Vandaag is het ook al vijftig jaar geleden dat Francisco Franco y Bahamonde, en beter bekend als generalísimo Francisco Franco is overleden

Francisco Franco werd op 4 december 1892 geboren in El Ferrol, Galicië, in het noordwesten van Spanje.

Zijn jeugd was moeilijk. Zijn vader, een marineofficier, was vooral bezig met gokken, drinken en vreemdgaan, wat thuis tot voortdurende ruzies leidde.

Uiteindelijk verliet zijn vader het gezin voor een jonge maîtresse in Madrid.

Getekend door deze ervaringen koos Franco zelf een radicaal ander pad: hij was een sober man die roken, drinken, gokken en het bezoek aan kroegen of bordelen meed.

Hoewel hij de marine ambieerde, koos hij in 1907 noodgedwongen voor het leger. Hij was een middelmatige student, maar maakte carrière in het Spaanse protectoraat Marokko.

Zijn optreden tijdens de Rifoorlog (ca. 1921-1926) was meedogenloos.

Nadat hij in 1916 gewond raakte, werd hij bevorderd. Een sleutelrol speelde hij in het Spaanse Vreemdelingenlegioen dat hij omvormde tot een geduchte eenheid.

Het redden van de stad Melilla in 1921 maakte hem tot een nationale held.

In 1923 trouwde hij met Carmen Polo, met wie hij één dochter kreeg.

Toen in 1931 de Tweede Spaanse Republiek werd uitgeroepen, hield Franco zich aanvankelijk afzijdig.

Wel ontstond er frictie toen de republikeinen zijn Militaire Academie sloten.

In de onrustige jaren dertig sloeg hij in 1934 een linkse opstand neer.

Toen het linkse Volksfront in 1936 de verkiezingen won, werd Franco overgeplaatst naar de Canarische Eilanden, wat hij zag als een verbanning.

Dit was de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog, die op 17 juli 1936 uitbrak.

Franco en andere rechtse generaals probeerden de macht te grijpen om te voorkomen dat Spanje ‘links-anarchistisch’ zou worden.

De staatsgreep slaagde deels, wat leidde tot een bloedige oorlog. Franco kreeg cruciale militaire steun van Hitlers Duitsland en Mussolini’s Italië; de republikeinen werden gesteund door Stalins Sovjet-Unie.

De invloed van de communisten binnen het republikeinse kamp zorgde echter voor interne spanningen.

Eind 1938 trok Stalin zijn steun terug, wat het lot van de republiek bezegelde.

Op 1 april 1939 claimden de nationalisten de overwinning.

De nationalisten traden hard op; alleen al in Barcelona werden in enkele dagen 10.000 mensen zonder proces geëxecuteerd.

De oorlog was desastreus, met naar schatting 320.000 doden en 114.000 blijvend vermiste republikeinen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het fascistische Spanje officieel neutraal.

Hitler en Franco ontmoetten elkaar in 1940, maar naar verluidt had Hitler een hekel aan de Spaanse leider.

Hoewel Franco een lijst met Joodse namen doorspeelde aan Duitsland, diende het neutrale Spanje ook als toevluchtsoord voor ongeveer 200.000 Joden.

Na 1945 bouwde Franco zijn dictatuur uit, wat leidde tot een internationaal isolement.

Hij herstelde in 1947 op papier de monarchie en wees in 1969 Juan Carlos I aan als zijn opvolger.

Francisco Franco stierf op 20 november 1975.

Tot verrassing van velen leidde de nieuwe koning Juan Carlos Spanje naar een democratie.

De erfenis van Franco blijft echter gevoelig; in 2022 werd in Spanje een wet aangenomen die het verheerlijken van Franco en het fascisme verbiedt.

Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)

Hij was de kleinzoon van koning Alfonso XIII van Spanje, een potentiële erfgenaam van de troon in het geval van herstel van de Spaanse monarchie, en een legitimistische eiser aan de ter ziele gegane troon van Frankrijk als Alphonse II.

Op 8 maart 1972 trouwde Alfonso in het paleis van El Pardo in Madrid met Doña María del Carmen Martínez-Bordiú y Franco, dochter van Don Cristóbal Martínez-Bordiú, 10e markies de Villaverde, en van zijn vrouw, Doña Carmen Franco y Polo (De enige dochter van Franco.

De getuigen van het huwelijk waren de moeder van Franco en de broer van Alfonso.

Op 22 november 1972 verleende generaal Franco Alfonso de Spaanse titel Duque de Cádiz met de waardigheid Grandee van Spanje , en hij ontving de aanspreektitel van Koninklijke Hoogheid.

De titel van Cádiz was in handen van Alfonso’s betovergrootvader, de Infante Francisco de Asís.

Doña Carmen kreeg in 1975 een titel en werd de 1e hertogin van Franco na de dood van Franco).

Het koppel kreeg twee zonen:

Francisco de Asís, hertog van Bourbon (Madrid, 22 november 1972 – Pamplona, ​​7 februari 1984).

Don Luis Alfonso Gonzalo Víctor Manuel de Borbón en Martínez-Bordiú (geboren in Madrid , 25 april 1974).

Gen. Franco stierf op 20 november 1975 en de familie verloor hun politieke macht.

Alfonso en Carmen gingen uit elkaar in 1979, kregen een burgerlijke echtscheiding in 1982 en een kerkelijke nietigverklaring in 1986.

In januari 1989 stierf Carmen’s eerste echtgenoot, de hertog van Anjou, bij een ski-ongeluk in Colorado.

Hij had de voogdij over hun zoon, prins Louis Alphonse, en Carmen raakte verwikkeld in een juridische strijd met haar voormalige schoonmoeder om de voogdij over haar zoon.

Ze verloor de strijd en haar schoonmoeder kreeg de voogdij.

Nadat ze gescheiden was van de hertog van Anjou, had Carmen een relatie met de Fransman, Jean-Marie Rossi (geboren in Parijs, 18 november 1930), die 20 jaar ouder was dan zij.

Carmen en Rossi trouwden tijdens een burgerlijke ceremonie op 11 december 1984 in Rueil-Malmaison.

Carmen was tegen die tijd al ongeveer vijf maanden zwanger.

In februari in 1984 stierf de zoon van Carmen, Francisco de Asís, bij een auto-ongeluk.

Op 28 april beviel Carmen van haar dochter María CynthiaFrancisca Matilda Rossi en dit amper vier maanden na haar huwelijk.

Carmen en haar tweede echtgenoot Rossi gingen in 1994 uit elkaar en scheidden in 1995.

Na de scheiding woonde ze daarna samen met de Italiaanse Roberto Federici. Maar ook deze relatie eindigde.

Op 18 juni 2006 trouwde ze in Cazalla de la Sierra , Sevilla , voor de derde keer met de Spanjaard, José Campos García (geboren in Santander en 13 jaar jonger dan zij).

Ze is op 6 maart 2007 oma geworden van kleindochter Eugenia.

In 2006 nam ze deel aan het tv-programma ” Mira quién baila!” De Spaanse versie van ” Strictly Come Dancing “.

Op 28 mei 2010 kreeg Carmen twee kleinzonen, Luis en Alfonso.

Op 1 februari 2019 volgde nog een kleinzoon, Henri.

Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)
Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)
Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)
Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)

50 jaar geleden, te gast bij Carel Hugo van Bourbon-Parma en prinses Irene der Nederlanden

Op 29 april 1964 trouwde hij in Rome met prinses Irene der Nederlanden.

Dit huwelijk werd als politiek zeer controversieel beschouwd, zowel vanwege de rooms-katholieke godsdienst van Carel Hugo als vanwege de carlistische aanspraak op de Spaanse troon.

Bovendien was de samenwerking van de aanhangers van troonpretendent Carel Hugo en zijn vader Xavier I met generaal Franco tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog reden tot hevige parlementaire en publicitaire discussies.

Carel Hugo en Irene kregen vier kinderen:

Carlos Xavier Bernardo Sixto Marie (Carlos) (27 januari 1970)

Margarita Maria Beatriz (Margarita) (13 oktober 1972)

Jaime Bernardo (Jaime) (13 oktober 1972)

Maria Carolina Christina (Carolina) (23 juni 1974).

De kinderen werden in 1996 met het predicaat “Koninklijke Hoogheid” als prins(es) de Bourbon de Parme ingelijfd in de Nederlandse adel.

Het echtpaar scheidde in 1981 burgerlijk.

Toch was Carel Hugo nog steeds regelmatig aanwezig bij bijzondere gebeurtenissen in de Nederlandse koninklijke familie.

Carel Hugo was de zoon van Xavier van Bourbon-Parma en Marie Madeleine Yvonne de Bourbon-Busset en werd gedoopt als Hugues Marie Sixte Robert Louis Jean Georges Benoît Michel.

Zijn naam is in 1963 gewijzigd in Charles Hugues, waarvan Carlos Hugo de Spaanse en Carel Hugo de Nederlandse, door de Nederlandse overheid vastgestelde vertaling is.

Van zijn voorouders erfde Carel Hugo aanspraken op meerdere Europese kronen, ook al waren de landen opgegaan in grotere naties, was de troon door een andere tak van de familie bezet of het land een republiek geworden.

Volgens de opvattingen van strikt katholieke legitimisten was Carel Hugo de legitieme koning van Frankrijk en van Spanje, hertog van Parma en Piacenza.

In sommige publicaties komt ook een aanspraak op de troon van het kortstondige koninkrijk Etrurië voor.

De andere takken van het huis Bourbon zouden hun aanspraken op de Franse en Spaanse tronen hebben verspeeld en de carlisten erkennen de legitimiteit van de regerende Spaanse koning niet.

Zij beschouwen Carlos María Isidro de Borbón oftewel Karel V van Spanje als de wettige opvolger van Karel IV van Spanje.

Carel Hugo stamt af van deze pretendent.

Grondwetswijzigingen en wetten worden door de legitimisten buiten beschouwing gelaten omdat voor hen alleen het “goddelijke recht” op opvolging in de mannelijke lijn telt.

Carel Hugo had zelf verklaard af te zien van zijn aanspraken op de troon van Spanje.

In 2003 onthulde zijn dochter Margarita in een interview met HP/De Tijd dat Carel Hugo omstreeks 1983 een buitenechtelijke zoon, Javier, heeft verwekt bij een Dominicaans kindermeisje dat in Parijs voor de familie werkte.

In 2008 werd bekend dat Carel Hugo aan prostaatkanker leed.

Op 5 augustus 2010 werd bekendgemaakt dat Carel Hugo niet lang meer te leven had.

Hij publiceerde op de website van de familie “dat zijn leven nu in Gods handen ligt”.

Op zijn sterfbed verleende hij zijn schoondochter prinses Annemarie de titel gravin van Molina.

Op 18 augustus 2010 overleed hij in Barcelona.

Zijn lichaam werd overgebracht naar de Koepel van Fagel op het terrein van Paleis Noordeinde, zodat bijna de gehele Nederlandse koninklijke familie afscheid van hem kon nemen, waar hij tot zijn dood warme banden mee bleef houden.

Hij is op 28 augustus 2010 bijgezet in de crypte van de hertogen van Parma in de Santa Maria della Steccata in de stad Parma.

Veel leden van de koninklijke familie waren hierbij aanwezig, onder wie prinses Irene. Groothertog Henri en andere leden van de Europese adel woonden eveneens de uitvaartmis bij.(diverse bronnen en Wikipedia, Foto’s oktober 1970)

50 jaar geleden, te gast bij Carel Hugo van Bourbon-Parma en prinses Irene der Nederlanden
50 jaar geleden, te gast bij Carel Hugo van Bourbon-Parma en prinses Irene der Nederlanden
50 jaar geleden, te gast bij Carel Hugo van Bourbon-Parma en prinses Irene der Nederlanden

50 jaar geleden, Juan Carlos I van Spanje krijgt van Franco zijn koningstitel.

In 1969 ratificeerde de regering Franco’s voorstel om aan Juan Carlos de koningstitel te verlenen en legde hij de eed op de grondwetten af.

Hij nam de functie als staatshoofd waar onder het regime van Franco.

Na diens dood werd hij, door te zweren op de Bijbel en de wetten van de Movimiento, opvolger van de fascistische en franquistische Falange, tot koning uitgeroepen op 22 november 1975 en velen zagen in hem een marionet van de dictator.

Tot verbazing van velen sloeg hij echter al snel een democratische koers in, al heeft hij het franquisme nooit in gesproken of geschreven woord veroordeeld.

Hij sprak al vrij snel na zijn aantreden verzoenende woorden met de (tijdens Franco verboden) socialistische en communistische partijen.

De koning heeft daarmee een belangrijke rol gespeeld in de grotendeels geweldloze overgang naar een modern democratisch bestel in het land.

Op 28 december 1978 werd de nieuwe democratische grondwet van Spanje aangenomen.

Tijdens de poging tot een staatsgreep in 1981 van enkele conservatieve militairen en kolonel Antonio Tejero van de Guardia Civil verscheen de koning binnen een dag op de televisie waar hij, gekleed in het uniform van opperbevelhebber van de strijdkrachten, de coup veroordeelde, onder andere door de militairen uitdrukkelijk te bevelen zich van anticonstitutionele daden te onthouden.

Vooraf had hij zich wel verzekerd van de steun van het merendeel van het leger.

Hiermee verloor de couppoging snel de steun van potentiële sympathisanten en mislukte uiteindelijk.

Ook hiermee verwierf Carlos veel respect van zijn eigen onderdanen en ook buiten Spanje.

Hierdoor kwam de weg vrij voor een pseudo-verzoening tussen de strijdende partijen van de Burgeroorlog en voor toetreding van Spanje tot de Europese Unie.

Het verzekerde ook de positie van de constitutionele monarchie in Spanje.