60 jaar geleden, te gast in de kerk Madonna del Ghisallo, de Madonna van de wielrenners.

De kerk van Madonna del Ghisallo is een heiligdom dat gewijd is aan de beschermheilige van de wielrenners.

Het ligt op de top van een heuvel in de buurt van het Comomeer, in de Italiaanse regio Lombardije.

De geschiedenis van deze kerk gaat terug tot de 17e eeuw, toen een lokale edelman, graaf Ghisallo, werd aangevallen door struikrovers en zijn toevlucht zocht bij een beeld van de Maagd Maria.

Hij beloofde haar een kapel te bouwen als hij gered werd.

Zijn gebed werd verhoord en hij hield zich aan zijn belofte. In 1949 werd Madonna del Ghisallo officieel uitgeroepen tot de patrones van de wielrenners door paus Pius XII. Sindsdien is de kerk een bedevaartsoord geworden voor fietsliefhebbers van over de hele wereld.

De kerk herbergt een museum met talrijke memorabilia en relikwieën uit de geschiedenis van het wielrennen, zoals fietsen, truien, medailles en foto’s van beroemde kampioenen.

Onder de meest opvallende stukken zijn de fietsen waarmee Fausto Coppi en Gino Bartali de Tour de France wonnen, de fiets waarmee Eddy Merckx het werelduurrecord vestigde, en de fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte tijdens de Ronde van Frankrijk van 1995 (Panorama 10 december 1963).

Vandaag is het al 60 jaar geleden dat de Italiaanse wielrenner Fausto Coppi is overleden

Tijdens zijn carrière behaalde Coppi in totaal 153 overwinningen en vijfvoudig winnaar van de Ronde van Italië.

In 1942 moest hij soldaat worden nadat hij veertien dagen eerder het uurrecord had gebroken.

Een jaar later, in 1943, moest hij mee naar het front in Afrika. Coppi heeft nog meegevochten in de slag van Tripoli.

Hij was er ook bij in Tunesië tegen de Engelsen.

Hij werd toen gevangen gezet door generaal Montgomery. Dat kostte hem twee jaar krijgsgevangenkamp, plus een reeks malaria-aanvallen.

Toen hij terug thuis kwam, was hij 26 jaar.

Ook daarna had hij veel pech.

Hij brak alles wat hij kon breken. Dat varieerde van twee sleutelbeenderen tot een barst in de schedel.

Uiteindelijk geraakte hij in al die jaren 435 dagen out, maar hij herstelde gelukkig altijd vlug.

Erger was het toen zijn broer Serse stierf.

Diens dood was er de oorzaak van dat Coppi in 1951 de Tour de France verloor.

Serse was de week voordien verongelukt. Gevallen in de Ronde van Piemonte. . Hij en Serse waren onafscheidelijk.

Coppi zat vlug in de put, maar zijn jongere broer kon hem er steeds weer uithalen, maar toen kon dat niet meer. Coppi is dat verlies nooit helemaal te boven gekomen.

Coppi was een mythisch figuur en dat dankte hij aan zijn enorme palmares, maar ook aan zijn aparte manier van leven.

In het oer-katholieke Italië van toen durfde Coppi het aan om zijn vrouw te verlaten en een affaire te beginnen met de eveneens getrouwde Giullia Occhini Locatelliin.

Omdat ze altijd in witte kleding heimelijk bij de finish stond opgesteld, werd ze La Dama Bianca of de Witte Dame genoemd.

Met dit gegeven was hij een gemakkelijk doelwit voor de roddelpers.

Het kwam zelfs zo ver dat de Pius XII omwille van zijn gedrag weigerde het peloton te zegenen.

Al dat geroddel haalde hem uit zijn evenwicht en zijn strijdlust verdween.

Hij koerste nog, maar dat was vooral om de miserie te vergeten en om geld te verdienen…

Een onschuldige reis naar Afrika werd Coppi fataal.

Tijdens zijn reis in Afrika besloot Fausto om in Burkina Faso te gaan jagen en dan werd hij ziek.

Hij moet geweten hebben dat het malaria was, want aan het front in Afrika had hij er vaak mee te maken gehad, maar hij heeft het niet meer kunnen vertellen tegen de dokters.

Zijn tong raakte verlamd, hij kon niet meer praten, terwijl de geneesheren cortisone toedienden want ze dachten dat hij een longontsteking had.

Daardoor had hij geen witte bloedcellen meer en is daardoor aan doodgegaan.In 2002, 42 jaar na zijn dood opende het gerecht terug een onderzoek.

Want toen beweerde Mino Caudullo, lid het Italiaans olympisch comité dat Coppi het slachtoffer zou zijn geweest van een complot tegen hem, omdat hij de dodelijk val van een Afrikaanse renner zou hebben veroorzaakt.(Diverse bronnen, Noël Truyers, Andrea Carrea, Wikipedia en Foto Giullia Occhini Locatelli (de witte dame) en het lichaam van Fausto Coppi)

55 jaar geleden, te gast thuis bij de Belgisch ex wielrenner en ploegleider Lomme Driessens.

Lomme Driessens werd na enkele successen in de jeugdcategorieën prof in 1932.

Hij behaalde in zijn debuutjaar een 3e plaats in de GP van Vilvoorde.

In 1933 werd hij echter opgeroepen om zijn legerdienst te doen.

Een jaar later was hij 25 kg aangekomen, waardoor een comeback in het peloton jammerlijk mislukte.

Hij bleef echter actief in het wielermilieu, oorspronkelijk als masseur en verzorger van Fausto Coppi.

Daarna werd hij een van de meest succesvolle ploegleiders in de geschiedenis van de wielersport.

Zeven keer won een van zijn renners de Ronde van Frankrijk en even vaak de wereldtitel.

Bekende renners die hij onder zijn hoede had, waren onder anderen Eddy Merckx, Rik Van Steenbergen, Rik Van Looy, Freddy Maertens, Michel Pollentier, Jef en Willy Planckaert en de Nederlanders Peter Post, Wim van Est en Wout Wagtmans.

Driessens was ploegleider van 1947 tot 1984. Daarna werkte hij nog een paar jaar als adviseur. Hij stond bekend als een kleurrijk figuur, die alles voor zijn renners overhad.

Lomme Driessens raakte in 2000 zwaargewond toen zijn auto in Boortmeerbeek in botsing kwam met een vrachtwagen.

In mei 2006 kwam hij opnieuw in het ziekenhuis terecht na een val. Hij leed ook al een tijd aan een longontsteking. Hij overleed op 94-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Vilvoorde.

Op het pleintje voor de gemeentelijke sporthal van Boortmeerbeek staat een borstbeeld van Driessens. (diverse bronnen en Wikipedia en foto’s van juli 1964)

Lomme Driessens