Vandaag zou Joost Nuissl 81 jaar geworden zijn. Hij werd namelijk op 15 oktober 1945 geboren in Amsterdam, in een gezin waar vooral klassieke muziek opstond en popmuziek ver te zoeken was.
Al vroeg vond hij zijn eigen muzikale weg: op zijn achtste speelde hij ukelele en twee jaar later pakte hij de gitaar op.
Na het gymnasium begon hij aan een studie Frans aan de Universiteit van Amsterdam, maar na welgeteld één college hield hij het alweer voor gezien.
Boeken en collegebanken vond hij maar saai; hij wilde de wereld ontdekken.
Hij pakte zijn biezen en trok een half jaar lang kriskras door Frankrijk.
Terug in Nederland begon hij aan het conservatorium in Amsterdam om muziekleraar te worden.
Om de rekeningen te betalen trad hij tijdens zijn studie al op met Nederlandstalige liedjes, maar ook het conservatorium hield hij na een jaar voor gezien.
Vanaf 1966 liep hij stage bij VARA-radio onder de vleugels van Joop Koopman.
Tegelijkertijd timmerde hij solo aan de weg op de podia in Nederland en Vlaanderen.
Hij speelde overal waar publiek was, van kleine theaters tot gezellige jeugdhuizen.
Hij kon er net van rondkomen en zodra de verdiensten het toelieten, huurde hij twee muzikanten in om hem te begeleiden.
Eind jaren zestig schoof hij aan bij Willem Duys in ‘Voor De Vuist Weg’.
Tekstschrijver en producer Gerrit den Braber zag het meteen in hem zitten en stelde voor een album op te nemen.
Dat leidde in 1970 tot zijn debuutalbum ‘Er Staat Wat Te Gebeuren’, vol met zelfgeschreven nummers.
In 1974 verscheen zijn tweede plaat, ‘Een Huis Van Zachte Steenen’.
De single ‘Ik Ben Blij Dat Ik Je Niet Vergeten Ben’ schoot meteen de hitlijsten in en groeide uit tot een tijdloze evergreen.
Voor de opname kreeg hij versterking van de harmonie Vorster Kapel en het Dameskoor Broekhuizenvorst.
Opvallend genoeg deed de single niets in Vlaanderen, maar in Nederland schopte het nummer het vlot tot een zesde plaats in de Top 40.
Ondanks het feit dat ‘Ik Ben Blij Dat Ik Je Niet Vergeten Ben’ voor de meeste mensen zijn lijflied werd, ga ik toch voor de opvolger van toen, namelijk het nummer ‘Laten We Samen Verder Gaan’, als mijn favoriete nummer van deze sympathieke zanger.
Een jaar later, in 1975, liet Nuissl ook als schrijver van zich horen met de verhalenbundel ‘Verhaaltjes’.
Daarna volgden de albums ‘Joost Nuissl & Zo’ in 1976 en ‘In De Restauratie’ in 1979.
De echt grote hits bleven voor hemzelf echter uit.
Achter de schermen scoorde hij wel: hij schreef de tekst voor ‘Het Werd Zomer’ van Rob de Nijs, wat een enorme hit werd.
Voor Nuissl was de maat vol wat betreft zijn eigen solocarrière, waarna hij besloot vooral voor andere artiesten te gaan schrijven.
Wel vormde hij in 1980 nog even een gelegenheidsduo met Joost Belinfante, bekend van Doe Maar.
Onder de naam Jjoooosst traden ze geregeld op en brachten ze in 1981 een gelijknamig album uit, ‘Jjoooosst’.
Ondertussen schreef Nuissl in 1980 ‘Dromentrein’ voor Lenny Kuhr en leverde hij in 1981 de Nederlandse tekst voor de kraker ‘Willem’ van Willem Duyn.
In 1982 kwam er definitief een einde aan Jjooosstt en beëindigde Nuissl zijn carrière als podiummuzikant.
Hij keerde terug naar een andere grote passie: de theaterwereld.
Datzelfde jaar werd hij directeur van het Waagtheater in Delft.
Drie jaar later, in 1985, stapte hij over naar de stichting Het Onderzoek in Tiel, een bureau voor publieksbemiddeling.
In 1988 volgde zijn benoeming tot directeur van De Kleine Komedie in Amsterdam, een rol die hem op het lijf geschreven was.
Helemaal loslaten kon hij de muziek nooit.
Begin jaren negentig pende hij weer liedjes voor Rob de Nijs, te horen op de albums ‘Hartslag’ uit 1991 en ‘Tussen Jou en Mij’ uit 1993, naast tracks op twee verzamelalbums.
In 1992 leverde hij diverse nummers af voor het album ‘Niet Normaal Meer’ van Willem Duyn.
In september 2006 nam Joost Nuissl na een lange en gewaardeerde periode afscheid van De Kleine Komedie.
Vorig jaar, op 7 oktober 2025, overleed hij.


