Acha Stavisky kwam ter wereld in 1886 als zoon van een joodse tandarts in Oekraïne.
Hij verhuisde met zijn familie naar Parijs in 1899, waar hij al snel betrokken raakte bij verschillende oplichterijen, soms samen met zijn grootvader.
Na de Eerste Wereldoorlog werkte hij als gigolo en cocaïnehandelaar.
Hij werd meerdere keren veroordeeld tot gevangenisstraf.
In 1926 bedroog hij een effectenmakelaar in Parijs voor miljoenen francs.
Hij werd aangehouden en na anderhalf jaar in voorarrest werd hij tijdelijk vrijgelaten in afwachting van zijn proces.
Na zijn vrijlating veranderde Stavisky zijn naam van Sacha in Serge Alexander en pakte vanaf dan de zwendel grootscheeps aan.
Hij richtte een trits nieuwe maatschappijen met bekende personen in de directie.
Zij moesten hun naam en sociale status aan het bedrijf geven, maar hadden geen macht en zeker geen expertise.
Investeerders werden zo overgehaald hun geld in zijn bedrijven te stoppen.
Een van zijn bedrijven maakte houten koelkasten die geen elektriciteit nodig zouden hebben en daardoor goed waren voor koloniaal Afrika.
De koelkasten werkten natuurlijk niet.
Stavisky fêteerde politici en rechters en kreeg daardoor ondersteuning
Van deze politici werd gezegd: “ze zijn mannen van woorden in plaats van actie, en van ambitie in plaats van idealen “.
Stavisky gebruikte een piramidespel om zijn investeerders te misleiden.
Hij richtte een nieuw bedrijf op met het geld dat hij van de vorige investeerders had gekregen.
Zo hield hij de schijn op dat hij winstgevend was.
Maar dit kon natuurlijk niet eeuwig doorgaan en eind 1933 stortte zijn imperium.
Stavisky had een plaatselijke bank in Bayonne opgericht met de hulp van de burgemeester.
Hij leende geld bij zijn eigen bank en dit met als onderpand nepjuwelen.
Komt daarbij, om deze leningen terug te betalen, gaf hij obligaties uit die werden gesteund door de minister van arbeid.
Maar toen de obligaties eind 1933 moesten worden afgelost, was er geen geld meer.
De bank werd aangeklaagd en Stavisky sloeg op de vlucht naar Chamonix.
Op 8 januari probeerde de politie hem te arresteren, en terwijl ze de deur van zijn chalet forceerden, schoot Stavisky zich zelf door het hoofd.
Zowel de links als rechtse pers geloofde dit niet en negen van de tien Fransen dacht dat Stavisky was vermoord om te voorkomen dat de namen van medeplichtige politici bekend zouden worden.
De bankfraude in Bayonne bracht de frauduleuze praktijken van Stavisky aan het licht.
Hij leek onaantastbaar te zijn door zijn connecties met machtige personen en door omkoping van politie, rechters en politici.
De Action Française, een extreemrechtse en antisemitische groep, eiste dat de verantwoordelijken in de regering en overheid zouden worden ontmaskerd.
De Action Française was een autoritaire beweging die oud-strijders vereerde en al jaren de democratische instellingen aanviel.
De affaire Stavisky gaf hen een nieuwe aanleiding om onrust te stoken.
De politieke crisis in Frankrijk escaleerde in januari 1934.
Vooral omdat de premier, Chautemps, van de liberale Radicale Partij, weigerde een onderzoek in te stellen.
De Action Française, beschuldigde daarom de regering van medeplichtigheid en eiste haar aftreden.
Dit leidde daardoor tot een golf van protesten en geweld in Parijs, die duurden van 9 tot 29 januari.
Verschillende andere rechtse organisaties, zoals de Crois de Feu en de Solidarité Française, sloten zich aan bij de Action Française om de regering omver te werpen.
De situatie werd zo ernstig dat Chautemps op 27 januari ontslag nam.
Daladier, ook van de liberale Radicale Partij, vormde een nieuwe regering op 29 januari 1934.
Daladier probeerde de socialisten te paaien voor zijn kabinet door Chiappe, de politieprefect van Parijs, te laten oppakken.
Chiappe werd namelijk door de socialisten beschuldigd van extreemrechtse sympathieën en mogelijke betrokkenheid bij de Stavisky-affaire.
Dit leidde tot grote verontwaardiging bij rechts.
Op 5 februari organiseerde de Croix de Feu een betoging in Parijs.
De volgende dag, toen het kabinet-Daladier zou worden beëdigd, wilde de Croix de Feu een massale protestactie houden tegen het parlementaire systeem.
De geruchten dat de regering Senegalese soldaten zou inzetten tegen de betogers versterkten de woede bij rechts.
Een grote menigte, waaronder leden van fascistische organisaties, verzamelde zich op 6 februari aan de oever van de rivier, tegenover het parlementsgebouw dat door een brug verbonden was.
Ze gooiden projectielen naar de politieagenten die de brug bewaakten.
De politie slaagde er niet in om de menigte te verspreiden.
De demonstranten vielen de paarden aan met stokken met scheermesjes en gooiden knikkers om ze te laten struikelen.
Rond acht uur ’s avonds probeerden de fascisten de brug over te steken om het parlement te bereiken.
Er ontstond een vuurgevecht tussen de politie en de aanvallers.
De brug bleef echter in handen van de politie en de menigte trok zich tegen middernacht terug.
Er waren 15 doden en ruim 1400 gewonden.
De volgende dag bood de één dag oude regering van Daladier haar ontslag aan.
Er werd nu een rechtse regering gevormd onder Gaston Doumerge, een socialisten hater.
Petain, de maarschalk uit de Eerste Wereldoorlog en collaborateur in de tweede, werd minister van oorlog.
De rechtse groeperingen waren tevreden en de demonstraties namen af.
De affaire Stavisky was niet de oorzaak van de crisis in de Franse politiek, maar wel een symptoom ervan.
Het toonde aan hoe corrupt en zwak de Derde Republiek was, en hoe verdeeld en gepolariseerd de Franse samenleving was.
Het was een voorbode van de donkere tijden die zouden volgen (Ons Volk 7 januari 1934)



