebracht op A&M Records.

Hoewel dit album door critici werd geprezen, zorgde de hoesfoto van een naakte Brooks met een verensjaal destijds voor de nodige ophef.

Brooks gaf in die tijd aan dat zij het vleiend vond dat haar figuur in de smaak viel bij het publiek, maar ze benadrukte dat haar solocarrière op dat moment al haar aandacht opeiste.

Na het uit elkaar gaan van Vinegar Joe in 1974 had zij een lastige periode gekend waarin zij zelfs naar Amerika was getrokken in de hoop een filmster te worden.

Dat avontuur liep echter op niets uit bij gebrek aan de juiste contacten en rollen.

Uiteindelijk leefde zij weer op toen zij zich aansloot bij de popgroep Wet Willie voor een tournee.

Ze vertelde destijds dat het zwerversbestaan van een artiest, met elke dag een andere stad en een ander hotel, voor haar een levensnoodzaak was geworden.

In de jaren die volgden op deze periode in 1976 brak een uiterst succesvolle tijd aan met zestien albums in twintig jaar.

Dit begon met Two Days Away in 1977, geproduceerd door het beroemde duo Jerry Leiber en Mike Stoller.

Van dit album kwamen grote hits zoals Pearl’s a Singer en Sunshine After the Rain. Ook zong zij in 1977 een duet met Cat Stevens en scoorde zij later successen met nummers als Lilac Wine en Don’t Cry Out Loud.

In 1980 trad zij op tijdens het Knebworth Festival naast grote namen als The Beach Boys en Santana.

Haar grootste commerciële succes behaalde zij met het album Pearls uit 1981, dat 79 weken in de hitlijsten stond.

Andere bekende hits uit die jaren waren onder meer Fool If You Think It’s Over en No More the Fool, die begin 1987 de top vijf bereikten.

Terwijl zij in maart 1976 nog probeerde haar huwelijk met gitarist Peter Gage zo goed mogelijk te combineren met haar drukke bestaan, eindigde deze verbintenis later in de jaren zeventig.

Op 1 maart 1978 trouwde zij met haar geluidstechnicus Trevor Jordan, met wie zij twee zonen kreeg, Jermaine en Joseph.

Het gezin woonde jarenlang in een landhuis in North Devon, maar in 1998 kwam Brooks in zware financiële problemen, nadat bleek dat haar accountant haar belastingen niet had betaald.

Ze woonde tijdelijk in een stacaravan, maar wist uiteindelijk na vier jaar al haar schulden af te lossen door haar huis te verkopen.

Vanaf het jaar 2000 werd haar management en tournee-promotie overgenomen door haar zoon Jermaine en diens vrouw Joanna.

Teach-In valt uiteen en Getty op de solotoer

In maart 1976 was de muziekwereld in rep en roer door het nieuws over Teach-In.

Hoewel de groep na hun overwinning op het Eurovisiesongfestival een glansrijke internationale carrière werd voorspeld, bleek de werkelijkheid weerbarstiger.

Men dacht dat hun hit Ding-a-dong de weg zou plaveien voor een succesverhaal vergelijkbaar met dat van ABBA, maar nog geen jaar later kondigde het management aan dat de formatie eind mei uit elkaar zou gaan.

Dit bericht kwam voor velen als een totale verrassing en sloeg in als een donderslag bij heldere hemel.

Zangeres Getty Kaspers legde destijds uit dat het onverwachte succes van het Songfestival de groep feitelijk de das omdeed.

Ze stonden nog maar aan het begin van hun loopbaan toen ze plotseling tot Europese sterren werden gebombardeerd.

De druk werd zo hoog en het tempo zo moordend dat de bandleden nauwelijks de tijd vonden om nieuwe singles op te nemen.

Getty gaf aan dat ze eigenlijk pas jaren later aan het festival hadden moeten meedoen, zodat ze de kans hadden gekregen om rustig als artiesten te groeien.

Naast de werkdruk speelden ook persoonlijke keuzes een rol in de breuk.

Bandlid Ad had in december al aangegeven dat hij de overstap naar de klassieke muziek wilde maken.

Hij was oorspronkelijk bij de groep gekomen om zijn studies te betalen, maar door het onverwachte succes belandde hij tegen wil en dank in de popwereld.

Bovendien ontstonden er steeds vaker muzikale meningsverschillen binnen de groep.

Hoewel er geen sprake was van ruzie, kwamen de leden na een openhartig gesprek tot de conclusie dat het beter was om als goede vrienden uit elkaar te gaan.

Het besluit viel Getty zwaar, vooral door de emotionele reacties van de fans die haar via de telefoon smeekten om door te gaan.

De bandleden besloten hun lopende contracten nog netjes af te werken, met het komende Eurovisiesongfestival als hun laatste gezamenlijke optreden op televisie.

Na die tijd koos iedereen zijn eigen pad: Getty bereidde een solocarrière voor onder de vleugels van haar vriend John Gaasbeek en Ad keerde terug naar de klassieke muziek.

De overige muzikanten besloten echter een nieuwe start te maken.

In 1976 ging de groep verder met een nieuwe bezetting, waarbij twee nieuwe zangeressen de gelederen kwamen versterken: Marianne Wolsink en Betty Vermeulen.

Daarmee sloeg Teach-In een nieuwe weg in, terwijl Getty haar geluk beproefde op de solotoer.

Vandaag 50 jaar geleden, de Vlaamse Leeuw Jean-Pierre Coopman getemd door Muhammad Ali.

De voorbereiding van Jean-Pierre Coopman op zijn legendarische kamp tegen Muhammad Ali verliep onder loodzware druk.

De media gaven de Belgische bokser vrijwel geen kans. Een journalist spotte zelfs dat Coopman de naam van zijn sponsor, Flandria, beter op zijn schoenzolen kon laten zetten in plaats van op zijn broek, omdat die zolen vaker in beeld zouden komen tijdens zijn val.

Terwijl hij in eigen land bekendstond als De Leeuw van Vlaanderen, noemde Ali hem smalend “a sweet little pussycat”.

De sfeer werd grimmiger toen er in de Amerikaanse media een vals gerucht verspreid werd dat Coopman een racist zou zijn.

Ali reageerde hierop met extra agressie, maar Coopman wist de spanning te breken door de bokslegende bij hun eerste ontmoeting spontaan te omhelzen.

Later bleek dat de organisatie zelf achter de roddels zat om de match te promoten.

Ondanks het gebaar bleef Ali verbaal uithalen; hij waarschuwde tv-zenders dat ze hun reclamespots niet zouden kunnen uitzenden, omdat de wedstrijd simpelweg te kort zou duren.

Op 20 februari 1976 stonden de twee tegenover elkaar in het San Clemente-stadion in Puerto Rico.

Na bijna vijftien minuten boksen viel de beslissing in de vijfde ronde.

Na een reeks harde slagen op het hoofd ging Coopman neer.

Hij besloot op te geven om blijvende fysieke schade te voorkomen.

Na afloop toonde Ali zich respectvol en noemde hij zijn tegenstander een gentleman.

Coopman hield 4 miljoen frank over aan de match, een bedrag dat hij investeerde in het café De Beurze in Roeselare.

Door wanbeheer ging de zaak echter failliet.

Zijn sportieve carrière kende nadien nog diverse hoogte- en dieptepunten.

Zo werd hij Europees kampioen tegen de Bask Jose Manuel Urtain, maar na een nederlaag tegen Cookie Wallace en een verliespartij tegen Rudy Gauwe in 1980 stopte hij definitief met boksen.

Ook buiten de ring bleef Coopman een kleurrijk figuur.

In 1995 maakte hij een filmuitstapje door tegen Freddy De Kerpel te boksen in Camping Cosmos.

In 2005 dook zijn naam op in de verkiezing van De Grootste Belg, waar hij op plek 509 strandde.

Vandaag de dag heeft de voormalige bokser de handschoenen verruild voor het penseel; hij legt zich toe op het maken van olieverfschilderijen van beroemde collega-boksers.

.

Vandaag is het 85 jaar geleden dat de Amerikaans acteur en zanger Sal Mineo werd geboren. (New York, 10 januari 1939)

Al zal hij het niet kunnen vieren, gezien hij in 1976 omkwam tijdens een roofoverval.

Mineo werd geboren in de New Yorkse wijk Harlem, als zoon van Siciliaanse emigranten. Op zijn negende verhuisde hij met zijn familie naar The Bronx.

Al op jonge leeftijd schreef zijn moeder hem in voor acteer- en danslessen.

In 1950 maakte hij zijn toneeldebuut in “The Rose Tattoo”, een stuk van Tennessee Williams.

Hij speelde ook de jonge prins in The King and I, met Yul Brynner en Gertrude Lawrence.

In 1957 maakte Mineo een uitstapje naar de rock-‘n-roll. Hij bracht twee singles uit. De eerste was “Start Movin’ (In My Direction)”, die in Amerika dertien weken in de hitparade stond en de negende positie bereikte.

Opvolger “Lasting Love” stond in de VS drie weken in de top-40 en kwam tot de 27e plaats. Daarna kwam een album uit dat in Amerika werd uitgebracht door Epic en in Groot-Brittannië door Philips.

Hoewel Mineo als zanger succesvol was, besloot hij zich snel weer op het acteerwerk te concentreren.

Tussen 1957 en 1959 speelde hij in een handvol films, waaronder “The Gene Krupa Story”, over de legendarische jazzdrummer. Mineo speelde zelf ook drums.

In 1960 werd Mineo genomineerd voor een Oscar, voor zijn bijrol in de film Exodus.

Hij speelde de rol van de joodse jongen Dov Landau. Opnieuw ging de Oscar aan zijn neus voorbij; het beeldje ging naar Peter Ustinov voor zijn rol in Spartacus.

Langzamerhand werd Mineo minder voor films gevraagd.

Tussen 1962 en 1964 speelde hij in drie films: The Longest Day, Escape from Zahrain en Cheyenne Autumn. Hollywood was op zoek naar nieuwe gezichten en Mineo, over wie de geruchten over zijn homoseksualiteit toenamen, liep alweer een tijdje mee.

In 1965 speelde Mineo in The Greatest Story Ever Told en in Who Killed Teddy Bear. In de laatste film, een in zwart-wit gedraaide low-budgetproductie, speelde hij een door seks geobsedeerde stalker.

Thema’s als voyeurisme, masturbatie, kindermisbruik en travestie werden opvallend onverhuld aan de orde gesteld. Mineo was vaak in ontbloot bovenlijf te zien en droeg niet meer dan een strakzittende slip, waarop werd ingezoomd.

De film gaf zijn carrière in Hollywood geen opkikker. Hij keerde terug naar het toneel en regisseerde in 1969 het toneelstuk “Fortune And Men’s Eyes”, met de latere Miami Vice-ster Don Johnson in de hoofdrol.

Hij had daarna bijrollen in televisieseries en films, waaronder Escape from the Planet of the Apes waarin hij de rol van Dr. Milo speelde.

In 1975 keerde hij terug naar het toneel voor P.S. Your Cat is Dead”, in San Francisco. Hij speelde daarin een biseksuele inbreker.

Voordat Mineo met het toneelstuk in Los Angeles zijn opwachting kon maken, werd hij op 12 februari 1976 bij zijn appartement in West Hollywood doodgestoken.

Hij kwam terug van een repetitie.

Zo’n 250 mensen betuigden vijf dagen later in een kerk in Mamaroneck, New York, de laatste eer aan Mineo.

Onder hen waren Courtney Burr (met wie hij de laatste jaren een relatie had), Jill Haworth, Michael Mason, Elliot Mintz, Desi Arnaz jr., Nicholas Ray, Michael Greer, zijn moeder Josephine en familie.

Lionel Ray Williams, een voormalige pizzakoerier, werd in 1979 veroordeeld voor de moord op Mineo.

Hij was negentien toen Mineo werd vermoord.

Williams kreeg 51 jaar cel voor de moord op Mineo (een mislukte beroving) en voor tien berovingen.

In het geval van Mineo is Williams veroordeeld op basis van voornamelijk indirect bewijs.

Zo legde zijn vrouw een belastende verklaring af en zei een medegevangene dat Williams tegenover hem de moord heeft bekend.

Begin jaren negentig werd hij voorwaardelijk vrijgelaten.

Williams kwam later weer achter de tralies, omdat hij zich weer op het criminele pad had begeven. (diverse bronnen en Wikipedia)

Gisteren nog vandaag

Vandaag herdenken we de vijftiende verjaardag van het heengaan van Wannes Van de Velde, een Vlaamse zanger en kunstenaar die een grote invloed had op de Vlaamse cultuur en identiteit.

Ter ere van zijn nagedachtenis brengt BLP Records een nieuwe vinylsingle uit van zijn bekendste lied ‘Ik Wil Deze Nacht In De Straten Verdwalen’.

Dit nummer schreef hij in 1973 voor de film “Home sweet home” van Benoit Lamy, maar het werd pas later opgenomen op het album Ne zanger is een groep.

De single bevat twee versies van het lied: de originele tweetalige versie uit 1973, die al vijftig jaar een klassieker is, en de versie uit 1976, die nooit eerder op vinylsingle te verkrijgen was.

Deze single is een eerbetoon aan de rijke muzikale erfenis van Wannes Van de Velde, die ons met zijn poëtische teksten en authentieke stem liet verdwalen in de straten van zijn geliefde Antwerpen.