Vandaag 100 jaar geleden, de openingsplechtigheid van het academiejaar op 16 oktober 1923, sprak Jean-François Heymans (Hij verkoos de naam Jan Frans Heymans) de rectorale rede uit in het Nederlands.

Zijn toespraak werd door de Franstalige staf van de universiteit ernstig verstoord.

Halverwege zijn toespraak ging geleidelijk het elektrisch licht uit, volgens Elaut door sabotage vanuit de stadscentrale, zodat men zich een half uur lang met kaarslicht moest behelpen.

De voorgaande rector had uit protest tegen de gedeeltelijke vernederlandsing van de universiteit ontslag genomen, en als oudste hoogleraar van de medische faculteit was Heymans rector geworden.

In augustus 1924, op het 23e Vlaams Natuur- en Geneeskundig Congres te Aalst, verklaarde hij in een toespraak dat de toenmalige door minister Nolf tot stand gebrachte tweetaligheid van de Gentse universiteit (bekend als de “Nolfbarak”) “schoenlapperswerk” was.

En meteen na het einde van zijn rectoraat uitte hij op 7 november van dat jaar in een interview met De Standaard de vaste overtuiging dat het hogeschoolprobleem enkel door een algehele vervlaamsing van deze universiteit kon worden opgelost; ook verklaarde hij daarbij dat hij pas tijdens zijn rectoraat echt Vlaamsgezind was geworden omdat hij toen had kunnen vaststellen hoezeer alles wat Vlaams was werd tegengewerkt.

Jan Frans Heymans was een zoon van bescheiden landbouwers uit het Pajottenland, die nog in een lemen huisje woonden.

Door de opmerkzaamheid van een plaatselijke onderwijzer en tussenkomst van de pastoor kon hij met een studiebeurs verder studeren.

Heymans deed zijn humaniora aan het kleinseminarie in Hoogstraten en ging nadien geneeskunde studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven te Leuven.

Heymans was in 1885 ook de medeoprichter van de Brabantse Gilde, de koepel van regionale katholieke studentenclubs uit Vlaams-Brabant in Leuven.

Dankzij beurzen en de morele steun van professor Carnoy trok Heymans eerst naar Parijs om verder te studeren, nadien naar Berlijn, daar werd hij vier jaar assistent van professor Raymond Dubois.

Jan Frans Heymans werd in 1892 te Gent de pas opgerichte leerstoel in de farmacodynamiek aangeboden, een onderdeel van de farmacologie of de kennis der geneesmiddelen, anders gezegd het experimenteel onderzoek naar geneesmiddelen.

Het opsporen van de werkingswijze van een geneesmiddel, gewoonlijk eerst bij de dieren, en ook de therapeutische werking van het geneesmiddel, dus de genezende kracht die het bezit.

Het is dus een onderzoek dat direct bij de fysiologie aansluit.

Het instituut werd later naar hem genoemd en werd nadien geleid door zijn zoon Corneel Heymans.

Voor dit werk behaalde zijn zoon in 1938 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde met als officiële vermelding: “Voor het aantonen hoe de bloeddruk en het zuurstofgehalte van het bloed door het lichaam worden gemeten en hoe dit wordt overgedragen naar de hersenen”.

Ondertussen was vader Jan Frans Heymans overleden, maar iedere wetenschapper is ervan overtuigd dat hij mede aan de basis lag van het succes van zijn zoon.

De Prijs Jan-Frans Heymans is een vijfjaarlijkse prijs die sinds 1942 toegekend wordt aan een doctor in de geneeskunde, voor een oorspronkelijke verhandeling, in het Nederlands, Engels of het Frans, die moet handelen over experimentele of klinische farmacologische wetenschappen.

De prijs bedraagt tegenwoordig 2.500 euro.

Vandaag 90 jaar geleden, de Gentse universiteit als eerste van België, definitief vernederlandst.

Na de Belgische Revolutie in 1830 nam het Frans de plaats in, van het Latijn als voertaal van de Gentse universiteit.

Het Frans was toen de voertaal van de Belgische administratie.

Tegen het einde van de negentiende eeuw begon de Vlaamse Beweging, onder impuls van Lodewijk de Raet, pogingen te ondernemen om de Gentse universiteit te vernederlandsen.

In de Eerste Wereldoorlog richtte Moritz von Bissing in 1916 de Vlaamsche Hoogeschool of Von Bissinguniversiteit op, wat deel uitmaakte van zijn verdeel en heerstactiek, de Flamenpolitik.

Het overgrote deel van de Vlaamse beweging, de zgn. ‘passivisten’ zoals Frans Van Cauwelaert, Camille Huysmans en Louis Franck (welke steeds gestreefd hadden voor hoger onderwijs in ’t Nederlands), kantte zich vanaf het begin tegen deze Duitse inmenging in Belgische binnenlandse aangelegenheden en boycotte de Vlaamsche Hoogeschool.

Ook het overgrote deel van de Vlaamse bevolking was ertegen gekant.

De Vlaamsche Hoogeschool was een mislukking en werd gesteund door slechts een kleine minderheid flaminganten.

Deze Vlaamsche Hoogeschool werd ongedaan gemaakt na de oorlog en als activisme of collaboratie met de Duitse bezetter beschouwd.

De vernederlandsing van de Gentse universiteit bleef de gemoederen beroeren en het kwam dikwijls tot hardhandige conflicten.

Onder de tegenstanders bevond zich onder andere de Franstalige Gentse bourgeoisie.

Op 27 juli 1923 werd een wetsontwerp tot gedeeltelijke vernederlandsing, ingediend door de toenmalige minister van Kunsten en Wetenschappen Pierre Nolf, door beide Kamers aangenomen.

De in feite tweetalige universiteit zou voortaan zowel een Nederlandstalige als een Franstalige afdeling kennen.

Wie aan een Nederlandse afdeling was ingeschreven zou één derde van de lessen in het Frans krijgen, de overige twee derde in het Nederlands.

En vice versa voor de Franstalige afdeling.

Deze omslachtige regeling leverde de RUG al snel de schertsende bijnaam Nolfbarak op.

In 1930 werd, op initiatief van de Waalse eerste minister Henri Jaspar, de universiteit, als eerste van België, definitief vernederlandst.

De eerste rector van de eentalig Nederlandse Universiteit was August Vermeylen (tot 1933)

Vandaag 90 jaar geleden, de Gentse universiteit als eerste van België, definitief vernederlandst.

Vandaag 203 jaar geleden, werd de Gentse Universiteit plechtig geopend in de Troonzaal van het Stadhuis.

De feestelijke openingsplechtigheid van de universiteit vindt plaats op 9 oktober 1817 in de troonzaal van het Gentse stadhuis.

In het bijzijn van kroonprins Willem van de Verenigde Nederlanden ‘installeert’ Ocker Repelaer van Driel, commissaris-generaal van onderwijs, kunsten en wetenschappen, de nieuwe rijksuniversiteit.

Koning Willem I zelf is niet aanwezig; zijn troon blijft leeg.

Samen met het kersverse professorenkorps en de curatoren van de universiteit, luistert de verzamelde Gentse elite naar de toespraak van burgemeester de Lens en de Latijnse ‘oratio’ van rector Jean-Charles van Rotterdam.

Buiten wapperen de vlaggen en luiden de klokken van het Belfort’s Avonds wordt aan de plechtigheid een vervolg gebreid met een banket voor 78 personen waarbij 189 flessen wijn worden ontkurkt.

Een maand later, op 3 november 1817, starten de eerste colleges.

In het eerste jaar telde de universiteit 190 studenten, dertien personeelsleden en zestien professoren, waarvan er negen uit het buitenland kwamen, voornamelijk uit Noord-Nederland en Duitsland.

Zij waren verdeeld over vier faculteiten: Letteren, Rechten, Geneeskunde en Wetenschappen.

De voertaal was het Latijn.

In 1830 was de studentenpopulatie aangegroeid tot 414, maar dat aantal daalde snel na de Belgische Revolutie, die de afschaffing van de faculteiten Letteren en Wetenschappen met zich meebracht.

Vanaf dan nam het Frans de plaats in van het Latijn als voertaal van de Gentse universiteit.

Het Frans was toen de voertaal van de Belgische administratie.

Pas vijf jaar later, met de wet op het hoger onderwijs van 1835, gaf de Belgische staat de twee faculteiten terug aan de Universiteit Gent, en kreeg ze daarbovenop de Technische Scholen toegewezen, die aan de faculteit Wetenschappen werden toegevoegd.

Het zou nog 35 jaar duren voor het studentenaantal van 1830 terug werd bereikt.

In de universitaire wedstrijden behaalde de Gentse universiteit in deze periode wel het grootste aantal prijzen. (Geert Vandamme, De Clerck Karel, Wikipedia en Fb groep Gisteren nog vandaag)

Vandaag 203 jaar geleden, werd de Gentse Universiteit plechtig geopend in de Troonzaal van het Stadhuis.