Karel Miry: de Gentse componist van de Vlaamse Leeuw en wegbereider van het Nederlandstalig muziektheater

Karel Miry werd op 23 maart 1823 in Gent geboren als Carel Franciscus Leopoldus Stepman, de onwettige zoon van Francisca Stepman.

Pas twee jaar later, bij het huwelijk van zijn ouders Francisca en François Xaverius Miry in 1825, werd hij officieel erkend en kreeg hij de familienaam Miry.

Hij kreeg zijn eerste muziek- en vioollessen van zijn oom, Pieter Jan Miry, waarna hij vanaf 1835 studeerde aan het Toonkundig Conservatorium in Gent.

Gedurende zijn leven hanteerde hij verschillende varianten van zijn voornamen, zoals Carolus Franciscus Leopoldus en de Franstalige versie Charles François Léopold.

Hij trad in het huwelijk met Stephanie Joanna Elisa De Clercq en bouwde een indrukwekkende loopbaan op die hem uiteindelijk de onderscheiding van officier in de Leopoldsorde opleverde.

Binnen het Gentse muziekleven speelde hij een centrale rol als veelzijdig musicus die zowel als violist, dirigent en docent actief was.

Hoewel hij in 1840 als tweede violist solliciteerde bij het operaorkest van Gent, werd hij aanvankelijk als slagwerker aangenomen.

Pas in 1843 werd hij tweede violist en klom daarna op tot tweede concertmeester in 1849.

Van 1855 tot 1870 was hij concertmeester in het grote theater van Gent. Dit Grand Théâtre, de huidige Opera Gent, was destijds het prestigieuze centrum van het culturele leven voor de burgerij en fungeerde als een Franstalig bastion.

In 1857 werd hij door de gemeenteraad benoemd tot dirigent van de concerten en docent van de orkestklas, harmonieleer en compositie aan het Koninklijk Conservatorium Gent, waar hij in 1871 onderdirecteur werd.

Tot zijn leerlingen behoorden bekende namen als Florimond Van Duyse, Dorsan Pierre Norbert Van Reysschoot, Karel Roels, Hendrik Waelput, Jozef Van der Meulen en Leo Van Gheluwe.

Verder was hij muziekleraar in het Sint-Barbaracollege en inspecteur van het muziekonderwijs in de stadsscholen.

Zijn oeuvre is omvangrijk en omvat ruim 1000 werken in alle genres.

Een belangrijk instrumentaal werk is zijn Symfonie in sol-groot uit 1854, die vaak de Gentse symfonie wordt genoemd omdat hij het stuk opdroeg aan de magistraten van de Société royale des Beaux-Arts et de Littérature in zijn geboortestad.

Miry was een van de eerste Belgische componisten die opera’s schreef op Nederlandstalige libretto’s.

Al in 1841 componeerde hij de muziek voor Keizer Karel en de Berchemse Boer op tekst van Hippoliet Van Peene, mogelijk het eerste Nederlandstalige zangspel na 1830.

Hij won diverse prijzen, waaronder medailles van de Gentse Société royale des Beaux-Arts et de Littérature in 1849 en 1850.

Na een verblijf in Parijs tussen 1850 en 1852 won hij bij zijn terugkeer opnieuw prijzen van het Nederduitsch Taelverbond voor drie koorwerken.

Zijn stijl sloot nauw aan bij de romantische traditie, waarbij hij vaak putte uit lokale thema’s en volksverhalen.

Hiermee droeg hij aanzienlijk bij aan de emancipatie van de Nederlandstalige muziek in een tijd waarin het Frans domineerde.

Vandaag is hij bij het grote publiek vooral bekend als de componist van De Vlaamse Leeuw, waarvoor hij de muziek schreef in 1847 op een tekst van Hippoliet Van Peene.

Als eerbetoon aan hun samenwerking bevinden zich aan de Vlaamsekaai in Gent de naast elkaar gelegen Villa Karel Miry en Villa H. Van Peene.

Aan zijn voormalige woning in de Twaalfkamerenstraat is een gedenkplaat aangebracht.

Op het Casinoplein staat bovendien een monument van de hand van Hippolyte Leroy.

Dit gedenkteken bestaat uit een hoge witstenen zuil met zingende kinderen in halfverheven beeldhouwwerk en een Vlaamse leeuw die de vlag verdedigt aan de voet.

Bovenop staat het borstbeeld van Miry, die glimlachend naar het publiek kijkt.

Zijn beeltenis is eveneens vastgelegd op een olieverfschilderij van Gustave Vanaise in het Museum voor Schone Kunsten Gent.

De naam van de componist leeft voort in de Karel Miryzaal van het Gentse conservatorium aan de Hoogpoort en in een vergaderzaal in het Virginie Lovelinggebouw.

Ook buiten Gent wordt hij geëerd met straatnamen in Brugge, Antwerpen en Edegem.

Gisteren nog vandaag

35 jaar geleden, Hugo Van Den Berghe, pannellid in de Wies Andersen Show.

Hugo Van den Berghe, geboren op 19 juni 1943 in het Oost-Vlaamse Wetteren, zette zijn eerste stappen in de acteerwereld al op jonge leeftijd.

In 1958 sloot hij zich aan bij het liefhebberstoneel ‘Vrank en Vrij’ in zijn geboortedorp.

Zijn talent bleek al vroeg, want nog tijdens zijn theateropleiding aan het conservatorium van Gent presenteerde de toen achttienjarige Van den Berghe het jongerenprogramma ‘Tienerklanken’ (1961-1965).

Na zijn studies debuteerde hij professioneel in ‘De Kleine Johannes’ bij Toneel Vandaag in Brussel.

Opmerkelijk genoeg volgde hij er vrijwel meteen zijn mentor Rudi Van Vlaenderen op als directeur en speelde hij mee in de geruchtmakende productie ‘Thyestes’ van Hugo Claus.

Toch verliet hij Brussel na een jaar voor het Nederlands Toneel Gent (NTG).

Die overstap bleek bepalend, want daar leerde hij niet alleen zijn echtgenote Blanka Heirman kennen, maar bouwde hij ook een indrukwekkende carrière uit.

Zijn talent werd er bekroond met de Oscar De Gruyter-prijs voor zijn rol in ‘Nooit te bereiken’ van Simon Gray.

Als regisseur bij het NTG toonde Van den Berghe een duidelijke voorliefde voor het werk van Cyriel Buysse; maar liefst drie van zijn eerste vier regies waren stukken van deze auteur.

“Ik ben begonnen via zijn meest bekende stuk, ‘Het gezin Van Paemel’, en nadien ben ik hem grondig gaan lezen en ik moet zeggen: ik had daar heel veel binding mee,” lichtte hij die keuze ooit toe.

Zijn regiewerk strekte zich ook uit tot televisie, met onder meer het tv-feuilleton ‘Het gezin van Paemel’ in 1978.

Naast het regisseren bleef hij zelf een gevierd acteur en speelde hij bijvoorbeeld de glansrijke hoofdrol van Dore Maersschalck in “Daar is een mens verdronken” (1983).

Zijn visie als NTG-directeur was helder, zoals bleek uit zijn ‘beginselverklaring’: “Het NTG richt zich ondubbelzinnig naar een jong publiek.

Dit wil zeggen: een publiek dat zich jong voelt, dat openstaat voor de trilling van de tijd, voor vernieuwing, voor avontuur, voor vers talent, voor ongewone visies.

Een publiek dat niet blind is voor wat gebeurt op deze planeet en daarom niet kan zonder de zuurstof van de allesrelativerende humor, ironie en zelfspot.”

Zelfs tijdens zijn drukke directeurschap bij het NTG bleef Van den Berghe een bekend gezicht op televisie.

Op uitnodiging van collega-acteur en VTM-programmadirecteur Mike Verdrengh presenteerde hij programma’s als ‘Sanseveria’ en ‘Kort Vlaams’.

In 1990 nam hij met een rol in ‘Elektra’, geregisseerd door Dirk Tanghe, voor lange tijd afscheid van het theater.

Hij bleef echter zeer actief op het kleine scherm, met rollen in populaire series als ‘Familie’, ‘Flikken’, ‘Recht op Recht’, ‘Spoed’ en ‘Dirk Tanghe’, en bleef ook regisseren voor televisie.

Jarenlang meed hij het schouwburgpodium, tot actrice Chris Lomme hem in 2005 kon overtuigen om terug te keren in het stuk ‘Het licht in de ogen’.

Na een herseninfarct, waar hij redelijk goed van herstelde, vond hij rust in De Haan, waar hij met zijn vrouw naast Koen Crucke woonde.

Toch bleef de passie voor het podium trekken. “Ik kan het acteren niet laten en ik ben zeer blij dat ik het weer doe,” vertelde hij eind 2012 in De Gentenaar.

“Straks kan ik weer op de grote scène staan in Platonov. Ik voel dat ik weer onder de mensen ben.

Na mijn herseninfarct doet dit deugd.” Hij voegde de daad bij het woord en was in 2014 ook nog te zien als bisschop in de film ‘Café Derby’.

De laatste jaren van zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.

Acteur en regisseur Hugo Van den Berghe overleed uiteindelijk op 23 februari 2020 op 76-jarige leeftijd in zijn woonplaats De Haan.

Kan een afbeelding zijn van 3 mensen en tekst

Vandaag, op 1 juni 1835 opende het Koninklijk Conservatorium in Gent zijn deuren, precies 190 jaar geleden.

Het conservatorium werd opgericht door Joseph-Martin Mengal, een componist van nationalistische liederen, romances en opera’s, en een bekend hoornspecialist.

Aanvankelijk telde de school 300 leerlingen, een aantal dat snel steeg tot 800.

Vanaf tien jaar oud was iedereen welkom.

In de 20e eeuw groeide het conservatorium uit tot een hogere kunstopleiding van academisch niveau, toegankelijk voor studenten met een middelbareschooldiploma.

Het studieaanbod werd uitgebreid met jazz, popmuziek, muziekproductie en instrumentenbouw.

Sinds 2011 vormt het Koninklijk Conservatorium samen met de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Hogeschool Gent de School of Arts.

De Vlaamse zanger Ignace had 50 jaar geleden een grote hit met zijn nummer More Than Sympathy.

Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.

Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.

In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent.

In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest. Hij wordt er gastzanger.

Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.

Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”.

De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.

Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band.

In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.

De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).

Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.

Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt.

In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.

Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen.

Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.

Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.

Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).

Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”.

In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).

Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François. De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.

In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.

Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio.

Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht. Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.

Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.

Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.

Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.

Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich.

Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld. Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)

De Vlaamse zanger Ignace had 50 jaar geleden een grote hit met zijn nummer More Than Sympathy

Ignace Baert komt uit een muzikale Kortrijkse familie en zit al op zijn negende op een muziekschool in Kortrijk waar hij o.a. pianoles krijgt van François Glorieux en accordeonles krijgt hij privé in Heule van Hugo Hoste.

Vanaf 1967, Ignace is dan 16 jaar oud, speelt hij op het orgel en zingt bij het dansorkest “The Top Players”, waar ook zijn vader als saxofonist-klarinettist in meespeelt.

In 1968 gaat Ignace doorstuderen aan het Koninklijk Conservatorium in Gent. In 1968 komt zanger en journalist Erik Marijsse bij het orkest.

Hij wordt er gastzanger.

Ignace gaat intensief samenwerken met Marijsse als manager, hetgeen uiteindelijk eindigt in 1976 als Ignace zijn legerdienst gaat doen.

Marijsse neemt “Liefde” (melodie door Ignace en eerste compositie die op een plaat verschijnt) op, dat de B-kant wordt van zijn eerste grote hit “Leven, leven, laten leven”. De door Ignace geschreven opvolger “Kijk naar omhoog” met als B-kant “Beter geven dan krijgen”; wordt voor Erik Marijsse het grootste succes uit zijn carrière en komt op nummer 1 van de Vlaamse hitparade, waar hij moest opboksen tegen Will Tura met “Het kan niet zijn”.

Marijsse investeert een deel van zijn kapitaal in het orkest en Ignace verandert de naam in 1970 in Lilac Street Band. In eigen beheer wordt de single “Lilac” opgenomen.

De volgende single “Annelise” (een cover van een Duitstalig nummer) wordt een hit in Vlaanderen en verschijnt op het platenlabel RKM (Roland Klüger).

Al in 1971, wanneer de single “Bestseller” scoort en Radio 2 Zomerhit wordt, valt de Lilac Street Band uiteen vanwege onterechte jaloersheid.

Een groep van drie rondom Ignace gaat verder onder dezelfde naam terwijl Erik Marijsse manager wordt. In 1972 verkiest hij op de solotoer te gaan, met nog steeds Erik Marijsse als manager.

Daarnaast componeert hij in samenwerking met Erik Marijsse voor zichzelf en anderen. Hun eerste compositie voor anderen is “Baby baby” voor het duo Nicole & Hugo die er voor België mee naar het Eurovisiesongfestival trekken.

Anderen voor wie ze liedteksten schrijven zijn onder anderen Rita Deneve en Micha Marah.

Zijn eerste solohit in België scoort Ignace in 1973 met “More than sympathy”, dat ook de Nederlandse hitparades bereikt (Veronica top 40).

Het is een productie van Roland Kluger. Het jaar erop komt zijn album uit, “With more than sympathy”. In samenwerking met Claude François maakt hij in 1974 onder de naam “Jérémy” de plaat “Michèle” (vertaling van “Jo-Ann”, de single die volgde op “More than sympathy”).

Het lied “A sad sad song” wordt in het Frans “Pauvre chanson d’amour”, maar dit komt niet meer uit bij Claude François.

De samenwerking wordt stopgezet doordat de deals tussen de twee platenmaatschappijen niet overeenstemmen.

In 1975 vormt hij een gelegenheidstrio met Micha Marah en Raymond van het Groenewoud dat op Yes-Festival in Oostende de tweede plaats behaalt.

Hetzelfde jaar doet het trio ook mee aan het Nordringfestival in Oslo als vertegenwoordigers van de BRT-radio. Het jaar daarna lijft het Belgisch leger hem in voor het vervullen van zijn dienstplicht.

Vanwege zijn bekendheid in Vlaanderen wordt hij in Wallonië gelegerd.

Omdat het met zijn zang-, tekstschrijver en componeercarrière niet echt vlot, besluit Ignace in 1977 muziekles te gaan geven aan diverse scholen rondom Roeselare en verlaat, tijdelijk blijkt later, de showbusiness; hij gaf muziekles aan het VISO in Roeselare en is sedert 1 november 2015 met pensioen.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en vanaf 1984 neemt Ignace de muzikale pen weerom in de hand om voor artiesten als Jimmy Frey (“Mon amour (Voor ons allebei)”), Niels William, Liliane Saint-Pierre, Marjolein en Gunther Levi liederen in elkaar te sleutelen en hun platen te produceren.

Het zet hem er vier jaar later toe aan weer op te gaan treden; hij gaat van start met een heropname van “More than sympathy”.

Vanaf 2002 treedt hij op als pianist-zanger met Bart Kaëll en het kwartet van Claire Berthorelly; gaandeweg wordt hij meer en meer begeleider van hen.

Zoon Yuri Baert is ook musicus, en ook bij hem neemt Ignace de rol van tekstschrijver en achtergrondzanger op zich. Ignace is getrouwd met schoonheidsspecialiste Hilde Manderveld.

Zij hebben samen twee kinderen, Anouk en Yuri. Het gezin woont in Deerlijk.(Diverse bronnen, Joepie, Wikipedia en poster Joepie 19 september 1973)

Gisteren nog vandaag

De Vlaamse componist François Glorieux kwam vandaag te overlijden tijdens zijn slaap in de nacht van vrijdag op zaterdag.

Na studies voor piano bij Marcel Gazelle aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en bij Yves Nat te Parijs vatte hij een internationale loopbaan aan.

Hij speelde overal ter wereld als solist met diverse orkesten en dirigenten, waaronder André Cluytens.

Sinds 1977 doceert hij kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium van Gent.

Eveneens is hij gastprofessor aan de Yale-universiteit in de Verenigde Staten en directeur van de Internationale Piano Meesterclass in Antwerpen.

Hij stichtte diverse ensembles, waaronder in 1979 het François Glorieux Brass and Percussion Orchestra, en het Revivat Scaldis Chamber Orchestra.

Opmerkelijk is dat hij zich hoofdzakelijk op muziek voor koperblazers en slagwerk toelegt, overigens zonder de piano te verwaarlozen.

Een reeks van zijn Panoply for Brass werd door het Britse gezelschap Locke Brass Consort opgenomen.

Zijn Movements werd in 1962 voor het Ballet van de XXste Eeuw in opdracht van Maurice Béjart gecomponeerd.

Twee jaar later werd de integrale versie uitgevoerd door het Nationaal Orkest van België onder leiding van André Cluytens in het Paleis voor Schone Kunsten, met de componist aan de piano.

In dit werk voor piano, koperblazers en uitgebreide slagwerksectie heeft de componist aan alle uitvoerders een even belangrijke rol toebedeeld.

Naast het Ballet van de XXste Eeuw werkte hij ook samen met onder andere het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, het Nederlands Danstheater uit Den Haag en Het Nationale Ballet uit Amsterdam.

In 1989 vertrekt Glorieux naar Los Angeles voor een ontmoeting met Michael Jackson waar hij o.a. zijn klassieke opnames van MJ-hits ten gehore brengt.

Jackson signeert een foto die later de platenhoes zal worden.

Hoewel men Glorieux 2 minuten gesprekstijd met Jackson gunt, wordt het een meer dan 2 uur durend gesprek over muziek. (Bron: Artikel verscheen in “Dag Allemaal”, Belgisch weekblad)

Hij dirigeert een groot aantal orkesten uit de hele wereld, zoals Stan Kenton Band in de VS, het Locke Brass Consort of London, het National Symphony Orchestra van het Verenigd Koninkrijk, het BBC Radio Orchestra, de New Tokyo Symphony, het Kiev Chamber Orchestra (Oekraïne) en het Mainzer Kammerorchester (Duitsland).

Als pianosolist werkte hij onder andere samen met het Orkest van Rias Berlijn, Münchner Rundfunkorchester, Hamburger Symphoniker, Orchestre Colonne (Parijs) en Orchestre de la Suisse Romande (Genève).

Zijn oeuvre omvat meer dan 300 werken (Diverse bronnen, Wikipedia, Dag Allemaal en De Post 9 april 1972)

Vandaag mag de Belgisch componist, pianist en dirigent François Glorieux 90 kaarsjes uitblazen.

Na studies voor piano bij Marcel Gazelle aan het Koninklijk Conservatorium van Gent en bij Yves Nat te Parijs vatte hij een internationale loopbaan aan.

Hij speelde overal ter wereld als solist met diverse orkesten en dirigenten, waaronder André Cluytens.

Sinds 1977 doceert hij kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium van Gent.

Eveneens is hij gastprofessor aan de Yale-universiteit in de Verenigde Staten en directeur van de Internationale Piano Meesterclass in Antwerpen.

Hij stichtte diverse ensembles waaronder in 1979 het François Glorieux Brass and Percussion Orchestra, en het Revivat Scaldis Chamber Orchestra.

Opmerkelijk is dat hij zich hoofdzakelijk op muziek voor koperblazers en slagwerk toelegt, overigens zonder de piano te verwaarlozen.

Een reeks van zijn Panoply for Brass werd door het Britse gezelschap Locke Brass Consort opgenomen.

Zijn Movements werd in 1962 voor het Ballet van de XXste Eeuw in opdracht van Maurice Béjart gecomponeerd.

Twee jaar later werd de integrale versie uitgevoerd door het Nationaal Orkest van België onder leiding van André Cluytens in het Paleis voor Schone Kunsten, met de componist aan het piano.

In dit werk voor piano, koperblazers en uitgebreide slagwerksectie heeft de componist aan alle uitvoerders een even belangrijke rol toebedeeld.

Naast het Ballet van de XXste Eeuw werkte hij ook samen met onder andere het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, het Nederlands Danstheater uit Den Haag en Het Nationale Ballet uit Amsterdam.

In 1989 vertrekt Glorieux naar Los Angeles voor een ontmoeting met Michael Jackson waar hij o.a. zijn klassieke opnames van MJ-hits ten gehore brengt.

Jackson signeert een foto die later de platenhoes zal worden.

Hoewel men Glorieux 2 minuten gesprekstijd met Jackson gunt, wordt het een meer dan 2 uur durend gesprek over muziek. (Bron: Artikel verscheen in “Dag Allemaal”, Belgisch weekblad)

Hij dirigeert een groot aantal orkesten uit de hele wereld, zoals Stan Kenton Band in de VS, het Locke Brass Consort of London, het National Symphony Orchestra van het Verenigd Koninkrijk, het BBC Radio Orchestra, de New Tokyo Symphony, het Kiev Chamber Orchestra (Oekraïne) en het Mainzer Kammerorchester (Duitsland).

Als pianosolist werkte hij onder andere samen met het Orkest van Rias Berlijn, Münchner Rundfunkorchester, Hamburger Symphoniker, Orchestre Colonne (Parijs) en Orchestre de la Suisse Romande (Genève).

Zijn oeuvre omvat meer dan 300 werken (Diverse bronnen, Wikipedia, Dag Allemaal en De Post 9 april 1972)

François Glorieux

François Glorieux

François Glorieux
François Glorieux

François Glorieux (oktober 1981)