Het boek vertelt het verhaal van Dientje, een jonge vrouw die als dienstmeid gaat werken bij een rijke familie in Antwerpen.
Ze maakt er kennis met de harde realiteit van het stadsleven, de sociale ongelijkheid en de verleidingen van de moderne tijd.
Ze wordt verliefd op een chauffeur, maar die bedriegt haar met een andere vrouw.
Dientje keert terug naar haar geboortedorp, waar ze trouwt met een boerenzoon.
Ze vindt echter geen geluk in haar huwelijk en voelt zich vervreemd van haar omgeving.
Jozef Simons werd geboren op 21 mei 1888 in Oelegem.
Hij volgde een opleiding in handelswetenschappen en werd huisleraar bij de graaf de Brouchoven de Bergeyck.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als soldaat en tolk voor het Britse leger.
Hij schreef over zijn oorlogservaringen in zijn bekendste werk Eer Vlaanderen vergaat (1927), een getuigenis van de Frontbeweging.
Hij schreef ook reisverhalen, verhalen over de Kempen, novellen, romans en gedichten.
Hij schreef ook liedteksten voor componisten als Lodewijk De Vocht, Flor Peeters en Armand Preud’homme.
Hij vertaalde ook werken uit het Engels, Spaans, Duits en Nederduits.
Na de oorlog werkte hij als redacteur voor de Boerenbond en later als uitgever bij N.V J. van Mierlo-Proost in Turnhout.
Hij was ook actief in de Vlaamse Beweging, de katholieke zuil en in het sociaal-culturele leven van de Kempen en was voorzitter van de Vereniging van Kempische Schrijvers.
Hij stierf op 20 januari 1948 in Turnhout.

Gisteren nog vandaag
