Henri Liebrecht was een Belgische schrijver en historicus, die vooral bekend is om zijn werk over de Franstalige literatuur en het theater in België.
Hij werd geboren in Pera (Istanboel) op 29 juli 1884, waar zijn vader als ingenieur werkte, en verloor zijn moeder op jonge leeftijd.
Hij studeerde aan het Atheneum van Brussel en begon al vroeg met het schrijven van poëzie, onder invloed van Valère Gille.
Hij publiceerde verschillende dichtbundels, zoals Les Fleurs de soie (1905) en Les Jours tendres (1908), maar richtte zich later meer op het toneel.
Hij schreef een aantal komedies in verzen, die doen denken aan de Italiaanse, Molièrese en Marivauxse tradities, zoals L’École des valets (1905), L’Effrénée (1906) en Les Fourberies amoureuses (1912).
Hij schreef ook twee romans, Le Masque tombe (1907) en Un cœur blessé (1911), die zich afspelen in de theaterwereld.
Hij was hoofdredacteur van Le Soir Illustré voordat hij de leiding kreeg over de literaire afdeling van de krant Le Soir.
Na de Eerste Wereldoorlog legde hij zich toe op de geschiedenis van de Franstalige literatuur en het theater in België.
Hij publiceerde onder meer Histoire de la littérature belge d’expression française (1909), Histoire du théâtre français à Bruxelles au XVIIe et au XVIIIe siècle (1923) en Histoire illustrée de la littérature belge de langue française, des origines à 1930 (1931), in samenwerking met Georges Rency.
Deze werken werden bekroond door de Académie française en de Académie royale de Belgique.
Liebrecht was ook de oprichter van het Comité de la Gravure originale belge in 1923, samen met de graveur Émile-Henry Tielemans, en de secretaris-generaal van het Musée du Livre.
Hij was professor aan de Académie royale des Beaux-Arts in Brussel en lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique, waar hij van 1945 tot 1955 de negentiende zetel bezette.
Hij overleed in Brussel op 27 september 1955.
Zijn belangrijkste bijdrage aan de Belgische cultuur was zijn studie van het folkloristische element in de literatuur, die hij uitwerkte in twee boeken: Folklore, tome I: Le Folklore dans la littérature belge d’expression française (1948) en Folklore, tome II: Le Folklore dans le théâtre belge d’expression française (1950).
Hierin toonde hij aan hoe de Belgische schrijvers zich lieten inspireren door de lokale tradities, legenden, sprookjes en humor.
Natuurlijk heb ik zowel het eerste, ls het tweede deel in mijn verzameling.

Blog Gisteren nog vandaag

Blog Gisteren nog vandaag

Blog: Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag






Gisteren nog vandaag


