Vandaag is het precies veertig jaar geleden dat de vooraanstaande Franse industrieel ontwerper Raymond Loewy overleed.

Na zijn studietijd in Parijs tussen 1910 en 1914 diende hij tijdens de Eerste Wereldoorlog als tweede luitenant in het Franse leger.

In 1919 maakte hij de oversteek naar New York, waar hij aanvankelijk aan de slag ging als etaleur voor warenhuizen en als mode-illustrator voor bekende tijdschriften zoals Vogue, Harper’s Bazaar en Vanity Fair.

Tien jaar later, in 1929, richtte hij zijn eigen ontwerpbureau op.

Zijn filosofie was even simpel als doeltreffend, getuige de tekst op zijn visitekaartjes: als twee producten in prijs, functie en kwaliteit gelijk zijn, dan verkoopt het mooiste beter.

Dit bewees hij al snel met zijn eerste grote succes: het restylen van de Gestetner-stencilmachine.

Hoewel het apparaat technisch vrijwel identiek bleef aan zijn voorganger, zorgde de vereenvoudigde en strakkere vormgeving voor een efficiëntere productie en hogere verkoopcijfers.

In de decennia die volgden, leek het alsof Loewy alles ontwierp wat er maar te ontwerpen viel.

Van gestroomlijnde stoomlocomotieven, auto’s en vliegtuigen tot frisdrankautomaten, ijskasten en het interieur van NASA’s Skylab; hij stond altijd vooraan.

Hij werkte voor giganten als Pennsylvania Railroad, Greyhound, Coca-Cola en Studebaker.

Daarnaast was hij verantwoordelijk voor het ontwerpen van verpakkingen voor Lucky Strike en beeldmerken voor grote bedrijven als Spar, Exxon en Shell.

Bij Shell bewees hij bovendien zijn scherpe zakelijke inzicht door niet alleen het logo af te leveren, maar ook strikte wereldwijde richtlijnen voor het uniforme gebruik ervan op te stellen.

Zijn benadering van het vak legde hij vast in zijn autobiografie Never Leave Well Enough Alone uit 1951.

Loewy’s invloed was op het hoogtepunt van zijn carrière zo groot dat naar schatting meer dan vijfenzeventig procent van de Amerikanen dagelijks met zijn ontwerpen in aanraking kwam.

Dit bracht hem ongekende roem, die vergelijkbaar was met die van een filmster, wat in 1949 resulteerde in een coververhaal in Time Magazine.

In de jaren zeventig kreeg zijn loopbaan een diplomatiek tintje toen hij, op verzoek van de Amerikaanse regering, voor de Sovjet-Unie ging werken in een poging de spanningen van de Koude Oorlog te verzachten.

Hij ontwierp voor hen onder meer een motorfiets, auto, tractor en diverse huishoudelijke apparaten, al zijn deze plannen helaas nooit gerealiseerd.

Ondanks zijn fenomenale staat van dienst eindigde zijn verhaal in mineur.

Waar zijn kantoor rond 1960 nog honderdtachtig werknemers telde, moest hij in 1977 wegens financiële problemen zijn Amerikaanse vestiging sluiten.

Toen Raymond Loewy in 1986 stierf, liet hij een onuitwisbare stempel achter op de moderne vormgeving, maar was hij zelf volledig bankroet.

Vandaag 40 jaar geleden werd eerste wachtmeester André Goeman doodgeschoten tijdens een routinecontrole op het klaverblad in Zwijnaarde.

Die nacht bracht de wachtmeester Luc Schuddinck door op zijn knieën in een polderweide in Wenduine.

Gangsters hadden hem daar met zijn eigen handboeien vastgeketend aan een omheiningspaal.

Enkele uren voordien hadden ze zijn collega André Goeman voor zijn ogen koudweg met een nekschot afgemaakt.

Nog eenmaal blikt Luc Schuddinck achterom naar de langste en verschrikkelijkste nacht van zijn leven.

André was een vaderfiguur voor mij, zoals ik nu ben voor mijn jongere collega’s hier op de Verkeerspost van Wetteren”, zegt Luc Schuddinck.

Hij was elf jaar ouder dan ik en was mijn monitor geweest tijdens mijn opleiding. ‘Ik had veel van hem geleerd.’

Die zondag 13 juli 1986 was ik met hem om 21 uur de nacht opgegaan.

We waren net begonnen te patrouilleren toen we in de onderbrugging van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een motorfiets zagen staan met twee mannen.

Ze spraken Frans.

Al snel bleek dat de motorfiets niet was ingeschreven of verzekerd en dat er iets niet pluis was met hun identiteitskaarten.

André had hen gevraagd een document in te vullen.

We stonden met zijn vieren in een halve cirkel over de motorkap gebogen toen een van hen plots een wapen naar me trok.

Ik stak mijn handen omhoog en op dat moment greep André Goeman naar zijn eigen pistool.

De gangster was hem echter te snel af en schoot hem van op een afstand van minder dan twee meter in de nek.

Hij was op slag dood.

Ze lieten hem liggen, de schutter sprong in de politiewagen, ik moest naast hem plaatsnemen en de andere kerel ging achter me zitten met een geladen pistool tegen mijn hoofd.

In volle vaart vertrokken we langs de E40 richting kust.

De gangsters waren in paniek en wisten niet waarheen.

Nu eens doofden ze de lichten, daarna staken ze ze weer aan.

De bestuurder zette mijn kepie op om de indruk te wekken dat hij een agent was.

Over de politieradio was duidelijk te horen dat men met man en macht op zoek was naar mij.

Ik stelde voor de radio buiten te gooien, maar ze wilden dat ik zou vertalen wat er gezegd werd.’

Ik heb veel met hen geconverseerd.

Ik vroeg wat ze van plan waren met mij en smeekte hen om mij in leven te laten.

Niet voor mezelf, maar voor mijn drie kinderen van zes, vier en twee jaar.

Ondertussen wikte ik mijn ontsnappingskansen.

Toen we in Wenduine voor een rood licht stonden, overwoog ik de deur te openen en uit de wagen te springen, maar ik had schrik dat ik al dood zou zijn nog voor ik op straat lag.

Uiteindelijk verplichtten ze me aan een verlaten weide uit te stappen.

Op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik nog maar enkele seconden te leven had.

Wat je dan voelt, is pure doodsangst.

Maar ze ketenden me vast aan een zware paal, gooiden mijn fluo-jas over me tegen de regen en reden weg.

Pas na twee uur begon ik een beetje hoop te krijgen dat ik zou overleven.

In de verte zag ik een boerderij staan.

Ik heb urenlang tevergeefs de ziel uit mijn lijf geschreeuwd.

Mijn stembanden waren zo ver uitgerekt dat het nooit meer is goedgekomen.

Uiteindelijk heeft een schapenboer mij om 8.45 uur ’s morgens bevrijd.

Hij kwam langsgereden met zijn wagen.

Het was de man van de boerderij.

Hij zei dat hij wel had horen roepen, maar dat er in het zomerseizoen met al die toeristen altijd nachtlawaai was.

Zijn vrouw is teruggereden om een kniptang en ze hebben me naar het politiebureau gevoerd.

Mijn eerste telefoontje was naar mijn vrouw om haar gerust te stellen dat ik nog leefde.

Dezelfde dag nog werden de twee gangsters aangehouden in Luik.

Het bleek te gaan om Philippe Gonda en Christian Karko die uit de gevangenis van Hoei waren ontsnapt.

Ik stond erop om het hele proces bij te wonen.

Ze hebben allebei de doodstraf gekregen.

Karko is vermoedelijk al tien jaar vrij, maar Gonda niet, denk ik.

Ik hoor er niks meer van en het interesseert me ook niet echt.

Het waren zware jongens.

Gonda zou zelfs een cipier gecastreerd hebben in de gevangenis.’

Na drie maanden na de feiten heb ik terug de draad weer opgepikt

Ik heb achteraf de weerbots gekregen, maar ik ben uit het dal geklauterd door me op mijn nieuwbouw in Deinze te werpen.

Slachtofferhulp bestond toen nog niet.

Er was zelfs geen sociaal assistente, er was niks.

Soms denk ik: wat zou er gebeurd zijn als André Goeman zijn wapen niet had getrokken?

Wellicht leefde hij dan nog.

Maar zijn reactie was normaal.

Hij heeft gehandeld vanuit een beschermende reflex.

Als je partner in gevaar is, dan doe je iets.”(Diverse bronnen, Geert Neyt, Nieuwsblad juli 2006 en De Post 27 juli 1986)

Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.

Die nacht, precies twintig jaar geleden nu, bracht de wachtmeester Luc Schuddinck door op zijn knieën in een polderweide in Wenduine.

Gangsters hadden hem daar met zijn eigen handboeien vastgeketend aan een omheiningspaal.

Enkele uren voordien hadden ze zijn collega André Goeman voor zijn ogen koudweg met een nekschot afgemaakt.

Nog eenmaal blikt Luc Schuddinck achterom naar de langste en verschrikkelijkste nacht van zijn leven.André was een vaderfiguur voor mij zoals ik nu ben voor mijn jongere collega’s hier op de Verkeerspost van Wetteren”, zegt Luc Schuddinck.

Hij was elf jaar ouder dan ik en was mijn monitor geweest tijdens mijn opleiding.

Ik had veel van hem geleerd.

Die zondag 13 juli 1986 was ik met hem om 21 uur de nacht opgegaan.

We waren net beginnen te patrouilleren toen we in de onderbrugging van de verkeerswisselaar van Zwijnaarde een motorfiets zagen staan met twee mannen.

Ze spraken Frans. Al snel bleek dat de motorfiets niet was ingeschreven of verzekerd en dat er iets niet pluis was met hun identiteitskaarten.

André had hen gevraagd een document in te vullen.

We stonden met zijn vieren in een halve cirkel over de motorkap gebogen toen een van hen plots een wapen naar me trok.

Ik stak mijn handen omhoog en op dat moment greep André Goeman naar zijn eigen pistool.

De gangster was hem echter te snel af en schoot hem van op een afstand van minder dan twee meter in de nek. Hij was op slag dood.

Ze lieten hem liggen, de schutter sprong in de politiewagen, ik moest naast hem plaatsnemen en de andere kerel ging achter me zitten met een geladen pistool tegen mijn hoofd.

In volle vaart vertrokken we langs de E40 richting kust.

De gangsters waren in paniek en wisten niet waarheen.

Nu eens doofden ze de lichten, daarna staken ze ze weer aan.

De bestuurder zette mijn kepie op om de indruk te wekken dat hij een agent was.

Over de politieradio was duidelijk te horen dat men met man en macht op zoek was naar mij.

Ik stelde voor de radio buiten te gooien, maar ze wilden dat ik zou vertalen wat er gezegd werd.

Ik heb veel met hen geconverseerd.

Ik vroeg wat ze met mij van plan waren en smeekte mij in leven te laten.

Niet voor mezelf, maar voor mijn drie kinderen van zes, vier en twee jaar.

Ondertussen wikte ik mijn ontsnappingskansen.

Toen we in Wenduine voor een rood licht stonden, overwoog ik de deur te openen en uit de wagen te springen, maar ik had schrik dat ik al dood zou zijn nog voor ik op straat lag.

Uiteindelijk verplichtten ze me aan een verlaten weide uit te stappen.

Op dat moment was ik ervan overtuigd dat ik nog maar enkele seconden te leven had.

Wat je dan voelt is pure doodsangst.

Maar ze ketenden me vast aan een zware paal, gooiden mijn fluo-jas over me tegen de regen en reden weg.

Pas na twee uur begon ik een beetje hoop te krijgen dat ik zou overleven.

In de verte zag ik een boerderij staan.

Ik heb urenlang tevergeefs de ziel uit mijn lijf geschreeuwd.

Mijn stembanden waren zo ver uitgerekt dat het nooit meer is goed gekomen.

Uiteindelijk heeft een schapenboer mij om 8.45 uur ’s morgens bevrijd.

Hij kwam langsgereden met zijn wagen.

Het was de man van de boerderij.

Hij zei dat hij wel had horen roepen, maar dat er in het zomerseizoen met al die toeristen altijd nachtlawaai was.

Zijn vrouw is teruggereden om een kniptang en ze hebben me naar het politiekantoor gevoerd.

Mijn eerste telefoontje was naar mijn vrouw om haar gerust te stellen dat ik nog leefde.

Dezelfde dag nog werden de twee gangsters aangehouden in Luik.

Het bleek te gaan om Philippe Gonda en Christian Karko die uit de gevangenis van Hoei waren ontsnapt.

Ik stond er op om het hele proces bij te wonen.

Ze hebben allebei de doodstraf gekregen.

Karko is vermoedelijk al tien jaar vrij maar Gonda niet, denk ik.

Ik hoor er niks meer van en het interesseert me ook niet echt.

Het waren zware jongens. Gonda zou zelfs een cipier gecastreerd hebben in de gevangenis.

Na drie maanden na de feiten heb ik terug de draad weer opgepikt

Ik heb achteraf de weerbots gekregen, maar ik ben uit het dal geklauterd door me op mijn nieuwbouw in Deinze te werpen.

Slachtofferhulp bestond toen nog niet.

Er was zelfs geen sociaal assistente, er was niks.

Soms denk ik: wat zou er gebeurd zijn als André Goeman zijn wapen niet had getrokken?

Wellicht leefde hij dan nog.

Maar zijn reactie was normaal.

Hij heeft gehandeld vanuit een beschermende reflex.

Als je partner in gevaar is, dan doe je iets.(Diverse bronnen, Geert Neyt, Nieuwsblad juli 1986 en De Post 27 juli 1986)

Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.
Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.
Vandaag 35 jaar geleden, eerste wachtmeester André Goeman werd doodgeschoten tijdens een routinecontrole.