Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Hilde Dianne Marchal werd geboren op 9 september 1952 in Den Haag en groeide uit tot een veelzijdige stem in de Nederlandse popmuziek.
Ze maakte in de jaren zestig haar eerste muzikale stappen en bracht in 1969 onder de naam Turquoise Marchal de single ‘My Man’ uit, geschreven door haar toekomstige man Hans Vermeulen.
In de jaren zeventig en tachtig verwierf ze grote bekendheid als solozangeres en als veelgevraagde achtergrondzangeres.
Ze trouwde in de jaren zeventig met Hans Vermeulen en maakte deel uit van de meidengroep Rainbow Train, het muzikale project van haar echtgenoot.
Binnen deze formatie zong ze samen met onder meer Anita Meyer en Martha Pendleton.
Naast haar werk in de studio bracht ze solo diverse singles uit, waaronder Sandy en Speedtrap in 1977 en It’s My Time Now in 1983.
De relatie tussen Marchal en Vermeulen liep begin jaren tachtig al ernstige schade op.
Hoewel Hans in 1982 nog een muzikale ode en liefdesverklaring aan haar uitbracht met het nummer ‘Hilde’, strandde hun huwelijk in de jaren daarna definitief.
Na een langdurige, moeizame periode vol emotionele en financiële problemen werd de echtscheiding in 1992 officieel afgerond.
Marchal werkte ontzettend veel als achtergrondzangeres en op talloze platen van Nederlandse bodem uit de jaren zeventig en tachtig nam ze de backings voor haar rekening.
Ze vormde daarin vaak een team met collega’s als Anita Meyer en Martha Pendleton, en later met onder anderen Jody Pijper, Julya Lo’ko, Ruth Jacott, Sandra Reemer, Pim Roos en Cees Stolk.
In totaal is ze op meer dan 1000 (sommige bronnen beweren zelfs 2000) nummers te horen, waaronder megahits als ‘Why Tell Me Why’ van Anita Meyer, ‘Sajang é ‘van Massada en ‘Who’s That Lady With My Man’ van Patricia Paay.
Tot begin jaren negentig bleef ze zeer actief als sessiezangeres.
Na een televisieprogramma van Tineke de Nooij, waar ze samen met Hans in Oekraïne was voor het project Kinderen in Tsjernobyl,veranderde haar leven.
Ze raakte zo betrokken bij het project en was zo onder de indruk van het land dat ze een jaar later naar Oekraïne verhuisde en er voor lange tijd bleef.
Pas eind jaren negentig keerde ze terug naar Nederland. In 2020 verscheen er bovendien een filmdocumentaire over haar leven en muzikale loopbaan.
Naast haar muzikale carrière werkte ze ook in de gastronomie. Samen met haar partner Erik Westra runde ze een aantal jaren het kwaliteitsrestaurant en Indische huiskamerrestaurant Plan B aan de Wijnhaven in Delft.
In het voorjaar van 2022 stapte ze in het huwelijksbootje met haar partner Erik Westra. Hoewel de deuren van Plan B inmiddels gesloten zijn, bleef haar echtgenoot actief in het vak.
Hij heeft een lange en indrukwekkende loopbaan in de gastronomie opgebouwd, met ervaring in verschillende Michelinsterrenzaken.
De bijna zeven jaar jongere man van Marchal werkt momenteel als operationeel manager bij Sociëteit De Unie in Loosdrecht en combineert zijn passie voor eten en drinken nog altijd met zijn liefde voor muziek als gitarist en percussionist.
Na een bewogen leven in de muziekwereld en de horeca verklaart Marchal dat ze door haar geloof in God de innerlijke rust en diepe zingeving heeft gevonden waar ze altijd naar op zoek was.
De zangeres, die in september 2026 haar 74e verjaardag viert, woont samen met haar man in Delft en geniet daar van haar pensioen.
Elisabeth Bergner was een uiterst persoonlijke en instinctieve actrice met een vleugje genialiteit, die haar roeping als een kwetsbare maar gepassioneerde vrouw ten volle beleefde.
Hoewel ze in het dagelijks leven misschien niet over de meest klassieke of fotogenieke schoonheid beschikte en nogal klein van stuk was, bloeide ze op wonderbaarlijke wijze op zodra ze in de schijnwerpers stond.
Ze had een diepe afkeer van alles wat niet met de essentie van haar kunst te maken had.
Op het toneel leek ze welhaast fysiek te groeien en werkte ze met groot succes in dienst van meesterlijke toneelschrijvers zoals Shakespeare, Ibsen, Strindberg, Shaw en Giraudoux.
Omdat ze in haar jonge jaren de uiterlijke kenmerken van een kindvrouw had, nam men haar aanvankelijk niet altijd serieus.
Dit leidde in het begin tot bittere teleurstellingen, maar dankzij haar ijzeren wil en vasthoudendheid bereikte ze uiteindelijk een glorieuze status.
Ze werd op 22 augustus 1897 geboren als Ella of Ettel Bergner in het Galicische Drohobytsj, een stad in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en het huidige Oekraïne, en dus niet in Wenen, zoals later weleens ten onrechte werd beweerd.
Ze groeide op in een seculier Joods gezin, kende een jeugd in een burgerlijk milieu zonder verdere opvallende bijzonderheden en ontdekte al vroeg haar onweerstaanbare liefde voor het theater.
Na thuisonderwijs van een privéleraar en studies aan de universiteit van Wenen, stond ze op veertienjarige leeftijd voor het eerst op de planken.
Niet veel later toerde ze met een Shakespeare-gezelschap door de Oostenrijkse en Duitse provincies, waarmee ze de basis legde voor haar latere toneelcarrière.
In haar jonge jaren werkte ze bovendien als model voor de expressionistische beeldhouwer Wilhelm Lehmbruck, die hopeloos verliefd op haar werd en diverse kunstwerken op haar baseerde.
Haar tijd aan het Conservatorium viel haar echter behoorlijk tegen en ze slaagde slechts met grote moeite voor haar toelatingsexamen.
Toen ze op achttienjarige leeftijd naar werk zocht, leverden haar verlegenheid en kleine gestalte haar keer op keer afwijzingen op. Toch verloor ze haar zelfvertrouwen nooit.
Na veel tegenslag bemachtigde ze haar eerste bescheiden contract van vier maanden in Innsbruck.
Hoewel de rollen die ze daar kreeg ondankbaar waren, beschouwde ze dit als een belangrijke springplank.
Ze schreef vervolgens onvermoeibaar tientallen theaterdirecteuren aan.
Dit wierp zijn vruchten af toen de directeur van een theater in Zürich haar uitnodigde, geraakt door haar aandoenlijke volharding.
Ze overtuigde hem volkomen met een reeks fragmenten uit Faust en werd direct aangenomen.
Na een jarenlange verbintenis in Zürich beproefde ze haar geluk in München en Berlijn, alsook in Wenen, waar ze onder leiding van de bekende regisseur Barnowsky werkte.
Haar aanzien groeide snel na deze veelgeprezen optredens en het werd al gauw duidelijk dat ze een zeldzaam theatraal talent bezat.
Telkens als ze op het podium verscheen, verdween elke vorm van kwetsbaarheid en elektriseerde ze de zaal.
Ze had een onfeilbaar instinct voor de perfecte timing en groeide uit tot een van de meest gevierde en succesvolle actrices van de Weimarrepubliek.
Daarnaast werd algemeen aangenomen dat zij de inspiratie vormde voor het personage Dora Martin in de beroemde roman Mephisto van Klaus Mann.
In 1923 maakte ze haar filmdebuut in Der Evangelimann.
De politieke ontwikkelingen in nazi-Duitsland dwongen haar echter om van koers te veranderen.
Toen de nazi’s in 1933 de macht grepen, zag ze als Joodse vrouw het enorme gevaar en werd het voor haar onmogelijk om in Duitsland te blijven werken.
Ze vluchtte datzelfde jaar naar Londen in het gezelschap van regisseur en filmmaker Paul Czinner, met wie ze toen ook in het huwelijk trad.
Tijdens haar verblijf in Londen in de jaren dertig zette ze bovendien haar eigen financiële middelen in om andere acteurs en kunstenaars te helpen veilig uit nazi-Duitsland te ontsnappen.
Hoewel ze eerder een verschrikkelijke ervaring had overgehouden aan een filmopname met hem en een grote aversie had tegen de camera, wist hij haar te overtuigen van de onbegrensde mogelijkheden van het witte doek.
Dit betekende het begin van een uiterst vruchtbare artistieke samenwerking.
Gisteren nog vandaag
In Groot-Brittannië wist ze haar succes moeiteloos voort te zetten.
Ze werd warm onthaald in Londen en scoorde een ongekende hit met het speciaal voor haar geschreven stuk ‘Escape Me Never’.
Toen ze tijdens de looptijd van het stuk ziek werd, sloot het theater tijdelijk de deuren, omdat men simpelweg weigerde haar te vervangen.
De voorstelling verhuisde later met veel succes naar Broadway en werd uiteindelijk met haar in de hoofdrol verfilmd.
Voor haar rol in deze film, die in 1935 verscheen, ontving ze een Oscarnominatie voor Beste Actrice.
In 1936 speelde ze eveneens de rol van Rosalind in de film As You Like It, met Laurence Olivier tegenover zich als Orlando.
Dit was niet zomaar een film, maar de allereerste geluidsfilm van een Shakespeare-toneelstuk die in Engeland werd geproduceerd.
Haar talent kreeg zo internationale erkenning en in 1938 werd ze officieel tot Brits staatsburger genaturaliseerd.
Het enige echte dieptepunt in haar verdere Britse theatercarrière was de tegenvaller van The Boy David in 1936.
De beroemde auteur J.M. Barrie, wereldwijd bekend als de geestelijk vader van Peter Pan, schreef dit allerlaatste toneelstuk van zijn hand speciaal met haar in gedachten voor de hoofdrol.
Tijdens de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog week het echtpaar uit naar de Verenigde Staten.
Haar resolute weigering om tijdens de zware bombardementen naar Londen terug te keren voor studio-opnames kostte haar haar rol in de film The 49th Parallel.
In Amerika bleef ze decennialang actief in films en op het toneel, met rollen in Amerikaanse filmproducties zoals Paris Calling in 1941 en diverse toneelstukken op Broadway.
Een groot succes op de bühne was The Two Mrs. Carrolls, waarmee ze onverminderd hoogtij vierde.
Tijdens haar optreden in dit stuk in de Verenigde Staten kreeg ze medelijden met een jonge vrouw die dagenlang in de kou buiten het theater op haar wachtte.
Bergner nam haar in dienst als secretaresse, waarna de jonge vrouw langzaam maar zeker probeerde het leven en de carrière van de actrice over te nemen.
Bergner vertelde deze opmerkelijke anekdote aan de schrijfster Mary Orr, die er het verhaal ‘The Wisdom of Eve’ van maakte, wat vervolgens de directe inspiratiebron was voor de waargebeurde en met Oscars overladen film ‘All About Eve’ uit 1950.
Na de oorlog keerde ze nog sporadisch terug naar Duitsland en Oostenrijk voor acteerwerk.
Ze zette zich over haar aanvankelijke weerzin heen om opnieuw op de Duitse planken te staan.
Het publiek was haar allerminst vergeten en sloot haar met luid applaus weer in de armen.
In 1962, na vijftien jaar afwezigheid uit de filmwereld, bewees ze in Die glücklichen Jahre der Thorwalds dat haar talent op het scherm nog steeds onaangetast was.
Ook in latere films zoals Michel Strogoff uit 1970 drukte ze haar stempel.
Ondanks deze uitstapjes naar film, bleef het theater haar ware en grootste liefde die haar de meeste voldoening schonk.
Ze bleef acteren tot in de jaren tachtig. Na het overlijden van haar echtgenoot in 1972 keek ze terug op een prachtig en rijkgevuld bestaan.
Tot op hoge leeftijd behield de actrice haar innemende ogen en kenmerkende, fijne gelaatstrekken.
Elisabeth Bergner stierf deze maand exact veertig jaar geleden, op 12 mei 1986, in Londen op 88-jarige leeftijd.
Raphaël Pricert is een kunstschilder die in Oekraïne geboren is op 19 december 1905 in de familie van een rijke graanhandelaar uit De Krim.
Zijn vader stuurde Raphaël in 1918 naar Odessa, om tekenen en schilderen te studeren bij meester Ilya Bersetski.
In 1919 zocht de familie Pricert, verdreven door de Oktoberrevolutie, hun toevlucht in Roemenië.
Raphaël Pricert vervolgt zijn artistieke opleiding aan de School voor Schone Kunsten in Boekarest.
Daarna volgde hij een opleiding aan de Academie van Florence.
Hij verhuisde in 1930 permanent naar Parijs, waar hij zich onderdompelde in het artistieke leven van Montparnasse.
Op 29 juni 1935 trouwde hij met Lisa Samsovici, ook een Russische emigrant zoals hijzelf.
Het koppel woonde toen in het 14e arrondissement van Parijs.
Eén van de kamers van het appartement doet dienst als atelier en de opslagruimte voor zijn schilderijen.
Dankzij zijn vriendschap met de eigenaar Faivret van een groot reclamebureau aan de Quai d’Orsay, in Parijs. Kreeg hij opdrachten om reclameposters te ontwerpen en werden zijn schilderijen gebruikt voor postkaarten.
Maar ook bleef hij actief meewerken aan artistieke leven van Montparnasse.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte hij weg uit Parijs en leefde hij en zijn gezin naar de streek van Auvergne.
In de maanden na de bevrijding exposeerde hij zijn schilderijen in Vixouze, Polminhac, Vic sur Cère en Aurillac.
Ondanks de grote armoede van de naoorlogse periode werden er veel werken van hem aangekocht.
Omdat er geen geld is, bieden sommigen hem in ruil daarvoor kaas en andere voedselproducten aan.
Bij zijn terugkeer naar Parijs in 1945 ontdekte hij dat zijn appartement bewoond werd door een oorlogsweduwe.
Al zijn middelgrote en grote schilderijen die hij tijdens de uittocht niet mee kon nemen, zijn verdwenen.
Gelukkig kreeg hij de kans om zijn nieuwe werken tentoon te stellen en met veel succes.
Hij besluit dan ook om zich volledig te wijden als schilder en stop dan ook met werken voor het reclamebureau van de heer Faivret.
Hij reist vaak naar verschillende landen, zoals Frankrijk, Italië, de VS, Zweden, Spanje, Engeland, Israël enz.
Raphaël heeft dan ook veel vrienden over de hele wereld, waaronder Abe Saperstein, de baas van de Harlem Globe Trotters, met wie hij een hechte band had tot aan zijn dood in 1966.
Raphaël is een polyglot die zes talen vloeiend spreekt: Russisch, Roemeens, Italiaans, Duits, Frans en Engels.
Hij raakte gefascineerd door Zweden en zijn cultuur toen hij daar in 1951 tentoonstellingen hield.
Hij leerde snel Zweeds en verraste zijn vrouw Lisa en dochter met zijn taalvaardigheid tijdens een reis door Frankrijk in datzelfde jaar.
Raphaël Pricert stierf op 2 februari 1967 na zijn lange en pijnlijke ziekte.