Vandaag is het precies twintig jaar geleden dat het laatste album van Nero verscheen, getiteld Zilveren tranen.

Dit 217de album van de legendarische stripreeks van Marc Sleen is een historisch document dat een plaats verdient in elke boekenkast.

Zilveren tranen markeert het einde van een tijdperk, een tijdperk van bijna zestig jaar waarin Marc Sleen met zijn unieke stijl van humor en satire en zijn onvoorwaardelijke liefde voor Nero, een scherp en geestig portret tekende van de menselijke samenleving door de decennia heen.

Marc Sleen werd geboren als Marcel Honoree Nestor Neels in Gentbrugge op 30 december 1922.

Hij groeide op in een welgestelde familie, maar maakte ook veel moeilijke momenten mee in zijn jeugd.

Marc volgde een opleiding tot tekenaar aan het Sint-Lucasinstituut in Gent.

In 1944 ging hij aan de slag bij de krant De Standaard als politiek tekenaar.

Hij begon al snel te experimenteren met het medium van het stripverhaal.

Zijn eerste strip was de gagstrip De avonturen van Neus.

Maar Sleens grootste succes was natuurlijk De avonturen van Nero en co.

Toen Sleen in 1947 met de reeks begon in De Nieuwe Gids, was het hoofdpersonage Van Zwam.

Nero dook al op in het eerste verhaal, het geheim van Matsuoka, maar speelde slechts een bijrol.

Na acht verhalen nam Nero de hoofdrol over van Van Zwam en sindsdien maakte Sleen meer dan 200 Nero-verhalen.

In 1998 werd Marc Sleen door koning Albert II tot baron benoemd en een jaar later tot ridder geslagen.

Marc Sleen, de ‘tedere terrorist’ zoals sommige van zijn vrienden hem liefkozend noemden, laat een indrukwekkend oeuvre na, waarin we jaar na jaar zowel de nationale als de internationale actualiteit konden volgen aan de hand van de onvergetelijke avonturen van de kleurrijke Nero-familie.

Op 13 juli 2008 stierf Marc Sleens echtgenote Magdalena Paelinck op 87-jarige leeftijd.

Op 6 november 2016 overleed Marc Sleen zelf op 93-jarige leeftijd.

Vanaf vandaag 35 jaar geleden, De Krimson-crisis van Suske en Wiske dagelijks te lezen in De Standaard en Het Nieuwsblad tot en met 12 maart 1988.

De eerste albumuitgave was in september 1988.

Dit verhaal speelt zich af op de volgende locaties: café ‘n Bolleke, theater ’t Peertje, café het Verdriet van Vlaanderen, kasteel Hertoginnedal, een fort en het stadspark.

“Het Verdriet van Vlaanderen” is een allusie op Hugo Claus’ boek Het Verdriet van België (1983).

“Vlaanderen leeft” was in 1987-1988 een culturele campagne in Vlaanderen om het Vlaamse zelfbewustzijn aan te wakkeren.

Anna Plan is een allusie op het Sint-Annaplan van de regering-Martens VI.

Er wordt verwezen naar veel Bekende Vlamingen of Vlaamse historische figuren zoals Lutgart Simoens, Freddy Sunder, Armand Pien, Toots Thielemans, Raymond van het Groenewoud, Peter Benoit, Jacob van Artevelde,….

Volgende mensen komen echt in beeld: Gaston en Leo, Will Tura, Johan Verminnen, Urbanus, Eddy Wally en De Strangers.

Op pagina 55, strook 216 vechten alle bekende Vlamingen tegen Krimsons troepen. Tijdens de vechtpartij worden er verschillende uitspraken gedaan:

– Urbanus: “Wreed accident!” (“ernstig ongeluk”), een verwijzing naar een bekende sketch waarin hij een zogenaamde kettingbotsing heeft veroorzaakt.

– “Amaai m’n voeten ze kloppen op menne kop!”

– “’t Is v’r mee te doen aan het speil” verwijst naar het radio-typetje Vercruusse, bekend uit Radio Deprimo.

– “Hoger! Nee lager!” is een verwijzing naar het destijds populaire televisieprogramma Hoger, lager.

– “Allez, Tootske, blazen jong”, verwijst naar Toots Thielemans

– “Zo’n rettepetet die mé lullen heure tijd verschet” is een verwijzing naar het nummer “’n Rettepetet” (1987) door De Strangers.

– “Je veux de l’amour” verwijst naar het gelijknamige lied van Raymond van het Groenewoud

– “Ik voel me goed” verwijst naar het gelijknamige lied van Johan Verminnen

– “Oep m’n mansarde” verwijst naar Wannes Van de Veldes lied Mijn mansarde

– “Gordelen moet je doen” verwijst naar de slogan van De Gordel.

– “Heila Van ’t Groenewoud, in ’t Vlaams, hé zotteke!”

Aan het einde van het album wordt verwezen naar Marc Sleen en zijn reeks Nero, waar de hoofdpersonages van Suske en Wiske aan de wafelenbak bij Nero deelnemen.

Verschillende historische figuren in het album speelden ook al in vroegere Suske en Wiske-albums een belangrijke rol.

Zo dook Pieter Breughel de Oude al op in Het Spaanse spook en zijn gelijknamige schilderij in De dulle griet.

Naar Ambiorix werd al verwezen in het album Lambiorix.Peter Paul Rubens dook al eerder op in het album De raap van Rubens en Emmanuel Jozef Van Gansen in De gladde glipper.

Vandersteen maakte ooit twee stripalbums rond Tijl Uilenspiegel en De Geuzen is een andere stripreeks van hem.

In het verhaal is Schanulleke ineens verdwenen.

In andere albums gebeurt dat ook weleens, maar wordt ze altijd teruggevonden.

In dit verhaal echter niet.

Dit album is het enige Suske en Wiske-verhaal dat niet naar het Frans vertaald is.

Dit wegens de thematiek van het verhaal (Vlaams-nationalisme) dat ongeschikt bevonden werd voor een Waals publiek, alsook de vele referenties naar Vlaamse figuren en zaken die onbekend zijn in Wallonië.

In de plaats daarvan verscheen album 215 met twee gebundelde kortverhalen: De dappere duinduikers en Het monster van Loch Ness (Frans: “Les plongeurs des dunes” – “Le monstre du Loch Ness”) (Diverse bronnen en Wikipedia)