



Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




Jan Cobbaert wordt geboren te Heverlee op 24 juni 1909.
Hij stamt uit een welgestelde familie.
Hij was een schilder, tekenaar, graficus, beeldhouwer, keramist en ontwerper van glasramen en juwelen
Opleiding aan de Academie te Leuven, aan het Brussels Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis, aan de Academie te Brussel o.l.v. A. Carte en A. Bastien (1933-1936).
In 1937 mag hij de Prix de Rome in ontvangst nemen.
Naar aanleiding hiervan wordt zijn werk in het openbaar getoond in het stadhuis van Leuven.
Dit is zijn eerste tentoonstelling.
Zijn werk stuit echter op veel onbegrip bij de Leuvense bevolking.
Het wordt te vooruitstrevend gevonden.
Zijn jeugdwerken vergeleek C. Heyman met het oeuvre van G. De Smet.
De kunstenaar zelf noemde zijn stijl ‘krachtig maar nooit agressief, gevoelig maar nooit sentimenteel’.
Hij liet zich inspireren door de Brabantse heuvels en door persoonlijke waarnemingen.
Hij is ook medestichter van de Groep Apport.
Vond zijn draai echter niet in de Jeune Peinture Belge-beweging, die uit deze groep en ging zijn eigen weg.
Hij koos voor vereenvoudigde figuratie.Leunde vanaf 1959 aan bij de Cobra-beweging, maar bracht zijn kleuren minder brutaal op het doek aan dan bv. Appel, Corneille of Alechinsky.
Met het verlies van zijn zoon Marc in 1958 en acht jaar later ook dat van zijn vrouw, is zijn creativiteit even zoek.
Na enige tijd vindt hij de moed om de draad weer op te pakken.
Enkele jaren later ontmoet hij Vika Lambrechts, met wie hij trouwt.Cobbaert heeft zijn levensoptimisme teruggevonden.
Dit vindt een weerspiegeling in zijn werk, dat een metamorfose ondergaat.
Was vanaf 1961 leraar schilderkunst aan de Academie te Leuven, tot aan zijn pensioen in 1974.
Cobbaert sterft op 3 oktober 1995, maar zijn werken vindt men nog steeds in verschillende galerieën.
Zijn werken bevinden zich in de musea te Bergen (Noorw.),
Brussel, Luik, Leuven, Verviers, Zürich, Oostende, Gent,
Silkeborg (Denemarken), Museum Luxembourg (G.H.)
In oktober 2010 werd het Jan Cobbaertplein in Leuven naar hem vernoemd. (Diverse bronnen en Wikipedia)



Landuyt werd geboren op 26 december 1922 in Gent. Vanwege het werk van zijn vader moest het gezin vaak verhuizen.
Zo woonden de Landuyts in Eeklo (1929) en Kortrijk (1931).
Uit de kleiputten haalde hij materiaal om grote figuren te boetseren.
De grote metalen voorwerpen waaraan schepen zich ankeren langs het kanaal Kortrijk-Bossuit zouden later zijn typische vormen laten ontstaan voor vele werken.
Naast de wetenschappelijke humaniora doorliep hij met succes de teken- en schilderacademie van Kortrijk.
Hij kreeg een technisch-ambachtelijke vorming die in heel zijn verdere œuvre te zien is. In 1946 en 1947 behaalde hij de hogere diploma’s aan de middenjury.
In 1954 werd in België de eerste afdeling Plastische Kunsten opgericht: voor het eerst werden tekenleraars gevormd. Landuyt stond aan de wieg van deze afdeling aan de Rijksnormaalschool van Gent (nu departement Lerarenopleiding van de Hogeschool Gent) en was er de eerste leraar.
In 1965 vestigt hij zich definitief in Heusden bij Gent.In het begin zocht Landuyt inspiratie binnen droom- en waanbeelden.
Zijn onderwerpen verwijzen vaak naar dood, dreiging en verval.Zijn vroege werk sloot nauw aan bij de nationaal en internationaal sterk aanwezige magisch-realistische en surrealistische stromingen.
Later produceerde hij abstract werk (uitvergrotingen) met een voorkeur voor het tragische.
Begin de jaren 60 keerde hij terug naar de figuratie en schilderde hij enkele monumentale gezichten en dieren. Dit was het belangrijkste fragment van zijn oeuvre.
Leven en dood staan centraal.
In 1973 organiseerde het Gentse Stadsbestuur samen met het toenmalige Ministerie van Nederlandse Cultuur de “Retrospectieve tentoonstelling Octave Landuyt” in de Sint-Pietersabdij.
Vierendertig jaar later, van 11 mei tot en met 26 augustus 2007, organiseerde de Stad Gent in Kunsthal Sint-Pietersabdij opnieuw een Landuyt-tentoonstelling onder de naam Ricorso; dit was een totaaloverzicht van zijn œuvre.
Ongeveer in dezelfde periode was er ook werk te zien in het Caermersklooster te Gent en in het “Museum van Deinze en de Leiestreek”.
Bewonderaars van Landuyts kunst scharen hem onder de renaissance-kunstenaars of noemen hem een wedergeboorte van de Vlaamse Primitieven. (Diverse bronnen, De Post en Wikipedia)






In 1943 kwam de jonge kunstenaar Baldaccini, geboren uit Italiaanse ouders, naar Parijs om er als smid een lange academische vorming door te maken.
Zijn eerste expositie was bij galerie Lucien Durand, te Parijs in 1955. Zijn insecten, zijn personages, zijn uit oud ijzer gelaste portretten trokken meteen de aandacht.
Zijn succes werd twee jaar later hernieuwd bij galerie Claude Bernard, ook in Parijs.
César was een meester in de metaalsculptuur. Virtuoos smeedde hij ingenieuze beelden zoals Punaise en Bas-relief à l’insecte in 1955, Aile in 1956, L’Homme de Draguignan en La Tortue in 1958.
Met zijn vrouw Rosine en zijn dochter Anna woonde César in de Rue Boulard van het Quartier du Montparnasse in het 14e arrondissement.
Al in 1960 had César opzien gebaard, toen hij voor de jaarlijkse ‘Salon de Mai’ drie blokken van geperste autowrakken had ingestuurd.
Het Franse tijdschrift Paris Match stuurde een fotograaf, de burgerij had haar schandaal. Is dit kunst? César vond van wel. In 1962 zei hij tegen Vrij Nederland: ‘Mij komt het vaderschap toe van het nieuwe materiaal. Op een dag zag ik dat blok, dat bestond uit vermorzelde auto’s. Ik zag het… ik ben ernaar toegegaan en heb het getekend met mijn naam: César. Het was van mij. Ik had het gezien.’
César heeft zijn autowrakken, zijn compressies, nooit verlaten. Net zo min als hij zijn expansions – zijn soms fallische uitstulpingen van gestold polyethuraan – zijn empreintes, lichaamsafdrukken van vooral zijn eigen duim, en zijn academische beginnersbeeldjes van naakten, mannen en dieren vaarwel kon zeggen.
Zelfs ontwierp hij in 1976 de ‘César’, de Franse Oscar, die de Franse filmindustrie jaarlijks uitreikt.
Enkele van zijn werken zijn: Zittend naakt, waarmee César verwees naar de versteende slachtoffers van de Pompeïaanse vulkaanuitbarsting; Le Centaure, een hommage aan zijn vriend Picasso; Le Pouce; Compression Motobécane; Compression de voiture; Le Sein; Françis Bacon; Grosse Ginette of de Venus de Villateneuse; Gustave Eiffel en een reeks Marionettes.
Met Gérard Blandin, een juwelier uit Nice, verwerkte hij goud en edelstenen van gedragen juwelen tot compressies die goed verkochten.
In 1988 ontmoette César op 67-jarige leeftijd zijn nieuwe partner, de jonge Stéphanie Busutti.
Hij overleed in 1998 op 77-jarige leeftijd in zijn woning te Parijs aan de gevolgen van kanker. (diverse bronnen en Wikipedia)










Zijn lopende levenswerk, het ‘Miracle on the Mountain’, was gebouwd tussen 1940 tot en met 1972.
Hij gebruikte daarvoor gevonden voorwerpen en gerecyclede materialen.
Clarence Schmidt ging naar de middelbare school in Astoria Queens, NY, voordat hij met zijn vader ging werken als metselaar en stukadoor.
In 1920 erfde Schmidt vijf hectare land en gelegen aan de Ohayo Mountain, nabij Woodstock.
In 1928 overtuigde hij zijn vrouw Grace om met hem daar de zomer door te brengen.
Na de bouw van zijn eerste huis daar eind de jaren 30, vestigde ze uiteindelijk in Woodstock.
Daarna bouwde hij nog een andere huis voorzien van terrassen, grotten, een zwembad en plaatsen om tot rust te komen en te mediteren.
Het hoogste gebouw was zeven verdiepingen hoog.
In januari 1968 werd de constructie, die grotendeels bij elkaar werd gehouden met een soort dakbedekking, in brand gestoken door derden en bijna volledig verbrand.
Rond die tijd scheidde hij zich van zijn vrouw en begon Schmidt met het bouwen van een nieuwe woning die een grote boomhut werd met veel architecturale en artistieke versieringen.
Helaas voor Schmidt ontstond er in 1972 terug brand in zijn woning, terwijl hij aan het slapen was.
Met zware verwonding moest hij opgenomen worden in het kliniek.
Buren, de overheid en zijn vrouw gebruikte dit om hem en zijn zoon te plaatsen in een instelling.
Hij zal nooit meer terugkeren naar zijn thuis en ook op 9 november 1978, stierf hij ten gevolgen aan hartfalen.
In zijn laatste interview zei de excentrieke Schmidt dat hij zichzelf vergeleek met Rip Van Winkle , Paul Bunyan , Robin Hood en Baron Munchausen. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto’s Panorama januari 1965)













