Ze heeft 31 jaar genoten van haar pensioen, ze kwam op 1 juni 2021 te overlijden.



Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Ze heeft 31 jaar genoten van haar pensioen, ze kwam op 1 juni 2021 te overlijden.



In 1931 vond de eerste publieke demonstratie van de werking van televisie plaats.
Pas vanaf 31 oktober 1953 begon het toenmalig Nationaal Instituut voor de Radio-omroep (NIR) vanuit het Flageygebouw in Brussel haar eerste regelmatige televisie-uitzendingen te verzorgen.
Omroepster Paula Sémer was de eerste Vlaming die op televisie te zien was.
Ze presenteerde en acteerde tijdens die eerste tv-avond in het tv-drama “Drie dozijn rode rozen.”
Vlaanderen telde toen slechts één televisiezender, zond in zwart-wit uit en in 625 lijnen.

Alle uitzendingen gingen live en vonden plaats in een verbouwde radiostudio, waar personeel en rekwisieten in die pioniersjaren nog op elkaar gepakt stonden.
Terwijl in de ene helft toneel gespeeld werd, moest men in de andere hoek alles gereed brengen voor het Journaal.
Veel uitzendingen waren vrij primitief omdat bij gebrek aan voldoende televisiemakers met ervaring er voornamelijk radiomakers werden ingeschakeld.
Op dat moment waren er in heel België amper 15.000 ontvangsttoestellen. Het zendbereik was ook beperkt.

Naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling van 1958 werden er op voorhand enkele relais-zenders gebouwd zodat men beter over het ganse land kon uitzenden. Het evenement spoorde ook veel Belgen aan om een eigen televisietoestel te kopen.
In 1958 werd kijkgeld ingevoerd, de tv-loze maandag afgeschaft en werd de omroep losgemaakt uit het ministerie van PTT en Verkeer en onder Cultuur ondergebracht.
Via de nieuwe omroepwet veranderde het NIR op 18 mei 1960 haar naam in de BRT (Belgische Radio en Televisie).

De pioniersdagen van kleurentelevisie zijn voer voor kwissers. Wie weet bijvoorbeeld nog dat de toenmalige minister van Cultuur Frans Van Mechelen de nieuwe revolutie aankondigde?
Hij droeg een donkerblauw pak, en een wijnrood strikje, en zijn toespraak op 1 januari 1971 werd door het nieuwe medium bepaald bibberend op het scherm gebracht. Waarna het traditionele nieuwjaarsmenu volgde: nieuwjaarsconcert vanuit Wenen, en het schansspringen uit Garmisch-Partenkirchen.
Hooguit vijfhonderd landgenoten hadden op dat moment al een kleurentelevisie. Niet zo vreemd als men bedenkt dat die toen bijna drie keer zoveel kostte als een zwart-wit toestel. Je moest niet minder dan duizend euro overhebben voor een beetje kleur in de huiskamer. Dat zou nu overeenkomen met zowat vierduizend euro als je rekening houdt met de inflatie.
Er was ook een andere reden. De prijs van een zwart-wittoestel lag in die tijd in Vlaanderen hoger dan in de ons omringende landen.
Dat was het gevolg van de ,,lijnenslag”. Frankrijk wilde 819 lijnen voor zijn televisie, terwijl alle andere landen bij de aanbevolen 625 lijnen bleven. Het tweeslachtig beleid van België resulteerde in toestellen die beide normen aankonden. Veel mensen die een fortuin neergeteld hadden voor een duurdere zwart-wittelevisie, schaften zich niet meteen weer een nieuw, nog duurder toestel aan.

Maar het ging snel. Drie jaar later was de volledige programmering van de BRT al in kleur. En, zegt Jan Cuypers, directeur operationele diensten bij de VRT, “de kleurentelevisie heeft in korte tijd veel succes gehad. Daar werd echt wel voor gespaard. Het was niet alleen maar voor de rijken.”
In 1983, toen een kleurentelevisie nog altijd 32.000 frank kostte, hadden ongeveer twee miljoen Belgen een kleurentelevisie, tegenover een miljoen zwart-witkijkers.
De hele omschakeling betekende voor de openbare omroep een kleine revolutie.
Al in 1967 begon de BRT met de voorbereidingen. Eind 1968 startten de eerste cursussen voor het BRT-personeel: die moesten de overgang van zwart-wit naar kleur glad laten verlopen. Jan Ceuleers, toentertijd werkzaam bij de nieuwsdienst, heeft die overgang van dichtbij meegemaakt. ,,Het hele proces is binnen de BRT geleidelijk verlopen.
Er werd zelfs een tijdelijke studio ingericht om experimenten uit te voeren, voordat we in kleur gingen uitzenden.”
Jan Cuypers: ,,De introductie van kleur viel samen met de ingebruikname van het Omroepcentrum in Brussel. Voor die tijd zat iedereen verspreid over Brussel, en plots kwam alles samen. Vanaf toen is het personeel ook opgeleid om te denken en programma’s te maken volgens de nieuwe kleurenterminologie.
Je moest bijvoorbeeld rekening houden met moeilijke kleuren als wit en paars. Bij het Journaal werd geen wit papier gebruikt en witte boorden werden, als ik me niet vergis, in thee gedompeld om de kleur wit te vermijden.”
Ondanks alle goede voorbereidingen kreeg ook de BRT-problemen met de bekende kinderziektes.
Dertig jaar geleden was het niet uitzonderlijk om schreeuwende kleurencombinaties en glanzende decors te zien, of een stel voetballers zonder benen. ,,De apparatuur was in die tijd nog niet zo stabiel en vooral zeer temperatuurgevoelig”, zegt Jan Cuypers. ,,Camera’s stonden dag en nacht aan en vergden veel onderhoud. Om de kleuren goed te houden, moesten ze twee, drie keer per dag afgesteld worden.”
Het had ook grote consequenties voor de make-up. Vroeger mochten de sterren zelf bepalen of ze geschminkt wilden worden, maar met de opkomst van kleur werd dat een verplichting. Wie dat vertikte, kwam met een bleekgroen gezicht op het scherm.
Overigens moesten ook de eerste schminksters bijgeschoold worden. De oorspronkelijke Duitse schmink werd algauw vervangen door Italiaanse producten.
Op 27 januari 1991 veranderde de zender haar naam in de BRTN (Belgische Radio en Televisie Nederlands). Sinds 1 januari 1998 heet de omroep de VRT (Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie).
Vanaf 1973 begon de BRT voor het eerst met een tweede zender te experimenteren, die vanaf 26 april 1977 definitief een volwaardig tv-kanaal werd onder de naam BRTN TV2.
Op 27 januari 1991 werd deze zender in TV2 omgedoopt, terwijl BRTN 1 voortaan TV1 heette.
Op 1 december 1997 werd dit tweede net opgesplitst in twee verschillende programmablokken voor verschillende doelgroepen: de kinderzender Ketnet, die vanaf 7 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds uitzond, en de volwassenenzender Canvas die haar uitzendingen pas na 19 uur ’s avonds begon.
Sinds 1 januari 2005 heet TV1 Eén. Het profiel van het eerste televisiekanaal van de openbare omroep (thans “Eén”) mikt op amusementsprogramma’s voor het hele gezin. Ketnet is voor de jeugd bestemd en Canvas richt zich op de meerwaardezoekers.
Op 1 mei 2012 werden Canvas en Ketnet gesplitst van elkaar, ze hebben nu allebei een eigen kanaal. Canvas zendt op het huidige kanaal uit vanaf 14 uur.
Ketnet, dat vanaf 14 mei 2012 naar een gloednieuw kanaal, OP12, verhuisde. (diverse bronnen en Wikipedia)

Nora Steyaert was amper 21 jaar, toen ze bekend werd als een van de drie omroepsters van het NIR, de voorloper van de VRT.
Steyaert was de kleindochter van de pionier van de Vlaamse sportjournalistiek Karel Van Wijnendaele.
Ook haar vader Willem Van Wijnendaele werkte als sportjournalist.
Samen met Paula Sémer en Terry Van Ginderen kondigde ze de programma’s aan, en ze presenteerde in die jaren ook zelf enkele televisieprogramma’s, zoals “Tienerklanken” en “Kijkuit”.
Nora Steyaert huwde in 1956 met de succesvolle auteur Aster Berkhof, die ook regelmatig te gast was in BRT-programma’s.
Aster Berkhof werd geboren als Lode van den Bergh op 18 juni 1920 in Rijkevorsel.
Hij groeide op in een welgesteld gezin in Sint-Jozef-Rijkevorsel.
Zijn ouders werkten in de gemeenteschool: zijn vader als directeur en zijn moeder als lerares. Zelf studeert hij Latijn-Grieks in het middelbaar en later Germaanse filologie aan de universiteit in Leuven.
In 1942 studeert hij af met zijn licentiaatsverhandeling “De nieuwe roman in Zuid-Nederland”.
Al tijdens zijn studententijd weet de jongeman dat hij romans wil schrijven, maar hij wil dat niet doen onder zijn eigen naam.
Uit schrik dat zijn academisch werk geloofwaardigheid zou verliezen, kiest hij voor de naam Aster Berkhof om op zijn romans te zetten.
De naam was niet zonder reden gekozen: in de tuin van zijn ouderlijk huis groeiden er asters onder de berken. Hij schreef ook nog onder een andere naam: Piet Visser.
In 1944 publiceert hij zijn eerste twee romans: “De student gaat voorbij” en “De heer in de grijze mantel”, een detectiveverhaal.
Twee jaar later doctoreert hij in de wijsbegeerte met “Het literaire kunstwerk. Proeve van analyse”.
Berkhof schreef verschillende genres: detectives, humoristische verhalen, avonturenroms en jeugdboeken.
In totaal schreef hij 101 boeken, al zei hij geregeld dat er enkele middelmatige en zelfs slechte bijzaten.
Op zijn 90e kwam zijn 101e boek uit, “Dodelijk papier”.
Een van zijn belangrijkste boeken is “Veel geluk, professor!” uit 1949.
De roman werd verschillende keren herdrukt, werd verwerkt tot een musical en opera en werd in 2001 verfilmd door VTM.
“Veel geluk, professor!” vertelt het verhaal van een jonge docent letterkunde, Pierre Falke.
Hij mag les geven aan een gerenommeerd instituut.
Hij weet niet dat enkele studenten, onder wie de Amerikaanse Ann Shirling, een weddenschap hebben aangegaan.
Vanaf 1958 tot 1967 presenteerde Steyaert voor de BRT samen met Bob Boon jeugdprogramma’s zoals Kijk uit en Tienerklanken.
In 1966 presenteerde ze de televisieshow Eenmaal per jaar.
Nora Steyaert trok zich later terug uit het publieke leven, herinneringen ophalen aan een glorieus televisieverleden hoefde niet voor haar.
In juni 2020 kwam het boek “Aster Berkhof – 100 jaar nieuwsgierigheid” uit, op zijn honderdste verjaardag; het werd samengesteld en geschreven door bibliothecaris Karel Michielsen
Nora Steyaert overleed op 11 maart 2020, enige maanden na haar, in september 2020 overleed Aster Berkhof op 100-jarige leeftijd.
Samen hadden ze een zoon. (Diverse bronnen, Joris Vergeyle, Wikipedia en De Post 28 mei 1961)

