Vandaag viert Ivan Moerman, beter bekend onder zijn artiestennaam Jimmy Frey, zijn zevenentachtigste verjaardag.

Hoewel zijn wieg in Brugge stond, groeide hij vanaf tweejarige leeftijd op in Heist-aan-Zee, waar zijn moeder een kapsalon uitbaatte.

Als kind was hij vooral gepassioneerd door voetbal en zingen, waarbij zijn uitzonderlijke stemgeluid al op tienjarige leeftijd werd opgemerkt door zijn muziekleraar.

Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij naar Brussel, waar hij op zijn vijftiende de schoolbanken verruilde voor diverse banen als bakkersgast, slager, loopjongen, verkoper en fabrieksarbeider.

Zijn muzikale ambitie leidde hem in die periode naar verschillende zangwedstrijden, wat hem uiteindelijk een plek opleverde in de revue van de Folies Bergère in Brussel.

Daar werkte hij samen met Bobbejaan Schoepen, de man die in 1967 zijn hit “Ik geloof “zou schrijven.

In de jaren zestig kende Jimmy een veelbelovende start als beat- en yéyézanger.

Ondanks pogingen van zijn management om met het Franstalige Soufflé, een cover van Breathless, door te breken in Frankrijk, bleef het grote succes daar uit.

Hij besloot zich vervolgens op Vlaanderen te richten en sloeg een nieuwe artistieke weg in.

Deze keuze bleek uiterst succesvol met tijdloze hits zoals ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, opgenomen met de J.J. Band, en het bekende ‘Rozen voor Sandra’

Ook nummers als “Saragossa” en “Yet I Know” groeiden uit tot grote successen.

Naast zijn muzikale carrière toonde hij grote maatschappelijke betrokkenheid toen hij kort na zijn vijftigste verjaardag de diagnose kanker kreeg.

Door hier openlijk over te communiceren, hielp hij het taboe rond de ziekte te doorbreken.

Als boegbeeld van de VTM-actie Levenslijn hielp hij ruim 4,4 miljoen euro in te zamelen voor kankerbestrijding.

Zijn lange loopbaan werd op diverse manieren geëerd.

In 2013 vierde hij zijn gouden jubileum met een concert in de Stadsschouwburg van Brugge en een jaar later werd hij opgenomen in de Radio 2 Eregalerij voor een leven vol muziek, nadat zijn grootste hit daar in 2002 al een plek had gekregen.

Ter gelegenheid van zijn vijfenzeventigste verjaardag verscheen in 2014 een verzamelalbum met veertig nummers, inclusief nieuw werk en uniek materiaal.

Als single werd hieruit het nummer ‘Harten kennen geen geheimen’, een vertaling door Andy Free van ‘Herzen haben keine Fenster’ van Elfi Graf uitgebracht.

De laatste jaren verblijft de zanger in een appartement in Duinbergen, maar zijn gezondheid is momenteel zorgwekkend.

Na een infectie tijdens een operatie in 2017 verbleef hij al negen maanden in het ziekenhuis, en recent is er een gescheurde pees in zijn linkerbeen geconstateerd.

Vanwege zijn hoge leeftijd en een zwakker hart is een nieuwe operatie uitgesloten, waardoor hij nauwelijks nog kan lopen.

Jimmy ervaart dagelijks hevige pijnen die ook zijn stem beïnvloeden, waarvoor hij hulp krijgt bij een pijnkliniek.

Ondanks een medische geschiedenis met meerdere zware ingrepen aan zijn heupen, knie en de plaatsing van een pacemaker, behoudt hij een positieve instelling en probeert hij zijn dagen zo zinvol mogelijk door te brengen.

Jimmy Frey kende geen rimpelloze jeugd. Zijn ouders vormden geen goed team en zijn vader was een gewelddadige rokkenjager die regelmatig dronken thuiskwam.

De situatie escaleerde vaak tot fysiek geweld, waarbij Jimmy’s moeder het zwaar te verduren kreeg.

Toen Jimmy elf was, verplichtte de rechter zijn vader om het huis te verlaten.

Ondanks de grauwe sfeer was er thuis gelukkig veel muziek.

Jimmy zong graag mee met platen van Luis Mariano, het idool van zijn moeder.

Hoewel hij op school geen hoogvlieger was, merkte zijn muziekleraar zijn talent op en adviseerde zijn moeder om hem te stimuleren in het zingen.

Op bijna vijftienjarige leeftijd verhuisde Jimmy met zijn moeder naar Brussel, waar zijn zus al woonde en zijn moeder een nieuwe partner had gevonden.

Deze stiefvader drong aan op verdere studies, maar de technische school bleek niets voor Jimmy.

Hij ging op vijftienjarige leeftijd aan de slag als beenhouwersgast.

Het was een zware leerschool met lange werkdagen, waardoor er aanvankelijk geen tijd meer was voor muziek.

Twee jaar later hoorde de neef van zijn baas hem zingen en moedigde hem aan om deel te nemen aan talentenjachten.

Met nummers van Luis Mariano won hij prompt verschillende prijzen.

Onder de naam Ben Timior begon hij vaker op te treden.

In 1958 vond hij werk bij een beenhouwer die zijn passie wel steunde, waardoor hij aan talloze wedstrijden kon deelnemen.

Datzelfde jaar won hij de officiële zangwedstrijd van de Wereldtentoonstelling in Brussel en de superfinale van de Belgische Strijdkrachten met liedjes van Jacques Brel.

In 1961 volgde de Prijs van de stad Brussel. Na zijn legerdienst besloot Jimmy definitief voor een zangcarrière te kiezen, wat leidde tot een breuk met zijn moeder.

Hij trok naar Parijs met producer Louis Maréchal, waar hij zijn definitieve artiestennaam Jimmy Frey kreeg, geïnspireerd door namen als Sammy Frey. Hoewel hij er enkele Franse singles opnam, bleef het grote succes uit.

In 1964 keerde hij terug naar Vlaanderen en bracht hij zijn eerste Nederlandstalige single ‘Aan de overkant’ uit.

Zijn echte doorbraak kwam in 1966 via het programma Canzonissima.

Met zijn geblondeerde haar en militaire galakostuum creëerde hij een iconisch imago.

Zijn charisma en de hit ‘Ik geloof’ maakten van hem een nationale ster.

In 1967 stond hij op de Europese Beker voor zangvoordracht in Knokke naast internationale grootheden.

Een jaar later volgde zijn legendarische hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’, geschreven door de broers Lameirinhas.

Het nummer bereikte de top van de hitlijsten en werd later opgenomen in de Eregalerij van Radio 2.

De jaren zestig en zeventig waren een aaneenschakeling van successen.

Met nummers als “Als het ware rozen zijn” en “Als een kus naar tranen smaakt” bleef hij de hitlijsten domineren.

Het absolute hoogtepunt was “Rozen voor Sandra” in 1970, waarvan internationaal 1,8 miljoen exemplaren werden verkocht.

Jimmy omarmde zijn imago als de Vlaamse playboy, maar bleef verstandig omgaan met zijn inkomsten.

Ook in de jaren zeventig bleven de hits komen, zoals de Zomerhit ‘Niemand weet hoeveel ik van je hou’ en de publiekslievelingen ‘Pappie nummer twee’ en ‘De smaak van je lippen’.

Na een rustigere periode maakte hij in 1980 een sterke comeback met een discoversie van ‘Yet, I know’, waarmee hij opnieuw een Zomerhit won.

In de jaren tachtig bleef hij afwisselen tussen Nederlandstalige nummers zoals ’40 jaar’ en Franse vertalingen van wereldhits.

In 1989 nam hij deel aan Eurosong met ‘Vrijen met jou’, maar kort daarna sloeg het noodlot toe en werd er kanker bij hem vastgesteld.

Na zijn herstel zette hij zich onvermoeibaar in voor andere patiënten via zijn eigen stichting en de VTM-actie Levenslijn.

De bijbehorende single ‘Samen leven’ werd een enorme hit en bracht veel geld op voor het goede doel.

De daaropvolgende decennia stonden in het teken van jubilea en erkenning.

Hij vierde zijn dertig- en veertigjarige carrière met grote concerttournees en bleef een graag geziene gast op evenementen zoals het Schlagerfestival.

Zijn hit ‘Zo mooi, zo blond en zo alleen’ werd officieel vereeuwigd en in 2013 ontving hij de prestigieuze award voor een Leven vol Muziek.

Zelfs op latere leeftijd bleef hij actief met nieuwe releases en tournees, waarbij hij door radio en publiek steevast werd geëerd als een van de grootste iconen van het Vlaamse lied.

Jimmy Frey en zijn nieuwe single ‘Er is nog zoveel niet verloren’ (Joepie 25 december 1983)

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey in de Story 10 oktober 1979

Jimmy Frey in de Joepie van 6 juli 1980

Gisteren nog vandaag

Jimmy Frey (september 1979)

Jimmy Frey, van Nederlandstalige hits naar Franse chanson (Joepie 12 juni 1974).

Jimmy Frey in de Story van 3 augustus 1979

Jimmy Frey in de Story van 12 oktober 1979.

De 2 vrouwen van Jimmy Frey (Joepie 3 juni 1979)

Gaan zeilen met Benny Scott, Ann Christy, Jimmy Frey, Gaby Lang en Paul Anderson (september 1979)

Jimmy Frey, Will Tura en Willy Sommers (oktober 1973)

Gisteren nog vandaag

Ontdek de spannende uitslag van de allereerste Joepie-superpoppoll uit 1976!

In de eerste superpoll van 1976 van het tijdschrift Joepie brachten 4.736 lezers hun stem uit om hun favoriete artiesten en platen van dat moment te kiezen.

In de categorie voor beste zanger wist Willy Sommers de eerste plaats te veroveren met 21 procent van de stemmen, gevolgd door Will Tura met 17 procent en Joe Harris met 15 procent.

Verderop in de lijst staan namen als Jimmy Frey, Johan Verminnen en Wim De Craene. Urbanus Van Anus sluit de top negen af met 2 procent.

Bij de zangeressen voert Marva de lijst aan met 22 procent. De top drie wordt hier aangevuld door Cindy met 19 procent en Ann Christy met 17 procent.

Andere populaire zangeressen in de lijst zijn onder meer Truus, Mieke en Ingriani.

Onder de diverse artiesten die de tiende plaats delen, worden namen genoemd zoals Micha Marah en Sofie.

In de categorie voor groepen komt Octopus als winnaar uit de bus met 22 procent van de stemmen.

Dream Express volgt op de tweede plek met 17 procent en De Strangers maken de top drie compleet met 16 procent.

Ook groepen als The Garnets, Two Man Sound en Trinity waren geliefd bij het publiek.

Wat de singles betreft, was ‘Voor hem, voor haar, voor mij’ van Will Tura het meest populair met 16,5 procent.

Dream Express staat tweede met het nummer ‘Dream Express’ en Willy Sommers bezet de derde plaats met ‘Ben je vanavond ook alleen’.

Andere opvallende nummers in deze lijst zijn ‘Rode rozen in de sneeuw’ van Marva en ‘Tim’ van Wim De Craene.

Ten slotte bij de elpees staat de verzamelplaat Joepie’s Flying Toppers op de eerste plaats met 21 procent.

Willy Sommers volgt met het album Alleen op de tweede plek met 17,5 procent en Dream Express staat op drie met Dreaming.

Het jubileumalbum 20 jaar Strangers en het album ‘In De Weide’ van Urbanus wisten beide ook een aanzienlijk deel van de stemmen te behalen.

Luk Appermont voert de lijst van televisiepresentatoren aan met 24 procent van de stemmen, op de voet gevolgd door Mike Verdrengh en Zaki.

Bij de radioprogramma’s is de BRT Top 30 de duidelijke favoriet, terwijl Jo met de Banjo de populairste radio-dj wordt genoemd.

Op televisiegebied is het programma Slalom de grote winnaar, net voor Rad der Fortuin en Muzieksien.

In de muziekcategorieën zien we een sterke nationale en internationale mix. Wim De Craene wordt door de lezers gezien als de belangrijkste showbelofte.

Bij de zangeressen staat Tina Charles op de eerste plaats met 25 procent, terwijl de Britse zanger Dave de lijst van buitenlandse zangers aanvoert, gevolgd door Elvis Presley en Rod Stewart.

De populaire groep Mud domineert de categorie groepen met 31 procent, waarbij zij Queen en de Rubettes achter zich laten.

De hitlijsten weerspiegelen de opkomst van klassiekers die we vandaag de dag nog steeds kennen.

Bohemian Rhapsody van Queen wordt verkozen tot de beste single, en hun album A Night at the Opera voert de lijst van beste elpees aan.

Andere hooggeklasseerde singles uit die periode zijn ‘Love Hurts’ van Nazareth en ‘Paloma Blanca’ van de George Baker Selection.

Het overzicht toont aan dat zowel de Vlaamse kleinkunst als de internationale glamrock en pop in 1976 een prominente plek innamen in de harten van het publiek.

In de categorie voor beste tv-programma eindigt Toppop op de eerste plaats met 22 procent van de stemmen, gevolgd door André van Duin en Top of the Pops.

Bij de presentatoren voert Ad Visser de lijst aan, terwijl Stan Haag wordt verkozen tot de favoriete radio-dj boven Joost de Draayer en Peter van Dam.

De lezers van het blad hebben Mi Amigo uitgeroepen tot het beste radiostation met 32 procent van de stemmen, terwijl de Nederlandse NOS met een overweldigende 68 procent de ranglijst voor tv-stations domineert.

Op het gebied van muziek en showbizz wordt de Mi Amigo Top 50 beschouwd als de beste hitlijst.

De groep Nazareth wordt gezien als de grote showbelofte van het jaar, nipt gevolgd door Hello en Slik.

Opvallend is dat namen zoals Bruce Springsteen en Barry Manilow destijds ook al een plek in deze lijst wisten te veroveren.

Voor ontspanning op het scherm keken de jongeren het liefst naar De onzichtbare man, die als beste tv-feuilleton uit de bus kwam, voor de Hammond Brothers en De man van zes miljoen.

In de filmwereld blijven de grote iconen populair. Paul Newman wint de titel van beste filmacteur, met Terence Hill en Robert Redford als naaste achtervolgers.

Bij de actrices staat Linda Blair op nummer één, gevolgd door Angie Dickinson en Romy Schneider.

De sportwereld wordt in 1976 aangevoerd door Eddy Merckx, die met 21 procent verkozen is tot beste sportman boven Roger De Vlaeminck en Bjorn Borg.

Bij de vrouwelijke atleten gaat de hoogste eer naar Carine Verbauwen, die Diane De Leeuw en Sheila Young achter zich laat.

De Vlaamse zanger Ignace had 50 jaar geleden een grote hit met zijn nummer More Than Sympathy.

Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.

Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.

In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent.

In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest. Hij wordt er gastzanger.

Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.

Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”.

De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.

Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band.

In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.

De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).

Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.

Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt.

In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.

Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen.

Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.

Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.

Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).

Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”.

In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).

Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François. De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.

In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.

Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio.

Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht. Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.

Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.

Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.

Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.

Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich.

Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld. Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)