In de twaalfde eeuw ontstaan als een Romaanse kapel, gesticht door Benedictijnen uit Vlierbeek. en gewijd aan de kluizenaar Leonardus.
Vanaf de veertiende eeuw uitbreidingen en verfraaiingen in gotische stijl, met toevoeging van kapellen en een indrukwekkend sacramentshuis (1552).
In de achttiende eeuw werden er barokke elementen toegevoegd, zoals de preekstoel.
De kerktoren is ook een belfort en erkend als UNESCO Werelderfgoed.
De kerk bezit een waardevolle kerkschatten met liturgische voorwerpen, zoals onder meer:
De Ottoons-Romaanse Christus gesneden tussen 1060 en 1070 is niet te missen in de kerk als oudste werk van de collectie.
Het beeld hing mogelijk eerst in de Sint-Sulpitiuskerk, de eerste kerk van Zoutleeuw.
Bij het bewonderen van het houtsnijwerk, merk je op dat deze Christus geen doornenkroon draagt, en wordt om die reden in verband gebracht met Christus als triomfator over de dood.
De woorden van de Heilige Paulus “De dood is de laatste vijand, die vernietigd wordt” vinden hier hun weerklank.
Centraal in het thema van de Sint-Leonarduskerk, vind je het vita-retabel van de Heilige Leonardus.
De retabel werd in 1378 gesneden en vertelt de legende met de verschillende fasen in het leven van de heilige.
Als patroon van de stad Zoutleeuw, is hij ook de beschermheilige van de gevangenen, geesteszieken, de reumalijders, de gehandicapten, de mijnwerkers, de zwangere vrouwen en het vee.
Je kunt hem herkennen aan de ketting of boeien die hij vaak als attribuut draagt.
Als zoon van een hoveling van koning Clovis I, zou hij het voorrecht gekregen hebben om gevangenen vrij te laten.
De koning bood hem de bisschopshoed aan, maar deze weigerde hij om kluizenaar te worden in Saint Léonard de Noblat in de Franse Limousin.
Toen de Frankische hoogzwangere koningin samen met de koning in de buurt van de kluizenaar op jacht was en in problemen verzeild raakten, zou de Heilige Leonardus door zijn gebed gezorgd hebben voor een goede bevalling.
In de Sint-Leonarduskerk vind je een reusachtige, geelkoperen paaskandelaar van bijna zes meter hoog. Renier I van Thienen heeft hem in 1483 gegoten en werd ontworpen naar een model van de Brusselse kunstenaar Jan Borman.
Aan de voet van de kandelaar wisselen de trouwe hond en de dappere leeuw elkaar af.
Vandaar volgen je ogen de kandelaar van beneden naar boven en merk je dat deze in de hoogte eindigt met Christus aan het Kruis, waaronder zich drie heiligen bevinden, Maria, de apostel Johannes en Maria-Magdalena.
Op 13 augustus 1550 ondertekende Maarten van Wilre, heer van Oplinter, het contract voor het sacramentshuis.
Cornelis II Floris maakte daarop een complex totaalkunstwerk.
Hij bracht de antieke- en renaissancekunst uit Italië samen met Vlaamse traditie.
De toren uit Avesnessteen is achttien meter hoog en telt negen verdiepingen.
Met reden kan dit het indrukwekkendste sacramentshuis uit de Zuidelijke Nederlanden van de zestiende eeuw genoemd worden.
Aan de hoeken van elke verdieping zijn beelden aangebracht. Het aantal personages is bijna niet te tellen.
Ook de geelkoperen balustrade is opgenomen in de Topstukkenlijst.
Maarten van Wilre en zijn vrouw Maria Pyllirpeerts liggen begraven voor het sacramentshuis.
Hun grafsteen werd later naar de muur verplaatst.
De kerk bevat ook schilderijen van onder anderen Pieter Coecke van Aelst en Gaspar de Crayer.
Families de Merode en de Villers liggen begraven in de kerk.
Zoutleeuw organiseert jaarlijks de “Kroningsfeesten” die verwijzen naar het glorieuze verleden (Diverse bronnen, Site Vlaamse Meesters, Wikipedia en foto eind 1934)

