Vijfenveertig jaar geleden werd deze bijzondere reeks foto’s gemaakt van de Tsjechische kunstenaar Reon Argondian en zijn gezin in het bos van Quénécan, diep in Bretagne.

Reon werd op 21 juli 1948 in Praag geboren als Jan Zahradník. Omdat het toenmalige communistische regime hem weigerde toe te laten tot de kunstacademie, schoolde hij zich noodgedwongen om tot pottenbakker.

Zijn artistieke drang liet zich echter niet tegenhouden. Al op elfjarige leeftijd begon hij met olieverf en rond zijn zeventiende ontstonden de eerste doeken van zijn denkbeeldige droomuniversum, het latere Argondia.

Zijn zoektocht bracht hem uiteindelijk naar Frankrijk.

Na een periode bij het middeleeuwse kasteel Roquebrune, waar de bloeiende tuinen zijn kleurenpalet verrijkten met fellere tinten, streek hij neer in Bretagne.

In het dorpje Sainte-Brigitte bouwde hij een verlaten ruïne eigenhandig om tot een magische leefwereld met leistenen muren.

Tussen 1971 en 1988 exposeerde hij wereldwijd en viel hij veelvuldig in de prijzen.

Voor zijn veertigste verjaardag zette hij zijn meesterstuk neer: een complete magische grot die diende als galerie en internationale bekendheid bracht aan het kleine Bretonse dorp.

Het noodlot sloeg toe in november 1991, toen een felle brand de galerij en een deel van het woonhuis in de as legde.

Vastberaden begon het gezin in de lente aan de heropbouw.

Het project herrees als een feniks, net op tijd om in de zomer van 1992 weer bezoekers te ontvangen onder de toepasselijke naam Maison du Phoenix.

Toen Tsjechië zich in 1993 weer opende voor de wereld, keerde Reon terug om zijn familie te bezoeken.

Een expositie in het Praagse Karolinum werd zo lovend ontvangen door pers en publiek dat hij besloot definitief terug te keren naar zijn vaderland.

Na een tussenstop in een oude bakkerij bij de Karelsbrug, transformeerde hij in 2005 een historisch pand met drie verdiepingen op de Petřín-heuvel tot een betoverende grot vol stalactieten, sfeerverlichting, atelier en woonruimte.

De inmiddels 78-jarige kunstenaar woont en werkt daar nog altijd.

Hij creëert nog steeds zijn kenmerkende, psychedelische olieverfschilderijen vol mystieke wezens, vloeiende natuur en vrouwelijk naakt.

Door zijn bewerkelijke renaissancetechniek, waarbij verflagen maandenlang moeten drogen, vergt een serie werken vaak een vol jaar geduld.

Wie zijn werk wil ervaren, kan tegenwoordig terecht in zijn magische grot in Praag of bij de vaste collectie in het Tsjechische kasteel Plumlov.

De Antwerpse kunstenaar Paul Van Hoeydonck mag vandaag 95 kaarsjes uitblazen.

Van Hoeydonck was een ­bekende kunstenaar in zijn tijd.Hij boerde goed, zoals dat dan heet.

Had exposities in de hele wereld.Alleen in België bleef hij wat ondergesneeuwd.

‘In die tijd maakte je als kunstenaar nog niet zoveel lawaai hé’, zegt hij. ‘Ik gooide geen katten in de lucht om gezien te zijn.

Mijn dochter is trouwens meer dan tien jaar samen geweest met Luc Tuymans.

Tuymans is hier dus vaak geweest. Waar denk je dat hij de mosterd gehaald heeft?’

Hij is de enige kunstenaar van wie een sculptuur zelfs op de maan belandde.

Hoe het beeldje van deze man in vredesnaam op de maan terechtkwam?

‘Ik had een expositie in Amerika en maakte kunstwerken over de ruimte.

De directrice van de galerij zei op een dag dat ze mijn beeldje op de maan wou. Ge zijt zot, zei ik.’ Maar ze was niet zot. Het lukte haar.

President Nixon vroeg of ik een Democraat of een Republikein was. He’s a Belgian’, hadden ze hem geantwoord. Waarop Nixon: oké, dan is het geen probleem en hop, ik mocht het beeld maken.

’Van Hoeydonck kreeg instructies. ‘Het moest licht, stevig en geslachtsloos zijn.

En bestand tegen de extreme koude en warmte op de maan. Het mocht ook niet tot een etnische groep behoren.

’Van Hoeydonck ging zelfs naar Cape Canaveral en ontmoette de bemanning.

Maar later kreeg hij woorden met commandant Scott. ‘Mijn naam moest geheim blijven’, zegt van Hoeydonck. ‘Scott vond dat ik als eenvoudige ambachtsman blij moest zijn dat ik dat beeldje voor de mensheid mocht maken.

Ik heb geantwoord dat hij als eenvoudige astronaut zijn naam dan ook niet mocht bekendmaken.

’Kortom: ruzie tussen de kunstenaar en de commandant.

Zeker toen Van Hoeydoncks galeriste 950 replica’s van het beeld wou verkopen.

‘Ze had veel geïnvesteerd in het beeldje en wou zo de kosten recupereren. Maar dat mocht niet. En ik wou het uiteindelijk ook niet toen ik hoorde dat het beeldje bedoeld was als decoratie naast een gedenkplaat voor alle overleden astronauten.

Ik wou niet dat er geld op de rug van overledenen zou komen.

’Dus kreeg Van Hoeydonck geen cent voor zijn beeldje. ‘Ik heb er dan maar een paar uitgedeeld.

Onder andere aan koning Boudewijn, maar die zal het ook wel alweer verloren zijn zeker?’

‘Ik ben Nixon wel nog later tegengekomen.

Hij woonde niet ver van waar ik logeerde als ik in Amerika was.

Ik liep naar hem toe. Zijn bodyguards hielden me tegen.

Maar Nixon herkende me en zei You are Van Hoeydonck.’Toch werd Paul niet wereldberoemd met zijn beeldje op de maan.

‘Ik dacht nochtans als ik dat beeldje op de maan krijg, dan word ik even beroemd als Picasso.

Niet dus.’Hij lacht. ‘Eigenlijk heb ik dat beeld al vaak vervloekt.

Mensen dachten dat dit het enige was wat ik heb ontworpen. Terwijl ik verdorie meer dan drieduizend kunstwerken heb gemaakt.’

Van Hoeydonck
Van Hoeydonck
Van Hoeydonck
Van Hoeydonck
Van Hoeydonck

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs.

Hij begon met een studie filosofie en literatuur voordat hij zich op eenentwintigjarige leeftijd aan de schilderkunst wijdde.

De eerste kunstwerken van Georges Mathieu tonen nog realistische landschappen en portretten, maar geleidelijk ontwikkelde hij een zeer persoonlijke, abstract expressionistische stijl.

Sinds het begin van zijn openbare carrière is zijn stijl nooit veranderd.

Hij voerde in het jaren 1956 een actie uit waarbij hij in het Theâtre Sarah Bernhardt voor een publiek van tweeduizend toeschouwers binnen dertig minuten een vier bij twaalf meter groot doek vulde met kalligrafische tekens, waarbij hij achthonderd tubes verf verbruikte.

Het ontstaansproces van zijn werk stond naast het beeldende resultaat op de voorgrond.

Hiermee was hij een vertegenwoordiger van de action painting.

In 1959 nam Mathieu met zijn werk deel aan de documenta II in Kassel.

Georges Mathieu wordt naast Jean Fautrier en Jean Dubuffet gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse informele schilderkunst.

In de vroege jaren 1960 maakte hij ook sculpturale werken en produceerde ontwerpen voor meubels en wandtapijten.

Georges Mathieu maakte in 1963 met het artikel “Au delà du Tachisme” en andere geschriften naam als kunstbeschouwer.

Eervolle onderscheidingen:Chevalier de la Légion d’honneur, – Ridder in het erelegioen, Commandeur dans l’Ordre des Arts et des Lettres, Lid van de Académie des Beaux-Arts (sinds 1975) en Officier van de Belgische Kroonorde (1982) (Diverse bronnen en Wikipedia)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs
60 jaar geleden, te gast bij de Franse kunstenaar Georges Mathieu tijdens zijn creatie van zijn schilderij de intocht van Lodewijk de dertiende in Parijs