Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Koning Albert I werd geboren op Marche-les-Dames in Brussel als de tweede zoon van prins Filips, graaf van Vlaanderen, en prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen.
Prinses Maria van Hohenzollern-Sigmaringen werd geboren op 17 november 1845 in Sigmaringen, als de jongste dochter van Karel Anton, de laatste regerende vorst van Hohenzollern-Sigmaringen, en Josefine van Baden.
Haar broer Karel werd later koning van Roemenië en haar zus Stefanie werd koningin van Portugal.
Zij trouwde op 25 april 1867 in Berlijn met prins Filips, de tweede zoon van koning Leopold I van België en de jongere broer van koning Leopold II.
Het huwelijk was gearrangeerd door de Britse koningin Victoria, die een nicht was van Leopold I.
Zij stond bekend als zeer vroom en werd door Leopold II soms spottend “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen” genoemd.
Maria verloor twee van haar vijf kinderen: haar dochter Josephine stierf kort na haar geboorte en haar oudste zoon Boudewijn stierf op 21-jarige leeftijd.
Haar jongste zoon Albert volgde zijn oom Leopold II op als koning der Belgen op 23 december 1909.
Albert I leidde het land door de Eerste Wereldoorlog, waarin hij zich onderscheidde door zijn moed en vastberadenheid om de neutraliteit en integriteit van België te verdedigen tegen de Duitse invasie.
Hij stond aan het hoofd van het Belgische leger, dat vier jaar lang standhield aan de IJzer, en bezocht regelmatig de loopgraven om zijn soldaten aan te moedigen.
Hij genoot ook het respect en de bewondering van de geallieerde leiders, zoals de Franse president Raymond Poincaré en de Britse premier David Lloyd George.
Na de oorlog speelde Albert I een belangrijke rol in de vredesonderhandelingen en de wederopbouw van het land.
Hij bevorderde de sociale en economische hervormingen, zoals het algemeen enkelvoudig stemrecht, de achturendag en de sociale zekerheid.
Hij steunde ook de culturele en wetenschappelijke ontwikkeling van België, en was zelf een gepassioneerde alpinist, ontdekkingsreiziger en natuurliefhebber.
Albert I stierf tragisch op 17 februari 1934 bij een klimongeval in Marche-les-Dames, in de Ardennen.
Woodrow Wilson was een Amerikaanse politicus en academicus die de 28e president van de Verenigde Staten was van 1913 tot 1921.
Hij was lid van de Democratische Partij en diende als president van de Princeton University en als gouverneur van New Jersey voordat hij de presidentsverkiezingen van 1912 won.
Als president veranderde hij het economische beleid van het land en leidde hij de Verenigde Staten in de Eerste Wereldoorlog in 1917.
Hij was de belangrijkste architect van de Volkenbond, en zijn progressieve houding tegenover het buitenlands beleid kwam bekend te staan als het wilsonianisme .
Wilson werd geboren in Staunton, Virginia, en groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten, voornamelijk in Augusta, Georgia, tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en het Reconstruction-tijdperk.
Hij studeerde af aan de Princeton University en behaalde zijn doctoraat in de politieke wetenschappen aan de Johns Hopkins University.
Zijn proefschrift, Congressional Government: A Study in American Politics, werd gepubliceerd in 1886 en vestigde zijn reputatie als een geleerde.
Hij doceerde aan verschillende universiteiten voordat hij in 1902 president werd van Princeton, waar hij een aantal hervormingen doorvoerde om het curriculum te moderniseren en de democratie te bevorderen.
In 1910 werd Wilson gekozen tot gouverneur van New Jersey met de steun van de progressieve vleugel van zijn partij.
Hij voerde een aantal wetten door om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, de corruptie te bestrijden, het kiesrecht uit te breiden en het bankwezen te reguleren.
Zijn succes als gouverneur maakte hem tot een leidende kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 1912, waar hij het opnam tegen de Republikeinse zittende president William Howard Taft en de voormalige president Theodore Roosevelt, die zich afsplitste van zijn partij om een derde partij op te richten, de Progressive Party .
Wilson won de verkiezing met een meerderheid in het kiescollege, maar slechts 42 procent van de populaire stemmen.
Hij was de eerste Democraat die sinds 1896 werd gekozen tot president en de eerste zuidelijke president sinds 1848.
Als president lanceerde hij een ambitieus binnenlands programma dat bekend stond als The New Freedom, dat gericht was op het verminderen van tarieven, het hervormen van het bankwezen, het creëren van een federale handelscommissie en het versterken van de antitrustwetgeving.
Hij steunde ook sociale wetgeving om kinderarbeid te verbieden, arbeiders het recht op collectieve onderhandelingen te geven en federale leningen aan boeren te verstrekken .
Wilson werd herkozen in 1916 met een nipte marge onder de slogan “He kept us out of war”.
Hij had geprobeerd om neutraal te blijven in de Eerste Wereldoorlog die Europa verscheurde sinds 1914, maar hij werd geconfronteerd met toenemende druk om zich bij de geallieerden aan te sluiten tegen Duitsland na verschillende provocaties, zoals de onbeperkte duikboot oorlogvoering en het Zimmermann-telegram.
In april 1917 vroeg Wilson het Congres om een oorlogsverklaring tegen Duitsland “om de wereld veilig te maken voor democratie”.
Hij mobiliseerde snel het land voor oorlog door middel van propaganda, conscriptie, rantsoenering en leningen.
Hij stuurde ook meer dan twee miljoen Amerikaanse soldaten naar Europa om te vechten onder generaal John J. Pershing.
Wilson speelde een cruciale rol bij het beëindigen van de oorlog en het vormgeven van de naoorlogse orde.
Hij presenteerde zijn visie voor een rechtvaardige en duurzame vrede in een toespraak tot het Congres in januari 1918, waarin hij zijn beroemde Veertien Punten uiteenzette.
Deze omvatten het principe van nationale zelfbeschikking, de vrijheid van de zeeën, de vermindering van bewapening, en vooral de oprichting van een “algemene vereniging van naties” om de internationale samenwerking en veiligheid te waarborgen.
Wilson reisde persoonlijk naar Parijs om deel te nemen aan de vredesconferentie, waar hij de leider werd van de “Big Four”, samen met de Britse premier David Lloyd George, de Franse premier Georges Clemenceau en de Italiaanse premier Vittorio Orlando.
Hij slaagde erin om zijn idee van een Volkenbond op te nemen in het Verdrag van Versailles, dat in juni 1919 werd ondertekend.
Wilson keerde terug naar de Verenigde Staten om het verdrag te ratificeren door het Congres, maar hij stuitte op hevig verzet van senatoren die zich verzetten tegen het lidmaatschap van de Volkenbond.
Wilson weigerde compromissen te sluiten of wijzigingen in het verdrag toe te staan, en lanceerde een nationale spreekbeurt om steun te verwerven voor zijn plan.
Tijdens deze tour kreeg hij echter een beroerte die hem gedeeltelijk verlamd en blind aan één oog achterliet.
Zijn vrouw Edith, met wie hij in 1915 was getrouwd na de dood van zijn eerste vrouw Ellen in 1914, nam veel van zijn taken over als zijn naaste adviseur.
Het Congres verwierp uiteindelijk het Verdrag van Versailles en de Volkenbond, waardoor Wilsons droom van een nieuwe wereldorde werd gedwarsboomd.
Wilson bleef tot het einde van zijn termijn in 1921 in functie, maar hij was grotendeels afgesneden van het publiek en had weinig invloed op binnenlandse of buitenlandse zaken.
Hij werd opgevolgd door de Republikein Warren G. Harding, die beloofde terug te keren naar “normaliteit” na de oorlog en de hervormingen.
Wilson trok zich terug in zijn huis in Washington, D.C., waar hij tot zijn dood in 1924 bleef.
Hij werd begraven in de Washington National Cathedral, als eerste president die in de hoofdstad werd begraven .
Wilson wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste presidenten in de Amerikaanse geschiedenis, vooral om zijn leiderschap tijdens de Eerste Wereldoorlog en zijn visie op een vreedzame internationale orde.
Hij wordt ook geprezen om zijn progressieve hervormingen op binnenlands gebied, hoewel hij ook wordt bekritiseerd om zijn segregatiebeleid en zijn schendingen van burgerlijke vrijheden tijdens de oorlog.
Hij ontving in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn bijdrage aan het beëindigen van de oorlog en het bevorderen van de Volkenbond.