De artistieke gedaanteverwisseling van Romy Schneider in maart 1961

Vandaag 65 jaar geleden, op 29 maart 1961, vond in het Théâtre de la Renaissance in Parijs de spraakmakende première plaats van het toneelstuk ‘Dommage qu’elle soit une putain’, de Franse vertaling van het originele Britse stuk ‘Tis Pity She’s a Whore van John Ford uit de zeventiende eeuw.

Romy Schneider stond hierin samen met Alain Delon op de planken onder regie van Luchino Visconti.

Dit klassieke drama over een gedoemde liefde tussen broer en zus markeerde een definitief omslagpunt in haar carrière.

De actrice, die wereldberoemd werd in de rol van de jonge en onschuldige vorstin, nam hiermee bewust afstand van haar eerdere suikerzoete imago.

Hoewel het grote publiek haar na films als Monpti en Die Halbzarte even uit het oog leek te verliezen, bewees zij hiermee haar transformatie tot een serieuze, Europese karakteractrice.

Deze artistieke ontwikkeling ging hand in hand met een uiterlijke verandering.

Onder invloed van Coco Chanel ruilde Romy haar vroegere stijl in voor die van een elegante Parijse vrouw.

In deze periode van maart 1961 werkte zij ook met Visconti aan het filmproject Boccaccio 70.

Ondanks haar groeiende professionele status bleef haar privéleven de gemoederen bezighouden.

Terwijl zij en Alain Delon veelvuldig samen werden gezien, weigerden zij hun relatie officieel te bevestigen.

De pers speculeerde volop over hun verbintenis, mede door geruchten over de charmes van Claudia Cardinale, die op dat moment met Delon werkte aan de film Rocco e i suoi fratelli, vertaald als Rocco en zijn broers.

Romy Schneider ontweek in maart 1961 behendig de nieuwsgierige vragen over haar toekomstplannen en haar liefdesleven.

Het was duidelijk dat zij zich niet langer liet beperken door de verwachtingen die voortkwamen uit haar vroege successen.

Zij koos resoluut voor haar eigen artistieke weg en persoonlijke groei, ongeacht de aanhoudende stroom aan geruchten in de media.

Met haar optreden in Parijs liet zij zien dat zij vastberaden was om haar eigen koers te blijven varen in de internationale film- en theaterwereld.

Vandaag 55 jaar geleden, begrafenis van de Franse schrijfster Louise de Vilmorin.

Louise de Vilmorin werd in 1902 geboren in Verrières-le-Buisson, telg uit een vooraanstaand geslacht van botanisten.

Ze had een ouder zusje en vier jongere broers, die ze later aanmerkte als haar beschermende klaverblad; het klavertjevier waarmee ze haar brieven ondertekende, haar handelsmerk.

Haar moeder leidde een mondain leven, had een salon, waar vorsten, diplomaten en schrijvers elkaar kruisten.

Als kind was Louise door ziekte vaak gekluisterd aan haar ‘Rossinante’, haar bed op wielen; een positie aan de zijlijn die haar observatievermogen en haar fantasie scherpte.

Haar liefdesleven was tumultueus.

In 1923 verloofde ze zich met haar neef Saint-Exupéry; in 1925 trouwde ze met de Amerikaan Henry Leigh-Hunt, met wie ze drie dochters kreeg.

In 1933 had ze kort een verhouding met André Malraux.

In 1937 trouwde ze met de Hongaarse graaf Pali Pálffy; ook dat huwelijk hield geen stand.

In 1947 leerde ze Coco Chanel kennen en tien jaar later bracht ze haar biografie uit, Mémoires de Coco.

Vanaf 1950 vestigt ze zich in het huis van haar familie in Verrières-le-Buisson, waar ze in haar ‘salon bleu’ kunstenaars, schrijvers en regisseurs ontvangt.

Enkele meesterwerken van haar zijn Sainte-Unefois, Julietta, L’Heure Maliciôse, Lettre dans un taxi en poëziebundels als Fiançailles pour rire en L’Alphabet des aveux.

Louise schreef zelf het scenario voor Les Amants, van Louis Malle, uit 1958.

De film is gebaseerd op de novelle Point de lendemain van de Franse auteur Vivant Denon, met onder meer in de hoofdrol Jeanne Moreau en Alain Cuny.

Aan het eind van haar leven krijgt ze opnieuw een verhouding met André Malraux.

De media-aandacht die dat oplevert, doet haar verzuchten: ‘Ik ben niet langer Louise de Vilmorin, ik ben Marilyn Malraux.’

Ze stierf op de leeftijd van zevenenzestig jaar op 26 december 1969 en drie dagen later begraven op 29 december 1969 (diverse bronnen, Wikipedia en foto 1 André Malraux troost één van haar dochters, foto 2 de Franse acteur Paul Meurisse en foto 3 Ingrid Bergman en haar man)

Vandaag 85 jaar geleden, de geboorte van actrice en zangeres Christa Päffgen, beter bekend onder haar artiestennaam Nico.

Nico wordt geboren op 16 oktober 1938 in Keulen als Christa Päffgen, maar het kan evengoed 15 oktober 1943 in Boedapest zijn.

Nico heeft er altijd geheimzinnig over gedaan. Zeker is dat ze opgroeit zonder vader, die tijdens de oorlog soldaat is in de Wehrmacht en waarschijnlijk is gesneuveld, al zou Nico zelf later het verhaal in de wereld brengen dat hij is vermoord door de nazi’s.

Nico’s moeder, Margaret Päffgen vertrekt na de oorlog met haar dochter naar Berlijn.

Nico werkt op 15-jarige leeftijd tijdelijk op een basis van Amerikaanse luchtmacht, waar ze slachtoffer wordt van een verkrachting door een Amerikaanse sergeant die vervolgens ter dood wordt veroordeeld door de krijgsraad.

De rest van haar leven blijft Nico getraumatiseerd door de verkrachting en voelt zich tegelijkertijd schuldig voor de dood van de sergeant.

Op 16-jarige leeftijd wordt ze in Berlijn ontdekt als fotomodel en mannequin. Via haar werkgever krijgt ze in 1960 een kleine rol in Federico Fellini’s film La Dolce Vita.

Inmiddels is Nico naar Parijs verhuisd, waar ze haar artiestennaam Nico aanneemt.

Dankzij het vele werk voor tijdschriften en bekende firma’s als Coco Chanel wordt ze het eerste supermodel en de lieveling van de jet set.

Ze raakt bevriend met artiesten als Bob Dylan en Brian Jones en krijgt een verhouding met acteur Alain Delon, die de vader van haar zoon Ari (Christian Aaron Boulogne) is, iets wat Delon altijd ontkend heeft.

Vreemd want Delons moeder Edith heeft Boulogne opgevoed en uiteindelijk geadopteerd in 1977 met haar tweede man Paul Boulogne, die de jongen ook zijn familienaam gaf.

In 1964 maakte ze kennis met Andy Warhol, die haar adopteert als zijn protege.

In 1965 verschijnt haar eerste single I’m Not Saying en in 1967 speelt ze in Warhol’s film Chelsea Girls.

Datzelfde jaar wordt ze als ‘chanteuse’ toegevoegd aan de band The Velvet Underground, waar ze eerst de avances van Lou Reed afslaat om vervolgens een verhouding met John Cale te beginnen.

Het eerste album van de band bevat een aantal nummers die door Nico worden gezongen.

Met name door de jaloerse en door Nico afgewezen Lou Reed wordt haar een grotere rol in de band geweigerd.

Een aantal nummers die ze al heeft ingezongen worden door Lou Reed uit wraak opnieuw ingezongen, en verschijnen in die versie uiteindelijk op het album.

Nico is levenslang verslaafd aan heroïne en overlijdt uiteindelijk aan een hersenbloeding op 18 juli 1988 als gevolg van een val van haar fiets tijdens een afkicksessie op het eiland Ibiza. Nico is 49 jaar geworden.

Toen zijn moeder was gestorven, zei haar zoon Ari het volgende over zijn moeder: “Voor mij was ze een heel goede moeder. Ze gaf me alles. Zelfs drugs, ik heb het met haar ten volle ervaren zonder dat het een probleem was. Vanaf mijn zestiende tot het einde deelden we medicijnen, dezelfde spuit. Het was een manier van samenzijn.

Ook na haar dood blijft Nico tot de verbeelding spreken.

James Young schrijft in 1992 de biografie Songs They Never Play On The Radio.

In 1995 verschijnt Nico Icon, een documentaire van de Duitse televisie over haar leven. Onder de titel Nico wordt in 1997 een ballet opgevoerd van choreograaf Ed Wubbe, waarvoor John Cale de muziek schrijft.

In 2014 liet Wubbe zich opnieuw inspireren door Nico en de Velvet Underground voor zijn choreografie “ICON/NICO”.

Haar zoon, Ari Boulogne werd in de nacht van 19 op 20 mei 2023 dood aangetroffen in zijn appartement.

Zijn lichaam werd in een vergevorderde staat van ontbinding ontdekt door zijn partner Yasmina, die met haar zoon Fadhil, 21 jaar oud, was teruggekeerd van een verblijf in de provincies.

Vreemd om haar partner alleen te laten wetende dat hij door een hersenbloeding verlamd was en gebruikmaakte van een rolstoel.

Op 22 mei 2023 werd Yasmina dan ook aangeklaagd wegens niet helpen van een persoon in gevaar, onvrijwillige doodslag en overdracht van verdovende middelen.

Ari Boulogne werd op 18 juli 2023 begraven, bijna twee maanden na zijn dood, vanwege vertragingen bij het onderzoek naar de oorzaken van zijn dood door deskundigen. (diverse bronnen en Wikipedia)