90 jaar geleden, sfeerfoto’s van het verdronken land van Saaftinge (Ons Volk 28 januari 1934)

Het verdronken land van Saaftinge had een rijke geschiedenis.

Het gebied werd al bewoond sinds de prehistorie, toen het nog een veenlandschap was. In de 13e eeuw liet de graaf van Vlaanderen er een kasteel bouwen en werd het gebied ingepolderd door monniken.

Er lagen vier dorpen en enkele gehuchten, waar mensen leefden van landbouw en turfsteken.

Het gebied was een aparte heerlijkheid, die soms betrokken raakte bij conflicten tussen Vlaanderen en Holland.

In 1570 werd het gebied getroffen door de Allerheiligenvloed, die grote delen onder water zette.

Vier jaar later, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, staken Nederlandse soldaten de laatste intacte dijken door om de Spanjaarden te hinderen.

Zo verdween het land van Saaftinge voorgoed onder water.

Alleen enkele restanten van huizen, kerken en forten bleven soms zichtbaar bij laagwater.

Vandaag de dag is het verdronken land van Saaftinge een natuurgebied, dat wordt beheerd door stichting Het Zeeuwse Landschap.

Het gebied is een belangrijk leefgebied voor vogels, vissen en planten.

Het is ook een beschermd gebied onder de Conventie van Ramsar en een Important Bird Area.

Het gebied is alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids, die meer kan vertellen over de geschiedenis en de natuur van deze bijzondere streek.

Het verdronken land van Saaftinge was een gebied op de grens van België en Nederland, dat in de middeleeuwen werd bedijkt en bewoond.

Het bestond uit vier dorpen, een slot en verschillende gehuchten.

Door overstromingen, oorlogen en dijkdoorbraken raakte het gebied steeds meer onder water.

De laatste resten verdwenen in 1584, toen de Nederlandse soldaten de dijken doorknipten om de Spanjaarden tegen te houden.

Nu is het verdronken land van Saaftinge een groot schorrengebied dat beschermd wordt als natuurgebied en belangrijk is voor vogels en planten.

Geschiedenis van de schandpaal in Vlaanderen en de overgebleven schandpalen in de schandpaal van St Amands, Van Viersel, Merksem, Gestel en Gent.

Een schandpaal was een houten of stenen paal die in de middeleeuwen en later werd gebruikt om misdadigers of overtreders aan het publiek te tonen.

Ze werden meestal geplaatst op een centrale plaats in een stad of dorp, zoals een marktplein of een kerkhof.

De schandpaal diende als een vorm van straf en afschrikking, maar ook als een vernedering en een schending van de eer.

In Gent stond er een schandpaal op de groentemarkt, vlakbij het café Galgenhuis.

Dit café dankt zijn naam aan het feit dat het vroeger een gerechtshuis was waar ter dood veroordeelden hun laatste glas konden drinken.

Het café heeft nog steeds een galg in zijn uithangbord.

De schandpaal op de groentemarkt werd in 1772 afgebroken, maar er is nog een replica te zien in het STAM, het stadsmuseum van Gent.

In Vlaanderen zijn er verschillende oude schandpalen bewaard gebleven, die getuigen van de lokale geschiedenis en cultuur.

Een van de bekendste is de schandpaal van Sint-Amands, die dateert uit de 16e eeuw en versierd is met het wapenschild van de familie Lalaing, de toenmalige heren van Sint-Amands.

De schandpaal staat nog steeds op zijn oorspronkelijke plaats aan de Scheldekaai, waar hij vroeger diende om misdadigers aan de schepen te tonen.

Een andere oude schandpaal is die van Viersel, een deelgemeente van Zandhoven.

Deze schandpaal werd in 1771 opgericht door graaf Karel van Ursel, de heer van Viersel, en is versierd met zijn wapenschild en dat van zijn vrouw.

De schandpaal staat nu in het park van het kasteel van Viersel, dat nog steeds eigendom is van de familie van Ursel.

De schandpaal van Merksem is een van de oudste schandpalen van Vlaanderen.

Hij werd in 1393 opgericht door hertog Jan zonder Vrees, de heer van Merksem, en is gemaakt van arduinsteen.

De schandpaal heeft een achthoekige vorm en is voorzien van vier ijzeren ringen waaraan kettingen werden bevestigd.

De schandpaal staat nu op het Burgemeester Jozef Nolfplein, vlakbij de Sint-Bartholomeuskerk.

De schandpaal van Gestel is een bijzondere schandpaal, omdat hij niet alleen diende om mensen te straffen, maar ook om dieren te keuren.

Hij werd in 1756 opgericht door graaf Jan Baptist d’Ursel, de heer van Gestel, en is gemaakt van blauwe hardsteen.

De schandpaal heeft een ronde vorm en is voorzien van een ijzeren haak waaraan een weegschaal werd gehangen.

De schandpaal staat nu op het dorpsplein van Gestel, een deelgemeente van Berlaar.

De meeste schandpalen werden afgeschaft na de Franse Revolutie, toen ze werden beschouwd als symbolen van feodale onderdrukking en onrechtvaardigheid.

Sommige schandpalen werden vernield of verplaatst, andere werden bewaard als historische monumenten of kunstwerken.

De oude schandpalen in Vlaanderen zijn dus niet alleen overblijfselen uit het verleden, maar ook getuigen van het heden.

De schandpaal was een strafinstrument dat gebruikt werd om misdadigers publiekelijk te vernederen.

In Vlaanderen werden schandpalen opgericht vanaf de 13e eeuw, vooral in steden en dorpen met een eigen rechtspraak.

De schandpaal bestond meestal uit een stenen of houten zuil met een ijzeren ring of ketting waaraan de veroordeelde werd vastgebonden.

De schandpaal stond vaak op een centrale plaats, zoals een marktplein of een kerkhof, zodat iedereen de schande kon zien.

De misdadigers moesten soms ook een bord dragen met hun misdaad erop geschreven, of werden bekogeld met rotte eieren, stenen of vuilnis.

De schandpaal werd afgeschaft in de 18e eeuw, toen de Verlichting nieuwe ideeën over strafrecht bracht.

Veel schandpalen werden vernield of verwijderd, maar sommige zijn nog steeds te zien in Vlaanderen.

Een van de oudste en best bewaarde schandpalen staat in Sint-Amands, een gemeente aan de Schelde.

Deze schandpaal dateert uit 1525 en heeft een fraai versierde sokkel met het wapenschild van de heerlijkheid Sint-Amands.

Andere voorbeelden van overgebleven schandpalen zijn die van Viersel, een dorp in de provincie Antwerpen, die uit 1619 dateert en een leeuwenkop als bekroning heeft; die van Merksem, een district van Antwerpen, die uit 1624 dateert en een adelaar als bekroning heeft; en die van Gestel, een gehucht in de gemeente Berlaar, die uit 1773 dateert en een zonnewijzer als bekroning heeft. (Ons Volk 7 januari 1934)

Gisteren nog vandaag

Vandaag 90 jaar geleden, de Nederlandse arbeider en communist Marinus van der Lubbe onthoofd in Duitsland (10 januari 1934)

Van der Lubbe werd geboren in 1909 in Leiden, als zoon van een metselaar.

Hij verloor zijn vader op jonge leeftijd en moest al vroeg gaan werken om zijn moeder en broers te ondersteunen.

Hij raakte betrokken bij de socialistische beweging en werd lid van de Communistische Partij van Nederland.

Hij nam deel aan stakingen en demonstraties en raakte gewond bij een confrontatie met de politie.

Hij verloor ook zijn linkeroog bij een ongeluk op het werk.

In 1931 reisde hij naar Duitsland, waar hij getuige was van de opkomst van het nazisme en de vervolging van de communisten en andere tegenstanders.

Hij sloot zich aan bij verschillende antifascistische groepen en nam deel aan illegale acties.

Hij werd meerdere keren gearresteerd en mishandeld door de nazi’s.

Hij raakte gefrustreerd door het gebrek aan effectieve weerstand tegen Hitler en besloot om een individuele daad van protest te plegen.

Op 27 februari 1933 sloop hij het Rijksdaggebouw binnen en stak verschillende gordijnen in brand.

Hij werd snel overmeesterd door de bewakers en bekende zijn daad.

Hij beweerde dat hij alleen had gehandeld, uit haat tegen het nazisme.

De nazi’s grepen echter de kans om een groot complot te fabriceren en beschuldigden de communisten, de sociaaldemocraten en andere tegenstanders van betrokkenheid bij de brand.

Ze gebruikten de brand als voorwendsel om een noodtoestand af te kondigen en duizenden mensen te arresteren, te martelen en te doden.

Van der Lubbe werd berecht voor hoogverraad, samen met vier andere verdachten: Ernst Torgler, een Duitse communistische leider, en drie Bulgaarse communisten: Georgi Dimitrov, Vasil Tanev en Blagoi Popov.

Het proces was een schijnvertoning, waarbij de nazi’s probeerden om Van der Lubbe als een marionet van de communisten af te schilderen, terwijl de andere verdachten hun onschuld volhielden en zich fel verdedigden.

Dimitrov maakte vooral indruk met zijn moedige weerwoord tegen Hitler, die persoonlijk het proces bijwoonde.

De rechtbank sprak uiteindelijk alle verdachten vrij, behalve Van der Lubbe, die schuldig werd bevonden en ter dood werd veroordeeld.

Hij werd onthoofd op 10 januari 1934, ondanks internationale protesten en verzoeken om gratie.

De doodstraf voor Marinus van der Lubbe leidde tot een opmerkelijke actie van de VARA op die dag.

De omroep liet drie minuten lang niets horen op de radio, als een stil protest tegen het vonnis.

De regering was woedend en nam wraak door de VARA een dag lang van de ether te halen.

Zijn lichaam werd gecremeerd en zijn as werd verstrooid boven de Noordzee.

Na zijn dood bleef Van der Lubbe een controversiële figuur.

Sommigen beschouwden hem als een martelaar voor de antifascistische zaak, anderen als een dwaas of een verrader die de nazi’s hielp om aan de macht te komen.

In 1967 werd hij postuum gerehabiliteerd door een West-Duitse rechtbank, die oordeelde dat zijn executie onrechtmatig was geweest.

In 2008 werd hij ook officieel vrijgesproken van alle beschuldigingen door een Duitse federale rechtbank, op grond van een wet die alle nazioorlogsmisdaden nietig verklaarde.

Vandaag 90 jaar geleden, komt mijn overgrootvader Emiel De Blauwer (papa van mijn bomma) te overlijden (8 januari 1934)

Foto van ongeveer 78 jaar geleden, mijn overgrootvader Emiel De Blauwer, zijn tweede vrouw Marie Elegeert en zijn drie kinderen.

Gisteren nog vandaag

Zijn drie kinderen waren Polydor De Blauwer (nonkel Pol), Victor De Blauwer (nonkel Victor) en Paula De Blauwer (mijn bomma).

Zijn twee zonen zullen enkele jaren later ruzie krijgen met elkaar en nooit meer elkaar zien.

Ik heb nooit geweten waar de ruzie over ging, maar waarschijnlijk zoals gewoonlijk, zal het over geld gegaan zijn.

Nonkel Pol, was ambtenaar en nonkel Victor was een vishandelaar en had een viswinkel in de Sint-Lievenspoortstraat 67, in Gent.

Mijn bomma bleef met beide contact houden, dus voor mij hetzelfde verhaal.

Maar op feesten, zoals mijn communiefeesten, waren alleen nonkel Pol aanwezig.

Nonkel Pol heeft nooit kinderen gehad en nonkel Victor had 1 dochter.

Mijn bomma had twee dochters en één zoon, mijn vader