50 jaar geleden, reclame voor de Kangourak van het merk Salik (juli 1976)

Wie in de jaren zeventig of tachtig is opgegroeid, herinnert zich ongetwijfeld nog de schoolreizen of uitstapjes met de jeugdbeweging waarbij één kledingstuk absoluut onmisbaar was.

Rond de middel van zowat elk kind hing toen een handig, opgerold tasje dat bij de minste regenbui kon worden uitgeplooid tot een felgekleurde regenjas.

Dit ingenieuze kledingstuk, dat sterk leek op de Franse K-way, stond bij ons bekend als de kangourak.

Het was de absolute kaskraker van de Belgische zakenman Pierre Salik en zijn gelijknamige kledingbedrijf.

De geschiedenis van het kledingmerk Salik begint feitelijk al vlak na de Tweede Wereldoorlog bij de Joodse handelaar Jacob Salik, de vader van Pierre.

Het bedrijf kende zijn eerste grote successen met de import en verkoop van militaire overschotten van het Amerikaanse leger en begon in de jaren vijftig met de productie van leren en suède kleding.

Toen Pierre Salik in 1964 het roer overnam van zijn overleden vader, zag de jonge ondernemer meteen een gat in de markt.

Hij richtte zijn pijlen op de productie van jeansbroeken en deed dat met succes.

Het opvallende, Amerikaans lijkende woordlogo Salik werd in de jaren zestig in Europa even bekend als Lee Cooper of Levi’s en vormde zowaar een geduchte concurrent voor deze grote merken.

Pierre Salik was niet alleen een gewiekst zakenman, hij begreep ook de kracht van marketing als geen ander.

Om zijn fortuin te maken met de verkoop van jeansbroeken, plaatste hij onder meer grote advertenties in het weekblad Kuifje.

Wie was er immers beter geplaatst om reclame te maken voor stoere jeans dan stripheld Lucky Luke?

Omdat Salik in Brussel heel wat mensen kende, waaronder tekenaar Hergé, haalde hij uit die nauwe band met de stripwereld in de jaren zeventig nog een meesterzet.

Bij de verkoop van de beroemde kangourak-regenjasjes zat telkens een spaarzegel of een zelfklever van Kuifje, Kapitein Haddock of een ander personage uit de reeks.

De tekeningen hiervoor werden vaak speciaal ontworpen door Hergés rechterhand Bob de Moor.

Het zorgde ervoor dat kinderen maar wat graag een nieuwe kangourak wilden, liefst nog in verschillende kleuren, wat de kassa van Salik flink deed rinkelen.

De man achter dit enorme succes, de in 1930 geboren Pierre Salik, was een bijzonder flamboyant figuur in de Brusselse beau monde.

Salik was naar het schijnt een intimus van de afgetreden koning Leopold III, bij wie hij naar verluidt kind aan huis was, en bouwde in de loop der jaren een fabelachtige kunstcollectie op.

Hij verzamelde werken van klinkende namen als Monet en Modigliani, maar had vooral een immense collectie schilderijen van de Belgische surrealist René Magritte.

Tot zijn verzameling behoorde ooit La corde sensible, een doek dat later voor ettelijke miljoenen euro’s onder de hamer ging bij veilinghuis Christie’s.

Salik hield van het luxueuze leven en ontving geregeld bekende politici op zijn buitenverblijf in Knokke, waarbij hij niet verlegen zat om het uitdelen van dure relatiegeschenken.

Ondanks de grote successen met de Salik-jeans en de onvergetelijke kangourak, kende het zakenimperium in de latere decennia ook donkere periodes.

De fabriek in Quaregnon moest eind jaren zeventig de deuren sluiten en latere avonturen in de kledingsector kenden wisselend succes.

Zo eindigde het verhaal van zijn kinderkledingmerk Kid Cool uiteindelijk in een faillissement.

Vanaf de late jaren tachtig tot ver in de jaren negentig en zelfs in de jaren tweeduizend kwam Pierre Salik vaker in het nieuws door aanslepende en dure conflicten met de fiscus en vermeldingen in politiek-juridische dossiers, in plaats van met nieuwe modetrends.

Die jarenlange fiscale geschillen bleven niet zonder gevolgen.

In 2022 verkocht hij noodgedwongen zijn bekende villa in Knokke voor 14 miljoen euro om een miljoenenboete aan de fiscus te kunnen betalen.

Vandaag is het kledingmerk Salik grotendeels uit het straatbeeld verdwenen.

De fabriek in Quaregnon, de plek waar ooit duizenden broeken van de band rolden, is tegenwoordig een meubelzaak.

Toch blijft de naam Salik, en in het bijzonder de felgekleurde kangourak met de Kuifje-stickers, voor velen een iconisch stukje nostalgie.

Het was een tijd waarin een simpel regenjasje in een buideltje volstond om ons als kind op schoolreis een veilig en stoer gevoel te geven.

Pierre Salik is vorig jaar op 17 januari 2025 op 94-jarige leeftijd overleden.

The Machines, zalig zijn de armen van geest, of niet soms (Joepie 6 november 1983)

The Machines was een Belgische newwaveband die in de vroege jaren 80 furore maakte met hun catchy popnummers.

De band ontstond in Gent, waar zanger/gitarist Paul Despiegelaere de leiding nam. Hij schreef de meeste songs en zorgde voor een herkenbare sound.

De band deed mee aan Humo’s Rock Rally in 1980, een prestigieuze muziekwedstrijd die veel talent voortbracht.

The Machines wonnen de finale, waar ze het opnamen tegen onder andere Red Zebra, The Employees, The Singles en De Brassers.

Dit leverde hen een platencontract op bij EMI, een van de grootste labels van die tijd.

Hun eerste album, ‘A World of Machines’, verscheen in 1982 en was meteen een schot in de roos.

Het album bevatte hits als ‘Don’t Be Cruel’, ‘Yellow Lights’ en ‘(I See) the Lies in Your Eyes’, die allemaal hoog scoorden in de Vlaamse hitlijsten.

De platenhoes werd ontworpen door Bob De Moor, een bekende striptekenaar die samenwerkte met Hergé, de geestelijke vader van Kuifje.

Het tweede album, ‘Dots & Dashes’, kwam uit in 1983 en borduurde voort op het succes van het eerste.

Met een meer eigentijdse productie en nummers als ‘Local Radio DJ’ en ‘Frozen Faces’ wist de band opnieuw het publiek te bekoren.

De band toerde intensief door België en Nederland en speelde ook in Frankrijk en Duitsland.

Helaas kwam er in 1984 een abrupt einde aan de samenwerking met EMI, die besloot om zich terug te trekken uit de Belpopmarkt.

Veel Belgische bands verloren hun contract en moesten op zoek naar een ander label.

The Machines vonden onderdak bij Antler Records, een kleiner en onafhankelijker label dat zich specialiseerde in new wave en alternatieve muziek.

Bij Antler brachten The Machines nog een paar singles uit, zoals ‘The Lion Sleeps Tonight’ en ‘Money in My Wallet’, maar het succes van de vorige albums bleef uit.

In 1989 verscheen hun laatste album, ‘Jungle!’, dat een meer experimentele kant van de band liet horen.

Het album kreeg weinig aandacht en werd slecht ontvangen door de pers en het publiek.

Na ‘Jungle!’ besloten The Machines om ermee te stoppen. Paul Despiegelaere ging verder als producer en werkte samen met artiesten als Soulsister, Clouseau en Raymond van het Groenewoud.

Joris Angenon richtte samen met Alain Tant (Luna Twist) het duo Onygo op, dat later evolueerde naar The Dinky Toys, een succesvolle popgroep in de jaren 90.

In 2006 kreeg The Machines nog een eerbetoon toen hun nummer ‘Take Me Away’ gebruikt werd in de film Windkracht 10: Koksijde Rescue, een actiethriller over reddingswerkers op zee.

In 2013 overleed Paul Despiegelaere na een lange strijd tegen kanker. Hij werd 54 jaar oud.

The Machines wordt beschouwd als een van de pioniers van de Belpop, een term die gebruikt wordt om de rijke en diverse muziekscene in België aan te duiden.