Samuel De Vriendt, telg van een oud en roemrijk kunstenaarsgeslacht, was de tweede zoon van de grote meester Juliaan De Vriendt en een neef van de bekende kunstschilder Albert De Vriendt.
Zijn grootvader was een vooraanstaande decorateur in Gent, terwijl zijn broer Stefaan als beeldhouwer en decorateur carrière maakte in Amerika.

Zijn moeder, een telg van een Brusselse bankiersfamilie, was diep geïnteresseerd in kunst en letteren.
De aristocratische uitstraling van zijn moeder en de diepe artistieke gevoeligheid van zijn vader kwamen samen in Samuel.
Zijn werken weerspiegelen zijn diepe christelijke overtuiging.
In september 1920 organiseerde hij samen met Frans Daels de eerste IJzerbedevaart naar het graf van zijn vriend Joe English in Steenkerke.

Gisteren nog vandaag
Hij was voorzitter van het Comité voor de Bedevaarten naar de Graven van de IJzer totdat Daels hem opvolgde.
Later werd De Vriendt voorzitter van de Vlaamse Oudstrijders (VOS).
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij in 1941 schepen van Schone Kunsten en later burgemeester ad interim van de stad Brugge.
Het is grotendeels aan zijn onderhandelingen met de Duitse bevelvoerende officier in september 1944 te danken dat Brugge zonder verwoestende gevechten werd ontruimd en de kunstschatten van de stad ongeschonden bleven.

Gisteren nog vandaag
Hoewel hij ook mensen hielp onderduiken voor de bezetter, werd hij na de bevrijding veroordeeld tot twee jaar cel wegens collaboratie.
Rond 1950 vestigde De Vriendt zich opnieuw in het ouderlijk huis in Schaarbeek.
Hij legde zich daar vooral toe op gekleurde tekeningen van typische Brusselse straathoekjes en kerkinterieurs.

Gisteren nog vandaag
Daarnaast schreef hij diverse artikelen, voornamelijk over zijn herinneringen aan de oorlog van 1914-1918, voor het tijdschrift ‘De Vlaamsche Oudstrijder’.
Samuel De Vriendt overleed op 26 juli 1974.

