25 jaar geleden: Toen de Gentse kunstenaarspartij “Digter” meer dan alleen maar ludiek was.

Onder de bezielende leiding van onze eigen Coenraed de Waele zette deze gloednieuwe partij de boel op stelten.

Wat Digter zo bijzonder maakte? Wel, het was de allereerste keer in de Belgische geschiedenis dat een lijst vol kunstenaars zich in de verkiezingsstrijd mengde. “Voor het eerst in het bestaan van België neemt een lijst met kunstenaars deel aan de verkiezingen”, verkondigde lijsttrekker en dichter Coenraed de Waele (toen 48).

De naam “Digter” stond voor een heerlijke knipoog naar de poëzie: “Dichten Is Geen Tralala Eerder Rock ‘n’ roll”.

Rond dit gevatte acroniem schaarden zich maar liefst 23 creatieve geesten.

Denk aan bekende namen uit de literatuur zoals Marcella Baete, Ronald Vermeulen en Eva Cox, maar ook theatermakers als Jaak Van De Velde en muzikanten zoals rockdrummer Boudewijn Creelle.

Het programma van Digter was op z’n zachtst gezegd… origineel.

Wat dacht je van de “herverdeling van de liefde”, de “omverwerping van de dictatuur van het orgasme” of een “bos met zangvogels en stadsaapjes op de Vrijdagmarkt”? Het toont de humor en het speelse karakter van deze unieke partij.

Maar Digter had ook serieuze noten op de zang.

Zo pleitten ze voor een proefproject om kunstenaars een echt statuut te geven en de oprichting van een “Huis van het Woord”.

Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat we afscheid namen van de Gentse cursiefjesschrijver Prosper De Smet. Hij werd zesentachtig.

Dankzij gemeenschappelijke kennis Coenraed de Waele had ik het genoegen hem nog te leren kennen.

Ik nodigde hem niet veel later uit om zijn dichtbundel ‘Gekke gedachten, stille gepeinzen’ voor te stellen in de Hotsy Totsy, een aanbod dat hij met zichtbaar plezier aanvaardde.

Een mooi moment om terug te blikken op het leven van deze Gentse stem van het volk.

Prosper De Smet werd geboren in de Roggestraat als zoon van een dokwerker en een naaister.

Zijn jeugd werd getekend door een vroege tegenslag: toen zijn vader in 1928 overleed, werd de amper negenjarige Prosper in het Stedelijk Weeshuis geplaatst, in de volksmond bekend als het beruchte “Kuldershuis”.

Pas vier jaar later, nadat zijn moeder hertrouwde, kon hij terugkeren naar de vertrouwde Roggestraat.

Hoewel er in het gezin De Smet, buiten de krant Vooruit, nauwelijks werd gelezen, ontdekte de jonge Prosper al snel zijn passie.

Rond zijn veertiende opende de wereld van de literatuur zich voor hem, met Multatuli als grote held.

Hij volgde een opleiding tot letterzetter en schoolde zichzelf via avondonderwijs bij in talen.

Zijn liefde voor het geschreven woord vond hij in de krant, waar hij de rubrieken van Raymond Herreman verslond.

Na zijn legerdienst en mobilisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond hij in 1945 werk als drukker-letterzetter, eerst bij firma Collier en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit.

Daar groeide hij door tot lay-outverantwoordelijke en zou hij blijven tot aan zijn pensioen in 1980, ook na de overgang naar De Morgen.

Maar het was zijn pen die hem onsterfelijk zou maken in Gent en daarbuiten.

Naast zijn dagtaak ontpopte hij zich tot een veelzijdig schrijver voor de krant.

Onder het pseudoniem PDS schreef hij boekbesprekingen, als Polke Pluim leverde hij humoristische sportbijdragen, maar zijn bekendste alter ego werd P. Pluim.

Dertig jaar lang schreef hij onder die naam een dagelijks cursiefje waarin hij het leven van de gewone man schetste, vaak optimistisch met een vleugje weemoed en milde maatschappijkritiek.

Ook na de overgang naar De Morgen bleef hij schrijven, tot hij in 2001 na bijna vijftig jaar definitief stopte.

Zijn talent bleef niet beperkt tot de krant. Tussen 1955 en 1990 publiceerde De Smet acht romans, een toneelstuk, verhalen- en dichtbundels.

Zijn werk werd meermaals bekroond, onder meer met de Letterkundige Prijs van de Stad Gent en de Visser Neerlandiaprijs.

Zijn debuutroman ‘De ontploffing’ (1957) werd door De Groene Amsterdammer zelfs uitgeroepen tot boek van de maand.

Zijn persoonlijke leven kende, net als zijn professionele, een stabiel verloop.

Na zijn huwelijk in 1946 en enkele verhuizingen binnen Gent, streek hij in 1960 neer in de Bosuilstraat in Wondelgem.

Daar zou hij tot aan zijn dood blijven wonen, als een scherpe observator van het leven dat hij zo treffend wist te vangen in zijn verhalen en cursiefjes.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

Coenraed de Waele werd op 29 augustus 1952 te Deinze geboren en groeide op in Machelen aan de Leie.

Hij volgde aanvankelijk lager onderwijs aan de Gemeenteschool aldaar (eerste vier jaren), om vervolgens over te gaan naar de nonnen van Aarsele (laatste twee jaren).

Zijn middelbare school begon met twee jaar Grieks-Latijn bij de paters Oblaten in Waregem, hierna twee jaar Handel in het Sint-Hendrikscollege in Deinze en tenslotte drie jaar Hotelschool ‘Ter Duinen’ in Koksijde.

In een impulsieve bui verliet hij het ouderlijk dak en trok naar Gent.

Hij vond werk als barman in het muziekcafé ‘Finkle’s’ in de Belfortstraat.

Op 15 juli, 1976 opende Coenraed de Waele zijn kroeg ‘Villa des Roses’ op de hoek van de Sint-Jacobsnieuwstraat met de Gildestraat, zo geheten naar de debuutroman van Willem Elsschot.

Op de draaitafel lag naast jazz de ‘betere’ popmuziek.

Naar verluidt zou de auteur en jazzkenner Jules Deelder er zijn eerste optreden in Vlaanderen hebben gegeven.

Na verloop van tijd zal Coenraed de Waele zich meer en meer gaan spiegelen aan deze nachtburgemeester van Rotterdam.

Een regelmatige gast op het podium was Marcel Van Maele, door De Waele omschreven als “de meest onderschatte dichter in de Nederlanden”

Coenraed De Waele viert twintig jaar Villa des Roses (De Gentenaar 20 december 1996)

Rond ’83 maakte de WAELE deel uit van Theater de Bron, een theatercommune in de Komijnstraat.

Uiteindelijk debuteerde hij in 1984 met een gedichtenbundel ‘Pluimgewichten’.

Uit die bundel werden meteen vier gedichten geselecteerd door Gerrit KOMRIJ voor zijn bloemlezing “De beste Nederlandstalige gedichten van de 19e en 20e eeuw”.


De bundel ‘Plankgas’ werd uitgegeven door het Poëziecentrum van Gent.

In ’88 werd hij uitgenodigd op de ‘De Nacht van de Poëzie’ in Utrecht

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

Organiseerde een soortement ‘Nacht van de Poëzie’ in de Vooruit ten bate van dagblad de Morgen.

Er namen 42 dichters deel, waaronder Hugo Claus, Simon Vinkenoog, Herman De Coninck, Marcel Van Maele en andere kanonnen.

In 1990 liet hij zich opsluiten in een kooi die vier meter hoog hing in een boom op het Sint-Jacobpleintje tijdens de Gentse Feesten.

Hij schreef er elke avond een klassiek sonnet dat s’anderdaags in dagblad De Morgen werd afgedrukt.

In 1991 daalde hij tien dagen af in een vergeetput in het Gravenkasteel, wederom tijdens de Gentse feesten.

Daar schreef hij elke dag een sprookje. Die sprookjes werden gebundeld in het boek :’Sprookjes voor Fabiola’.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

In 1990 schreef Coenraed de Waele de tekst voor het lied ‘Volle Maan’ van Johan Verminnen.

Dit nummer werd naar aanleiding van “Johan Verminnen ’60 door zijn fans als lievelingslied verkozen.

Later schreven zij samen ook het lied ‘doah doah”.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

n de bloemlezing ‘Hotel New Flanders’ samengesteld door Dirk Van Bastelare werd 1 gedicht opgenomen van Coenraed De Waele.

Ook in de bloemlezing ‘Om Gent gedicht’, gekozen door Guido Lauwaert, prijkt 1 gedicht.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.

In 2014 schreef hij de tekst voor het nummer Gent Herleeft van de Gentse zanger Kazzen.

Het nummer is terug te vinden op zijn album Dansen Op de Vulkaan.

Vandaag mag de Gentse dichter Coenraed De Waele 70 kaarsjes uitblazen.