Vandaag dertig jaar geleden onthulde historicus Rein Bijkerk een opmerkelijk hoofdstuk uit de Nederlandse geschiedenis: in 1919, vlak na de Eerste Wereldoorlog, stond Nederland op het punt om België binnen te vallen.

De legertop trof destijds vergaande voorbereidingen voor een militaire operatie, een plan waar ook minister van Oorlog Alting von Geusau volledig van op de hoogte was.

De aanleiding voor deze agressieve houding lag in de enorme spanningen tussen de buurlanden na de Grote Oorlog.

België wilde de eigen grenzen beter kunnen verdedigen en claimde daarom Zeeuws-Vlaanderen, om de controle over de Schelde te verkrijgen, en delen van Limburg voor een betere bewaking van de Duitse grens.

Zowel de Nederlandse legerleiding als de minister hielden serieus rekening met een Belgische annexatie.

Om de zuiderburen voor te zijn en te voorkomen dat de geallieerden de Belgische eisen zouden steunen in het Verdrag van Versailles, broedde de legertop op een preventieve bliksemactie.

Volgens Bijkerk, die zich baseert op correspondentie uit geheime defensiearchieven, wilde de militaire top drie van de vier Nederlandse legerdivisies in Noord-Brabant samentrekken.

Van daaruit moest een aanval worden ingezet op het Belgische hart, met Antwerpen en Brussel als hoofddoelen.

Een cruciaal bewijsstuk is een memorandum van 16 september 1919 van generaal Burger aan de waarnemend opperbevelhebber, generaal Pop.

Burger stelde hierin onomwonden dat het leger niet gedemobiliseerd mocht worden, maar de volle aandacht op het zuiden moest richten om België met maximale kracht en snelheid een slag toe te brengen.

Pop reageerde enkele dagen later instemmend op dit aanvalsplan.

Uit aantekeningen in de kantlijn van deze documenten blijkt dat diverse defensieafdelingen nauw betrokken waren bij de invasieplannen.

Er lagen zelfs al gedetailleerde schema’s klaar voor de inzet van de cavalerie en wielrijders; alleen de exacte marsroutes moesten nog worden ingevuld.

Dat minister Alting von Geusau de plannen steunde, bleek onder meer uit zijn strijdbare taal in de Tweede Kamer, waar hij verklaarde dat Nederland zich niet als een schaap van de vacht zou laten ontdoen.

Ondertussen probeerde de Belgische politicus Hymans de geallieerde grootmachten te overtuigen van de Belgische eisen.

Aanvankelijk leek hij succes te boeken toen er een commissie werd opgericht om de grensherzieningen te onderzoeken.

De diplomatieke strijd tussen België en Nederland ontaardde echter in een bittere ruzie, waarna de grote mogendheden in juni 1919 ingrepen.

Er kwam een nieuwe commissie die de oude verdragen mocht herzien, maar met één harde voorwaarde: van gebiedsuitbreiding kon geen sprake meer zijn.

Hoewel België op diplomatiek vlak verloor, bleven de spanningen aanhouden.

De Belgen probeerden alsnog invloed te krijgen op de militaire verdediging van de Maas en de Schelde en droomden zelfs van een volksraadpleging in de betwiste gebieden.

Uiteindelijk kwam het nooit tot een gewapende confrontatie, vooral omdat Engeland en Frankrijk zich openlijk tegen de Belgische territoriale claims keerden.

België moest uiteindelijk genoegen nemen met Eupen-Malmedy en een protectoraat in Afrika, terwijl de Nederlandse aanvalsplannen definitief in de archiefkast verdwenen (Diverse bronnen, Trouw, persconferentie 14 april 1996)

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)

Etienne Gailly, een Belgische vrijwilliger voor de Korea oorlog

Etienne Gailly bereikte op 7 augustus 1948 als eerste het Wembley Stadion.

Toen kreeg hij een inzinking. Meermalen raakte hij van de piste, wankelde in de richting van de eindstreep en werd in de laatste meters nog ingehaald door de Argentijn Delfo Cabrera en de Brit Thomas Richards.

Hij finishte uiteindelijk in 2:35.34. Gailly heeft zelf nooit een verklaring voor de plotselinge inzinking kunnen vinden. Hij kon zich alleen nog herinneren dat hij tijdens de laatste meters van de marathon buiten deze wereld was geweest, en in zijn onderbewustzijn de schaduw van zijn tegenstrevers had waargenomen.

Een tweede olympische kans kreeg hij niet.

Een tweede olympische kans kreeg hij niet. In 1952, toen hij in Helsinki had kunnen starten, verminkte een mijn in de Koreaanse Oorlog één van zijn voeten.

Etienne Gailly kwam op 21 oktober 1971 op 48-jarige leeftijd in Genval nabij Brussel om het leven, nadat hij was aangereden door een auto.

Ter herdenking aan Gailly (ooit luitenant bij de paracommando’s) organiseert Defensie jaarlijks de Challenge Gailly te Eupen.

70 jaar geleden, Belgische en Nederlandse vrijwilligers voor Korea (De Post 24 september 1950)