Vijfenveertig jaar geleden scoorde Boney M een hit met het nummer ‘We Kill The World’, geschreven door Frank Farian samen met het Italiaanse koppel Giorgio en Gisela Sgarbi.

Het nummer werd uitgebracht als de tweede single van het album Boonooonooos.

Na de eerdere hit ‘Belfast’ was dit pas de tweede keer dat Marcia Barrett de leadzang voor haar rekening nam.

Daarnaast vervulde de stem van Bobby Farrell voor het eerst een belangrijke rol in een nummer van de groep.

De karakteristieke kinderstemmen die te horen zijn, zijn afkomstig van Brian Paul en Brian Sletten.

In de hitlijsten behaalde de single een achtentwintigste plaats in de BRT Top 30, waar het nummer één week bleef staan, terwijl het in Nederland tot de vijfentwintigste positie in de Top 40 reikte.

Voor de Vlaamse groep The Strings het langste eind, omdat meisjes toch nog altijd opkijken als je muzikant bent

In augustus 1981, precies 45 jaar geleden, stonden The Strings volop in de belangstelling.

De gitaarrockgroep uit Zaventem werd opgericht door vijf jongens die elkaar al heel lang kenden: gitaristen Jan Van Eyken en Bruno Melon, zanger Luk Meert, bassist Mark Vanbinst en drummer Luk Vrebos.

Ze begonnen aan het avontuur, omdat er in hun woongemeente destijds nauwelijks iets te beleven viel, maar uiteraard droomden ze ook een beetje van roem en vonden ze dat meisjes toch nog altijd opkeken naar muzikanten.

Aanvankelijk dachten de bandleden nauwelijks aan het opnemen van een album, laat staan aan interviews of televisieoptredens.

De groep ontstond uit het eerdere project Belgrave Road na een optreden op een freepodium.

Waar ze in het begin vooral covers speelden van onder meer The Rolling Stones en Frankie Miller, schakelden ze snel over op een volledig eigen repertoire, met uitzondering van het nummer ‘Route 66’.

Hun debuutsingle met de nummers ‘Love me’ en op de B-kant ‘I wanna dance’ namen ze in eigen beheer op.

De productie was in handen van Jean-Marie Aerts, de gitarist van TC Matic, die in die periode de vaste producer was voor heel wat beginnende Belgische bands.

Hoewel de eerste single hen financieel meer kostte dan hij opbracht, doordat ze duizend exemplaren lieten persen en deze zelf verdeelden, bewees de uitgave wel hun ambitie.

Met de opvolger ‘Back to you’ lieten ze zien dat het ook met hun eigen materiaal helemaal goed zat.

In de zomer van 1981 toerde de groep door heel Vlaanderen.

Dat najaar mochten ze bovendien mee op tournee met De Kreuners, waar ze als voorprogramma optraden en de avond afsloten met een gezamenlijke set vol klassiekers uit de vroege jaren zeventig van artiesten als Gary Glitter, T. Rex en The Sweet.

Die gezamenlijke tournee bleek een belangrijke stap, want niet veel later maakte gitarist Jan Van Eyken de overstap naar De Kreuners, de band waar hij sindsdien nog altijd deel van uitmaakt en een bepalend gezicht van is gebleven (Joepie 9 augustus 1981)

Het levensverhaal van Lynsey de Paul: van internationale hits tot een nieuw begin in Londen

De Britse zangeres, songwriter en pianiste Lynsey de Paul werd op 11 juni 1948 in Londen geboren als Lyndsey Monckton Rubin.

Ze studeerde aan het Hornsey College of Art en begon haar werkzame leven in de grafische vormgeving, waar ze onder meer albumhoezen ontwierp.

Haar muzikale talent bracht haar echter al snel in de muziekindustrie terecht, waar ze aanvankelijk successen boekte als componist voor andere artiesten.

Zo schreef ze onder meer de succesvolle hits ‘Storm in a Teacup’ voor The Fortunes en ‘Dancin’ (On a Saturday Night)’ voor Barry Blue.

Haar grote doorbraak als uitvoerend artiest kwam in 1972 met de single ‘Sugar me’.

Dat nummer was oorspronkelijk helemaal niet voor haarzelf bedoeld, want ze schreef het voor Peter Noone.

Die we allen kenden als de zanger van de succesvolle popgroep Herman’s Hermits.

Op aanraden van onder meer acteur Dudley Moore besloot ze het nummer toch zelf op te nemen en uit te brengen.

Het werd een internationale hit die de eerste plaats bereikte in de hitlijsten van onder meer Nederland en België.

Hiermee schreef ze geschiedenis als de eerste Britse vrouwelijke artiest die een nummer één-hit scoorde met een door haarzelf geschreven nummer.

Rond die periode werd ook haar artiestennaam bewust gekozen.

Vanwege de spanningen rond de Olympische Spelen van München in 1972 werd haar geadviseerd een minder opvallende Joodse achternaam te gebruiken.

Haar nieuwe artiestennaam stelde zij subtiel samen uit de namen van haar ouders.

Het voorvoegsel ‘de’ kwam van de meisjesnaam van haar moeder (wiens achternaam hiermee begon, of naar verluidt verwees naar de ‘de’ uit een familienaam), en ‘Paul’ was de tweede voornaam (middelnaam) van haar vader, Herbert Paul Rubin.

In de jaren daarna volgden verschillende successen in de hitparade, waaronder ‘No Honestly’ en de ballad ‘Won’t Somebody Dance with Me’.

Met die laatste plaat schreef ze opnieuw geschiedenis bij de Ivor Novello Awards door als eerste vrouw ooit deze prestigieuze Britse prijs voor songwriters te winnen.

In 1977 vertegenwoordigde ze samen met Mike Moran het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Rock Bottom’.

Het duo eindigde op de tweede plaats en scoorde goed in verschillende hitparades in diverse Europese landen.

In augustus 1981 keerde Lindsey de Paul terug naar haar Victoriaanse huis in Londen om er na het beëindigen van haar vierjarige romance met de Amerikaanse acteur James Coburn een nieuwe elpee en een Europese en Japanse tournee voor te bereiden.

Het viel haar destijds niet gemakkelijk om weer te wennen aan het vrijgezellenbestaan.

In vier jaar tijd was ze ontzettend veranderd.

Voordat ze James leerde kennen, had ze altijd vrienden over de vloer en liep ze van de ene fuif naar de andere, maar dat zei haar toen niets meer in 1981.

Ze zat het liefst gezellig thuis achter de piano om nummers te schrijven voor haar eerste elpee in jaren.

In die periode kwam ook haar single ‘Strange Changes’ uit, een nummer dat haar gemoedstoestand weergaf.

Het nummer schreef ze samen met Sue Shifrin.

Toen bekend werd dat ze zich weer in Londen ging vestigen, kreeg ze een telefoontje van haar oude platenmaatschappij met de vraag of ze een nieuw contract wilde tekenen.

Dat voorstel nam ze in dank aan, omdat ze zo snel mogelijk weer aan de slag wilde.

Wel werd er gevraagd om snel met een single te komen.

Na drie jaar muzikaal op non-actief te hebben gestaan, wilde ze weer gaan componeren.

‘Strange Changes’ beschreef haar gevoelens en haar kijk op de wereld op dat moment.

Ze vond dat achteraf een beetje jammer, niet omdat ze dingen had verteld die ze niet meende, maar omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze haar zelfbeklag ten gelde wilde maken.

In haar Victoriaanse huis in Noord-Londen, dat ze in 1975 voor een zacht prijsje op de kop had kunnen tikken, was een muziekkamer ingericht met twee piano’s en een enorme collectie elpees.

Een van die piano’s was trouwens een geschenk voor haar ex-vriend.

Het hele huis puilde toen trouwens uit met souvenirs aan James en haar verblijf in de Verenigde Staten.

Deze souvenirs herinnerden haar aan goede tijden, waar ze toen met groot heimwee naar terugkeek.

Ondanks de breuk kwam James altijd gedag zeggen als hij in Londen was, en zij vond dat enorm fijn van hem.

Deze vriendschap zou dan ook blijven duren tot aan zijn dood.

Er kwam ook nog ander bezoek over de vloer, zoals haar poes Sesam, die ze op dat moment haar beste vriend noemde.

Aan een nieuwe relatie was ze toen nog niet toe.

Haar single werd zo goed onthaald dat het een hit beloofde te worden, vertelde ze toen in een interview.

Bovendien kon ze rekenen op de steun van zowel de BBC als de Britse commerciële televisie.

Voordat ze naar Amerika trok, leverde ze regelmatig titelmelodieën af voor tv-series en speelfilms, waardoor ze veel goede contacten had opgebouwd.

Men wist dat ze professioneel werk afleverde en dat hielp haar om goede promotie te krijgen.

De week na het verschijnen van de single had ze al vier aanvragen voor tv-optredens op zak.

Bovendien ging de BBC haar uitspelen in twee grote shows, die in verschillende landen zouden worden uitgezonden, en dit samen onder meer met Sheena Easton.

Ondanks een opvallende hoes, de aandacht van de pers en een beperkte 12-inch promotieversie, wist de single de hitparades niet te bereiken.

Jaren later werd het nummer wel gewaardeerd door liefhebbers en verzamelaars van vroege jaren 80-pop en disco-funk.

Er kwamen zelfs verschillende remixes uit van het nummer.

Naast haar eigen zangcarrière bleef ze actief als songwriter voor televisieprogramma’s en andere artiesten.

Ze verlegde haar grenzen verder als producer, speelde in musicals, interviewde mensen voor televisie en trad regelmatig op in diverse Britse televisieproducties.

Ook zette ze zich in voor maatschappelijke onderwerpen; zo bracht ze in de jaren negentig zelfs een instructievideo uit over zelfverdediging voor vrouwen.

Lynsey de Paul was een bewuste, zelfstandige vrouw die nooit trouwde, al waren haar bedpartners vaak beroemde mannen zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin en Dudley Moore.

De Amerikaanse acteur James Coburn, haar ex-vriend, overleed op 18 november 2002 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn huis in Beverly Hills.

Lynsey de Paul overleed op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, volgens de BBC vermoedelijk aan de gevolgen van een hersenbloeding.

45 jaar geleden, thuis bij Lynsey De Paul (Joepie 16 augustus 1981)

Vandaag acht jaar geleden namen we afscheid van Aretha Franklin: het meeslepende levensverhaal van de ‘Queen of Soul’

Aretha Franklin zag op 25 maart 1942 het levenslicht in Memphis als dochter van een baptistenpredikant.

Ze groeide op in Detroit, waar haar muzikale talent al op zeer jonge leeftijd tot bloei kwam in het kerkkoor van haar vaders New Bethel Baptist Church.

Haar jeugd werd echter gekenmerkt door een snelle opeenvolging van ingrijpende gebeurtenissen.

Op veertienjarige leeftijd werd ze al voor het eerst moeder van een zoon, Clarence, vernoemd naar zijn vader.

Slechts een jaar later schonk ze het leven aan haar tweede zoon, Edward, van een andere vader.

Omdat Franklin haar zangcarrière verder moest uitbouwen, nam haar grootmoeder de dagelijkse zorg voor de twee jongens op zich.

Met de volle steun van haar vader verhuisde ze in 1960 naar New York.

Een demoband belandde op het bureau van John Hammond, de vermaarde ontdekker van Billie Holiday, die haar meteen een platencontract bezorgde bij Columbia Records.

Nog datzelfde jaar verscheen haar debuutsingle ‘Today I Sing the Blues’, een jaar later gevolgd door het album ‘Aretha’.

In de vroege jaren zestig boekte ze bescheiden successen met nummers zoals ‘Rock-a-bye Your Baby with a Dixie Melody’ en ‘Operation Heartbreak’.

Hoewel de grote hitstream toen nog uitbleef, doopte een radiodj in Chicago haar in die periode al om tot ‘The New Queen of Soul’.

Op persoonlijk vlak koos ze in 1961 voor een huwelijk met Ted White, wat tegen de wil van haar vader in ging.

White nam de rol van manager over van haar vader, en in 1964 verwelkomden ze hun zoon Ted Junior.

Achter de schermen ging het er stormachtig aan toe; volgens intimi werd Franklin door haar echtgenoot fysiek mishandeld.

In 1966 dwong White haar om Columbia Records te verlaten en te tekenen bij Atlantic Records.

Deze overstap luidde haar definitieve doorbraak in.

In april 1967 bracht ze bij haar nieuwe label de single ‘Respect’ uit, een bewerking van een nummer van Otis Redding.

Het album groeide niet alleen uit tot een gigantische hit, maar ook tot het officieuze volkslied van de Civil Rights Movement.

Franklin werd de stem van zwart Amerika genoemd.

Hoewel ze zelden meeliep in protestmarsen, gebruikte ze haar bekendheid om grote menigten te trekken, geholpen door de hechte vriendschap tussen haar vader en Martin Luther King.

In 1968 verzilverde ze twee Grammy Awards voor ‘Respect’ en veroverde ze de hitlijsten met de feministische klassieker ‘Think’.

Ze schreef geschiedenis door als tweede zwarte beroemdheid ooit, na Martin Luther King, de cover van Time Magazine te sieren.

Privé bleef het echter roerig.

Haar huwelijk met Ted White liep definitief op de klippen, wat eind 1968 leidde tot een scheiding.

Daarna kreeg ze een knipperlichtrelatie met haar roadmanager Ken Cunningham.

Uit deze relatie werd hun zoon Kecalf geboren, een naam gevormd door de initialen van beide ouders.

Vanaf 1976 raakte haar carrière tijdelijk in een slop.

Voor het eerst in acht jaar greep ze naast de Grammy’s, haar verkoopcijfers bij Atlantic Records zakten in en het album ‘Sweet Passion’ werd een commerciële en artistieke tegenvaller.

Na twaalf jaar beëindigde ze haar samenwerking met Atlantic en stapte ze over naar Arista Records.

Haar grote terugkeer kwam er in 1980 dankzij een geslaagde cover van ‘What a Fool Believes’ van The Doobie Brothers, kort daarna gevolgd door een iconische rol in de filmklassieker ‘The Blues Brothers’.

Toch werd ze opnieuw geconfronteerd met tegenslagen.

Het overlijden van haar vader en een traumatisch vliegtuigongeval, dat resulteerde in een hardnekkige vliegangst en agorafobie, (mensen met agorafobie ervaren intense angst of paniek in situaties buiten hun vertrouwde thuisomgeving), dwongen haar om zich tijdelijk uit het openbare leven terug te trekken.

In 1985 maakte ze een sterke comeback met de plaat ‘Who’s Zoomin’ Who?.

Op dat succesvolle album blonk ook haar krachtige samenwerking met Eurythmics uit.

Het feministische duet ‘Sisters Doin’ It for Themselves’, opgenomen met Annie Lennox, groeide uit tot een wereldwijde pop- en R&B-hit die de kracht van beide zangeressen perfect bundelde.

Ook op persoonlijk vlak kreeg ze terug zware klappen te verwerken: haar tweede huwelijk met acteur Glynn Turman strandde officieel in 1984, na een scheiding van tafel en bed in 1982.

Daarnaast verloor ze haar naaste familieleden aan de gevolgen van kanker; haar jongere zus Carolyn overleed in 1988 op 43-jarige leeftijd aan borstkanker, haar broer Cecil, die tevens haar manager was, overleed in 1989 op 49-jarige leeftijd, en haar oudere zus Erma overleed in 2002 op 64-jarige leeftijd aan keelkanker.

Een van de meest opvallende hoogtepunten uit deze periode was haar samenwerking met George Michael.

In januari 1987 brachten ze het ijzersterke duet ‘I Knew You Were Waiting (For Me)’ uit.

Voor George Michael, die net de groep Wham! had verlaten, was het een droom die uitkwam om met zijn idool te zingen.

Het nummer werd een wereldwijd succes en veroverde de eerste plaats in zowel de Amerikaanse Billboard Hot 100 als de Britse hitlijsten.

Het leverde Franklin haar allereerste Britse nummer 1-hit op en de twee mochten er in 1988 zelfs een Grammy Award voor Best R&B Performance by a Duo or Group mee in ontvangst nemen.

Ondanks alle persoonlijke beproevingen bleef de erkenning voor haar muzikale oeuvre gigantisch.

Naast een indrukwekkende reeks Grammy Awards voor beste r&b-zangeres, werd ze geëerd met een Grammy Legend Award (1991) en een Lifetime Achievement Award (1994).

In 1997 schreef ze geschiedenis als de eerste vrouw die werd opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Twee jaar later ontving ze de National Medal of Arts, de hoogste artistieke onderscheiding in de Verenigde Staten.

Een absoluut hoogtepunt in haar latere carrière was haar optreden tijdens de inauguratie van president Barack Obama in 2009.

Eind 2010 werd bekend dat er alvleesklierkanker bij haar was vastgesteld.

Na langdurige speculaties in de media liet de zangeres weten dat ze de ziekte had overwonnen en zich weer volledig op haar muziek wilde richten.

Dat onderstreepte ze met het album ‘A Woman Falling Out of Love’ in 2011.

In 2014 volgde ‘Aretha Franklin Sings the Great Diva Classics’, waarop haar krachtige versie van Adeles ‘Rolling in the Deep’ hoge ogen gooide.

In 2017 kondigde ze haar pensioen aan, niet lang na het uitbrengen van het album ‘A Brand New Me’ met The Royal Philharmonic Orchestra.

Een geplande reeks afscheidsconcerten moest ze helaas grotendeels afzeggen vanwege haar broze gezondheid.

Want de kanker stak opnieuw de kop op.

Na een periode waarin ze thuis door haar naasten werd verzorgd, overleed Aretha Franklin op 16 augustus 2018 op 76-jarige leeftijd in haar woning in Detroit, omringd door haar familie en vrienden.

Met haar overlijden kwam er een einde aan het leven van een van de allergrootste en meest invloedrijke stemmen uit de muziekgeschiedenis.

Naast haar indrukwekkende levensloop zijn er heel wat bijzondere weetjes die de unieke persoonlijkheid van de Queen of Soul illustreren.

Zo stond Franklin bekend als een buitengewoon begenadigd pianiste, een talent dat ze zichzelf grotendeels op het gehoor aanleerde zonder formeel noten te leren lezen.

Haar iconische status werd na haar overlijden nogmaals bevestigd toen het prestigieuze tijdschrift Rolling Stone haar uitriep tot de allerbeste zangeres aller tijden.

Ook haar extreme vliegangst zorgde voor opmerkelijke situaties; vanaf de jaren tachtig weigerde ze absoluut om nog in een vliegtuig te stappen, waardoor ze al haar tournees aflegde in een speciaal aangepaste, luxueuze touringcar en optredens buiten Noord-Amerika zo goed als uitgesloten waren.

Haar legendarische optreden op de begrafenis van Martin Luther King in 1968 onderstreepte haar diepe verbondenheid met de burgerrechtenbeweging, terwijl haar muzikale veelzijdigheid op briljante wijze bleek toen ze tijdens de Grammy Awards van 1998 op het allerlaatste moment inviel voor de zieke Luciano Pavarotti en moeiteloos het klassieke operastuk ‘Nessun Dorma’ ten gehore bracht.

Tot slot bezat ze een heel eigenzinnige gewoonte tijdens concerten: vanwege slechte ervaringen in haar beginjaren eiste ze steevast dat ze voor elk optreden contant werd uitbetaald, waarna ze haar goedgevulde handtas gedurende het hele concert op of naast de vleugel liet staan

Vandaag, 40 jaar geleden, achter de schermen van Europa’s grootste metal-festijn Monsters of Rock 1986

Op 16 augustus 1986 vond in het Engelse Castle Donington een gedenkwaardige editie plaats van het Monsters of Rock-festival.

Ozzy Osbourne was die dag de absolute headliner. Hij sloot het festival af met een spectaculaire show waarin hij een gigantische opblaasbare duivel als decorstuk gebruikte.

Voor Def Leppard was het optreden een enorm emotioneel moment.

Drummer Rick Allen speelde er zijn allereerste grote festivalshow sinds hij eind 1984 zijn linkerarm verloor bij een zwaar auto-ongeluk.

Met een speciaal voor hem ontworpen elektronisch drumstel speelde hij feilloos, wat leidde tot een van de meest legendarische en ontroerende publieksovaties in de geschiedenis van het festival.

De affiche bevatte veel grote namen uit de hardrock en heavymetal.

Naast Ozzy Osbourne en Def Leppard stonden ook Scorpions, Motörhead, Bad News en Warlock op het podium.

De Duitse metalband Warlock schreef die dag geschiedenis dankzij frontvrouw Doro Pesch.

Zij was de allereerste vrouwelijke artiest die ooit op het podium van Monsters of Rock in Donington optrad.

De komische rockband Bad News, ontstaan uit de Britse comedyserie The Comic Strip Presents, speelde als openingsact.

Het publiek ontving de parodieact met een beruchte Castle Donington-traditie: de band werd tijdens het hele optreden bekogeld met plastic flessen, modder en blikjes, iets wat de groep overigens met de nodige humor onderging.

Het festival trok naar schatting zo’n zestigduizend tot tachtigduizend enthousiaste rockfans naar het legendarische racecircuit.

Na het succes in Engeland trok de festivalformule die zomer als rondreizende tournee door naar het Europese vasteland, met succesvolle edities in onder andere Neurenberg, Mannheim en Stockholm.

Madonna mag vandaag 68 kaarsjes uitblazen.

Het idee voor deze foto is afkomstig van een bekende foto van Jayne Mansfield.

Buiten zangeres, actrice en zakenvrouw schreef Madonna 20 jaar geleden geschiedenis door haar eerste kinderboek ‘De Engelse rozen’ uit te brengen.

Twee jaar later, in 2005, bracht ze al haar vijfde boek ‘Lotsa De Casha (Heel Veel Geld)’ uit.

De Portugese kunstenaar Rui Paes illustreerde het boek.

In Lotsa De Casha vertelt Madonna het verhaal van de rijkste man ter wereld.

Die raakt alles kwijt, maar hij krijgt er een echte vriend voor terug.

Lotsa De Casha is bedoeld voor kinderen van 6 jaar en ouder.

Het boek benadrukt de eeuwenoude moraal dat geld niet gelukkig maakt.

Ilene Cooper, de recensente van The American Library Association, vindt dat Madonna dezelfde fout maakt als andere sterren die aan het schrijven zijn geslagen.

‘Zij denken dat zij kunnen schrijven, maar wat zij doen is vreselijk, echt vreselijk‘.

Ondanks deze kritiek gaan Madonna’s boeken als warme broodjes over de toonbank.

Haar uitgever laat weten dat meer dan twee miljoen exemplaren van de reeks zijn verkocht.

De boeken zijn in veertig talen vertaald en in meer dan honderd landen te koop.

Vandaag exact 40 jaar geleden deed Stan Ridgway zijn intrede in de BRT Top 30 met zijn opvallende single Camouflage.

Zijn muzikale reis begon echter al jaren eerder, in 1977, toen hij aan de slag ging met de band Wall of Voodoo.

Met deze groep scoorde hij in 1983 een grote hit met het nummer Mexican Radio, maar kort na dit succes besloot Ridgway zijn eigen weg te gaan als soloartiest.

Datzelfde jaar bewees hij meteen zijn veelzijdigheid door een nummer te componeren voor de speelfilm Rumble Fish van regisseur Francis Ford Coppola.

In 1986 verscheen uiteindelijk zijn solodebuut, getiteld The Big Heat.

Dit album sloot ijzersterk af met ‘Camouflage’, een meeslepende verhaalsong over een soldaat in de Vietnamoorlog die in het heetst van de strijd gered wordt door een mysterieuze geestverschijning.

Verrassend genoeg werd juist deze ongewone track massaal opgepikt door het publiek en de radio.

Het nummer behaalde de hoogste regionen van de Britse hitlijsten en kende ook in de Lage Landen veel succes.

In Vlaanderen piekte de single op een mooie achtste plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 goed was voor een elfde positie.

Wat de zanger als artiest zo uniek maakt, is zijn kenmerkende, bijna droge en vertellende zangstijl, vaak de spoken word-techniek genoemd.

Hij klinkt meer als een acteur in een donkere film noir dan als een klassieke popzanger.

Dit talent om verhalen te schilderen met woorden past perfect bij de sfeer van Camouflage.

Muzikaal gezien valt het nummer op door het contrast tussen de kille, machinale ritmes van synthesizers en drummachines en de meer organische klanken, zoals de mondharmonica die Ridgway steevast zelf inspeelt.

Het spookachtige verhaal over de grote marinier Camouflage is overigens niet zomaar uit de lucht gegrepen; het leunt sterk op echte stadslegendes en volksverhalen die onder Amerikaanse militairen de ronde deden.

De bijbehorende videoclip, sfeervol in zwart-wit geschoten, versterkte het mysterieuze karakter enorm en werd een veelgedraaide favoriet in de vroege jaren van muziekzender MTV.

Ridgway beschouwde zijn nummers altijd als korte films voor de radio.

Zijn voorliefde voor het witte doek liep dan ook als een rode draad door zijn verdere carrière.

De eerder genoemde samenwerking voor de film Rumble Fish resulteerde in de culthit ‘Don’t Box Me In’, een project dat hij opnam samen met Stewart Copeland, de beroemde drummer van The Police.

Tot op heden blijft Stan Ridgway een gerespecteerde naam in de muziekgeschiedenis, vooral geprezen om zijn vermogen om een radiovriendelijke popsong aan te laten voelen als een meeslepende bioscoopervaring.

De inmiddels 72-jarige Stan Ridgway is overigens nog steeds actief in de muziekindustrie.

Hij woont en werkt tegenwoordig in Los Angeles, Californië, waar hij zijn eigen label en creatieve studio runt onder de naam Stan Ridgway’s Grand Emporium.

Daar treedt hij nog regelmatig op, vaak aan de zijde van zijn vrouw en muzikale partner Pietra Wexstun.

Samen vormen ze geregeld een akoestisch trio, of richten ze zich op het componeren van sfeervolle muziek voor kunsttentoonstellingen, films en theaterproducties.

Daarnaast laat Ridgway nog vaak van zich horen op sociale media, waar hij zijn scherpe politieke en maatschappelijke observaties met de wereld deelt.

Wat zijn muzikale output betreft, verscheen zijn laatste grote solo-studioalbum, Priestess of the Promised Land, in 2016.

Ook deze plaat maakte hij samen met Pietra Wexstun.

Hoewel er de afgelopen jaren geen volwaardige nieuwe studioalbums meer zijn uitgebracht, is hij zeker actief gebleven.

Hij verraste zijn fans sindsdien nog met diverse singles, waaronder ‘Train Of Thought’, en in 2022 bracht hij zijn meest recente single ‘This Town Called Fate’ uit.

Tien jaar geleden, in 2016, kreeg het nummer bovendien een opvallende heropleving toen de Zweedse metalband Sabaton er een succesvolle cover van maakte.

Hoewel hun versie oorspronkelijk slechts als bonusnummer verscheen op het album The Last Stand, wordt het door velen gezien als een absolute vaste waarde.

Fans beschouwen het als een regelrechte banger die naadloos past binnen het kenmerkende militaire thema van de band.

Sabaton is erin geslaagd om het aangrijpende verhaal met hun powermetal-sound nieuw leven in te blazen en het meteen ook populair te maken bij een heel nieuw publiek.

De impact van deze cover was zelfs zo groot dat het de inspiratie vormde voor aflevering 129 van het Sabaton History Channel.

In deze videoreeks duiken de Zweden steevast dieper in de waargebeurde verhalen en achtergronden van hun nummers.

De connectie met de hit stopt daar overigens niet.

De band heeft inmiddels een eigen, succesvol magazine gelanceerd dat eveneens de naam Camouflage draagt.

Dit blad, dat exclusief wordt aangeboden in hun officiële webshop, is inmiddels al toe aan meerdere edities.

Een van de grootste chansonniers die Frankrijk ooit heeft gekend, was zonder twijfel Charles Aznavour.

De zanger zette in de zomer van 1976 zijn vijfentwintigste jubileumjaar als zanger-componist zeer succesvol in met de hit “Mes Emmerdes”.

Alhoewel hij destijds over de ganse wereld als supervedette gekend stond, had hij een erg hard en vaak arm leven achter de rug.

Gevraagd naar zijn prilste jeugdherinneringen vertelde Charles Aznavour toen dat hij was opgegroeid in een sfeer van muziek, liefde en armoede.

Zijn ouders, die Armeniërs waren, baatten een klein restaurant uit en werkten hard om bijna niets te verdienen.

Zijn vader ging liedjes zingen om nog enkele stuivers bij te verdienen en zijn moeder nam allerlei rolletjes aan als actrice om haar kinderen van kledij en eten te kunnen voorzien.

Het opmerkelijke was dat, alhoewel het gezin zelf nauwelijks voldoende voedsel had, zijn ouders altijd de eersten waren om lotsgenoten te helpen.

Tragedie en tederheid zijn kenmerkende elementen van het befaamde repertoire van Aznavour.

Amper negen jaar oud wilde de kleine Charles ook al een beetje bijspringen om de huishoudkas wat aan te dikken.

Hij deed een auditie als Kozakkendansers, wat hem een rolletje als soldaat opleverde.

Zo begon de uiterst bescheiden toneelcarrière van deze veelzijdige ster.

Toen de oorlog kwam, was het meteen gedaan met het restaurantje van zijn ouders.

Zijn vader ging bij het leger en Charles werd krantenventer.

In die tijd begon hij ook liedjes te schrijven, gewoon voor de lol, die hij dan zong voor zijn collega’s in de Music Hall-club.

Daar ontmoette hij Pierre Roche, met wie hij de komende jaren vele liedjes zou schrijven.

Aznavour en Roche werden al gauw bekend als succesvolle schrijvers, in een tijd waarin er nog geen sprake was van hits, nadat heel Frankrijk nummers als “J’ai bu” meezong.

Mensen als Maurice Chevalier, Edith Piaf en Mistinguett kwamen bij hem aankloppen voor nieuwe liedjes.

Het was juist Edith Piaf die hem aanraadde om zelf te gaan zingen.

Aznavour dacht erover na en nam uiteindelijk het risico.

In 1950 brak hij met Pierre Roche om voortaan als zanger-componist door het leven te gaan.

Wanneer hij het over een risico had, wist hij goed wat hij bedoelde, want hij moest zo’n negen jaar wachten om als zanger erkend te worden.

Pas in 1959 trad hij voor het eerst als ster op in het Parijse Alhambra en het volgende jaar begon zijn loopbaan als een trein te bollen.

Men bood hem zelfs rollen aan in muzikale films, maar daar voelde Aznavour niet erg veel voor, omdat hij liever had dat de mensen hem live aan het werk hoorden op de scène en hij niet van foefjes hield.

Enkele jaren later trad hij niettemin op in gewone speelfilms zoals “August in Parijs” met Susan-Fleur Hampshire, “Journey on the Rhine” en “Three Fables” met topdanseres Leslie Caron.

Amerika kwam in 1963 aan de beurt.

In een oogwenk was heel New York veroverd nadat Charles daar in de Carnegie Hall had gezongen, wat wordt beschouwd als een van de belangrijkste gebeurtenissen van dat jaar voor de New Yorkers.

Over zijn liedjes vertelde hij dat hij als een fotograaf te werk ging.

Hij schiep zelf geen toestanden, maar benaderde de menselijke ziel en maakte er een portret van.

Als hij iets of iemand interessant vond, maakte hij er een liedje van.

Meestal schreef hij over de mensen en hun problemen, soms ook over de liefde, maar dan zonder zoeterig te willen zijn.

“Mes Emmerdes” ging bijvoorbeeld over zijn hele leven, inclusief alle problemen en situaties, zowel mooi als lelijk.

In dat rijke oeuvre van liefdesliedjes paste ook het nummer “Par gourmandise”, dat zoals gewoonlijk door Charles Aznavour zelf werd geschreven en terug te vinden was op zijn album Voilà que tu reviens en uitgebracht in 1976.

In dit sensuele en poëtische lied vergeleek Aznavour de liefde en het verlangen naar zijn partner met culinaire hoogstandjes en zoete zonden.

Het nummer gebruikte dan ook smaakvolle metaforen waarin de geliefde werd omschreven als een “péché mignon”, snoepgoed, een verboden vrucht en zelfs een “petit pain au chocolat”.

Tijdens live-optredens leidde hij het nummer vaak in met een monoloog over hoe moeilijk het is voor een songwriter om steeds weer nieuwe, originele manieren te vinden om “ik hou van jou” te zeggen zonder in clichés te vervallen.

Charles Aznavour zong dit nummer overigens ook in het Engels onder de titel “You Make Me Hungry For Your Loving”.

Na tien jaar had men in Frankrijk door dat Charles Aznavour enorm veel talent bezat.

Men geraakte snel in extase over de nieuwe Franse superster, zodat hij bijvoorbeeld in 1967 niet minder dan 67 voorstellingen moest geven van zijn One Man Show in de Parijse showtempel Olympia.

Aznavour was zonder meer een doorzetter.

Zo liep hij in 1973 een beenbreuk op tijdens het skiën, maar hij wilde ondanks veel pijn en narigheid absoluut zijn optredens afwerken.

Optredens waren immers erg belangrijk voor hem.

Hij gaf toe niet te weten hoe je een hit moest schrijven, maar wel te weten wat je op de planken moest brengen.

Hoewel hij dacht niet te weten hoe je een succesliedje schrijft, heeft hij in de loop der jaren toch een enorme stapel hits geproduceerd.

De verzamel-cd “Les Plus Belles Chansons”, uitgebracht in 2025, stond er vol van, met klassiekers als “La Mamma”, “Que c’est triste Venise”, “She”, “The Old Fashioned Way”, “Yesterday When I Was Young” en “Mes Emmerdes”

Het fenomeen Amanda Lear scoorde eind jaren zeventig een gigantische hit met Follow Me.

De geruchten dat ze een travestiet zou zijn, probeerde ze in diezelfde periode te ontkrachten door te poseren voor Playboy, maar de speculaties stopten hiermee niet.

Zelfs vijftien jaar geleden, in 2011, laaide de controverse weer op toen een Italiaanse krant een geboorteakte publiceerde van een zekere Alain Tap, geboren in 1939.

Dit was veel vroeger dan de late jaren veertig die altijd als Lears geboorteperiode werden aangenomen, al hing er rond haar ware leeftijd sowieso altijd al een zweem van geheimzinnigheid.

De krant toonde bovendien een foto van een jonge Tap die sprekend op haar leek.

Lear zelf bleef er nuchter onder en vertelde tijdens een bezoek aan Brugge in 2009 dat ze net als iedereen in de showbizz altijd moet acteren.

Al die mysteries deden haar muzikale succes destijds in elk geval geen kwaad.

Samen met producer Anthony Monn groeide ze uit tot de blanke queen of disco.

Ze brak in 1978 wereldwijd door met het nummer ‘Follow me’, waarna de successen elkaar snel opvolgden.

Haar single ‘Queen of China-Town’ was oorspronkelijk al in 1977 uitgebracht, maar werd door haar immense populariteit in 1978 opnieuw uitgebracht.

Ook andere nummers zoals ‘Enigma (Give a bit of mmmh to me)’, ‘Gold’, ‘The Sphinx ‘en ‘Fashion Pack’ groeiden uit tot grote hits.

Gisteren nog vandaag

Vijfenveertig jaar Bananarama: de meidengroep die de hitlijsten bleef veroveren

De meidengroep Bananarama werd in 1980 opgericht door Keren Woodward, Sara Dallin en Siobhan Fahey.

Hun eerste single was de cover Aie-a-mwana, die ze in 1981 uitbrachten.

Dit nummer verscheen oorspronkelijk in 1971 op het album Le Monde Fabuleux Des Yamasuki van het Belgische project Yamasuki’s.

In 1975 werd het in Vlaanderen een hitje voor de groep Black Blood.

Het werd geschreven door Daniel Vangarde, de vader van Thomas Bangalter van Daft Punk, en zijn landgenoot Jean Kluger.

In de studio kregen de dames hulp van Steve Jones en Paul Cook van The Sex Pistols, waarna het nummer een kleine hit werd in Engeland.

De grote doorbraak kwam al vroeg in de jaren tachtig na een succesvolle samenwerking met Terry Hall en zijn groep Fun Boy Three.

Samen namen ze ‘It Ain’t What You Do It’s the Way That You Do It’ op, een swingend jazznummer uit 1939 dat oorspronkelijk werd gezongen door Jimmie Lunceford and His Orchestra.

Het nummer werd een grote hit in Europa en gaf Bananarama de kans om aan hun eerste album te werken.

Dat debuutalbum, getiteld Deep Sea Skiving, bevatte onder meer ‘Really Saying Something’, een cover van een Motown-nummer uit 1964 van The Velvelettes dat ze eveneens samen met de Fun Boy Three zongen.

De derde single van de plaat was ‘Shy Boy’, een nummer dat geschreven en geproduceerd werd door Steve Jolley en Tony Swain, die ook bekend waren van hun werk met Imagination en Alison Moyet.

Bananarama schreef daarnaast zelf nummers voor het album, zoals ‘Young at Heart’, dat ze samen met Robert Hodgens maakten.

Hodgens zou later met zijn band The Bluebells een eigen versie van het nummer uitbrengen en daar eveneens een grote hit mee scoren.

Niet veel later veroverden ze ook internationaal de hitlijsten met aanstekelijke popnummers zoals ‘Cruel Summer’ en ‘Robert De Niro’s Waiting’.

In het midden van de jaren tachtig ging Bananarama een samenwerking aan met het beroemde producerstrio Stock Aitken Waterman, een stap die hun muzikale carrière naar een absolute piek bracht.

Met een vernieuwde, energiekere dancepopsound scoorden ze wereldhit na wereldhit, waaronder hun beroemde cover van Venus, evenals ‘Love in the First Degree’ en ‘I Heard a Rumour’.

Na het grote succes van het album Wow! besloot Siobhan Fahey in 1988 de groep te verlaten om te trouwen met David Stewart van de Eurythmics en een solocarrière te beginnen.

Fahey richtte later het succesvolle Shakespeare’s Sister op.

Ze werd kortstondig vervangen door Jacquie O’Sullivan, geboren als Jacqueline Michelle O’Sullivan, die tot 1991 bij de band bleef.

Vanaf dat moment besloten Sara Dallin en Keren Woodward als duo door te gaan.

In 1996 kregen ze een eervolle vermelding in het Guinness Book of Records als de meest succesvolle vrouwelijke groep ooit en als de meidengroep met de meeste hitnoteringen in de Britse hitparade.

Hoewel de oorspronkelijke driemansformatie in 2017 en 2018 een eenmalige en zeer succesvolle reünietournee deed, is de vaste bezetting een duo gebleven.

Sara Dallin, geboren op 17 december 1961 en inmiddels 64 jaar, en Keren Woodward, geboren op 2 april 1961 en 65 jaar, zijn nog altijd ontzettend actief op de bühne.

Ze treden regelmatig op tijdens festivals, retro-events zoals Rewind Festival en geven eigen optredens in Groot-Brittannië en daarbuiten.

Ook nieuw werk blijft een vast onderdeel van hun plannen.

Na hun succesvolle studioalbums In Stereo uit 2019 en Masquerade uit 2022 brachten ze in het voorjaar van 2024 de verzamelaar Glorious: The Ultimate Collection uit, waarop ook een paar gloednieuwe nummers stonden.

Ze schrijven en nemen in hun eigen tempo nog steeds nieuwe muziek op via hun eigen label, dus nieuw materiaal valt in de toekomst zeker te verwachten.

Dat het duo hun rijke discografie actief blijft vieren, bleek opnieuw toen hun album Now Or Never op 15 mei 2026 in een geremasterde en uitgebreide versie opnieuw werd uitgebracht op de digitale platforms.

Dit album verscheen oorspronkelijk in september 2012 ter gelegenheid van hun dertigjarig bestaan en een Amerikaanse tournee.

De vernieuwde digitale uitgave telt zes nummers, waaronder de titeltrack ‘Now Or Never’, ‘La La Love’, hun cover van Maroon 5 en Christina Aguilera, namelijk ‘Moves Like Jagger’, en een heropgenomen versie van de jarennegentigtrack ‘Movin’ On’, aangevuld met nieuwe mixes van Ian Masterson.

Op 30 juni 2026 brachten Sara Dallin en Keren Woodward opnieuw een speciale release uit, ditmaal rond hun iconische hit Venus.

Deze release bevat de geremasterde originele versie, zeldzame 12-inchmixen, instrumentale tracks en niet eerder digitaal beschikbare dancemixes die destijds in 1986 op de maxi-single verschenen.

Hiermee zetten ze de legendarische track, die ze oorspronkelijk overnamen van Shocking Blue en waarmee ze de eerste plek in de Amerikaanse Billboard Hot 100 veroverden, opnieuw in de schijnwerpers.

Met een carrière die inmiddels meer dan vier decennia overspant, blijven Sara en Keren wereldwijd optreden en nieuwe muziek maken, waarmee hun status als iconen van de popmuziek definitief vaststaat.

Vader Abraham, 13 dingen dat je nog niet van me weet

Oorspronkelijk had Vader Abraham geen echte volle baard, maar droeg hij enkel een zwarte sik in combinatie met een opplakbaard.

Pas in de loop der tijd liet hij zijn eigen baard groeien, die hij voor optredens steevast grijs spoot.

Tijdens een live-uitzending van de NCRV-actie Geven voor Leven in 1974 liet hij zijn befaamde gezichtsbeharing afscheren, nadat de opbrengst boven de vijftig miljoen gulden was uitgekomen, precies zoals hij van tevoren had beloofd.

Nadat de tondeuse eroverheen was gegaan, gaf de zanger toe toch niet heel blij te zijn met het verdwijnen van zijn handelsmerk.

Om die reden trad hij tot zijn eigen baard weer volledig was aangegroeid tijdelijk op met een nepbaard.

Achter deze kenmerkende look schuilt Pierre Kartner, die al voor zijn doorbraak als Vader Abraham enorm actief was in de muziekwereld als zanger, liedjesschrijver en producer.

Zo ontdekte hij onder andere Corry Konings en Mieke en schreef hij talloze hits voor bekende Nederlandse artiesten.

Het personage Vader Abraham ontstond in 1971 bij het schrijven van de carnavalshit Vader Abraham had 7 zonen, waarvoor hij spontaan een bolhoed en nepbaard opzette.

Met Het kleine café aan de haven en vooral ’t Smurfenlied behaalde hij gigantische internationale successen.

’t Smurfenlied verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren en bracht hem zelfs tot op de Engelse televisie bij Top of the Pops.

Kartner stond bekend als een ongekende werkarchitect die duizenden nummers schreef, en hij bleef tot op hoge leeftijd optreden en componeren.

Op 8 november 2022 overleed Pierre Kartner op 87-jarige leeftijd in Breda.

De uitvaart vond in besloten kring plaats op 11 november 2022, geheel in lijn met zijn privacywensen.