40 jaar geleden, Jan Vanroelen van Arbeid Adelt en zijn vriendin Agnes De Man gaan in zaken.

Creatief, geestig en gevat: dat is Agnes De Man ten voeten uit. Na haar studies in modestad Parijs was ze zeventien jaar lang actief in de modewereld, waar ze haar eigen winkel had.

Ze bruiste van de inspiratie en ontwierp kledij, zowel in opdracht van boetieks als voor zichzelf.

Haar rijke fantasiewereld voedde een eigen lijn met extravagante kledij, typisch voor de post-punkperiode van de eighties.

Denk aan een explosie van kleuren, gecombineerd met halskettingen, breiwerk, plastiek en gigantische schouders.

Daarbij richtte ze zich niet zelden tot vrouwen met een maatje meer. Het leverde haar een leven vol hectische modeshoots en campagnes op.

Haar fascinatie voor het Oosten bracht haar naar Indonesië, waar ze stoffen bedrukte met zeefdrukken van koriander- en kippenvoerzakken.

In India trok ze de aandacht door oude, veelkleurige stoffen op te kopen en ter plaatse, samen met Indische kleermakers, nieuwe kleding te creëren.

Een grote ommekeer in haar leven kwam in 1996.

Agnes De Man hing haar flitsende modecarrière aan de wilgen om haar jeugddroom na te jagen: clown worden.

Ze richtte de vzw Relatieclowns op en werkte tien jaar lang intensief met kwetsbare ouderen en mensen met dementie.

Deze ervaring vormt een belangrijke inspiratiebron voor haar huidige kunstwerken. Haar werk is een direct gevolg van deze persoonlijke en professionele verschuiving.

De kwetsbaarheid van de ‘oudjes’ – soms gekwetst, soms kinderlijk onbevangen lachend – bood een diepgaand tegengewicht voor de perfectionistische modewereld waarin ze eerder vertoefde.

Hieruit ontstonden haar groteske, witte poppen van papier-maché.

Sindsdien maakt Agnes De Man persoonlijk en oprecht werk.

Haar emotionele erfenissen vinden een uitweg in suggestieve sculpturen en “niet onschuldige” colliers, maar altijd met de nodige knipoog. Haar wereld is vervreemdend en speels: een champignon groeit door het dak van een huis, een diepblauwe kwal spreidt zijn lange tentakels en houten popjes houden een vinger voor hun mond.

Ze schuwt ook de maatschappijkritiek niet. Met haar komische Barbie-installatie confronteert De Man ons met het maatschappelijk opgedrongen “perfecte” lichaam.

Met klei geeft ze de poppen allerlei plastisch chirurgische ingrepen, van borstvergrotingen en liposucties tot geslachtsveranderingen.

Wat ze ook maakt, haar werk raakt telkens een gevoelige snaar en is doordrongen van tederheid, compassie, troost en humor.

Jan Vanroelen van Arbeid Adelt en zijn vriendin Agnes De Man gaan in zaken (Joepie 17 november 1985)

Het karakter van Agnes De Man kunnen we typeren als creatief, geestig en gevat. Zinderend van inspiratie door haar studies in de modestad Parijs, ontwierp ze zeventien jaar lang kledij: in opdracht van boetieks, maar ook voor zichzelf.

Haar rijke fantasiewereld hielp haar bij het creëren van een eigen lijn die bestond uit de meest extravagante kledij in een explosie van kleuren.

Met halskettingen, breiwerk, plastiek en gigantische schouders. Niet zelden richtte ze zich tot vrouwen met een maatje meer. Het was de post-punkperiode van de eighties. Hectische modeshoots en ontelbare campagnes volgden elkaar op.

Haar fascinatie voor het Oosten leidde haar naar Indonesië. Ze bracht er op stoffen zeefdrukken aan, met motieven van koriander- en kippenvoerzakken.

In India trok ze de belangstelling van menige vrouw door oude, veelkleurige stoffen op te kopen en ter plaatse kleding te maken met de Indische tailors.

In 1996 hing Agnes De Man haar flitsende carrière in de modewereld aan de wilgen om het roer volledig om te gooien en haar kinderdroom te verwezenlijken.

Agnes De Man richtte de vzw Relatieclowns op. Gedurende tien jaar verdiepte ze zich in “quality time” voor hulpbehoevende bejaarden en dementerenden. Humor en lichtheid waren kenmerkend voor haar aanpak. “Ik was op zoek naar een diepgaande vorm van communicatie en een uitgesproken sociaal engagement.”

Het met leven doordrongen gestel van de ‘oudjes’ – gekwetst of kinderlijk onbevangen lachend – vormen een ware verademing en tegengewicht voor de perfect gestyleerde modescene waarin ze eerder vertoefde. Hieruit ontstonden haar groteske, witte poppen in papier-maché.

Agnes De Man maakt persoonlijk en oprecht werk. Haar emotionele erfenissen vinden een uitweg in talrijke suggestieve sculpturen en niet onschuldige colliers. Telkens met de nodige knipoog. Een champignon groeit door het dak van een huis, een diepblauwe kwal spreidt zijn vele, lange tentakels uit, en houten popjes houden een vinger voor hun mond.

Met haar komische Barbie-installatie confronteert Agnes De Man ons met een maatschappelijk gestuurd, “perfect” lichaam dat reeds van jongs af aan wordt opgedrongen. Aan de hand van klei meet ze de Barbie-poppen allerlei plastisch chirurgische ingrepen aan, van borstvergrotingen en liposucties tot geslachtsveranderingen.

Haar werk raakt telkens een gevoelige snaar – vol tederheid, compassie, troost en humor.

Jan Vanroelen van Arbeid Adelt en zijn vriendin Agnes De Man gaan in zaken (Joepie 17 november 1985)