Cher mag vandaag tachtig kaarsjes uitblazen.

De zangeres en actrice werd geboren als Cheryl Sarkisian in het Californische El Centro en brak door als de helft van het rock-‘n-roll-duo Sonny & Cher, dat ze vormde met haar toenmalige echtgenoot Sonny Bono.

Terwijl ze samen successen vierden, nam ze toen ook al haar eerste solonummers op.

Het huwelijk met Sonny strandde in 1975.

Slechts vier dagen na de officiële scheiding stapte Cher alweer in het huwelijksbootje met rockmuzikant Gregg Allman, de medeoprichter van The Allman Brothers Band, bekend van hits als Jessica en Ramblin’ Man.

Dat huwelijk kende een stormachtige start: al na negen dagen vroeg Cher een scheiding aan vanwege zijn heroïne- en alcoholverslaving, maar binnen een maand verzoende het stel zich weer.

Samen brachten ze onder de naam Allman & Woman nog het album Two The Hard Way uit.

Op 7 juli 1976 werd hun zoon Elijah Blue Allman geboren, die later in de voetsporen van zijn ouders trad en eveneens muzikant werd.

Na de breuk met Allman had Cher relaties met Kiss-bassist Gene Simmons en gitarist Les Dudek.

In totaal heeft ze twee kinderen: Chaz Bono en Elijah Blue Allman.

Naast haar muzikale loopbaan bouwde Cher een succesvolle carrière op als actrice.

Ze schitterde in films zoals The Witches of Eastwick, Mermaids, Silkwood, Mask, Suspect en Tea with Mussolini.

Haar acteerhoogtepunt beleefde ze op 11 april 1988, toen ze een Oscar voor beste actrice in ontvangst mocht nemen voor haar hoofdrol in Moonstruck.

In juli 2018 voegde ze een nieuw succes toe aan haar filmcarrière toen ze te zien en te horen was in de film Mamma Mia! Here We Go Again.

Ze vertolkte hierin de rol van Ruby Sheridan, de grootmoeder van Sophie.

Naar aanleiding van dit filmavontuur bracht ze in hetzelfde jaar het album Dancing Queen uit, een plaat die volledig gevuld was met haar eigen uitvoeringen van ABBA-covers.

Als zangeres bleef ze decennialang de hitlijsten bestormen.

In 1993 scoorde ze een opmerkelijke hit met een nieuwe uitvoering van ‘I Got You Babe’, dit keer samen met het MTV-tekenfilmduo Beavis and Butt-head.

Aan het begin van 1999 behaalde ze een grote nummer 1-hit in Nederland met het nummer ‘Believe’.

Haar repertoire bevat daarnaast bekende klassiekers zoals “Bang bang (My baby shot me down)’, ‘Gypsys, tramps & thieves’, Half-breed’, ‘Dark lady’, ‘If I could turn back time’ en ‘The shoop shoop song (It’s in his kiss)’.

In 2010 combineerde ze haar talenten in de film Burlesque, waarvoor ze de single ‘You haven’t seen the last of Me’ opnam.

In 2023 bracht ze haar kerstalbum Christmas uit, gevolgd door het verzamelalbum Forever in 2024.

Daarnaast bracht ze onlangs haar memoires uit en werd ze geëerd met een Grammy Lifetime Achievement Award.

De zangeres is nog regelmatig te zien op rode lopers en is momenteel druk bezig met het afronden van nieuwe muziek.

Ze werkt aan een nieuw studioalbum, wat waarschijnlijk haar laatste grote album zal zijn.

Ze verklaarde hierover dat het inzingen van de vocalen op deze leeftijd uitdagend is, maar dat de nummers fantastisch zijn.

foto april 1979

Cher over haar nieuwe album Take me home (Joepie van 27 april 1979).

Cher (juni 1991)

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot viert vandaag zijn 82ste verjaardag.

Een mooi moment om stil te staan bij zijn klassieker Verdronken vlinder.

Het nummer verscheen begin 1967 in eerste instantie als de B-kant van de single ‘Onder ons’, de opvolger van zijn grote hit ‘Het Land van Maas en Waal’.

Twee jaar later, in 1969, kreeg het lied alsnog een hoofdrol toen het werd uitgebracht als A-kant, met ‘Beneden alle peil’ als achterkant.

Beide nummers zijn geschreven door Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh, met een arrangement van Bert Paige.

In Verdronken vlinder verlangt de schrijver naar het vrije leven van een vlinder.

Gaandeweg beseft hij echter dat ook dat bestaan een schaduwzijde heeft, zoals een tragisch einde op een plas water.

Uiteindelijk kiest hij er dan ook voor om gewoon mens te zijn, met de troostende gedachte dat hij geen vlinder hoeft te wezen om echt te leven.

De andere kant van de single, ‘Beneden alle peil’, bezingt een onbeantwoorde liefde.

De zanger vindt de vrouw in kwestie geweldig, maar omdat zij alleen oog heeft voor zichzelf, vindt hij haar gedrag beneden alle peil.

Het nummer Verdronken vlinder bleek door de jaren heen een grote inspiratiebron voor andere artiesten.

In 1993 scoorden Erik Van Neygen en Sanne er een grote hit mee in Vlaanderen.

Daarnaast werd het lied in de loop der tijd ook succesvol gecoverd door uiteenlopende namen als Mama’s Jasje, Josee Koning, de cast van LikeMe en zelfs de indierockband Bettie Serveert.

Reclame voor het album Het Beste van Boudewijn de Groot (juli 1977)

Gisteren nog vandaag

De comeback van Boudewijn De Groot (Joepie 13 november 1973).

Het bekende nummer Testament is gecomponeerd door Boudewijn de Groot, terwijl Bert Paige tekende voor de arrangementen en Tony Vos de productie voor zijn rekening nam.

De tekst is grotendeels geschreven door Lennaert Nijgh, die in het lied via een fictief testament terugblikt op zijn jeugdjaren.

In deze nalatenschap deelt hij milde snerpen uit aan zijn familie, die hij beticht van valse getuigenissen, aan stelende vrienden en aan een bedrieglijke ex-vriendin.

Toch is het nummer niet louter bitter; Nijgh koestert tegelijkertijd de mooie herinneringen en reflecteert op verloren idealen.

Omdat Boudewijn de Groot een specifiek deel van de oorspronkelijke tekst niet goed bij zichzelf vond passen, nam hij zelf de pen ter hand voor het couplet dat begint met de regel over het fotoalbum van zijn ouders.

Testament verscheen op het succesvolle album Voor de overlevenden en deed daarnaast dienst als de B-kant van de hitsingle Het Land van Maas en Waal.

Gisteren nog vandaag

Boudewijn de Groot in de Muziek Expres van december 1979

Gisteren nog vandaag

Na een stilte van vijf jaar maakte Boudewijn de Groot in 1973 zijn comeback met het album Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser.

De titel van de plaat is ontleend aan het bekende nummer Jimmy, dat hij vernoemde naar zijn zoon Jim. Vader en zoon schitteren samen op de albumhoes.

Naast Jimmy bevat het album nummers zoals Terug van weggeweest, Wat geweest is, is geweest, Onderweg, Het Spaarne, Kindermeidslied (Nurse’s Song), Tante Julia, Ik zal je iets vertellen, Parijs, Berlijn, Madrid, De kleine schoorsteenveger en De reiziger.

Voor de teksten werkte De Groot opnieuw samen met Lennaert Nijgh en met zijn toenmalige zwager Ruud Engelander.

Bovendien zijn twee nummers vertalingen van gedichten van William Blake.

Muzikaal kreeg hij ondersteuning van sologitarist Eelco Gelling, met wie hij al eerder samenwerkte op Nacht en ontij, en violiste Vera Beths, die een gastbijdrage leverde op het nummer’ ‘De reiziger’.

Bang dat het publiek hem in de tussentijd was vergeten, was De Groot niet.

Tijdens zijn afwezigheid deden zijn verzamelalbums het namelijk buitengewoon goed. Vooral de dubbel-lp Vijf Jaar Hits was een groot succes, snel gevolgd door een eveneens goed verkopend tweede deel.

Dit bewees dat zijn populariteit en bekendheid alleen maar waren gegroeid, waardoor het grote succes van Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser niet als een complete verrassing kwam.

Het album werd een enorme hit, bereikte de eerste plaats in de albumlijst en hield het daar twintig weken vol.

Dit leverde De Groot een gouden en een platina plaat op, evenals zijn derde Edison.

Het succes kreeg begin 1974 nog een vrolijk staartje toen er een carnavalsversie van het nummer Tante Julia op single verscheen, opgenomen als duet met Nico Haak.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, reclame voor de verzamelaar Hit Singles Volume 8 (mei 1981)

Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.

Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.

Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.

Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.

Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.

Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.

Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.

In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.

Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.

Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.

Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.

Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.

Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.

Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.

De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag

Grace Jones mag vandaag 78 kaarsjes uitblazen.

45 jaar geleden, LP-bespreking Nightclubbing van Grace Jones (Joepie 24 mei 1981)

Gisteren nog vandaag

Nightclubbing uit 1981 markeert het moment waarop Grace Jones haar transformatie van disco-diva naar avant-garde-icoon voltooide.

De weg naar dit succes was bijzonder; Jones werkte zich op van een Jamaicaanse domineesdochter tot een veelzijdige wereldster.

Hoewel ze in Amerika de toneelschool bezocht, werd ze al snel ontdekt als topmodel.

Ze sierde de covers van bladen als Elle en Vogue, en verscheen zelfs op de voorzijde van het Duitse Der Stern.

Het album werd opgenomen in de beroemde Compass Point Studios op de Bahama’s, waar een uniek geluid werd gesmeed door de combinatie van reggae-ritmes, post-punkattitude en elektronische texturen.

Onder leiding van producenten Chris Blackwell en Alex Sadkin, en met de ritmesectie van Sly & Robbie, ontstond een lome, hypnotiserende sfeer die perfect de overgang van de glitter van de jaren zeventig naar de kille chic van de jaren tachtig ving.

Rond deze tijd ontwikkelde Jones haar kenmerkende androgynen look met kort haar en strakke pakken, wat haar een onvergetelijk icoon in zowel de muziek als de mode maakte.

De titeltrack kent een interessante oorsprong; het nummer werd geschreven door David Bowie en Iggy Pop en verscheen voor het eerst op het album The Idiot van Iggy Pop in 1977.

In de uitvoering van Jones krijgt het stuk echter een geheel nieuwe dimensie. Terwijl het origineel uit de Berlijnse periode van Bowie en Pop een zekere mate van decadente uitputting suggereerde, klinkt de versie van Jones als een triomftocht door een nachtelijk stedelijk landschap.

Haar voordracht is afstandelijk en bijna robotachtig, wat naadloos aansluit bij het hoekige, minimalistische arrangement.

Naast de titeltrack bevat het album meer indrukwekkende bewerkingen. Een van de absolute hoogtepunten is de single I’ve Seen That Face Before (Libertango).

Gisteren nog vandaag

Dit nummer is een bewerking van Libertango, een compositie van de Argentijnse componist en bandoneonist Astor Piazzolla.

De tekst van deze versie werd mede geschreven door Francine Canovas, beter bekend onder haar artiestennaam Nathalie Delon.

Zij was de moeder van de Frans-Amerikaanse acteur Anthony Delon en was van 1964 tot 1969 getrouwd met Alain Delon.

Later werd zij de vriendin van producent Chris Blackwell, wat leidde tot de samenwerking voor dit album. Nathalie Delon overleed helaas in 2021.

I’ve Seen That Face Before werd een gigantisch succes in de Lage Landen. In Vlaanderen stond de single maar liefst vijf weken lang op de eerste plaats in de hitlijsten, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de tweede positie bereikte.

Ook van het nummer Demolition Man van Sting maakte ze een zeer krachtige en eigenzinnige cover die perfect paste binnen de vernieuwende sound van het album.

Het visuele aspect van Nightclubbing bleef onlosmakelijk verbonden met de muziek.

De iconische hoes, gefotografeerd door Jean-Paul Goude, toont Jones met haar kenmerkende blokkapsel en een strak gesneden Armani-jasje.

Deze verschijning versterkte de impact van nummers zoals Pull Up to the Bumper en Walking in the Rain.

Het album wordt tot op de dag van vandaag geprezen om de unieke persoonlijkheid van Grace Jones en blijft een essentieel referentiepunt voor artiesten die de grenzen tussen kunst, mode en commercie willen vervagen.

Op oudejaarsavond 1977 maakte de single La Vie En Rose haar debuut in de BRT Top 30, om twee weken later door te stoten naar de dertiende positie.

De tekst van dit wereldberoemde nummer werd oorspronkelijk geschreven door Edith Piaf, die de tekst destijds de titel Les Choses En Rose meegaf.

De bijbehorende muziek werd gecomponeerd door Louis Gugliemi, beter bekend onder zijn pseudoniem Louiguy.

Hoewel het chanson in 1945 voor het eerst werd opgenomen door Marianne Michel, een goede vriendin van Piaf, zorgde het grote succes van die uitvoering ervoor dat de schrijfster het nummer uiteindelijk ook zelf inzong.

In 1946 werd het haar allereerste grote hit.

In 1983 beleefde de cover van Grace Jones een heropleving en kwam deze terug in de hitlijsten, binnen op nummer 28, waarna deze uiteindelijk de zestiende plaats bereikte.

Grace Jones in de Humo van 31 juli 1980

Grace Jones in de Joepie van 1 december 1985

Gisteren nog vandaag

Grace Jones in de Muziek Expres van april 1982

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden domineerde Ottawan de hitlijsten met hun klassieker Hands up (Give me your heart), ook bekend als de Franstalige versie Haut les mains.

Het duo bestond uit Jean-Baptiste Patrick en Annette Eltice, twee zangers met Caraïbische roots die werden samengebracht door de producenten Jean Kluger en Daniel Vangarde.

De groepsnaam was een knipoog naar de Canadese hoofdstad Ottawa, een bestemming die de producenten tijdens een promotour had geïnspireerd.

De formatie brak in 1980 al door met de hit “D.I.S.C.O”, die zowel in het Frans als in het Engels de BRT Top 30 veroverde en zelfs de derde plaats in de hitparade bereikte.

In 1981 volgde hun grootste succes met Hands up, goed voor een vierde positie.

Opvallend is dat de Franse variant “Haut les mains (donne moi ton cœur)” al een halfjaar eerder in de lijst verscheen, maar destijds bleef steken op de dertigste plek.

De tekst van deze bekende single werd geschreven door de Vlaamse tekstschrijfster Nelly Byl.

Het nummer kreeg extra bekendheid als het vrolijke uithangbord voor de luxe reisorganisatie Club Med.

Hoewel de groep vooral herinnerd wordt om deze grote successen, scoorde ze ook nog een bescheiden hit met “Qui va garder mon crocodile cet été?”, dat tot de drieëntwintigste plaats in de hitlijsten klom.

Vandaag 40 jaar geleden, Michael Jackson en Pepsi-Cola, een bruisende combinatie

In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.

Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.

De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.

Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.

Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.

De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.

De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.

Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.

De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.

Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.

Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.

Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.

Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.

Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.

Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.

Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.

Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.

De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.

Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven

45 jaar geleden, Frank Duval met zijn hit Angel Of Mine.

Frank Duval werd geboren als Frank Uwe Patz op 22 november 1940 in Berlijn en groeide op in een artistiek milieu, waarbij hij aanvankelijk een opleiding volgde als acteur en danser.

Al snel verschoof zijn focus echter naar de muziek, waarbij hij een kenmerkende stijl ontwikkelde die het midden houdt tussen pop, klassiek en atmosferische elektronische muziek.

Zijn grote doorbraak bij het brede publiek kwam voort uit zijn nauwe samenwerking met de Duitse televisie.

Duval componeerde de muziek voor populaire krimiseries zoals Derrick en Der Alte.

Het was binnen deze context dat zijn grootste hit, “Angel of Mine”, in 1980 het levenslicht zag. Een opvallend detail is dat hij het nummer eigenlijk niet zelf wilde inzingen.

De sessiezangeres die hiervoor was gevraagd, kwam echter niet opdagen, waardoor Duval besloot de vocalen zelf maar voor zijn rekening te nemen.

Het nummer werd een enorm succes in de Lage Landen. In Nederland bereikte de single de eerste plaats in de Top 40, terwijl het nummer in Vlaanderen de tweede plaats behaalde in de BRT Top 30.

Hoewel Angel of Mine bij ons zijn enige grote hit bleef, scoorde hij onder de naam Frank en Kalina in maart 1986 nog een hit met “It Was Love”, een nummer dat hij opnieuw voor de krimiserie schreef.

Deze single was op donderdag 6 maart 1986 TROS Paradeplaat op Radio 3 en bereikte uiteindelijk de vierentwintigste plaats in de Top 40.

Gedurende zijn carrière werkte Duval vaak samen met zijn vrouw, Kalina Maloyer, die de teksten voor veel van zijn liedjes schreef.

Samen creëerden ze een omvangrijk oeuvre dat bekendstaat om de diepe emotionele lading en filmische kwaliteit.

Zijn werk was onlosmakelijk verbonden met de gezichten van de serie Derrick.

Horst Tappert, die bijna 25 jaar lang de stugge detective speelde, kwam te overlijden op 13 december 2008.

Ook zijn collega in de reeks, Fritz Wepper, is inmiddels overleden op 25 maart 2024.

Hoewel het commerciële succes in de hitlijsten na de jaren tachtig afnam, bleef Duval gerespecteerd als een vakman die complexe synthesizerarrangementen wist te combineren met toegankelijke melodieën.

Naast zijn werk voor televisie en zijn solocarrière heeft Duval zich ook beziggehouden met maatschappelijke projecten.

Zo richtte hij de Frank Duval Foundation op, die zich inzet voor kansarme kinderen in India.

Tegenwoordig leidt de 85-jarige componist een teruggetrokken leven op het Spaanse eiland Palma de Mallorca, waar hij nog steeds betrokken is bij diverse kunstvormen, waaronder schilderkunst en digitale media.

50 jaar geleden, Pierre Rapsat over zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival in Den Haag.

Hoewel hij vereerd was dat hij België mocht vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival op 3 april 1976 in Den Haag met het nummer ‘Judy et Cie’, stak hij zijn teleurstelling over de gang van zaken in eigen land niet onder stoelen of banken.

Rapsat merkte op dat de beleving van het festival in Wallonië aanzienlijk minder intens was dan in Vlaanderen, wat onder meer bleek uit de sobere manier waarop de RTBF de selectie organiseerde.

De kandidaten werden op verschillende tijdstippen gefilmd zonder publiek, waardoor de kijkers en de jury de artiesten nooit live aan het werk hadden gezien.

De zanger omschreef het proces als een nogal afstandelijke ervaring waarbij hij zelf als een gewone toeschouwer voor de televisie zat te wachten op het oordeel.

Ondanks deze kritiek zag Rapsat het festival als een unieke kans op internationale promotie, zeker omdat zijn eerdere albums ondanks goede recensies commercieel weinig succesvol waren.

Hij benaderde de wedstrijd dan ook met een zakelijke nuchterheid en hoopte vooral dat het een springplank zou zijn voor zijn verdere carrière.

Hij vergeleek zijn situatie met die van de Nederlandse inzending Sandra Reemer, die volgens hem direct na haar selectie volop de ruimte kreeg in diverse televisieprogramma’s en binnen een week een hit scoorde.

Volgens Rapsat moesten Belgische artiesten veel harder vechten voor een plek op het kleine scherm en ontbrak het in België vaak aan de nodige professionele omkadering en steun om internationaal echt door te kunnen breken.

Uiteindelijk behaalde Pierre Rapsat op het festival de achtste plaats op een totaal van 18 deelnemers.

In Wallonië bereikte het nummer de zevende plaats in de hitparade, terwijl hij in Vlaanderen met zijn nummer de zestiende plaats in de BRT Top 30 behaalde.

In Nederland bereikte de single de eenendertigste plaats in de Top 40.

De muzikale wortels van Rapsat lagen in Verviers, de stad waarheen hij met zijn familie verhuisde toen hij tien jaar oud was en waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.

Na in verschillende bands gespeeld te hebben, startte hij in 1973 zijn solocarrière.

Enkele jaren na zijn Eurovisie-avontuur vertegenwoordigde hij België in 1979 opnieuw op een internationaal podium, ditmaal op het Intervisiesongfestival in Sopot, waar hij als tiende eindigde van dertien deelnemers.

In 1982 scoorde hij een radiohit met het nummer ‘Passagers de la nuit’.

Zijn grote artistieke triomf volgde in 2001 met het album Dazibao, dat zowel in België als Frankrijk zeer lovend werd onthaald.

Het bleek een van zijn laatste grote wapenfeiten, want in 2002 overleed hij op 53-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

Zijn impact op de Belgische cultuur bleef groot; in 2005 eindigde hij op de 51ste plaats in de Waalse verkiezing van De Grootste Belg.

De geslaagde aprilgrap van de Belgische groep The Bowling Balls.

Het Belgische pop- en rockarchief kent vele bijzondere verhalen, maar de ontstaansgeschiedenis van The Bowling Balls is zonder twijfel de meest opmerkelijke.

De groep werd namelijk opgericht om een stripfiguur tot leven te wekken.

Oorspronkelijk werden ze bedacht door Frédéric Jannin en Thierry Culliford, de zoon van Smurfen-bedenker Peyo, voor een grap in Le Trombone Illustré.

Dit was een rebelse bijlage bij het weekblad Robbedoes waarin de strip Germain et nous verscheen.

In die strip luisterden verveelde jongeren de hele dag naar platen van een fictief bandje genaamd The Bowling Balls.

De makers besloten dit grapje door te trekken naar de werkelijkheid.

De fictieve bandleden gaven plotseling echte interviews en er ontstond een plan om een flexidisc bij het tijdschrift te voegen.

De bezetting bestond uit Frédéric Jannin als Averell Ball op toetsen en Bert Bertrand als zanger Billy Ball. Bertrand was een bekende punkjournalist en de zoon van Yvan Delporte; volgens de legende was hij ook de man die de naam Plastic Bertrand bedacht.

Het kwartet werd gecompleteerd door Thierry Culliford als Elton Ball en Christian Lanckvrind als Fernand Ball.

Hoewel Robbedoes uiteindelijk geen budget had voor de release, zag platenlabel EMI wel brood in het project.

Op 1 april 1979 verscheen hun debuutsingle God Save the Night Fever.

Die datum was symbolisch, want de buitenwereld twijfelde voortdurend of de groep wel echt bestond. T

he Bowling Balls specialiseerden zich in nonsensicale teksten en humoristische playbackoptredens waarbij ze hun eigen amateurisme cultiveerden.

Jannin vatte die periode later treffend samen door te zeggen dat het een tijd was waarin iedereen maar wat deed, en aangezien zij ook maar iemand waren, deden zij dus ook maar wat. Toch lieten ze met nummers als ‘You Don’t Know’ en hun cover van ‘When You Walk in the Room’ een blijvende indruk achter.

Het einde van de band kwam even plotseling als het begin.

Kort na het verschijnen van hun enige album kondigde Bert Bertrand aan dat hij naar Bora-Bora zou vertrekken.

De overige leden dachten dat het een grap was, maar Bertrand vertrok daadwerkelijk en keerde nooit meer terug.

Hij maakte een einde aan zijn leven in New York, vlak nadat hij Lou Reed had geïnterviewd.

Van de overgebleven leden bleef Frédéric Jannin de bekendste als striptekenaar, radio- en televisiepersoonlijkheid en muzikant.

Zo scoorde hij in 1990 nog een grote hit met het project Zinno.

In de jaren negentig volgde een bescheiden revival van The Bowling Balls met een verzamel-cd en een documentaire op Canal+.

Critici stelden toen vast dat de muziek, ondanks de parodiërende insteek, technisch verrassend goed in elkaar stak.

De nummers bleken achteraf gezien prima stand te houden naast het werk van synthpopgrootheden als OMD of Erasure (Diverse bronnen, Dirk Houbrechts en Joepie, maart 1981)

50 jaar geleden, zingende seksbom Elkie Brooks.

In maart 1976 werd zangeres Elkie Brooks omschreven als een zingende seksbom die met haar opvallende verschijning en strakke jeans menig jongerenhart sneller deed kloppen.

Voor de echte popkenner was zij destijds geen onbekende, omdat velen zich haar vurige stem bij de Britse groep Vinegar Joe nog wel konden herinneren.

In die periode maakte zij echter naam als de blanke furie van de rock met haar eerste solo-album Rich Man’s Woman uit 1975,

uitgebracht op A&M Records.

Hoewel dit album door critici werd geprezen, zorgde de hoesfoto van een naakte Brooks met een verensjaal destijds voor de nodige ophef.

Brooks gaf in die tijd aan dat zij het vleiend vond dat haar figuur in de smaak viel bij het publiek, maar ze benadrukte dat haar solocarrière op dat moment al haar aandacht opeiste.

Na het uit elkaar gaan van Vinegar Joe in 1974 had zij een lastige periode gekend waarin zij zelfs naar Amerika was getrokken in de hoop een filmster te worden.

Dat avontuur liep echter op niets uit bij gebrek aan de juiste contacten en rollen.

Uiteindelijk leefde zij weer op toen zij zich aansloot bij de popgroep Wet Willie voor een tournee.

Ze vertelde destijds dat het zwerversbestaan van een artiest, met elke dag een andere stad en een ander hotel, voor haar een levensnoodzaak was geworden.

In de jaren die volgden op deze periode in 1976 brak een uiterst succesvolle tijd aan met zestien albums in twintig jaar.

Dit begon met Two Days Away in 1977, geproduceerd door het beroemde duo Jerry Leiber en Mike Stoller.

Van dit album kwamen grote hits zoals Pearl’s a Singer en Sunshine After the Rain. Ook zong zij in 1977 een duet met Cat Stevens en scoorde zij later successen met nummers als Lilac Wine en Don’t Cry Out Loud.

In 1980 trad zij op tijdens het Knebworth Festival naast grote namen als The Beach Boys en Santana.

Haar grootste commerciële succes behaalde zij met het album Pearls uit 1981, dat 79 weken in de hitlijsten stond.

Andere bekende hits uit die jaren waren onder meer Fool If You Think It’s Over en No More the Fool, die begin 1987 de top vijf bereikten.

Terwijl zij in maart 1976 nog probeerde haar huwelijk met gitarist Peter Gage zo goed mogelijk te combineren met haar drukke bestaan, eindigde deze verbintenis later in de jaren zeventig.

Op 1 maart 1978 trouwde zij met haar geluidstechnicus Trevor Jordan, met wie zij twee zonen kreeg, Jermaine en Joseph.

Het gezin woonde jarenlang in een landhuis in North Devon, maar in 1998 kwam Brooks in zware financiële problemen, nadat bleek dat haar accountant haar belastingen niet had betaald.

Ze woonde tijdelijk in een stacaravan, maar wist uiteindelijk na vier jaar al haar schulden af te lossen door haar huis te verkopen.

Vanaf het jaar 2000 werd haar management en tournee-promotie overgenomen door haar zoon Jermaine en diens vrouw Joanna.

Syreeta Wright, de ex van Stevie Wonder, hij wilde me alleen zien als huisvrouw.

Syreeta Wright werd geboren in 1946 in Pittsburgh en begon al op vierjarige leeftijd met zingen.

Haar jeugd werd getekend door het verlies van haar vader, Lordian Wright, die sneuvelde in de Koreaanse Oorlog.

Samen met haar zus Kim werd ze opgevoed door haar moeder Essie en haar grootmoeder.

Het gezin verhuisde regelmatig tussen Detroit en South Carolina, om zich uiteindelijk definitief in Detroit te vestigen toen Syreeta naar de middelbare school ging.

Hoewel ze droomde van een carrière in het ballet, zorgden financiële problemen ervoor dat ze haar focus verlegde naar de muziek.

Na bij verschillende zanggroepen te hebben gezongen, vond ze in 1965 een baan als receptioniste bij Motown. Binnen een jaar klom ze op tot secretaresse van Mickey Stevenson.

Mickey Stevenson was een cruciale figuur binnen Motown als de allereerste A&R-directeur van het label.

Hij was verantwoordelijk voor het vormen van de artistieke richting en stelde de beroemde studioband de Funk Brothers samen.

Stevenson schreef en produceerde talloze hits, waaronder Dancing in the Street, en hielp bij het opzetten van de carrières van grote namen als Marvin Gaye en Martha Reeves.

Voor Syreeta was het werken als zijn secretaresse, net zoals Martha Reeves dat voor haar had gedaan, een directe ingang in de creatieve kern van het bedrijf.

Haar zangtalent bleef niet onopgemerkt; Edward Holland van het beroemde schrijversteam Holland-Dozier-Holland hoorde haar zingen en zette haar in voor demo’s van nummers voor de Supremes.

In deze periode bij Motown in Detroit ontmoette ze Stevie Wonder. De twee vonden elkaar in een diepe artistieke harmonie en stapten op 14 september 1970 in het huwelijksbootje.

Syreeta bood hem niet alleen vocale steun, maar ook zakelijk en muzikaal advies, terwijl hij haar hielp haar talent aan de wereld te tonen.

Hoewel ze in 1972 na een huwelijk van achttien maanden als vrienden uit elkaar gingen, bleef hun professionele band ijzersterk.

Samen met Stevie Wonder schreef Syreeta mee aan grote successen zoals Signed, Sealed, Delivered (I’m Yours) en If You Really Love Me, beide grote hits voor Stevie zelf.

Ook It’s A Shame, een hit voor de Spinners, kwam van hun hand. Stevie produceerde haar eerste twee soloalbums en schreef mee aan nummers als Your Kiss Is Sweet, Spinnin’ And Spinnin’ en Harmour Love.

Ondanks deze successen kende hun huwelijk een moeizame dynamiek door de verwachting dat zij zich zou schikken in de rol van traditionele huisvrouw, wat botste met haar eigen ambities.

Midden jaren zeventig woonde ze korte tijd in Ethiopië, waar ze werkte als lerares in transcendente meditatie.

Syreeta trouwde in totaal drie keer en kreeg vier kinderen.

Na haar huwelijk met Stevie Wonder trouwde ze met bassist Curtis Robertson Jr., met wie ze twee kinderen kreeg: Jamal en Hodari.

Dit huwelijk eindigde in 1982 in een scheiding.

Haar muzikale carrière bleef echter bloeien, met als absoluut hoogtepunt het duet With You I’m Born Again met Billy Preston uit 1980, dat internationaal grote successen behaalde in de hitlijsten.

In totaal nam ze zes soloalbums op bij Motown en bracht ze duetalbums uit met Billy Preston en G.C. Cameron.

In 1983 verscheen haar laatste album, waarna ze de showbusiness verliet om zich volledig op haar gezin te richten in Los Angeles. Syreeta Wright overleed op 6 juni 2004 op 58-jarige leeftijd aan hartfalen, een gevolg van de behandelingen tegen borst- en botkanker.

Serge Gainsbourg en de artistieke blik van zijn nieuwe muze Bambou.

In de beginjaren tachtig bevond de Franse cultfiguur Serge Gainsbourg zich in een nieuwe fase van zijn leven, zowel artistiek als persoonlijk.

Na de breuk met Jane Birkin vond hij een nieuwe muze en partner in Bambou, een jonge vrouw die een rustgevende maar ook fascinerende invloed op hem had.

Hun relatie werd gekenmerkt door een contrast tussen de publieke provocatie waar Gainsbourg om bekendstond en de intimiteit die zij deelden tijdens hun gezamenlijke reizen en werkprojecten.

Tijdens een verblijf in Gabon voor de opnames van de film Équateur kwam de dynamiek tussen het paar duidelijk naar voren.

Terwijl Gainsbourg zich concentreerde op zijn rol als regisseur, paste Bambou zich moeiteloos aan de lokale omgeving aan.

Haar verschijning en spontaniteit maakten indruk op de mensen om haar heen, waarbij ze zelfs traditionele vlechtjes in haar haar liet maken.

Voor Gainsbourg was zij niet alleen een partner, maar ook een dankbaar onderwerp voor zijn fotografie en filmkunst, waarbij hij haar schoonheid in diverse producties vastlegde.

Gainsbourg reflecteerde in deze periode ook op zijn eigen karakter, waarbij hij erkende dat er een zekere donkerte en onvoorspelbaarheid in hem school.

Hij zag zijn kunst, of het nu muziek, schilderkunst of film was, als een noodzakelijke uitlaatklep voor zijn innerlijke onrust.

Tegelijkertijd begon hij afstand te nemen van het hectische nachtleven van de Parijse clubs en gaf hij de voorkeur aan de ingetogen luxe van gerenommeerde hotelbars, waar hij in de namiddag kon genieten van een zorgvuldig bereide cocktail.

Zijn veelzijdigheid als kunstenaar bleef de kern van zijn bestaan.

Hij beschouwde zichzelf als een man die door vele disciplines was gevormd, van de piano en gitaar tot de architectuur en de literatuur.

Een bijzonder bezit dat hij koesterde en dat een centrale plek op zijn piano in Parijs innam, was een filmzoeker die hij jaren eerder van Brigitte Bardot had gekregen.

Dit optische instrument, waarmee een regisseur shots kan bepalen zonder de zware camera te verplaatsen, stond symbool voor zijn passie voor het visuele.

Het was een kostbaar kleinood dat zijn voortdurende drang om de wereld door een artistieke lens te bekijken bevestigde, een passie die hem tot aan het einde van zijn carrière zou blijven drijven.

In maart 1981 ontmoetten Mireille Mathieu en de Nederlandse band B.Z.N. elkaar persoonlijk.

De basis voor dit contact lag in het jaar 1980, toen de Franse zangeres besloot het nummer Pearlydumm van de Volendamse formatie op te nemen.

De Franse vertaling kreeg de titel Jusqu’à Pearlydam en verscheen dat jaar op haar album Un Peu… Beaucoup… Passionnément.

Naast deze Franse interpretatie bracht ze in 1980 via het label Ariola ook een Duitse versie van het lied uit in Duitsland.

Deze verschillende talen onderstreepten de brede Europese belangstelling voor het repertoire van de Nederlandse groep, die op dat moment al tot de absolute top in de Benelux behoorde.

De internationale aantrekkingskracht van hun muziek bleek ook uit het feit dat het originele Mon Amour zelfs in landen als Australië, Brazilië en Nieuw-Zeeland op single is uitgebracht.

De waardering voor dit specifieke werk bleef bovendien jarenlang bestaan, wat bleek toen Demis Roussos in 1995 een vertolking van Mon Amour opnam samen met Anny Schilder.

Tijdens de ontmoeting bij een televisieshow in het voorjaar van 1981 kregen de oorspronkelijke vertolkers en componisten uit Volendam de kans om de zangeres te spreken over deze diverse vroege uitvoeringen van hun hit.