Vandaag 65 jaar geleden onderweg naar Nederland, komt de Franse filosoof en schrijver Albert Camus om het leven door een auto-ongeluk.

De Nobelprijswinnaar, bekend van literaire klassiekers als De Pest en De Vreemdeling, stierf op slechts 46-jarige leeftijd toen de imposante Facel Vega FV3B, bestuurd door zijn vriend en uitgever Michel Gallimard, met hoge snelheid tegen een boom reed.

Het ongeluk vond plaats in het Franse dorpje Villeblevin.

In de wrakstukken van de auto werd het onafgemaakte manuscript van Camus’ autobiografische roman Le Premier Homme (De Eerste Mens) teruggevonden, dat pas in 1994 door zijn dochter werd gepubliceerd.

De Facel Vega FV3B was een luxueuze en krachtige Franse auto, een zeldzaam model dat bekend stond om zijn snelheid.

De auto was eigendom van Michel Gallimard, de neef van de beroemde uitgever Gaston Gallimard, en hijzelf en zijn vrouw Janine kwamen eveneens om in het ongeluk, net als hun dochter Anne.

Tien jaar geleden lanceerde de Italiaanse academicus en dichter Giovanni Catelli een controversiële theorie: het auto-ongeluk zou geen ongeluk zijn geweest, maar een moordaanslag georkestreerd door de KGB.

Volgens Catelli zou de Sovjet-Russische geheime dienst, op bevel van Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken Dmitri Sjepilov, de banden van Camus’ auto hebben gesaboteerd, zodat deze bij hoge snelheid zouden klappen.

Catelli baseerde zijn bewering onder andere op passages uit het dagboek van de Tsjechische dichter Jan Zábrana, die zou hebben gehoord van een “betrouwbare bron” dat de KGB achter het ongeluk zat.

De vermeende reden voor deze aanslag zou Camus’ uitgesproken kritiek op de Sovjet-Unie zijn geweest.

Hij veroordeelde de Sovjet-invasie van Hongarije in 1956 fel en sprak openlijk zijn steun uit voor Boris Pasternak, de auteur van het in de Sovjet-Unie verboden meesterwerk Dokter Zjivago.

Albert Camus ontving in 1957 de Nobelprijs voor de Literatuur, onder andere voor zijn “belangrijke literaire productie, die met scherpzinnig oprechte ernst de problemen van het menselijk geweten in onze tijd belicht.”

Pasternak zou het jaar daarop de Nobelprijs winnen, maar werd gedwongen deze te weigeren door de Sovjet-autoriteiten.

Camus was een fervent voorstander van een “Verenigd Europa” en geloofde in de kracht van dialoog en verzoening.

Hoewel experts erkennen dat de KGB destijds tot gruwelijke daden in staat was, is er tot op heden geen overtuigend bewijs gevonden voor Catelli’s moordtheorie.

De officiële lezing blijft dat het een tragisch auto-ongeluk betrof, veroorzaakt door een klapband.

De dood van Albert Camus, de beroemde grondlegger van het absurdisme, blijft dus tot vandaag omgeven door een zweem van mysterie en speculatie.

Zijn invloedrijke werken en zijn pleidooi voor menselijkheid en vrijheid blijven echter voortleven.

Juliette Gréco,”la grande dame noire” van het Franse chanson is vandaag overleden.

De vader van Juliette Gréco was van Corsicaanse afkomst, haar moeder zat in het verzet en betrok daar haar dochter bij.

De Gestapo zette het 15-jarige meisje een paar maanden achter de tralies.

Meteen na de Tweede Wereldoorlog ontdekte Juliette Gréco Parijs.

Ze begon te acteren en bracht poëzie op de radio.

Geleidelijk schakelde ze over naar cabaret, met een tournee naar de Verenigde Staten en Brazilië, en film.

Ze speelde de hoofdrol in “Orphée” van Jean Cocteau, “The Roots of Heaven” van John Huston en Jacques Brels “Le Far West”.

Een tijdlang was ze de geliefde van producer Darryl F. Zanuck, van auteur Albert Camus en jazzreus Miles Davis.

Niemand minder dan filosoof Jean-Paul Sartre gaf haar de raad om te zingen.

In 1954 stond ze op het podium van L’Olympia in Parijs, het mekka van het Franse chanson.

Ze was helemaal in het zwart gekleed en die outfit hield ze haar hele leven aan. Dat ging goed samen met haar ingetogen, sobere podiumstijl.

Ze schreef geen eigen chansons, maar maakte zich de teksten van anderen, zoals Boris Vian, Charles Aznavour of Charles Trenet, heel eigen.

Haar bekendste nummers zijn onder meer “Si tu t’imagines”, “Rues des Blancs-Manteaux”, “Trois petites notes de musique” en vooral dit gewaagde “Déshabillez-moi”

Juliette Gréco ontdekte en motiveerde in de vroege jaren 60 zelf enkele groten van het Franse chanson, onder meer Serge Gainsbourg, Guy Béart en Leo Ferré.

Ze trouwde drie keer, een van haar echtgenoten was ster-acteur Michel Piccoli van 1967 tot 1977.

“Juliette Gréco is ontslapen, omringd door haar dierbaren in haar zo geliefde woning in Ramatuelle.

Ze heeft een buitengewoon leven geleid.” Zo maakte de familie van Gréco haar overlijden bekend. Ramatuelle ligt in het zuiden van Frankrijk, niet ver van Saint-Tropez.

Ze laat een dochter na, Laurence-Marie. (Lucas Vanclooster)

Juliette Gréco (oktober 1964)
Juliette Greco ( juni 1959)
Juliette Gréco (september 1960)