Afkomstig uit een liberaal gezinde familie van schoenmakers, genoot Edward Anseele een voor zijn afkomst en tijd opmerkelijke opleiding aan het Koninklijk Atheneum.
Na zijn studies oefende hij diverse beroepen uit, zoals telegramdrager, bediende en klerk bij een notaris.
Op achttienjarige leeftijd sloot hij zich in 1874 aan bij de Gentse afdeling van de Eerste Internationale, waar hij al snel tot secretaris werd benoemd.
Na een opleiding tot typograaf ging hij aan de slag als correspondent en verkoper voor het dagblad De Werker.
In 1877 stichtte hij, samen met onder meer Edmond Van Beveren, de Vlaamsche Socialistische Arbeiderspartij.
De partij had duidelijke doelen: ze streed voor algemeen stemrecht om de arbeiders een stem in het parlement te geven en promootte de oprichting van coöperaties om arbeiders in armoede te voorzien van voedsel en sociale bescherming.
Deze partij ging in 1879 op in de Belgische Socialistische Arbeiderspartij, waarbinnen Anseele eveneens de rol van secretaris op zich nam.
Een volwaardige politieke loopbaan werd pas mogelijk na de invoering van het algemeen meervoudig stemrecht in 1893.
Een jaar later, in 1894, schreef hij geschiedenis door als eerste Vlaamse socialist verkozen te worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers, aanvankelijk voor het arrondissement Luik.
Tot 1936 zou hij in de Kamer zetelen, vanaf 1900 voor Gent-Eeklo, en uitgroeien tot een van de tenoren van de socialistische beweging, met een sterke focus op sociale thema’s.
Ook op lokaal vlak in Gent was Anseele een sleutelfiguur. Hij zetelde van 1895 tot 1933 in de gemeenteraad en trad in 1909 als schepen toe tot het bestuur.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog toonde hij zijn standvastigheid. Toen de Duitse bezetter de liberale burgemeester Emile Braun had weggevoerd, werd Anseele in 1918 waarnemend burgemeester.
Hij weigerde elke medewerking met de Duitsers en bedankte zelfs voor de aangeboden post van ‘president van België’.
Na de oorlog tanende zijn rol als voorman van de Vlaamse socialisten.
Antwerpen nam de positie van Gent als socialistisch centrum over, en Camille Huysmans, met een sterker flamingantisch profiel, werd de nieuwe onbetwiste leider.
Een donkere wolk over het einde van zijn carrière was het faillissement van de Bank van de Arbeid tijdens de crisis van de jaren dertig.
Door een roekeloos investeringsbeleid ging de bank ten onder, waardoor talloze arbeiders en socialistische organisaties hun spaargeld in rook zagen opgaan.
Hoewel Anseele persoonlijk niets ten laste werd gelegd, werd hij wel medeverantwoordelijk gehouden voor het riskante beleid.
Onder lichte druk van zijn partij stelde hij zich bij de verkiezingen van 1936 niet meer kandidaat.
Na zijn parlementaire loopbaan schreef hij nog bijdragen voor de krant Vooruit, waarin hij zijn bezorgdheid uitte over de opkomst van het fascisme in Vlaanderen.
Edward Anseele overleed in februari 1938 op 81-jarige leeftijd.

