Vanaf deze week, 90 jaar geleden, verscheen de roman Dientje Goris van de Vlaamse schrijver en dichter Jozef Simons voor het eerste en dit als een wekelijkse feuilleton in het tijdschrift De Stad.

Het boek vertelt het verhaal van Dientje, een jonge vrouw die als dienstmeid gaat werken bij een rijke familie in Antwerpen.

Ze maakt er kennis met de harde realiteit van het stadsleven, de sociale ongelijkheid en de verleidingen van de moderne tijd.

Ze wordt verliefd op een chauffeur, maar die bedriegt haar met een andere vrouw.

Dientje keert terug naar haar geboortedorp, waar ze trouwt met een boerenzoon.

Ze vindt echter geen geluk in haar huwelijk en voelt zich vervreemd van haar omgeving.

Jozef Simons werd geboren op 21 mei 1888 in Oelegem.

Hij volgde een opleiding in handelswetenschappen en werd huisleraar bij de graaf de Brouchoven de Bergeyck.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij als soldaat en tolk voor het Britse leger.

Hij schreef over zijn oorlogservaringen in zijn bekendste werk Eer Vlaanderen vergaat (1927), een getuigenis van de Frontbeweging.

Hij schreef ook reisverhalen, verhalen over de Kempen, novellen, romans en gedichten.

Hij schreef ook liedteksten voor componisten als Lodewijk De Vocht, Flor Peeters en Armand Preud’homme.

Hij vertaalde ook werken uit het Engels, Spaans, Duits en Nederduits.

Na de oorlog werkte hij als redacteur voor de Boerenbond en later als uitgever bij N.V J. van Mierlo-Proost in Turnhout.

Hij was ook actief in de Vlaamse Beweging, de katholieke zuil en in het sociaal-culturele leven van de Kempen en was voorzitter van de Vereniging van Kempische Schrijvers.

Hij stierf op 20 januari 1948 in Turnhout.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 40 jaar geleden, doodstraf uitgesproken in het gijzelingsdrama van Charles-Victor Bracht.

Bracht stamde uit een Duitse adellijke familie.

Hij had een vooraanstaande functie in talloze Antwerpse firma’s en holdings, gespecialiseerd in verzekeringen (N.V. Bracht-Aegis), bankwezen (Metropolitan Bank), vastgoed, rubberplantages (Sipef), leerhandel en wol.

Ook was hij ereconsul van Oostenrijk.

Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in het monumentale familiegraf van het geslacht Bracht op het Antwerpse Schoonselhof.

Op 7 maart 1978 werd Bracht in een Antwerpse parkeergarage ontvoerd door scheepselektricien Marcel “Dexter” Van Tongelen.

Hij vroeg losgeld in ruil voor de vrijlating van de baron, maar de rechercheurs herkenden Van Tongelens stem, omdat hij eerder nog informant van de politie was geweest.

Omdat Van Tongelen niet kon bewijzen dat Bracht nog leefde, werd er geen losgeld betaald.

Op 10 april 1978 werd Bracht vermoord teruggevonden op een stortplaats in Oelegem.

Van Tongelen werd opgepakt en op 29 februari 1980 door het Antwerpse hof van assisen ter dood veroordeeld (wat volgens de Belgische wet toen automatisch in levenslang werd omgezet).

Tijdens verhoren bleef de gijzelnemer volhouden dat hij de baron al na twee minuten per ongeluk had gedood, omdat Bracht zich krachtig verweerde bij het aftrekken van een kap.

In 1991, na een gevangenisstraf te hebben uitgezeten van 13 jaar, kwam Van Tongelen vrij.(Diverse bronnen en Wikipedia)

Vandaag 40 jaar geleden, doodstraf uitgesproken in het gijzelingsdrama van Charles-Victor Bracht.