Vandaag 50 jaar geleden: gemeenteraadsverkiezingen met Marva, Danny Fabry en John Horton op de lijsten

Bij de historische Belgische gemeenteraadsverkiezingen van 10 oktober 1976 trokken de Belgen voor het eerst naar de stembus binnen het kader van de grote gemeentefusies.

Doordat dorpen plots werden samengevoegd tot veel grotere gehelen, moesten politieke partijen op zoek naar manieren om kiezers over de oude dorpsgrenzen heen aan te spreken.

Het bleek het startschot voor een opmerkelijke trend: de massale inzet van bekende gezichten, artiesten en sporthelden als stemmentrekkers, naast een grondige hertekening van het politieke landschap.

In de Vlaamse showbizz deden vooral zangers van zich spreken. Marva zette haar immense faam in voor de CVP in Blankenberge en werd met een karrenvracht aan voorkeurstemmen rechtstreeks verkozen in de gemeenteraad, waar ze ook effectief zetelde.

Ook Danny Fabry scoorde sterk in zijn thuisbasis Scherpenheuvel-Zichem en sleepte vlot een zetel in de wacht.

Voor collega John Horton liep het minder gunstig af: ondanks flink wat media-aandacht wist hij onvoldoende voorkeurstemmen te verzilveren voor een effectief mandaat.

Naast de zangers doken er nog andere bekende koppen op de stembiljetten op. Wielerlegende Rik Van Looy, de Keizer van Herentals, trok de CVP-lijst in zijn thuisstad en werd met groot overwicht verkozen.

In Antwerpen verzilverde revuester en actrice Yvonne Verbeeck haar theaterpopulariteit in een zitje voor de liberale PVV.

In het Meetjesland bezorgde de sportfaam van wielerbroers Roger en Eric De Vlaeminck de lokale lijsten de nodige rugwind, en auteur Ward Ruyslinck wist zijn culturele aanzien in Pulle en Zandhoven om te zetten in electorale steun.

Politiek gezien was de christendemocratische CVP (vandaag cd&v) de absolute triomfator in Vlaanderen. Dankzij haar diep verankerde katholieke achterban plukte de partij optimaal de vruchten van de fusies op het platteland en in kleinere steden, wat haar in liefst 127 gemeenten een volstrekte meerderheid opleverde.

De socialistische BSP (het huidige Vooruit) wist vooral in industriële kernen en havensteden overeind te blijven met acht absolute meerderheden.

De liberale PVV (het latere Open Vld, vandaag Anders) moest het stellen met slechts drie meerderheden, terwijl de Volksunie op veel plaatsen uitgroeide tot de derde of vierde partij.

Buiten Vlaanderen tekende zich een heel ander beeld af: in Brussel piekte het Franstalige FDF (vandaag DéFI) te midden van de felle taalstrijd met vijf absolute meerderheden, terwijl in Wallonië de socialisten van de PSB (de huidige Waalse PS) en de christendemocraten van de PSC (het huidige Les Engagés) de lakens uitdeelden.

Zo bewezen de verkiezingen van 1976 niet alleen de macht van een geoliede partijmachine, maar luidden ze ook definitief het tijdperk in van de bekende Vlaming in het stemhokje.