Vanaf 1 augustus 1968 startte een nieuw tijdperk voor het kanaalverkeer tussen Calais en Dover met de introductie van de Mountbatten-class hovercraft.
Deze revolutionaire vaartuigen verkortten de oversteek tot slechts 30 à 40 minuten, met een recordtijd van amper 23 minuten.

De hovercraft had een capaciteit van 254 passagiers en 30 auto’s.
Na meer dan dertig jaar trouwe dienst werd de laatste hovercraft op 1 oktober 2000 vervangen door snelle Seacat catamarans.
Deze werden uitgebaat door de rederij Hoverspeed, die in de jaren 90 bekendstond als Holymann-Sally en later als Holymann-Hoverspeed.
De laatste eigenaar, Sea Containers Ltd., beschikte over een kleine vloot van zogenaamde High Speed Craft (HSC), zoals de catamarans SeaCat ‘Rapide’ en ‘Diamant’.
Deze volledig aluminium schepen, gebouwd door de Australische werf INCAT, werden aangedreven door vier Ruston dieselmotoren met jet-propulsie en haalden een snelheid van zo’n 40 knopen.
De komst van de kanaaltunnel, uitgebaat door Eurotunnel, bleek echter een te grote concurrent.
Sea Containers verloor een aanzienlijk marktaandeel en kampte met toenemende verliezen.
De situatie werd verergerd door de torenhoge dieselprijzen, aangezien de Seacats enorme brandstofverbruikers waren.
Dit alles dwong het bedrijf in november 2005 het faillissement aan te vragen.
Een latere overname door Norfolkline mislukte.
De hovercrafts die ooit de dienst uitmaakten, kregen gelukkig een laatste rustplaats in het Hovercraft Museum in Lee-on-the-Solent in Engeland, waar ze vandaag de dag te bezichtigen zijn.

Gisteren nog vandaag

