
65 jaar geleden, reclame voor waspoeder van het merk Daz

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Knäckebröd, of “knackebrod”, is een dun, krokant en lang houdbaar broodproduct dat van oorsprong uit Scandinavië komt.
Het wordt gemaakt van roggemeel, kort en heet gebakken, en daarna gedroogd, waardoor het een laag vochtgehalte heeft.
De naam is Zweeds en betekent letterlijk “breekbrood”. Er zijn veel variaties op het klassieke recept, zoals met sesam, spelt of vijgen.

Deze jeugdreeks groeide uit tot een onvergetelijk stuk Vlaamse televisiegeschiedenis en werd onmiddellijk ontzettend populair.
De serie vertelt het verhaal van Johan Claeszoons, een jonge chirurgijn gespeeld door Frank Aendenboom, die rond 1650 in het Nekkersbos een bijzonder mannetje ontmoet.
Dit wezentje, vertolkt door Jef Cassiers, blijkt een alverman te zijn die door zijn koning uit de mythische wereld Avalon is verbannen.

Zijn straf voor nieuwsgierigheid is dat hij pas mag terugkeren als hij iets vindt dat van nut kan zijn voor zijn volk.
Zijn onverstaanbare taal klonk als “mallapatta kling kling!”. Gelukkig staan zijn magische fluit en toverring Fafifoerniek hem bij tijdens zijn avonturen in de mensenwereld.
Het succes van de reeks was te danken aan een combinatie van factoren.

De verzorgde opnamen op historische locaties zoals het Kasteel van Gaasbeek, de mergelgrotten van Folx-les-Caves en het openluchtmuseum van Bokrijk gaven de serie een authentieke en magische sfeer.
Ook de muziek speelde een cruciale rol. Het thema, dat als een leidmotief door het verhaal verweven zit, versterkte de sfeer aanzienlijk.
Zoals wel vaker in die tijd, leende componist Pieter Verlinden de muziek uit een bestaande filmscore: ‘The Duchess of Brighton’ van Miklós Rózsa.

Een bijzonder detail is dat de chemie tussen de hoofdrolspelers ook buiten de set oversloeg: acteur Frank Aendenboom trouwde in het echt met zijn tegenspeelster Rosemarie Bergmans, die in de serie de rol van Rosita speelde.
De populariteit van ‘Johan en de Alverman’ beperkte zich niet tot Vlaanderen.
De serie werd ook in Nederland en Italië uitgezonden en is later meermaals herdrukt als boek en uitgebracht op dvd.
Mede door de sterke acteursregie van Senne Rouffaer en de beeldregie van Bert Struys, wordt de reeks nog steeds beschouwd als een van de beste jeugdproducties die de BRT ooit heeft gemaakt.








Het was ooit een vertrouwd beeld in menig medicijnkastje: Pleegzuster Bloedwijn.
Deze ‘medicinale’ rode wijn, door firma Chefaro aangeprezen als hét middel voor herstellenden, zieken en kinderen met bloedarmoede, beloofde verlichting bij tal van kwalen.
Zelfs kraamvrouwen kregen het aangeraden om snel weer op krachten te komen.
De wijn was daartoe verrijkt met ijzerverbindingen, calciumglycerofosfaat en ginseng.
Het idee van een versterkende bloedwijn was echter veel ouder dan Chefaro.
Al rond 1894 bevalen artsen de ‘met goud bekroonde Mesener Bloedwijn van harte aan.
In de jaren twintig zocht firma Haco via dichtwedstrijden zelfs al naar de beste reclameslogan voor hún bloedwijn, die toen ook al ‘De Pleegzuster’ heette.
De echte hoogtijdagen van Pleegzuster Bloedwijn braken aan in de jaren zestig en zeventig.
Via advertenties in kranten en vrouwenbladen werd de wijn gepromoot als een heilzaam middel voor dames en ouderen.
Zelfs heren die last hadden van ‘overspanning’ konden er baat bij hebben, met slechts een paar glaasjes per dag.
Vanaf de jaren zeventig was de fles niet langer enkel bij de apotheek, maar gewoon in de supermarkt verkrijgbaar.
Deze laagdrempeligheid zorgde ervoor dat het gebruik wijdverspreid raakte en het imago van een onschuldig ‘opkikkertje’ werd versterkt.
Maar was Pleegzuster Bloedwijn wel echt een medicijn? Die vraag kwam eind jaren negentig steeds vaker op.
In 1998 boog de Reclame Code Commissie zich over de claims.
Was de heilzame werking te danken aan de toegevoegde mineralen, of speelde het alcoholpercentage van 13,5% stiekem de hoofdrol?
De conclusie was helder en betekende het einde van een tijdperk: hoewel de wijn mogelijk verlichting kon bieden bij lichte kwaaltjes, was het definitief géén geneesmiddel.



