Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Raymond Vanherberghen begon al op zijn zevende met jeugdtoneel in zijn geboortestad Tienen.
In 1938 verhuisde hij met zijn ouders naar Gent, waar hij na zijn werkuren als mecanicien al snel weer op de planken stond.
Hij speelde in de bekende Minardschouwburg, onder de vleugels van theatericoon Romain Deconinck.
Daar werd hij verliefd op Suzy, vijf jaar jonger en danseres.
In 1952 trouwden ze en kregen ze een zoon, Gino.
Het koppel was in de jaren 50 en ’60 goed bevriend met mijn marraine en grootvader, die tot zijn overlijden in 1965 lid was van de beheerraad van het theatergezelschap.
Meer dan veertig jaar lang stonden Raymond en Suzy samen op de planken.
Raymond Vanherberghen overleed in juli 2018, Suzy Feys in november 2023.
Kent Taylor, geboren als Kent Taylor op 11 mei 1907 in Nashua, Iowa, groeide op in een boerengezin en werkte na de middelbare school in verschillende baantjes voordat hij rond 1930 naar Californië trok met de droom om acteur te worden.
Hij veranderde zijn naam in Kent Taylor, een naam die beter paste bij zijn filmambities.
Zijn eerste rollen waren klein, maar zijn atletische bouw en knappe verschijning hielpen hem op te vallen.
Taylor werd echter nooit een echte Hollywoodster, maar bouwde een solide reputatie op als betrouwbare acteur in B-films, met rollen in westerns, misdaadfilms, melodrama’s en horrorfilms.
Bekende titels uit die periode zijn onder andere I’m No Angel (1933) met Mae West, Death Takes a Holiday (1934) en Ramona (1936). Hij werd soms de “King of the B’s” genoemd.
Vanaf de jaren 50 verlegde Taylor zijn focus naar televisie, met gastrollen in vele series en hoofdrollen in onder andere Boston Blackie (1951-1953), The Rough Riders (1958-1959) en Tightrope! (1959-1960).
Hij bleef tot in de jaren 70 acteren, vaak in low-budget films.
Taylor was driemaal getrouwd, eerst met Alice Dahlgren (1933-1935), daarna met modeontwerpster Augusta(‘Gussie’) Bender (1938-1955), met wie hij dochter Victoria kreeg.
Zijn laatste huwelijk was met Patricia Bergin vanaf 1956.
Naast acteren was Taylor een fervent golfer en tennisser en diende hij in de Army Air Force tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hij overleed op 11 april 1987 in Woodland Hills, Californië, aan een hartaanval.
Leon Petrus Sarteel, geboren in Gent op 2 oktober 1882 als zoon van huisschilder Petrus Sarteel en Maria Theresia Temmerman.
Hij studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent onder Louis Mast en Jules Van Biesbroeck en toonde al vroeg zijn talent.
In 1907 ontving hij een eervolle vermelding op het Salon van Gent en werd in 1908 leraar boetseren aan de Gentse Nijverheidsschool.
Zijn oeuvre omvat portretbustes (o.a. Cyriel Buysse, De Gentse kunstschilder Constant Montald en Julius Mac Leod (hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Gent en bestuurder van de Gentse Plantentuin), figuren (mythologisch, allegorisch en alledaags), monumenten (zoals het oorlogsmonument in Zomergem) en reliëfs.
Zijn werken zijn te vinden in het Museum voor Schone Kunsten (MSK) Gent, in de Gentse openbare ruimte (beelden aan de Sint-Niklaaskerk en Sint-Baafskathedraal), de Boekentoren (bevat een reliëf van Sarteel, De Leie en de Schelde.), en op Campo Santo (Treurende Ouders op het graf van zijn schoonzoon, piloot Jean Vanavermaete).
Hij trouwde met Marguerite De Mulder, met wie hij twee kinderen kreeg: zoon en architect Antoine Sarteel en dochter Germaine.
In zijn carrière ontving Sarteel verschillende onderscheidingen, waaronder Ridder in de Leopoldsorde (1921) en Officier in de Kroonorde (1929). Hij was lid van de kunstenaarsvereniging Kunst en Kennis.
Sarteel, wiens Art-decowoning van architect Jan-Albert De Bondt en atelier zich in de Vaderlandstraat 166 bevond, werkte in brons, marmer, steen en terracotta.
Zijn stijl is realistisch, met aandacht voor detail en expressie.
Hij overleed op 2 mei 1942, op 59-jarige leeftijd, in Gent aan een longontsteking (ABC 10 februari 1935)