Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat we afscheid namen van de Gentse cursiefjesschrijver Prosper De Smet. Hij werd zesentachtig.

Dankzij gemeenschappelijke kennis Coenraed de Waele had ik het genoegen hem nog te leren kennen.

Ik nodigde hem niet veel later uit om zijn dichtbundel ‘Gekke gedachten, stille gepeinzen’ voor te stellen in de Hotsy Totsy, een aanbod dat hij met zichtbaar plezier aanvaardde.

Een mooi moment om terug te blikken op het leven van deze Gentse stem van het volk.

Prosper De Smet werd geboren in de Roggestraat als zoon van een dokwerker en een naaister.

Zijn jeugd werd getekend door een vroege tegenslag: toen zijn vader in 1928 overleed, werd de amper negenjarige Prosper in het Stedelijk Weeshuis geplaatst, in de volksmond bekend als het beruchte “Kuldershuis”.

Pas vier jaar later, nadat zijn moeder hertrouwde, kon hij terugkeren naar de vertrouwde Roggestraat.

Hoewel er in het gezin De Smet, buiten de krant Vooruit, nauwelijks werd gelezen, ontdekte de jonge Prosper al snel zijn passie.

Rond zijn veertiende opende de wereld van de literatuur zich voor hem, met Multatuli als grote held.

Hij volgde een opleiding tot letterzetter en schoolde zichzelf via avondonderwijs bij in talen.

Zijn liefde voor het geschreven woord vond hij in de krant, waar hij de rubrieken van Raymond Herreman verslond.

Na zijn legerdienst en mobilisatie tijdens de Tweede Wereldoorlog, vond hij in 1945 werk als drukker-letterzetter, eerst bij firma Collier en vanaf 1948 bij het dagblad Vooruit.

Daar groeide hij door tot lay-outverantwoordelijke en zou hij blijven tot aan zijn pensioen in 1980, ook na de overgang naar De Morgen.

Maar het was zijn pen die hem onsterfelijk zou maken in Gent en daarbuiten.

Naast zijn dagtaak ontpopte hij zich tot een veelzijdig schrijver voor de krant.

Onder het pseudoniem PDS schreef hij boekbesprekingen, als Polke Pluim leverde hij humoristische sportbijdragen, maar zijn bekendste alter ego werd P. Pluim.

Dertig jaar lang schreef hij onder die naam een dagelijks cursiefje waarin hij het leven van de gewone man schetste, vaak optimistisch met een vleugje weemoed en milde maatschappijkritiek.

Ook na de overgang naar De Morgen bleef hij schrijven, tot hij in 2001 na bijna vijftig jaar definitief stopte.

Zijn talent bleef niet beperkt tot de krant. Tussen 1955 en 1990 publiceerde De Smet acht romans, een toneelstuk, verhalen- en dichtbundels.

Zijn werk werd meermaals bekroond, onder meer met de Letterkundige Prijs van de Stad Gent en de Visser Neerlandiaprijs.

Zijn debuutroman ‘De ontploffing’ (1957) werd door De Groene Amsterdammer zelfs uitgeroepen tot boek van de maand.

Zijn persoonlijke leven kende, net als zijn professionele, een stabiel verloop.

Na zijn huwelijk in 1946 en enkele verhuizingen binnen Gent, streek hij in 1960 neer in de Bosuilstraat in Wondelgem.

Daar zou hij tot aan zijn dood blijven wonen, als een scherpe observator van het leven dat hij zo treffend wist te vangen in zijn verhalen en cursiefjes.

Vandaag 20 jaar geleden, een gratis cd van Raymond van het Groenewoud bij aankoop van de krant De Morgen (4 oktober 2001)

Vandaag 20 jaar geleden, een gratis cd van Raymond van het Groenewoud bij aankoop van de krant De Morgen (4 oktober 2001)
Vandaag 20 jaar geleden, een gratis cd van Raymond van het Groenewoud bij aankoop van de krant De Morgen (4 oktober 2001)