Ann Christy uitte in 1976 haar ongezouten mening over het Eurovisiesongfestival.
Hoewel ze de editie in Den Haag op de voet volgde, waren haar indrukken verre van positief.
Ze stelde dat het festival haar gestolen kon worden en vond de inzendingen kwalitatief ondermaats.
Volgens haar was er geen enkel liedje dat echt indruk maakte.
Zelfs de meer gewaardeerde inzendingen, zoals die van Pierre Rapsat, konden haar niet overtuigen van de relevantie van het festival.
Ook de commerciële nummers vond ze weinig origineel; ze had het gevoel dat elk liedje een kopie was van een bestaande melodie en vond dat de componisten artistiek waren achtergebleven.
Een belangrijke reden voor deze matige kwaliteit was volgens haar de gebrekkige voorbereidingstijd.
Ze merkte op dat de organisatie in de meeste landen verkeerd werd aangepakt, waarbij artiesten en componisten vaak slechts een maand de tijd kregen om alles klaar te stomen.
In die korte periode moesten arrangementen worden gemaakt en promotiecampagnes worden opgezet, waardoor er volgens haar geen ruimte was voor een degelijke voorbereiding.
Ze betwijfelde dan ook sterk of ze haar kandidatuur voor een volgende editie zou indienen, tenzij er een systeem van préselectie zou komen dat artiesten een vol jaar de tijd gaf.
Voor haar was het festival veranderd in een soort hitparade-kermis die haar niet langer kon boeien.
Tegelijkertijd maakte ze destijds bewuste keuzes tussen het zingen in het Engels of het Nederlands.
Hoewel ze een single in beide talen uitbracht, besloot ze dat ze een dergelijke dubbele release niet snel zou herhalen.
Ze vond dat de geschiktheid van een taal sterk afhing van de melodie van het nummer.
Ondanks het succes van de Vlaamse versie van haar werk, ging haar persoonlijke voorkeur vaak uit naar de Engelse versies, omdat ze de teksten daarin sterker vond. In die periode concentreerde ze zich echter op de opname van een nieuwe lp die uitsluitend uit Nederlandstalige nummers bestond.
Het jaar 1976 markeerde ook een belangrijke nieuwe weg in haar carrière met een debuut op het toneel.
Ze schitterde in een muzikale enscenering van Midzomernachtsdroom in het Mechels Miniatuur Theater, het huidige t Arsenaal.
In dit stuk van Shakespeare speelde ze de rol van Helena, een zachtmoedig meisje.
Ze stond hiervoor op de planken met collega Marijn Devalck, die destijds nog optrad onder zijn artiestennaam Marino Falco.
De productie was een enorm succes en werd meer dan 150 keer opgevoerd voor uitverkochte zalen.
De liedjes voor deze productie werden grotendeels geschreven door componist Pieter Verlinden en zijn echtgenote Rita Van Dievel.
Zij schreven zes van de acht nieuwe nummers voor deze musical, die door haar persoonlijk werden ingezongen.
Voor haar was dit een essentiële ervaring waarin ze haar zangtalent combineerde met een nieuwe uitdaging in de acteerwereld.
Pieter Verlinden, die op 25 september 2002 overleed, was een zeer invloedrijke figuur in de Belgische televisiewereld.
Hij was jarenlang verantwoordelijk voor de sonorisatie van talrijke programma’s en series, waarbij hij de muziek en het geluid selecteerde.
Zijn werk was te horen in legendarische producties zoals Wij, Heren van Zichem, Slisse & Cesar en Echo, evenals in jeugdfeuilletons als ‘Johan en de Alverman’ en ‘Axel Nort’.
Na verloop van tijd begon hij steeds vaker zelf de muziek te componeren voor de projecten waarvoor hij werd gevraagd.
Een van zijn meest herkenbare composities was de begintune van De Collega’s, maar hij schreef ook de muziek voor series zoals ‘De vorstinnen van Brugge’, ‘Een mens van goede wil’, ‘Maria Speermalie’, ‘De komst van Joachim Stiller’, ‘Mata Hari’, ‘Herenstraat 10’, ‘Hard labeur’ en ‘Het Pleintje’ .
Ook voor jeugdseries zoals ‘Johan en de ‘Alverman’ en ‘Keromar’ bleef hij actief als componist.
Naast zijn werk voor televisie schreef hij op tekst van Bert Vivier het nummer ‘Laat me nu gaan’, waarmee Linda Lepomme België vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival in 1985.
Pieter Verlinden was bovendien de vader van voormalig VRT-journalist Peter Verlinden.




