Jeane Manson: 50 jaar na de doorbraak met haar wereldhit Avant De Nous Dire Adieu.

Jeane Manson werd geboren op 1 oktober 1950 in Cleveland, Ohio.

Ze volgde haar studies aan het Coast College in Californië, waar ze haar grote liefde voor muziek ontdekte.

Haar opvallende uiterlijk trok ook de aandacht van Hugh Hefner, wat ertoe leidde dat ze in augustus 1974 en mei 1977 poseerde voor Playboy.

In 1974 werd ze verkozen tot Playmate van de Maand.

Na slechts kleine rolletjes in Hollywood besloot ze alles op alles te zetten: ze vertrok naar Europa met de droom om daar als actrice, zangeres en model naam te maken.

Om verwarring met de Franse mannelijke naam Jean te voorkomen, paste ze haar voornaam aan tot Jeane.

Jeane was destijds al vegetariër en beoefende veel aan yoga, al zei ze zeker geen nee tegen een glas wijn.

In Frankrijk begon ze al snel rollen te bemachtigen in diverse speelfilms, waaronder de komedie Bons Baisers de Hong Kong in 1975.

Tijdens een gala in 1975 raakte de Franse componist en producer Jean Renard gecharmeerd van haar en werd haar vaste producer.

Hij schreef in 1976 samen met Michel Mallory haar grootste hit ‘Avant de nous dire adieu’,.

Het nummer was zeer succesvol in de Benelux en bereikte de zesde plaats in de BRT Top 30, terwijl het in de Nederlandse Top 40 de twaalfde plaats behaalde.

De single, ‘Avant de nous dire adieu’, werd wereldwijd meer dan 2 miljoen keer verkocht. Niet slecht voor een debuutsingle, zou ik zeggen.

De daaropvolgende jaren bleef ze scoren met nummers zoals ‘Une femme’, ‘La chapelle de Harlem’ en ‘Vis ta vie’.

In 1979 mocht ze Luxemburg vertegenwoordigen op het Eurovisiesongfestival in Jeruzalem met het nummer ‘J’ai déjà vu ça dans tes yeux’, waarmee ze uiteindelijk op de dertiende plaats eindigde.

Gedurende de jaren tachtig en negentig bleef Jeane ontzettend productief. Ze experimenteerde met countrymuziek en gospel, trad regelmatig op in musicals en theatershows en bleef een opvallende persoonlijkheid in de media.

Naast haar veelzijdige talenten was ze ook gewoon moeder van twee dochters.

Haar oudste dochter Shirel trad in haar voetsporen en bouwde eveneens een succesvolle carrière op als zangeres en actrice, onder meer met een opvallende rol in de musical Notre-Dame de Paris.

Jeane bracht in totaal ruim 26 albums uit, haalde meerdere gouden platen en verkocht naar schatting tussen de 24 en 30 miljoen albums en singles.

In haar privéleven was het een emotionele achtbaan.

Ze is vier keer getrouwd geweest: in 1968 met Dave Ghormley, van 1977 tot 1979 met André Djaoui, van 1981 tot 1983 met Robert Viharo en van 1984 tot 1986 met Richard Berry.

Daarnaast had ze relaties met de journalisten Allain Bougrain-Dubourg en Bernard Giroux.

Vanaf 2012 kwam er een zware periode. Jeane raakte verwikkeld in een intense juridische strijd met de Franse belastingdienst.

De situatie escaleerde zo erg dat deurwaarders beslag legden op haar bezittingen.

Ze werd gedwongen haar prachtige Normandische woning te verkopen en haar paarden weg te doen.

Sindsdien woont ze in een klein dorp in Spanje.

Haar financiële problemen werden nog erger door torenhoge advocaatkosten, onder meer door spraakmakende rechtszaken over beschuldigingen van incest.

De Amerikaanse actrice en zangeres raakte in opspraak na beschuldigingen van incest door Coline Berry-Rojtman, de dochter van haar ex-man Richard Berry.

Coline beschuldigde Manson van betrokkenheid bij seksueel misbruik toen zij minderjarig was.

In januari 2021 diende Coline een aanklacht in tegen haar vader Richard Berry en Jeane Manson.

Ze beweerde dat ze in 1984 en 1985 tot seksuele spelletjes werd gedwongen en beschuldigde Manson ervan deel uit te maken van een pedofiele sekte.

Jeane ontkende deze aantijgingen met klem.

Omdat ze de beschuldigingen als leugens beschouwde, spande ze een rechtszaak wegens smaad en laster tegen Coline aan.

Coline werd in eerste instantie in 2022 veroordeeld, maar in juli 2024 werd ze door het hof van beroep in Lyon vrijgesproken.

De zaak kwam daarna voor het Franse Hof van Cassatie.

Eind 2025 oordeelde het Hof dat het arrest over de vrijspraak deels moest worden vernietigd, wat leidde tot nieuwe juridische ontwikkelingen.

Het strafrechtelijke onderzoek naar Richard Berry zelf werd in september 2022 geseponeerd wegens verjaring.

Daarnaast kreeg Jeane ook zware fysieke klappen te verwerken, waaronder een hartaanval tijdens een van haar rechtszaken in Lyon in 2024 – iets wat een enorme wissel trok op haar leven en haar werkkracht.

Ondanks al deze tegenslagen is de nu 75-jarige zangeres nog steeds actief.

Ze treedt regelmatig op, brengt nog nieuwe albums en singles uit.

In 2025 verscheen haar album Encore Une Fois en begin 2026 kwam haar nieuwe jazzalbum Jazz Bleu Nuit uit: een prachtige verzameling herwerkte jazzstandards en klassiekers uit het verleden, met live-elementen en remixes.

Het leven van Sheldon Allan Silverstein, de componist van het nummer The Ballad Of Lucy Jordan.

Sheldon Allan Silverstein, beter bekend als Shel Silverstein, werd geboren op 25 september 1930 in Chicago, Illinois.

Hij groeide op in de wijk Logan Square en ontwikkelde al op jonge leeftijd een passie voor tekenen en schrijven.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, was hij niet alleen de componist van het nummer “The Ballad of Lucy Jordan,” maar een buitengewoon veelzijdig artiest: dichter, songwriter, muzikant, componist, illustrator, scenarist en schrijver van kinderboeken.

Silverstein begon zijn carrière in de jaren 50 tijdens zijn militaire dienst in Japan en Korea.

Daar tekende hij cartoons voor het militaire dagblad Stars and Stripes. Deze periode legde de basis voor zijn latere succes als illustrator.

Na zijn diensttijd keerde Silverstein terug naar Chicago en begon hij te werken voor verschillende tijdschriften.

Zijn doorbraak kwam in 1956 toen Hugh Hefner, de oprichter van Playboy, hem inhuurde als vaste cartoonist.

Zijn cartoons, bekend om hun scherpe humor en unieke stijl, werden een vast onderdeel van het magazine en droegen bij aan zijn groeiende bekendheid.

Hij zou meer dan 25 jaar voor Playboy werken.

In de jaren zestig verbreedde Silverstein zijn artistieke horizon en begon hij met het schrijven van kinderboeken.

Deze boeken, zoals The Giving Tree (1964), Where the Sidewalk Ends (1974) en A Light in the Attic (1981), werden wereldberoemd.

The Giving Tree was aanvankelijk afgewezen door veel uitgevers die het te verdrietig vonden voor kinderen.

Het werd uiteindelijk een van de meest geliefde en besproken kinderboeken aller tijden.

Zijn verhalen, vaak vergezeld van zijn eigen kenmerkende illustraties, waren geliefd om hun fantasierijke verhalen, humor en diepere boodschappen.

Zijn boeken zijn vertaald in meer dan 47 talen en er zijn wereldwijd meer dan 20 miljoen exemplaren van verkocht.

Naast zijn werk als illustrator en kinderboekenschrijver was Silverstein een begenadigd songwriter.

In 1969 schreef hij het nummer “A Boy Named Sue” voor Johnny Cash dat een wereldwijde een hit werd.

Dit humoristische lied, verteld vanuit het perspectief van een man die door zijn vader met een meisjesnaam is opgezadeld, won een Grammy Award voor Best Country Song.

Silverstein schreef later inderdaad een vervolg hierop, “The Father of a Boy Named Sue,” vanuit het perspectief van de vader.

Hij schreef ook het nummer “25 Minutes to Go” voor Johnny Cash, dat gaat over een ter dood veroordeelde die aftelt tot zijn executie

Silverstein schreef liedjes voor vele andere artiesten, waaronder The Irish Rovers (“The Unicorn”), Brothers Four, en Loretta Lynn.

Zijn succesvolste samenwerking was echter met de band Dr. Hook & The Medicine Show (later ingekort tot Dr. Hook).

Silverstein schreef alle nummers voor hun debuutalbum, Dr. Hook (1971), en een groot deel van hun opvolgende albums.

De single “Sylvia’s Mother”, een tragikomisch verhaal over een man die probeert zijn ex-vriendin telefonisch te bereiken, werd een internationale hit en bereikte in 1972 de vijfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

Voor Dr. Hook schreef Silverstein ook “The Ballad of Lucy Jordan” in 1974.

Hoewel het nummer oorspronkelijk door Dr. Hook werd opgenomen, bereikte het pas echt wereldfaam toen Marianne Faithfull het in 1979 coverde voor haar album Broken English.

Haar indringende vertolking van het melancholische verhaal over een huisvrouw die haar dromen ziet vervagen, werd een klassieker.

Faithfull’s versie werd later ook gebruikt in de films Thelma & Louise en Montenegro.

Eerder werd het nummer ook al gecoverd door Johnny Darrell (1975) en Lee Hazlewood (1976).

Hij kreeg 2 Grammy Awards en was genomineerd voor een Oscar en een Golden Globe.

Shel Silverstein overleed onverwacht aan een hartaanval op 10 mei 1999 in Key West, Florida, op 68-jarige leeftijd.

Silverstein werd in 2002 postuum opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame.

Dorothy Stratten, de dood kwam voor de roem

Stratten heette oorspronkelijk Hoogstraten.

Haar ouders, Simon en Nelly Hoogstraten, waren in 1954 in Nederland getrouwd en emigreerden vervolgens naar Canada.

Ze liet haar achternaam veranderen naar Stratten en trouwde in juni 1979 met haar vriend Paul Snider.

Nadat Snider naaktfoto’s van haar naar de Amerikaanse Playboy stuurde, nodigde het blad haar uit om voor een fotosessie naar Los Angeles te komen.

Ze verscheen in augustus 1979 in Playboy als playmate van de maand en werd door de lezers van het blad verkozen tot playmate van het jaar in 1980.

Stratten werkte ook als bunny in de Playboy-club in Los Angeles en begon een carrière als actrice.

In 1980 kreeg ze de hoofdrol in de sciencefictionparodie Galaxina.

Haar relatie met Paul Snider verslechterde al snel. Snider bleek ziekelijk jaloers en viel haar lastig op de filmset van Galaxina.

Nadat Stratten een relatie begon met de regisseur Peter Bogdanovich huurde hij een privédetective in om haar te volgen. Hugh Hefner adviseerde haar om de relatie met hem te verbreken.

Het stel scheidde en Stratten ging samenwonen met Bogdanovich.

Op 14 augustus werden Stratten en Snider samen dood gevonden in hun voormalige woning in Los Angeles.

Stratten was vermoord door een schot in haar gezicht met een hagelgeweer.

Een autopsie wees uit dat Snider na Stratten was gestorven, wat aanduidde dat Snider Stratten had vermoord en vervolgens zelfmoord had gepleegd.

Bogdanovich had Stratten een rol in zijn film They All Laughed (1981) gegeven.

Na haar dood wilde geen enkele filmstudio de film uitbrengen. Bogdanovich financierde de filmdistributie zelf, maar de film bleek een flop, en Bogdanovich verloor miljoenen dollars.

Hij trouwde later met Strattens zuster, de actrice Louise Stratten.(Diverse bronnen, De Post 25 oktober en Wikipedia)

Dorothy Stratten, de dood kwam voor de roem (De Post 20 oktober 1981)
Dorothy Stratten, de dood kwam voor de roem (De Post 20 oktober 1981)
met Hugh Hefner

Hugh Hefner

Het eerste nummer van het tijdschrift Playboy met de nu wereldberoemde blote foto’s van Marilyn Monroe, die oorspronkelijk eigenlijk voor een kalender waren gemaakt, werd gemaakt op een keukentafel in zijn flat.

Men was niet zeker over de uitgiftedatum, omdat Hefner niet wist of het zou aanslaan.

Maar de eerste oplage verkocht meer dan 50.000 exemplaren, genoeg om de kosten te dekken en een nieuw exemplaar uit te brengen.

Op 27 september 2017 is hij thuis overleden op 91-jarige leeftijd.Hefner werd begraven op het Westwood Village Memorial Park Cemetery in Los Angeles.

Hij kocht een nis naast die van Marilyn Monroe, de eerste Playmate of the Month van zijn tijdschrift Playboy.

Hij had 250.000 US$ over voor deze nis.(Diverse bronnen, foto De Post van 5 mei 1985 en Wikipedia)

Vandaag 50 jaar geleden, Dolle Mina’s ten strijde.

Een van de eerste acties waarmee Dolle Mina naar buiten trad, was de bezetting van een verzekeringskantoor in Antwerpen.

Vrouwelijke werknemers mochten niet roken op het werk, in tegenstelling tot hun mannelijke collega’s.

Dolle Mina eiste ‘het recht op longkanker, ook voor vrouwen’.

Daarnaast klaagde ze de verschillen in lonen en promotiekansen binnen het bedrijf aan.

De actie was typerend voor de nieuwe, meer radicale, stijl die het feminisme in de jaren 1970 zou hanteren.

Op ludieke wijze trok men de aandacht van de pers, om het dan over de daadwerkelijke eisen te kunnen hebben.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 15 maart 1970)

Vandaag 50 jaar geleden, Dolle Mina’s ten strijde
De Post van 15 maart 1970
Vandaag 50 jaar geleden, Dolle Mina’s ten strijde
De Post van 15 maart 1970
Vandaag 50 jaar geleden, Dolle Mina’s ten strijde
De Post van 15 maart 1970
Vandaag 50 jaar geleden, Dolle Mina’s ten strijde
De Post van 15 maart 1970