
Vandaag 50 jaar geleden, viering kristallen huwelijk van sjah Mohammad Reza Pahlavi met zijn derde vrouw Farah Diba (21 december 1974)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek





Eerder bereikte Prinses Maria Gabriella van Savoye de wereldpers in 1958 omdat ze weigerde te trouwen en dat wegens religieuze verschillen met de Shah Mohammed Reza Pahlavi van Iran.
Maria Gabriella di Savoia was het derde kind van de prins en prinses van Piemonte, geboren op 24 februari 1940, Napels, Italië.
Haar vader was de laatste koning van Italië, Umberto II, en haar moeder was Marie José van België.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze met haar moeder en haar broer en zussen naar Zwitserland, waar ze tyfus opliep maar herstelde.
Na de afschaffing van de monarchie in Italië in 1946, vestigde ze zich definitief in Zwitserland met haar familie.
Ze studeerde exacte wetenschappen, tolken en kunstgeschiedenis in Madrid, Genève en Parijs.
Robert Zellinger de Balkany was een Franse zakenman en vastgoedontwikkelaar van Hongaarse afkomst, die geboren werd op 4 augustus 1931 in Iclod, Roemenië.
Hij trouwde op 12 februari 1969 in Sainte-Mesme met prinses Maria Gabriella van Savoye.
Het kerkelijk huwelijk werd later gevierd op 21 juni 1969 in Eze-sur-Mer, op Château Balsan.
Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.
Het paar kreeg één dochter, Marie Elizabeth Zellinger de Balkany.
Marie Elizabeth werd geboren op 12 augustus 1971 in Genève.
Ze is een kunsthistorica en curator die werkt voor verschillende musea en galerijen in Europa.
Ze is getrouwd met Nicolas Kostopoulos, een Griekse bankier, en heeft twee kinderen: Alexander en Sophia.
Het huwelijk van Prinses Maria Gabriella van Savoye met Robert Zellinger de Balkany eindigde in een scheiding in 1990, na een eerdere scheiding van tafel en bed in 1976.
Robert Zellinger de Balkany overleed op 19 september 2015 in Genève, Zwitserland.
Prinses Maria Gabriella van Savoye richtte de Stichting Umberto II en Marie José van Savoye op en schreef verschillende boeken over het Huis Savoye.
Ze woont nog steeds in Èze, Frankrijk.

Gisteren nog vandaag
In november 1953 ontving de sjah van Perzië Mohammad Reza Pahlavi en zijn tweede echtgenote Soraya Esfandiary Bakhtiari de internationale pers.

Gisteren nog vandaag
Soraya Esfandiary Bakhtiari was de dochter van een Iraanse ambassadeur en een Duitse moeder.
Hun huwelijk was echter gedoemd te mislukken, omdat Soraya geen kinderen kon krijgen.
In 1958 scheidde de sjah van haar, onder druk van zijn hof en de religieuze leiders.

Gisteren nog vandaag
De sjah had al eerder een mislukt huwelijk achter de rug.
Zijn eerste vrouw was de Egyptische prinses Fawzia, met wie hij in 1939 trouwde.
Zij schonk hem een dochter, Shahnaz, in 1940.
Maar het huwelijk was ongelukkig en Fawzia keerde terug naar Egypte in 1945, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.
De sjah erkende deze scheiding pas in 1948, op voorwaarde dat Shahnaz bij hem bleef.
Na zijn scheiding van Soraya trouwde de sjah in 1959 met Farah Diba, de dochter van een Perzische legerkapitein.
Zij werd de moeder van zijn vier kinderen: kroonprins Reza (1960), Farahnaz (1963), Ali-Reza (1966-2011) en Leila (1970-2001).

Gisteren nog vandaag
In 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah tot keizer en keizerin van Iran, met de titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah).
Hij wilde hiermee zijn macht en prestige tonen, maar ook het voortbestaan van zijn dynastie verzekeren.
De eerste echtgenote van de sjah was de Egyptische prinses Fawzia (1921-2013). Het huwelijk, dat duurde van 1939 tot 1948, was geen succes.
De sjah en Fawzia kregen één dochter, Shahnaz Pahlavi, in 1940. In 1945 keerde Fawzia terug naar Egypte, waar ze een scheiding aanvroeg en kreeg.
In Perzië werd deze scheiding in eerste instantie niet erkend. Pas in 1948 werd ze uitgesproken, op voorwaarde dat hun dochter Shahnaz bij de sjah bleef.

Gisteren nog vandaag
Op 21 december 1959 trouwde de sjah met Farah Diba , dochter van een kapitein uit het Perzische leger.
In 1960 werd uit dit huwelijk kroonprins Reza geboren, gevolgd door nog drie kinderen: Farahnaz Pahlavi (1963), Ali-Reza Pahlavi (1966-2011), en Leila Pahlavi (1970-2001).
Op 26 oktober 1967 kroonde de sjah zichzelf en Farah Pahlavi in Shiraz. Bij die gelegenheid nam hij de traditionele titel van Koning der Koningen (sjah-in-sjah) aan, wat gelijkstaat met de keizerstitel.
Hij had hiermee gewacht tot zijn machtspositie stevig was en het voortbestaan van de dynastie was verzekerd door de aanwezigheid van een troonopvolger.

Gisteren nog vandaag
Ski Resort Ab-Ali was de eerste skipiste die in 1953 beschikte over mechanische skiliften in Iran, 70 km ten noordoosten van Teheran aan de Haraz Road.






Prinses Ashraf was de tweelingzus van de laatste sjah van Iran.
Prinses Ashraf was een groot voorstander van de moderniseringspolitiek van haar broer Mohammed Reza, die in 1941 door de geallieerden op de troon werd gezet en die in 1979 door een islamitische revolutie werd verdreven.
Dat ze ongesluierd door het leven ging, leverde haar veel kritiek op uit religieuze kringen.
Ashraf had een krachtiger persoonlijkheid dan Mohammed, en werd ook wel gezien als de sterke kracht achter de Pauwentroon.
Haar hart klopte voor Iran en ze werkte aan verbetering van de levensomstandigheden en vrouwenrechten en streed tegen het analfabetisme’, schreef Reza Pahlavi.
Tot haar laatste adem bleef ze geloven in een vrij Iran,
Prinses Ashraf Pahlavi was drie keer getrouwd en had twee zonen, vijf kleinkinderen en enkele achterkleinkinderen.
Eén van haar zoons is kort na de Iraanse revolutie op straat in Parijs vermoord.
Ashraf (26 oktober 1919) woonde in ballingschap afwisselend in Monaco, Frankrijk en de Verenigde Staten.
Haar tweelingsbroer, de sjah, stierf op 27 juli 1980 in Caïro en zij stierf op 7 januari 2016 en dit op de leeftijd van 96 jaar.






























De gijzelingscrisis, vlak nadat de dictatuur van de sjah was omvergeworpen, was een uiting van het Iraanse ongenoegen over de Amerikaanse inmenging in de Iraanse politiek in de jaren 50, 60 en 70.
De actie werd gesteund door het kersverse regime van de ayatollahs in Teheran en duurde zo’n 14 maanden.
De gijzelnemers eisten onder andere de uitlevering van de op dat moment in de Verenigde Staten verblijvende sjah.
Op het moment van de gijzeling, wisten zes diplomaten, die zich op dat moment buiten de ambassade bevonden, te vluchten naar de Zwitserse en de Canadese ambassade.
De overige 63 diplomaten en burgers die aanwezig waren in het gebouw van de ambassade werden gegijzeld.
Na de bezetting lieten de gijzelnemers vrijwel meteen 13 vrouwen en donkere mensen vrij.
Tijdens de crisis hielden Iraanse studenten tientallen Amerikanen gegijzeld op de Amerikaanse ambassade.
De overgebleven gegijzelden bleven gedurende een periode van 444 dagen gevangen binnen de Amerikaanse ambassade.
Op 24 april 1980 ondernamen de United States Armed Forces een poging om de 52 gijzelaars te bevrijden.
De operatie zou aanvankelijk twee nachten duren. De eerste fase van het plan verliep nog goed, ondanks beschietingen op een bezinetruck die een explosie veroorzaakte die mijlenver te zien was.
Maar toen de helikopters richting Teheran vlogen, kwamen ze in een zandstorm terecht, waarbij twee helikopters in de problemen kwamen.
Daarna waren er nog slechts vijf helikopters over om de missie uit te voeren.
Zes helikopters waren nodig om alle gijzelaars te kunnen vervoeren.
President Carter besloot de missie daardoor af te lassen.
Toen de helikopters op hun terugtocht waren en moesten worden bijgetankt door C-130 transportvliegtuigen, ging het mis.
Een C-130 en een helikopter botsten door een stofwolk boven op elkaar.
Drie Marines en vijf bemanningsleden van helikopters kwamen om. Alleen de piloot van de helikopter overleefde het ongeval.
Vijf helikopters werden uiteindelijk achtergelaten.
Ook werden bij de aftocht geheime documenten gevonden die de identiteit van verschillende CIA-agenten onthulden die aanwezig waren in Teheran.
Op 19 januari 1981 werden de Akkoorden van Algiers gesloten die het einde betekenden van de gijzeling van de 52 personen die al 14 maanden zaten opgesloten binnen de ambassademuren.
In de akkoorden werd de vrijlating van de gijzelaars geregeld en werden Iraanse banktegoeden vrijgegeven.
Bovendien werd besloten tot immuniteit tegen eisen tot schadevergoeding van Amerika tegen Iran.
Die mislukking zou de belangrijkste oorzaak vormen voor de verkiezingsnederlaag van toenmalig president Jimmy Carter.
De Amerikaanse president Carter was afgetreden en Reagen nam het stokje over.
Twintig minuten na zijn aftreden werden de gijzelaars overgedragen aan de Verenigde Staten.
Drie decennia lang hebben de slachtoffers geprobeerd compensatie te krijgen. Diverse rechtbanken, inclusief de Supreme Court, hielden dit tegen.
Pas in 2015 ondertekende de Amerikaanse president een wet om de slachtoffers te vergoeden.
Het geld kwam dankzij de Franse bank BNP Paribas, die een boete moest betalen van 9 miljard dollar omdat de bank sancties tegen Iran, Soedan en Cuba had geschonden.
Een groot deel van dat geld zou men reserveren voor slachtoffers van terreur, zoals de gijzeling in Iran, de aanslagen van 9/11 en de bombardementen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania in 1998.
Van de 37 van de 53 gijzelaars van de gijzeling in Teheran die nog leven, kunnen rekenen op een vergoeding van maximaal 4,4 miljoen dollar. (Diverse bronnen, Rik Arnoudt, Isgeschiedenis, De Volkskrant en Wikipedia)




