Vandaag is het ook al 55 jaar geleden dat Louis Armstrong is overleden.

De laatste grote van een heroïsch tijdperk was heengegaan. Mister Jazz was niet meer.

Het laatste wat Lucille Armstrong nog voor haar overleden echtgenoot had kunnen doen, was met veel liefde en toewijding de kraakwitte zakdoek, die hij steeds had gebruikt om zijn zweet af te wissen, tussen zijn koude handen steken.

Duizenden mensen waren opgekomen om een groet te brengen aan Mister Jazz.

De uitvaart in de Corona-kerk van New Yorks Queenswijk werd bijgewoond door onder andere Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman, Peggy Lee en gouverneur Rockefeller van de staat New York.

Er had nog één korte Europese tournee op zijn najaarsprogramma gestaan met een vijftal concerten, waarvan één te Brussel.

Want nadat hij enkele weken daarvoor uit de kliniek was gekomen, was het zijn enige droom geweest ooit nog eens in Europa te spelen.

Gisteren nog vandaag

Dat was het Europa waar hij steeds zo uitbundig was ontvangen en waar men hem op de handen had gedragen.

Hij was daar in 1932 na een eerste concertreis vandaan gekomen met de vreugdekreet dat men daar niet eens zag wie hij was.

Hij overleed eenenzeventig jaar en twee dagen na zijn geboorte in New Orleans. Amerika had zijn beste ambassadeur verloren, en de veertigers van de hele wereld ervoeren dit afsterven als een persoonlijk verlies.

Weer had een van de idolen uit hun jeugd het bijltje erbij neergelegd.

Maar de muziek van Satchmo was onsterfelijk. Hij was niet alleen de King of Jazz geweest, hij was de jazz zelf.

Hij vertegenwoordigde, de laatste tijd bijna helemaal alleen, het beste in de jazz: opgewekte levensvreugde

Louis Armstrong, de legendarische jazztrompettist uit New Orleans, hield zijn hele leven vast aan de overtuiging dat hij op 4 juli 1900 ter wereld kwam.

Hoewel hij publiekelijk vaak beweerde zijn exacte geboortedag niet te kennen, koos hij symbolisch voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag om het leven te vieren.

Op officiële documenten varieerde het jaartal soms naar 1901, maar de werkelijke datum bleef decennialang een mysterie.

Pas in 1988 ontdekte muziekhistoricus Tad Jones de waarheid in de dooparchieven van de Rooms-katholieke kerk; Armstrong bleek op 4 augustus 1901 te zijn geboren.

Deze datum wordt inmiddels door kenners wereldwijd als de enige juiste geaccepteerd.

Zijn begin was allesbehalve koninklijk. Geboren in extreme armoede in New Orleans, groeide Louis op in een rauwe wereld van hoerenkasten, straatorkesten en rivierboten.

Op zijn twaalfde belandde hij in een opvoedingsgesticht voor gekleurde jongeren, nadat hij tijdens Oud en Nieuw met een pistool in de lucht had geschoten.

Het was daar dat hij zijn eerste cornet kreeg, een moment dat de koers van de muziekgeschiedenis zou veranderen.

Wat volgde was een van de meest legendarische carrières ooit.

Hij ontwikkelde zijn talent bij grootheden als King Oliver, Fletcher Henderson en Earl Hines, om later zijn eigen iconische groepen, de Hot Five en Hot Seven, te vormen.

Hij scoorde wereldhits die generaties overstijgen, zoals What a Wonderful World, Hello, Dolly! en Mack the Knife.

Zelfs toen moderne stromingen zoals jazzrock en free jazz opkwamen, bleef Armstrong trouw aan zijn eigen stijl: melodieus, swingend en vol gevoel.

Achter de eeuwige glimlach en de bijnaam Satchmo zat een man die veel had getrotseerd, van racisme en uitbuiting tot ernstige ziekte.

Toch koos hij nooit voor bitterheid. Hij hanteerde een eenvoudige filosofie: er zijn twee soorten muziek, goede en slechte, en hij speelde simpelweg de goede.

Hij stond ook bekend om zijn opvallende persoonlijke gewoontes; zo droeg hij altijd een zakje met een sterrenbeeldmedaillon bij zich en was hij een vurig pleitbezorger van specifieke dieetvoorschriften en laxeermiddelen, die hij enthousiast uitdeelde aan vrienden.

Zijn onverwoestbare werkethiek bleef hem bij tot het einde. In maart 1971 gaf hij, tegen het dringende advies van zijn artsen in, nog een reeks optredens in de Waldorf-Astoria Empire Room.

Dit eiste een zware tol, want direct daarna werd hij opgenomen met een hartaanval.

Hoewel hij in mei het ziekenhuis mocht verlaten en direct weer naar zijn trompet greep, was zijn hart verzwakt.

Hij overleed uiteindelijk in zijn slaap op 6 juli 1971, slechts een maand voor zijn zeventigste verjaardag.

De uitvaart in de Corona-kerk in Queens weerspiegelde zijn enorme status en werd bijgewoond door grootheden als Ella Fitzgerald, Dizzy Gillespie, Benny Goodman en Peggy Lee, evenals gouverneur Rockefeller.

De woorden van zijn tijdgenoten vormen zijn definitieve eerbetoon.

Bing Crosby noemde hem onvervangbaar, Miles Davis stelde dat elke blazer in zijn schaduw stond, en Duke Ellington vatte het treffend samen: hij werd arm geboren, stierf rijk en heeft in de tussentijd niemand benadeeld.

Louis Armstrong vond zijn laatste rustplaats op de Flushing Cemetery in Queens, New York.

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden brachten Art Van Damme en The Singers Unlimited hun album Invitation uit.

Het was een samenwerking tussen de Amerikaanse jazzaccordeonist en het vocale kwartet, die elkaar ontmoetten in Duitsland.

Het album bevatte twaalf nummers, waaronder klassiekers als Spring Is Here, But Beautiful, My One and Only Love, Wave en Good Bye.

De instrumentale arrangementen waren van Les Hooper en H. Jones, en de vocale arrangementen van Gene Puerling.

De producer was Hans Georg Brunner-Schwer, die ook eigenaar was van het label MPS Records, waar het album werd uitgebracht.

Art Van Damme werd geboren in 1920 in Michigan en begon op jonge leeftijd accordeon te spelen.

Hij werd beïnvloed door jazzpianisten als Art Tatum en Fats Waller, en ontwikkelde een eigen stijl die swing, bebop en cool jazz combineerde.

Hij speelde met vele bekende jazzmusici, zoals Benny Goodman, Dizzy Gillespie, Charlie Parker en Stan Getz.

Hij maakte meer dan honderd albums en trad op over de hele wereld.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste jazzaccordeonisten aller tijden.

Hij overleed in 2010 op 89-jarige leeftijd.

Het is vandaag al twintig jaar geleden dat de Amerikaanse Jazz zangeres en pianiste Blossom Dearie in haar appartement in Greenwich Village, New York City is overleden.

Marguerite Blossom Dearie is geboren op 28 april 1926 in East Durham, New York.

Ze begint al op jonge leeftijd piano te spelen, maar richt zich vooral op klassieke muziek.

Pas later ontdekt ze haar liefde voor jazz en verhuist ze naar New York City, waar ze deel uitmaakt van verschillende vocale groepen, zoals The Blue Flames (met het orkest van Woody Herman) en The Blue Reys (met Alvino Rey).

Ze maakt ook haar debuut als soloartieste en reist naar Parijs, waar ze haar toekomstige echtgenoot (de Belgische saxofonist Bobby Jasper) leert kennen en de vocalgroup The Blue Stars opricht.

Met deze groep scoort ze in 1954 een hit met de Franstalige versie van Lullaby Of Birdland.

Een andere bekende song uit die periode is The Riviera, geschreven door Cy Coleman en Joseph McCarthy Junior.

Na haar terugkeer naar Amerika tekent Blossom Dearie een platencontract bij Verve Records, waar ze zes albums opneemt.

In 1966 treedt Dearie op in de beroemde Ronnie Scott’s Club in Londen.

Dit optreden resulteert in vier albums op het Fontana label.

Uiteindelijk richt Blossom Dearie haar eigen platenmaatschappij op, Daffodil Records, waarmee ze zelf de controle krijgt over het opnemen en de distributie van al haar platen.

Daarnaast werkt Dearie mee aan televisieprogramma’s (zoals de jeugdserie Schoolhouse Rock), maakt ze soundtracks voor films als Kissing Jessica Stein, My Life Without Me, The Squid And The Whale, The Adventures Of Felix en werkt ze samen met artiesten als Lyle Lovett.