De legendarische Amerikaanse jazztrompettist Miles Davis overlijdt op 28 september 1991 op 65-jarige leeftijd aan een beroerte én een longontsteking nadat bij hem eerder aids was vastgesteld.
Miles, in Illinois opgeroeid in een welgesteld gezin, trok op zijn 18de naar New York.
Hij speelde dan al samen met Charlie Parker. I.p.v. te studeren aan de befaamde Julliard School Of Music zocht hij steeds zijn helden Parker, Thelonious Monk en Dizzy Gillespie, met hij goed bevriend raakte, op.
De keerzijde was dat hij in de jazzclubs aan heroïne verslaafd raakte, iets wat hem zou blijven achtervolgen.
Davis speelde naast grootheden als Louis Armstrong, Duke Ellington en John Coltrane een cruciale rol in de geschiedenis van de jazz en was van belang in de ontwikkeling van cooljazz, bop en jazzrockfusion.
De “harmon mute” – een soort demper die hij gebruikte om een bepaald timbre te creëren – en zijn klank en speelstijl zou de rest van zijn carrière met hem geassocieerd worden.
De discografie van Miles Davis omvat 67 studio-, 57 live- en 58 compilatiealbums.
‘Kind Of Blue’ uit 1959 wordt algemeen beschouwd als zijn magnum opus, de beste jazzplaat uit de 20ste eeuw en het bestverkochte jazz-album tout court.
In Rolling Stone’s lijst van 500 beste albums bekleedt ‘Kind Of Blue’ de n°12.
Alleen al in de VS ging de lp vier miljoen keer over de toonbank.
De muzikanten, waaronder John Coltrane, werden zonder voorafgaande repetities en zonder enig idee van wat ze moesten spelen, naar de studio gehaald.
Eens daar kregen ze wat schetsen van melodieën en toonladders waarop werd geïmproviseerd.
Volgens een urban legend werd de lp in één keer opgenomen, maar dit klopt niet.
Eén van de tracks, ‘Blue In Green’, werd door o.a. Al Jarreau in 1992 in een gezongen versie opgenomen.
En in 1994 coverde onze eigen Toots Thielemans het nummer.
In 2006 kreeg Miles Davis een plaats in de Rock And Roll Hall Of Fame.









