Monique Muylaert en Herman Muys: meesters in keramiek met internationale faam

Het kunstenaarsechtpaar Monique Muylaert en Herman Muys geniet wereldwijd aanzien in de keramiekwereld en creëert vanuit hun atelier in de Pennestraat in Kerksken werk van het allerhoogste niveau.

Ze vormen een merkwaardig koppel dat weliswaar een aantal kenmerken gemeen heeft, maar artistiek allerminst identiek is.

Beiden werken met sculpturale keramiek, maar elk met een heel eigen, persoonlijk accent.

Monique Muylaert werd in 1946 geboren in Kerksken.

Ze studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Aalst, waar ze de Prijs Valerius De Saedeleer in de wacht sleepte.

Daarna zette ze haar opleiding voort aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar ze als laureaat afstudeerde.

Herman Muys werd in 1944 geboren in Sint-Amands aan de Schelde.

Hij volgde zijn opleiding aan de Koninklijke Academie en aan het Nationaal Hoger Instituut in Antwerpen, waar ook hij het diploma van laureaat behaalde.

Daar, aan het instituut in Antwerpen, kruisten hun wegen elkaar begin jaren zestig en sloeg de vonk over.

Sindsdien delen ze hun leven en hun passie voor klei en vuur. Jarenlang gaven ze hun vakmanschap door als docenten aan de Academie voor Schone Kunsten in Aalst, terwijl ze in Kerksken aan een rijk oeuvre bouwden.

Monique staat bekend om haar uiterst geraffineerde keramische wandreliëfs, die uitblinken door een subtiel spel van tinten.

Kunstcritici omschrijven haar werk vaak als een microkosmos van aarde en materie.

In al haar creaties zit een boodschap verscholen die de toeschouwer uitnodigt tot ontdekking.

Het overstijgt ruimschoots de loutere vorm en materie; het is pure emotie.

Ze ontpopt zich als een geboren vertelster van duizend-en-één mooie, warme verhalen, tintelend van levenslust en sprankelend van geest.

Met dunne kleilagen en breekbare porseleinconstructies bouwt ze fascinerende structuren op, waarin ze met een fijne naald verhalen krast die tot leven komen door verrassende kleurschakeringen.

Herman opteert voor ruimtelijke, vrije plastische werken vol directe spanning en gebalde ontroering, die een sterke ontlading krijgen door een ongebreidelde expressionistische stijl.

Zijn beelden leggen de nadruk op de verscheidenheid van de mens in de samenleving en bezitten een fascinerende dubbele bodem.

Naast een fundamentele basisbeweging bevatten ze vele nevenritmes op de gestalte die men pas gaandeweg ontdekt.

De talloze details in zijn werk geven de keramiek een heel andere dimensie en openbaren versteende opwellingen en emoties die het ontstaan van elk bizar wezen begeleiden, balancerend tussen koele spot en een bedekte glimlach.

Hij bouwt deze krachtige figuren op uit flinterdunne kleiplaten van amper twee tot drie millimeter dik, waarin de vergankelijkheid en kwetsbaarheid van het bestaan voelbaar worden.

Samen vormen ze een bijzonder succesvol duo met een grote internationale weerklank.

Herman kon dankzij een werkbeurs van het toenmalige ministerie van Nederlandse Cultuur in New York een keramische sculptuur realiseren voor het Rockefeller Art Museum, terwijl in 1981 ook van Monique een keramisch reliëf werd aangekocht door het Rockefeller Art Center.

Daarnaast exposeerde zij onder meer in de Brakke Grond in Amsterdam.

Hun werken bevinden zich in de collectie van de Belgische staat en in vele musea in binnen- en buitenland.

In 1980 realiseerden zij samen een monumentale keramische opdracht voor het provinciegebouw van Antwerpen, en in 1992 verscheen bij uitgeverij Lannoo in Tielt een viertalige monografie onder redactie van Marcel Van Jole.

Een indrukwekkend eerbetoon aan twee uitzonderlijke meesters in de hedendaagse keramiekkunst